Gebed

De verlengde lockdown valt veel mensen zwaar. En nu is er ook nog het aangescherpte advies om helemaal niet meer te zingen in de kerk. Scriba ds. René de Reuver zocht troost in de woorden van Psalm 65.

Het zijn zware en verdrietige tijden voor ons allemaal. Het duurt al zo lang. Wanneer kunnen we weer gewoon bij elkaar komen en uit volle borst zingen? Wat rest ons nog als gemeente van Christus? Wat zullen we bidden?

Worstelende met het advies om niet meer te zingen in de eredienst hielpen mij de eerste woorden uit de berijming van Psalm 65: ‘De stilte zingt U toe, o Here’. In de onberijmde versie: ‘U komt toe stilheid, een lofzang!, o God, op Sion’ (Psalm 65:2, Naardense vertaling).

Deze woorden troosten mij in deze verdrietige situatie. De noodgedwongen stilte, het niet hardop zingen in de eredienst is ook aanbidding, toewijding en lofprijzing van God. God die troont op de lofzangen van Israël (Psalm 22:4) hoort ook ons zwijgen als loflied.

Psalm 65 geeft woorden aan mijn gebed in deze tijd van lockdown.

Gebed

Eeuwige God, 
U die woont en troont in Sion, 
hoorder van het gebed,
tot U komen wij
in stilte
niet goed wetend wat te bidden. 
We zijn uit het veld geslagen 
niet in staat om bijeen te komen 
en uit volle borst U de lof te zingen. 
We zijn stilgevallen 
en weten niet hoe lang alles nog zal duren, 
zelfs niet of onze gezondheidszorg het wel aan kan 
en of wij zelf niet besmet, ziek en geveld zullen raken. 
In deze nood komen wij toe U, 
in stilte
biddend om gehoor
om vertroosting 
om nabijheid 
om perspectief. 
Hoor ons:
wees ons genadig!
U, die onze stilte hoort en peilt, 
hoor ons stil zijn als loflied,
als aanbidding 
als roep om genade en ontferming. 
‘Tot U komt al wat leeft, 
tot U, o redder uit ellende
die alle schuld vergeeft’*
Geef ons kracht om het vol te houden,
vertrouwen dat U ons stil-zijn hoort, 
geloof om de moed niet te verliezen.

Van U is immers het Koninkrijk,
de kracht en de heerlijkheid
tot in eeuwigheid.

Amen. 

[overgenomen uit ‘Petrus’]