zondag 6 juni * ds. H.A. van Olst te De Rijp *

Welkom en mededelingen door de ouderling van dienst

Het aansteken van de kaarsen

Groet en Bemoediging

Drempelgebed

inleiding 1: Op zoek naar ontmoetingsgelegenheden

Lange tijd heerste in ons land en elders in de wereld een streng regiem. Dat was nodig om de pandemie te bestrijden. Veel vrijheid beperkende maatregelen. Toen kwam er een tijd van: testen, testen en nog eens testen. Daarna: injecteren, injecteren, injecteren. Dat begint nu zijn vruchten af te werpen. Sinds gisteren, 5 juni 2021, wordt er versoepeld en bij goed gedrag en minder besmettingen worden in ons land verdere versoepelingen in het uitzicht gesteld.

Dit voelt goed. Nieuwe kansen en mogelijkheden gaan zich voordoen om elkaar te ontmoeten en te spreken van aangezicht tot aangezicht: een nieuw begin van leven en samenleven. Misschien voelt u het vandaag, op de eerste dag van de nieuwe week, zondag/opstandingsdag ook wel zo aan?

Steeds opnieuw beginnen.

Vanaf september 1977 tot januari 1992, ik was toen als predikant verbonden aan de Muiderkerk in Amsterdam-Oost, ging ik iedere donderdagochtend naar een beraad, werkochtend met collega predikanten, die allemaal van teamwerk hielden. De hele ochtend waren we dan in een zaaltje van de Amstelkerk bezig met vertalen, teksten van uitleg voorzien, een preekschets bespreken, mooie liederen uitwisselen, een gesprek met kinderen voorbereiden, enzovoort.

In mijn herinnering waren het  vaak prachtige, inspirerende ochtenden. Hooggestemd kwam ik er vandaan, goed voorbereid op de dienst van de komende zondag.

Na afloop pakte ik mijn fiets, stak het Amstelveld dwars over en reed langs een café, waarop met heldere, witte letters de tekst geschreven stond: ‘Dit is de eerste dag van de rest van uw leven’.

Die woorden hebben destijds diepe indruk op mij gemaakt. Ze staan diep in mijn ziel gegrift.

Ontmoetingsplekken. We hebben ze nodig als brood. We verlangen ernaar om elkaar te zien en te spreken van aangezicht tot aangezicht. Want we weten het allemaal heel goed. Het kan zomaar gebeuren dat er via de ander nieuw licht valt op jouw bestaan: licht, ander licht, eeuwig licht.

Lied 92 vers 1, 2 en 3

inleiding 2: Ontmoetingsplaatsen in de bijbel: waterbronnen

Er staan hele mooie verhalen in de bijbel over ontmoetingen bij waterbronnen. Herders en herderinnen, voorbijgangers ontmoeten elkaar daar waar mens en dier dorst hebben en smachten naar een koele dronk. Mannen en vrouwen en dieren bij de levensbronnen. Daar vernieuwt zich het leven en samenleven. Daar ontstaan liefdesrelaties. Levensbronnen/liefdesbronnen.

Elimelech vindt daar een vrouw voor Izaäk, de zoon van Abraham. Jacob/Israël ontmoet bij de waterbron Rachel, veel later zijn teer beminde vrouw. En Mozes, weggevlucht uit Egypte vindt daar Zippora.

Vandaag zit Jezus, dorstig, bij de Jacobsbron in het Samaritaanse land. Wie zal hij daar ontmoeten?

Een vrouw. Een Samaritaanse vrouw die water komt putten. Zij raken in gesprek. Tijdens dat gesprek gebeurt er iets dat ver uitreikt boven alledaags gepraat. Opeens krijgt het gesprek eeuwigheidsdimensies.

Lied 92 vers 7

Gebed om ontferming

Lied 305 vers 1

Evangelielezing: Johannes 4: 5 – 26

Lied 188 vers 1, 2, 3 en 4 .   Solo (door vrouw) Refrein (door de leden van de cantorij

Overdenking

Gemeente van onze Heer Jezus Christus

Het verhaal van de Samaritaanse vrouw in ontmoeting met Jezus staat in het vierde hoofdstuk van het evangelie volgens Johannes.

