25 december * Kerstmorgendienst

Jesaja 52: 7-10 en Johannes 1, 1-14

door ds. Henk Haandrikman

Orgelspel

Samenzang Lied 476 (vers 2 cantorij)

Cantorij Ding dong merrily on high

Samenzang Lied 477

Welkom
(gemeente gaat staan)
Groet

Bemoediging  Onze hulp is in de naam van de Heer
die hemel en aarde gemaakt heeft!

Gebed van toenadering

v. God, U die zichtbaar bent geworden in onze wereld,
niet in dat wat groot en machtig is,
maar in een kwetsbaar klein mensenkind.
God, zichtbaar in het zachte dat zich niet laat verharden,
in het zoete dat niet verzuurt.

God, zichtbaar waar het leven
met elkaar en met de ander een feest is.
Hou ons open, God, blijf ons in beweging roepen,
waai weg onze bedenkingen en reserves,
het stof op onze hartstocht.

a. Leef in ons als pasgeboren, als nieuw vuur,
warm en aanstekelijk.
Heer, hoor ons gebed.
Amen
(gemeente gaat zitten)

Samenzang Cantorij en gemeente Psalm 98

Kyriegebed

Cantorij Kyrie (Orlando di Lasso )

Glorialied Lied 468

Gebed voor Kerstmorgen

Lezing Jesaja 52: 7-10

Samenzang Lied 453 1-Cantorij; 2-allen; 3-Cantorij; 4-allen

Evangelie Johannes 1, 1-14

Samenzang Lied 513

Preek
We hebben hier een mooi mechanisme voor de adventskaarsen. Ik zag het met de kinderkerstviering weer, hoe de krans hoog in de lucht hing. Eén van de kinderen vroeg mij hoe die kaarsen waren aangestoken. “Moet je daarvoor een ladder hebben?” Ja, waar kinderen op letten. Zo vroeg een ander kind aan het eind van de dienst toen ik nog in toga bij de uitgangstond. “Ik heb een beetje een gekke vraag maar bent u moslim?” Ik was te verbouwereerd om te vragen waarom hij dat dacht. Dat je als dominee in zo’n beetje de meest christelijke setting die er maar is voor een moslim wordt aangezien. Het kwam natuurlijk door de toga.
Maar terug naar de Adventskrans. Hoe je die aangestoken krijgt. Moet je daarvoor een ladder op, vroeg het meisje. Ik vertelde dat de Adventskrans naar beneden komt via een draailiertje. “Oh, dan komt het licht naar ons toe.” Nou, het kerstverhaal in een paar woorden. “Uit de mond van kinderen hebt gij U lof bereid”.
Een jongen die onbekommerd en oprecht geïnteresseerd op iemand afstapt waarvan hij denkt dat het een moslim is en een meisje dat zegt dat het licht naar ons toe komt.

Een mooi beeld voor gelovig leven. Wij denken vaak dat wij omhoog moeten. Een ladder op, zogezegd, totdat we bij God, in de hemel zijn, maar het gevaar van dit beeld is dat de mens denkt dat hij moet vergeestelijken, steeds spiritueler moet worden. Dat zijn lichaam, zijn hele gewone dagelijkse leven er niet toe doet. Dat hij dat moet afwijzen, zich moet terugtrekken. Dat hij al het wereldse gewoel onbelangrijk moet vinden en zich alleen moet richten op geestelijke groei, totdat-ie zover is, dat hij de poort door gaat. Alsof God een bovenaards wezen is, zich heeft opgesloten in de hemel en alleen bereikbaar is voor hen, die zich voldoende afkeren van het dagelijks bestaan en zo hoog genoeg die ladder op komen!
Het hoort wel bij het geloofsleven dat je leert om je terug te trekken. Je in te keren. Dat hoort bijvoorbeeld bij Advent en de tijd voor Pasen, de veertigdagentijd. Maar dat inkeren is niet een afkeren van de wereld, het is inkeer tot God. Het is verblijven in de stilte en daarin loskomen van de bindingen die je gevangen houden. Om van daaruit weer vrij in je dagelijks leven te staan.
Het beeld van de adventskrans laat zien dat niet wij niet omhoog moeten, maar dat het Licht naar ons toekomt. God wordt geboren, hier en nu, in jou en in mij – tenminste, als we er ruimte voor maken. Niet wij moeten vergeestelijken, maar het goddelijke incarneert, wordt vlees en bloed. Niet wij moeten de ladder op en de hemel in, maar God daalt af en woont in ons. Midden onder ons in ons hele gewone, lichamelijke, dagelijkse bestaan. Wij hoeven daar alleen maar ruimte voor te maken. Een lege stal te zijn, waarin hij geboren kan worden, telkens opnieuw. Als Johannes schrijft dat het woord vlees is geworden, gaat het daar over. Het kind in de kribbe laat het ons zien: God geboren in een mens. Deze weg is niet een weg van vergeestelijking van de mens, maar van vleeswording van de Geest. De Geest wordt steeds meer vlees en bloed in jou en door jou heen. Dat is de weg die het kerstverhaal ons wijst.

