24 december 2018 * Kerstnachtdienst

Micha 5:1-5 en Lucas 2: 1-20

door ds. Henk Haandrikman, mmv de Cantorij, Dick Grasman, orgel en piano, Philip Kromhout, viool

Verstilling, kom in mij,
Orden mijn chaos.
Beperk mijn woordenstroom.
Genees mijn boosheid.

Geest van verstilling, zuiver mij.
Was mijn verdriet schoon.
Geef mij een helder zien.
Zuiver mijn ondertonen.

Verstilling, rust in mij.
Kom tot in mijn diepste.
Woon op mijn grond.
Vestig jouw huis van vrede in mij.

Geest van verstilling,
Open mijn gehoor voor de goedheid.
Geest van goedheid, dooradem mij.
Maak uit mij ontvankelijk als Maria
opdat ook in mij en door mij
uw licht geboren wordt.

Wij steken een licht aan voor volkeren die leven op donkere plekken
plaatsen waar vrede geen kans krijgt door machtswaanzin of godsdienstwaanzin.

Wij steken een licht aan voor meisjes en vrouwen die in oorlogen en conflicten slachtoffer worden van seksueel geweld

Wij steken een licht aan voor mensen die verdreven van huis en haard
ontredderd en angstig moeten
wachten op beslissingen die anderen over hen nemen:

Wij steken een licht aan voor de kinderen in Bethlehem:
islamitische, christelijke, joodse kinderen
met elkaar levend in een kluwen van onbegrip en vooroordeel
maar onder uw hemel.

Wij steken een licht aan voor wie ongetroost moet leven
door onmacht van anderen om te geven
of eigen onmacht om te ontvangen:

Wij steken een licht aan voor wie zich in deze tijden van korte lontjes, harde woorden, loos geschreeuw zich verschansen in bitterheid of sarcasme:

Wij steken een licht aan voor allen die geen thuis hebben:

Wij steken een licht aan voor hen, bij wie dit feest
alleen verzet en verdriet oproept door herinneringen en gemis:

Wij steken een licht aan voor wie verdwaald zijn in het leven
en een houvast zoeken in een roes of in de uiterlijke schijn:

Wij steken een licht aan voor hen die hier niet kunnen zijn
en dat zo graag hadden gewild:

Wij steken een licht aan voor allen die met ons meeluisteren
zodat zij ook zo in ons midden zijn:

Wij steken een licht aan voor wie gaan door een dal,
hun leven niet zeker, verdrietig en bang,
geraakt door ziekte, onzeker wachtend op een uitslag, herstellend van een operatie, of een behandeling.

God heeft een gezicht

Er was een tijd dat de mensen in deze korte dagen
bij het schemerlicht en bij het halfopen deksel van de kachel
niet anders deden dan verlangen:
een oeroud verlangen naar de lente
en het lengen van de dagen.

Nu scheppen wij iets van dezelfde sfeer
met schemerlicht en gekleurde kaarsen.
Maar ons verlangen is zoveel meer,
reikt zoveel verder dan de lente
en het lengen van de dagen.

Wij verlangen in de duistere berichten van onze dagen
naar een land en een leven zonder angst en leugen.

Zo zit in elke duisternis een eigen dynamiek,
onweerstaanbaar groeit de morgen uit de nacht,
de lente uit de winter.
Zo heeft God zijn schepping uitgedacht.

Diezelfde rusteloze dynamiek zit in de mensen:
onweerstaanbaar groeit bij elke ongerechtigheid
een onbehagen en een weerstand en die wil
om eindelijk en voorgoed gerechtigheid te maken.

Wij bidden om licht dat groter is
dan het licht van de mensen
en om liefde uit den hoge,
mooier dan de lente!

Een aantal jaren geleden, op zoek naar een mooie kerstboom zag ik in een tuincentrum bij de kerstbomen een bordje staan: ‘exclusief kruis’. Voor een houten kruis onder je boom moest je vier euro extra betalen. Toen ik in de lach schoot, geloof ik niet dat de mensen begrepen waarom. ‘Exclusief kruis’. Ja wij willen wel graag een boom zonder kruis: liever eentje met kluit, ook al zijn die nog duurder. Een leven zonder kruis en verdriet, wie zou daar niet voor willen tekenen?
Maar we leven in een wereld waarin zoveel niet meer lijkt goed te komen. Waar het geluk zo broos is als een kerstboombal en zomaar uit je vingers glipt.
We willen liever een leven zonder kruis. En dan denk ik niet alleen aan een leven zonder of met zo min mogelijk lijden maar ook aan het beeld dat ons overal wordt voorgehouden dat je leven perfect zou moeten zijn.