Dit evangelie kent een prachtig begin, één van de meest indrukwekkende passages van de hele Heilige Schrift. Het is bepalend voor het verstaan van het hele evangelie volgens Johannes en daarom breng ik het tot klank in de vertaling van Pieter Oussoren in de Naardense Bijbel:

  1. Sinds het begin
    is er het spreken
    dat spreken is God nabij
    ja, God zelf is dat spreken. 
  1. Het is er sinds het begin
    God zo nabij. 
  1. alles geschiedt daardoor
    en buiten dat om
    geschiedt niet één ding
    dat is geschied! 
  1. Daardoor is er leven
    en dat leven is:
    het licht der mensen. 
  1. Het licht schijnt in de duisternis;
    de duisternis heeft het niet opgenomen. 
  1. Het geschiedt: een mens wordt
    uitgezonden van bij God:
    Johannes is zijn naam! 
  1. Hij komt tot getuigenis
    om te getuigen van het licht
    opdat allen door hem gaan geloven. 
  1. Niet hijzelf is het licht
    nee, hij ie er.   om te getuigen van het licht:
    dit licht is het waarachtige licht
    dat iedere mens wil verlichten
    komende tot de wereld!

 Jezus komt tot de wereld! Dat is zijn opdracht.

In Johannes 4 lezen we: Jezus moest door Samaria komen!

 Joden, die van Jeruzalem naar Galilea reizen, doen dat niet rechtstreeks. Zij reizen met een grote boog om Samaria heen. Zij minachten de Samaritanen. De Samaritanen op hun beurt moeten niets van de Joden hebben. Zij, de Joden, vereren God in de tempel van Jeruzalem, de Samaritanen hebben een heiligdom op de berg Gerizim.

De Samaritanen, in Joodse ogen, een verachtelijk volkje. Daar kijk je op neer.

Zo niet: Jezus van Nazareth. Hij moet daar juist zijn. Hij is iemand die verbindt. Hij is iemand die muren slecht. Hij is iemand die verschillen overbrugt. Hij laat een ieder in zijn of haar waarde.

Hij moest door Samaria gaan. 

Hij komt aan in Sichar, dichtbij het stuk grond dat aartsvader Jacob aan zijn zoon Jozef heeft gegeven. Daar is de Jacobsbron. Bij die bron strijkt Jezus neer. Daar zit hij, dorstig in de zon, de volle middagzon!

Hij beseft dat hij op een historische plek zit. Hij moet denken aan de aartsvaders van Israël: Abraham, Izaäk en Jacob. Ook aan Sara die daar in eigen grond begraven is. Vooral natuurlijk daar bij die bron aan Jacob, die de aartsvaderlijke zegen op slinkse wijze aan zijn broer Ezau heeft ontstolen en moet vluchten. Jaren en jaren later verzoenen de broers zich met elkaar. Dan trekt Ezau met zijn bewapende manschappen verder, maar Jacob, die met God geworsteld heeft bij de rivier de Jabbok en de naam Israël heeft gekregen gaat zijn eigen weg. Hij richt zich naar de tred van de kinderen en naar de tred van het vee. Hij laat zich leiden door de kwetsbaren. Jezus denkt dat hoort eigenlijk de weg van het volk Israël in de wereld te zijn. In plaats van een uiterst gewelddadig volk te zijn (vergelijk de recente bombardementen op Palestijnse gebieden!)…. je richten naar de tred van de kinderen en van het vee!

Dan ziet Jezus in de verte een vrouw met haar kudde naderen. Ze is op weg naar de Jacobsbron. Wie is deze vrouw? Ze heeft een open oogopslag.  Jezus spreekt haar aan. Hij komt om van de dorst. ‘Mij dorst’. ‘Geef mij toch te drinken’ zegt Jezus. Ze kijkt Jezus aan. Zet grote ogen op. ‘Vraagt u, een Jood, aan mij, een Samaritaanse vrouw, om water te putten?’ Dat kan toch niet! Dat is tegen alle verhoudingen in! Dat is: not done!

Jezus is een verbinder. Hij slecht alle barrières tussen Joden en Samaritanen, tussen mannen en vrouwen. Hij gaat het gesprek met haar aan. Op deze plaats van ontmoeting, bij de bron, de Jacobsbron.

