Lachen in de kerk

Het is een oude traditie om op Paasmorgen met een grap te beginnen om de bevrijdende lach tevoorschijn te toveren die bij Pasen hoort: de duisternis, de dood en het kwaad hebben niet het laatste woord. God laat ons niet over aan de duisternis van de dood. Hij houdt ons vast over die donkere grens heen, naar het licht van de nieuwe morgen, naar het leven van de nieuwe dag. Wie het geloof heeft, heeft de grap. De bevrijdende lach.

‘Een atheïst loopt door het bos en bewondert alle dingen die de ‘oerknal’ voortgebracht heeft. ‘Wat een prachtige bomen! Stromende rivieren! Schitterende dieren!’, denkt hij bij zichzelf. Op het moment dat hij langs de rivier loopt, hoort hij wat geritsel in de bosjes achter hem. Als hij zich omdraait, ziet hij een enorme grizzlybeer die op hem af rent. De atheïst rent er als een gek vandoor. Als hij over zijn schouder kijkt, ziet hij dat de beer dichterbij komt. Hij probeert nog harder te rennen, hij is zo bang dat er tranen in zijn ogen komen. Hij kijkt nog een keer over zijn schouder en hij ziet dat de beer nu nog dichterbij is. Zijn hart gaat als een gek tekeer wanneer hij nog harder probeert te rennen, maar dan struikelt hij en valt op de grond. Hij rolt om om overeind te krabbelen. Tot zijn schrik ziet hij de beer boven hem staan met een uitgestrekte poot om hem dood te slaan. Op dat moment schreeuwt de atheïst: ‘Mijn God!’

Precies op dat moment staat de tijd stil… De beer beweegt niet meer; het bos is stil; zelfs de rivier stopt met stromen. De man ziet een helder licht en hoort een stem uit de hemel die zegt: ‘Al die jaren heb je mijn bestaan ontkend, zelfs mijn schepping heb je afgedaan als een kosmisch ongelukje en nu denk je dat Ik je uit deze benarde situatie ga redden? Kan ik er vanuit gaan dat je je bekeert?’
De atheïst, trots als altijd, kijkt in het licht en zegt: ‘Het zou nogal hypocriet zijn om me na al die jaren opeens te bekeren, maar kun je de beer niet bekeren?’
‘Zoals je wilt’, antwoordt de stem.
Dan verdwijnt het felle licht, de rivier begint weer te stromen, de geluiden uit het bos komen weer tot leven en de beer doet zijn poot weer omlaag. Dan vouwt de beer zijn poten, buigt zijn kop en zegt: ‘Here, zegen deze spijze, amen.’