Maar laten we wel wezen: met kerst willen we toch even uit het gewone worden getild. Zingen we daarom zo graag met kerst?. Misschien wel om ons los te zingen van de dagelijkse beslommeringen. Als we dan maar wel weten dat God juist in onze beslommeringen afdaalt.
Met kerst willen we onszelf even weg van de wereld zingen. Even opgenomen worden in de kerstsfeer. Even weg van alle onrust, alle onvrede, alle protesten, alle zorg om onze planeet. Ach, dat mag ook wel eens, maar we moeten dan weer gauw terug. De hemel gaat even open maar dan moeten daar mee verder. Daarna zijn het gewone mensen, de herders, die de boodschap verder brengen. In de Bijbelse verhalen worden mensen niet bevrijd uit deze wereld maar in deze wereld.
Maar af en toe willen we onszelf even weg van de wereld luisteren en ons verliezen in het oude verhaal.
Ja, dat oude vertrouwde verhaal moet worden verteld, misschien omdàt ons leven zo verandert. De wereld om ons heen zo in beweging. Zovelen die de ontwikkelingen in hun leven maar met moeite kunnen bijhouden. Even gaat de hemel open, het licht komt naar ons toe. Maar één van de wonderen van dat oude verhaal is, dat het ons niet weg laat dromen maar midden in het eigen alledaagse bestaan ons vertrouwen inboezemt. We willen het horen, steeds opnieuw, net als kinderen voor het slapen gaan. Vertrouwen, terwijl er in het verhaal toch sprake is van grote vrees, of is dat een van de redenen dat we het zo graag horen, omdat er in ons leven en om ons heen zoveel vrees te vinden is?
Met hoeveel vertrouwen kun je in het leven staan, als het gaat om je werk, je toekomst, je gezondheid, je veiligheid, je geloof, de zin van het leven, de toekomst van onze aarde, onze vriendschap, onze liefde ?
Hoe alleen en klein en bang kan een mens onder de hemel staan, hoe stom gesloten kan die hemel zijn. Wat zien en horen we eigenlijk van dat licht dat naar ons toe komt? En hoe groot is het verlangen dat God eindelijk eens iets zou zeggen. Eens iets terugzegt als je bidt. Zoals in dat prachtige boekje “Robin en God’. Over de kleuter Robin. Zijn vader gelooft nadrukkelijk niet in God en is daar af en toe behoorlijk bot over. Zijn moeder en zijn oma houden zich er niet zo mee bezig. Alleen met zijn opa kan hij over God praten. ‘God kan jou niet zien maar wel horen,’ zegt opa in zo’n gesprekje. ‘Kan God je echt horen als je bidt?’ vraagt Robin. ‘Ja’ zegt opa, ’dat denk ik wel.’ ‘Maar als er nou een heleboel mensen tegelijk bidden? Dan hoort hij alles door elkaar! Kan hij dan wel horen wat ik zeg?’ ‘Makkelijk,’ zegt opa. ‘Dan heeft God zeker heel veel oren…’ ‘Jij snapt het’, zegt opa. ‘God heeft heel veel oren. Voor ieder mens heeft God één oor.’ ‘Ook voor papa?. ‘Ook voor papa,’ zegt opa. ‘Maar in het oor voor papa heeft God een watje gestopt.’ ‘En.. God kan je alleen maar horen als jij dat graag wilt.’ ‘Hoe kan dat dan?’ ‘Het is net alsof je opbelt,’ zegt opa. ‘Als ik over een tijdje weer in de grote stad ben, dan kan ik jou niet zien en ook niet horen. Maar als je mij dan opbelt, dan kan ik je wèl horen! Zo is het ook met God. En het leuke van God is, hij is altijd thuis.’ ‘Kan God wel wat terug zeggen?’ vraagt Robin. ‘Dat hééft hij wel eens gedaan,’ zegt opa. ‘Maar niet zo vaak.’
Tot zover Robin. En dan zijn we weer waar we waren gebleven. Wat kun je verlangen dat God eens wat terug zegt. ‘Dat hééft hij wel eens gedaan, maar niet zo vaak’. Is het wijze antwoord van opa.
Wat kun je verlangen ook dat God eens ingrijpt. Eens flink ingrijpt. En dan horen we weer met kerst hóe God ingrijpt: door als een klein kwetsbaar kind onder ons geboren te worden. Als licht naar ons toekomt. Daar ergens is de oplossing te vinden: in kleinheid en kwetsbaarheid. Hoe klein en kwetsbaar durven we te worden. Dat is wel een alternatieve manier van ingrijpen. En weet u het woord alternatief betekent letterlijk: anders geboren. Niet zoals wij het graag zouden zien maar anders. God komt naar ons toe, daalt af in ons bestaan om het daar te verlichten. God komt naar ons toe als een woord dat vlees wordt, zegt Johannes. In onszelf dus.

