Cantate Vesper: Gottes Zeit ist die allerbeste Zeit

ook wel bekend als ‘Actus Tragicus’.  In deze cantate, BWV 106,  een werk uit Bachs tijd als organist in Mühlhausen, zien we  voor het eerst het genie van deze componist. Het werk is waarschijnlijk een cantate voor de herdenkingsdienst een maand na de begrafenis van een oom van Bach. Deze Tobias Lämmerhirt had Bach 50 Gulden nagelaten. Deze cantate van de 22 jarige Bach laat alle werken uit dezelfde tijd van andere componisten ver achter zich. Bach heeft niet alleen de muziek gecomponeerd, maar ook de tekst samengesteld. Daarvoor heeft Bach citaten uit Handelingen, de psalmen, Jesaja, Jezus Sirach en Lucas gebruikt en twee liederen uit Luthers tijd. De teksten zijn muzikaal zo geordend dat ze in twee delen uiteenvallen: sterven onder de ‘wet’ en sterven onder het Evangelie. Waarbij de zin “Mensch, du mußt sterben” de spil is. In het eerste deel wordt duidelijk gemaakt dat de dood onvermijdelijk is en onomkeerbaar. Zien we echter de dood in het licht van het Nieuwe Testament, dan heeft de dood zijn angel verloren. De dood brengt de zo verlangde vereniging met Jezus Christus en gaat zo getroost zijn Schepper tegemoet. Een plechtige doxologie besluit daarom de cantate. Even opmerkelijk als de tekst en de muziek is de bezetting voor deze cantate. Twee viola da gamba’s en twee blokfluiten begeleiden naast het orgel dit werk.

Toegang gratis, collecte voor de onkosten