In de afgelopen week viel mij een column over “de tirannie van perfectie’ van Welmoed Vlieger op.
Veel jonge mensen lijden onder wat David Gourion, neurowetenschapper en psychiater in Parijs de ‘tirannie van perfectie’ noemt. De druk om te slagen op school, de universiteit en het werk is enorm. Daarbij hechten we steeds meer belang aan doelen buiten onszelf, zoals het loon, consumeren en andere zaken. Het belang van sociale verbondenheid en van idealen komt er in ons hectische leven te karig vanaf.
Dat die gerichtheid op doelen buiten jezelf zich niet alleen tot jongeren beperkt, blijkt wel uit de wijze waarop bijvoorbeeld het bedrijfsleven en de politiek functioneren. Het imago, hoe je overkomt, neemt steeds meer de plaats in van innerlijke waarden en overtuigingen. De columniste zegt: Ik ken geen film die de malaise van de moderne mens op dit punt beter verbeeldt dan ‘The Matrix’. In de film ontdekt hoofdpersoon Neo dat hij zijn hele leven in een schijnwereld heeft doorgebracht. Waar is de echte werkelijkheid gebleven? En hebben wij persoonlijk nog wel contact met onze bronnen? Dat zijn de vragen waar deze film om draait.

Het kerstverhaal heeft een enorme kracht in zich om ons tot die bronnen terug te brengen, om ons te brengen bij een reële visie op de wereld en op onszelf.
Hoe komen we daar? Waar loopt die weg? Via de vraag die als allereerste gesteld wordt in de Bijbel. Aan Adam die zich verstopt en zich schaamt: Mens, waar ben je?
De mens zoals die bedoeld is.
Hoe word je die mens, hoe vind je die mens. Dat kan een lange weg zijn. De engelen vertellen aan de herders dat die weg langs een kind loopt. “Gij zult een kind vinden gewikkeld in doeken”. Een ingewikkeld kind. Hoe zit het met het ingewikkelde kind dat wij zijn? Zo zijn wij hier bij elkaar, op zoek naar dat kind. Misschien onbewust op zoek naar het kind in onszelf, het kind dat we eens waren en zijn kwijtgeraakt?

Ik weet niet of u het kent – Kindje wiegen. Het is in de RK-kerk een kerstdienst voor de kleine kinderen. In de oudste vorm mocht iedereen het kindje even uit de kribbe halen en het wiegen. Welk kindje wordt er dan gewiegd? Het kindeke Jezus natuurlijk. Of wil ook het kindeke gekoesterd worden dat in ons grote-mensen-lichaam verstopt zit en dat zo moeilijk is terug te vinden? Of is nu net het geheim van deze nacht dat wij verlangen dat die beide kinderen elkaar ontmoeten?

Ik las ergens het ontroerende verhaal over een vrouw in wie die ontmoeting van die twee kinderen plaatsvond. Jarenlang was ze gekweld door een stem die maar zei: ‘jij bent niet goed genoeg’. Een opvoeding met veel nadruk op presteren en weinig liefde, gecombineerd met een streng geloof. Ze ging geloven dat de enige manier waarop ze meetelde voor haar ouders en voor God was hard werken en succesvol zijn. Dat lukte maar die stem ging niet weg.
Het is zo verschrikkelijk moeilijk om je van die nietswaardigheidsgevoelens te bevrijden, ze komen steeds weer terug. Als dat bij haar gebeurde, ging ze naar de keuken en verwondde zich met een mes. Ze moest en zou bloeden. Kwaad was ze, op God, op haar vader en moeder, op haar man. Maar ook dat was verboden: kwaad zijn op anderen en daarom richtte ze haar woede op zichzelf: ‘Je bent lelijk van binnen en van buiten, er is niemand die van je houdt.’ Toen, op een dag, toe ze zichzelf weer had verwond, viel haar oog plotseling op een foto, die al jaren op haar slaapkamer hing. Een foto van haarzelf als klein meisje. Een jaar of vier, een roze haarband in het haar. Een meisje dat stralend de wereld in kijkt. Vreemd dat ze het nu pas zag. Ze was verbaasd over dat kind, ze stond er naar te kijken en ineens pakte ze het van de muur, liep er mee naar beneden, nam het kleine meisje in haar armen, drukte het tegen zich aan en wiegde het en huilde, huilde en huilde. Ze huilde om dit verloren kind. Was het al gestorven? Nee, het leefde nog! Het was natuurlijk beschadigd en die ontspannen, lieve lach, ja, die was vertrokken, het leven had die uitgewist. Maar, dat wist ze zeker, dat kind was er nog! Ze zou weer kunnen worden wie ze ten diepste is: een kind, door God bemind. Ze wilde niet langer dat dat kind nog langer ontkend zou worden, niet door haarzelf en niet door anderen. Dat kind was verstopt, weggestopt achter alle onzin die ze moest geloven en ook zelf ging geloven, al die eisen. Dat kon toch weer weggeruimd worden? ‘Hoor je dat, meisje’, zei ze tegen zichzelf, ‘dat is er later allemaal bij gekomen, het kan er ook weer af. En wat er niet af kan, nou, daar kun je mee leren leven. Je kunt leren er naar te kijken zonder schuldgevoelens, zonder schaamte. Het is een stuk van je leven, het hoort bij je.
Zo werd zij a.h.w opnieuw geschapen, geboren in haar eigen nacht en kou. Niet alleen hoe ze tegen zichzelf aankijkt is verandert, ook God is bij haar a.h.w. opnieuw geboren. Niet meer die koude, veroordelende God maar een God die dezelfde woorden spreekt tegen haar als tegen het kind van Jozef en Maria: ‘Jij bent mijn kind, in jou heb ik een welbehagen’.