Het woord – dat kan van alles zijn. Een woord uit de bijbel of uit een ander boek, de stilte, de natuur, muziek, liturgie, een ander mens, een beeld dat in je opkomt. Maar ook alle levenservaringen; om uitersten te noemen: intense liefde en vreugde, intense pijn en lijden. Al die woorden worden in ons gesproken. Al die woorden kunnen in ons weerklinken. Al die woorden zouden we in geduld kunnen dragen om ze tot ontwikkeling te laten komen. Net zo lang tot ze geboren kunnen worden, vlees kunnen worden. Net zo lang tot ze gestalte kunnen krijgen in ons leven om dan licht en kleur te geven die je aan een ander kunt aanbieden, vollere liefde, dieper begrip, mildheid, een beter verstaan, grotere innerlijke ruimte om naar een ander te luisteren. De omgeving van de mens is de medemens. zei Jules Deelder. Zo wordt het woord, alle levenservaringen, vlees in ons en kan een alternatief worden voor manier van leven die vaak zo hard en onverzoenlijk is.

“Jezus komt naar school”, riep onze oudste kleindochter vorige week, ze is vier en beleeft alles heel intens. Met Sinterklaas komt Sinterklaas naar school. En met Kerst komt Jezus en die komt dus ook naar school. Sinterklaas vond ze wel wat griezelig. Gespannen ging ze naar school, maar Jezus viel erg mee, een opluchting voor de twee dominee-opa’s die ze heeft.
“Jezus komt naar school”. Het licht komt naar ons toe. Heel vanzelfsprekend. Midden in wat mensen zijn heeft Hij willen wonen. Dat we iets van dat kinderlijke geloof mee mogen nemen in 2020.

Muziek orgel en bugel:

• Ich steh an deiner Krippen hier, in een bewerking van Wolfgang Arneth
• In dulci jubilo,  in een bewerking van Wolgang Arneth

Samenzang lied 475

Gebeden

Collecte Kinderen in de Knel

Cantorij zingt: A marvellous birth – Bob Chilcott (*1955)
tekst Elisabeth Jennings (1926 – 2001)

Slotlied lied 471

Wegzending en zegen

Samenzang Ere zij God

Uitleidende muziek orgel en bugel: Lobt Gott, ihr Christen alle gleich
bewerking van Wolfgang Arneth

Aan deze dienst werkten mee:
ds. Henk Haandrikman – voorganger
Cantorij o.l.v. Jerry Korsmit
Christine Janssen – orgel
Greet de Boer – Bugel
Esther Boogaard – lector
Jan Kooiman – ouderling
Peter Cloos– beamer
Willemien Ekkerman en Rita Kievit – koster