17.00 uur Cantatevesper: Fallt mit Danken, fallt mit Loben

Cantatevespers Enkhuizen

Sinds 1623 was er in Enkhuizen een Evangelisch Lutherse Kerk. Van 1844 tot 2017 ging de Lutherse gemeente ter kerke in het eigen kerkgebouw aan de Breedstraat. Het onderhoud van dit monumentale kerkgebouw kon de kleine gemeente niet meer opbrengen en daarom is het kerkgebouw in 2017 verkocht. Men kerkte daarna tot Pinksteren 2020 in een huurlocatie: de Nutszaal.  Nu is de Lutherse gemeente op het punt te fuseren met de Protestantse gemeente die in de Zuiderkerk haar kerkgebouw heeft.

Deze omwenteling was aanleiding tot nadenken over de vraag hoe de Lutherse traditie aanwezig te houden in Enkhuizen. Zou een deel van de opbrengst van het kerkgebouw voor dat doel kunnen worden ingezet?

Een belangrijke pijler van de Lutherse traditie is aandacht voor kerkmuziek. Zo rees de gedachte “Lutherse” Cantatediensten te organiseren. Vespers met daarin een uitvoering van een kleine Cantate van één van de componisten die voor de Lutherse eredienst hebben gecomponeerd. Contact met de Protestantse Zuiderkerkgemeente leidde tot enthousiaste reacties. In financiële zin werd ook een bijdrage aan dit initiatief geleverd door de landelijke kerk. Daardoor was het mogelijk in de jaren 2018, 2019 en 2020 (Bach)cantates ten gehore te brengen en daarvoor professionele orkestleden en solisten aan te trekken. Voor een langer voortbestaan van deze prille traditie zal ook op liefhebbers uit de regio een beroep in financiële zin gedaan moeten worden!

Kortom: onder meer in de vespervieringen waarin een Cantate die kan worden gerekend tot het ‘Luthers erfgoed,’ wordt uitgevoerd leeft de Lutherse Gemeente van Enkhuizen voort in de Protestantse Gemeente Enkhuizen.

Op 9 januari wordt na lange tijd weer een Lutherse Bachvesper gevierd.

Het Enkhuizer Bach Ensemble o.l.v. Jerry Korsmit voert deel vier van het Weihnachtsoratorium van J.S.Bach uit:  Fallt mit Danken, fallt mit Loben (BWV 248IV). Bach schreef dit deel voor Nieuwjaar; het is voor het eerst uitgevoerd op 1 jan 1735.

In de Cantate wordt geen aandacht gegeven aan het burgerlijk Nieuwjaarsfeest (dat deed Bach wel in vijf andere cantates voor die dag) maar deze Cantate is gewijd aan de evangelietekst voor deze zondag: Lucas 2:21. Het verhaal van de besnijdenis van het kind Jezus in de tempel, naar Joodse gewoonte 8 dagen na zijn geboorte, en de daaraan verbonden naamgeving. De Cantate concentreert zich op dat laatste aspect van de evangelietekst: de naamgeving.