Voor God hoeven we niet perfect te zijn. Om dat te vertellen komt de hemel naar ons toe, daalt de Allerhoogste tot ons neer, als een kind, midden in ons menselijk bestaan, in onze angst dat we niet goed genoeg zouden zijn. Wat kan een klein kind, het hoeft zich niet te bewijzen het is er gewoon en brengt juist met zijn kwetsbaarheid iets los bij de ander. Perfectie doet het tegenovergestelde. Wel eens een perfect iemand ontmoet of iemand waarvan je dat denkt…? Ze bestaan niet maar alleen de gedachte al roept zoveel eenzaamheid op.
Geloven heeft niet met streven naar perfectie te maken. Dat is onmenselijk. Geloven heeft te maken met heel-maken.
We zingen in deze kerstdagen veel over Heiland. Letterlijk betekent dat de ‘Heelmaker’: Hij die de scherven lijmt. Hij, die ons leven ó zo voorzichtig en zorgvuldig in alle brokken en stukken bij elkaar zoekt – ons zelf wil helpen zoeken – en tot heelheid brengen wil. Zo, dat een mens zich niet hoeft te schamen. Zo, dat je er een barst, de barsten van mag blijven zien. Want, zoals Leonhard Cohen zingt: There is a crack in everything – thats how the light gets in.
De schoonheid van de kwetsbaarheid van het niet-perfecte. Zou God daar verliefd op zijn geworden..?

Dat U er zo bent:
ons tegemoetkomend
waar wij menen op te moeten kimmen naar..
ja, waar naartoe?
U die ons tegemoet komt als
kracht zonder macht,
sprekende stilte, fluistering van liefde.
aansporing en drijfkracht
tot niets anders dan menselijkheid
en ongelogen liefde.
Leer ons de menselijke maat
Dat wij met uw ogen leren zien naar onszelf en de mensen om ons heen,
naar al wat kwetsbaar is: de wereld, de dieren en de dingen.

Daarom roepen wij en zingen: Dichtbij is God voor wie Hem roepen. (Lied 145b)

Dat U er zo bent
Daarom stamelen wij onze dank, in eerbied en verwondering.
En wij spreken ons verlangen uit.
Dat U als een vuur brandt inde harten van mensen die verkild zijn.
Dat U als de sterrenhemel straalt aan de hemel van wie leven in het donker.
Dat U als een gelaat glimlacht tegen allen die zich eenzaam en onbegrepen voelen.
Dat U een majestueuze berg bent in het leven van mensen die geen enkel houvast meer voelen,
en een horizon biedt aan hen die perspectief nodig hebben.
Dat U de stilte bent in de verdoofde oren van ons allen,
blootgesteld aan een overdosis lawaai en haast.

Daarom roepen wij en zingen: Dichtbij is God voor wie Hem roepen.

God, wees er voor de kinderen die het gevoel hebben dat zij er niet mogen wezen.
Wees er voor hen die in de samenleving niet meer meetellen,
alleen nog als kostenpost gezien worden. Wees er voor hen die geteisterd door natuur- of oorlogsgeweld snakken naar rust en vrede: ……
wees er voor wie te hard rennen of moeten rennen in een onbarmhartige economische tredmolen.
Wees er voor hen die zonder werk geraakt zijn,
Wees er voor wie in het ziekenhuis liggen of in een verpleeghuis
voor wie vechten om te overleven en voor wie behandelingen ondergaan , voor wie te horen hebben gekregen: ‘we kunnen niets meer voor u doen’.

Daarom roepen wij en zingen: Dichtbij is God voor wie Hem roepen.

Wees als stille sterke kracht in mensenlevens
waar menselijk gesproken
geen toekomst is te verwachten
in onverwachte gebaren openend
op onaanzienlijke plaatsen opbloeiend
als een ontvankelijk kind in een ik-gerichte omgeving.
Zo bidden wij in stilte….