Goed

Het moet een dichterlijke geest geweest zijn die de eerste hoofdstukken van de bijbel schreef. Iemand die poëtische overdrijving niet schuwde. Hij schrijft: “God keek naar alles wat hij had gemaakt en zag dat het zeer goed was.” De 21e-eeuwer die terugkijkt en beschouwt wat wij mensen gemaakt hebben van het ons toevertrouwde, kan het nauwelijks geloven. En dan laat ik economische crises, dreigende klimaatramp en klungelende politici met verdwenen bonnetjes en niet(?) gelezen memo’s allemaal buiten beschouwing. Ik zie alleen vluchtelingenkampen, aanspoelende kinderlijkjes op het strand van de Middellandse Zee, aanvallen met gifgas, door wie dan ook gepleegd en terreurdaden. O ja, en een president wiens naam ik niet zal noemen, die bepleit dat alle burgers in zijn land een vuurwapen moeten bezitten. Dán wordt het pas goed.
Na zo’n opsomming van ellende heb ik behoefte even naar buiten te gaan. En wat zie ik? Een stel futen en een stel meerkoeten elk op hun eigen nest. De futen vieren vandaag een feestje: er zijn twee van de vijf eieren uitgekomen. Twee bolletjes dons rommelen rond hun broedende moeder, klimmen in haar verenpak, vallen in het water en …. zwemmen. Vader komt aanzetten met een visje, ongeveer ter grootte van zo’n bolletje dons, duwt het ongeveer in het kuikenbekje en kijkt (vergenoegd?) hoe dat visje naar binnen gaat. En dan snap ik ineens toch waarom het, zonder overdrijving, zeer goed is.

Kees van Zijverden
NHD 18mei2018