Je weet maar nooit wat ervan komt als mensen met elkaar in gesprek gaan, als een man en een vrouw elkaar ontmoeten van aangezicht tot aangezicht. Als alle belemmeringen en begrenzingen en beperkende bepalingen worden doorbroken. Zo’n gesprek, zo’n ontmoeting kan van grote betekenis zijn voor de rest van je leven.

Ik herinner even aan de tekst op het raam van een café op het Amstelveld in Amsterdam: ‘Deze dag is de eerste dag van de rest van je leven’. Zo bepalend, zo verstrekkend, zo verrijkend, zoveel perspectief biedend kan een ontmoeting, kan een gesprek zijn.

Jezus antwoordt de vrouw: ‘Als u wist wat God u wil geven en wie het is die tot u zegt ‘geef mij te drinken’ dan zou u hém om water hebben gevraagd en dan had hij u levend water gegeven!

Gemeente, wat een grandioze omkering vindt hier plaats!

‘God is een bron van levend water’ verkondigde de grote profeet Jeremia. De profeet Jesaja roept: ‘Komt alle dorstigen tot de wateren van Gods goedheid!’  Kan Jezus in het spoor van de grote profeten van Israël levend water verschaffen?

De vrouw zegt: ‘U hebt niet eens een emmer en de put is diep, hoe wilt u aan het levende water komen?’

Jezus antwoordt haar: ‘Iedereen die van dit water drinkt, zal weer dorst krijgen, maar wie drinkt van het water, dat ik geven wil, zal tot in eeuwigheid niet meer dorsten. Het water dat ik aan hem, aan haar schenk, zal in hem, zal in haar opwellen als een bron van eeuwig leven!’

Hier zien we dat een gesprek dat over water gaat opeens diepere lagen en wijdere perspectieven krijgt.

Als Johannes over water schrijft gaat het over reiniging, zuivering, vernieuwing, opnieuw geboren worden, over omkering, over verandering. Kortom: een nieuw begin maken! Een nieuw begin van leven en samenleven!

Het gesprek tussen Jezus en de Samaritaanse vrouw neemt opeens een andere wending aan als Jezus tegen haar zegt: ‘Ga, roep uw man en kom weer hier naartoe’. Dan zegt ze: ‘Ik heb geen man’. Jezus antwoordt: ‘Dat zegt u goed dat u geen man hebt. U hebt vijf mannen gehad en die u nu hebt, is uw man niet, dat hebt u naar waarheid gezegd’. Dan zegt de vrouw: ‘Heer, ik zie in dat u een profeet bent’.

Later zegt ze als ze met jezus gesproken heeft waar God te aanbidden, in Jeruzalem of op de berg Gerizim en Jezus antwoordt dat het er op aankomt God te aanbidden in geest en waarheid dan zegt ze:’Ik weet dat de Messias komt. Hij die de Christus heten mag’.

Jezus zegt dan: ‘Ik ben ‘t, die tot u spreekt’! Ik ben   ….. dat is de Gods Naam.

We herinneren ons de proloog van Johannes:

Sinds het begin is er het spreken
dat spreken is God nabij!
Ja, God zelf is dat spreken
Het is er sinds het begin: God zo nabij. 

Het moge duidelijk zijn: Hier zijn Vader en Zoon één!

Dan laat de vrouw haar waterkruik achter en gaat terug naar de stad om aan iedereen te vertellen wat haar is overkomen. De ontmoeting bij de Jacobsbron met die man, die bijzondere Joodse man. Over wat hij zei over het water, het levende water dat jouw dorst lest voor eeuwig en altijd.

Het gesprek heeft haar leven veranderd, vernieuwd. Zelf is zij een bron van levend water geworden.

Een getuige!

….. om te getuigen van het licht, opdat allen, de hele stad, gaan geloven niet zij is het licht, zij is er om te getuigen van het licht. Dit licht is het waarachtige licht, dat iedere mens wil verlichten!
Het waarachtige licht
Het licht van Pasen
Eeuwig licht.

Amen

Orgelspel

Lied 793: 1, 2 en 3

Gebeden afgesloten met oecumenisch Onze Vader

Slotlied 760 vers 1, 4 en 6

Zegen

Orgelspel