Kwaad

Behalve een hoop gerinkel en wat knallen heb ik de laatste weken veel gehoord over dingen die ‘vooral symbolisch’ waren. Een term die de geachte sprekers kennelijk met enige afkeer vervulde. Dat lijkt me typisch voor onze geseculariseerde samenleving. Immers, ooit werden wij – ik geef toe, dat is even geleden! – grootgebracht met een besef van eerbied of respect voor symbolen. Nog hoor ik Sybrand Buma met een lichte trilling in zijn stem pleiten voor het zingen van ons volkslied door hele volksstammen, staande naast hun schoolbankjes, met de hand op het hart. Nu is hij burgemeester van Leeuwarden. En om verder terug te gaan, koning David (die zo’n 3.000 jaar geleden leefde) was diep geschokt toen tijdens het transport van de ‘ark des verbonds’ een goedbedoelende man die de ark voor vallen wilde behoeden, door de bliksem werd getroffen. Die ark, symbool voor de goddelijke tegenwoordigheid, behoefde geen hulp. En was het niet de zelfverklaarde ‘grootste president van de USA ooit’ die ijdel stond te zwaaien met, alweer symbolisch, een bijbel in de hand? Ook met hem ging het niet goed. Waarmee ik maar zeggen wil dat het niet aangaat daden als symboliek te bestempelen met de bedoeling ze neer te zetten als waardeloos, niet van betekenis of ijdel. Een symbolische daad heeft voor de dader en voor wie hem verstaan een diepe betekenis en anders geldt die oude wijsheid: het kwaad straft zichzelf.

Kees van Zijverden
NHD 05feb21