donderdag 18 april * Witte Donderdag

Witte Donderdag

voorganger: ds. H.G. Haandrikman

 

 

 

 

 

Orgelspel O Lamm Gottes unschuldig – Johann Seb. Bach

Groet

Bemoediging    v. Onze hulp is in de Naam van de Heer
a. die hemel en aarde gemaakt heeft. Amen.

Gebed voor Witte Donderdag

Zingen Psalm 113:1
(één van de psalmen die Jezus en de discipelen
waarschijnlijk hebben gezongen bij de maaltijd)

Het kan bijna niet anders of ze hebben toen ook gelezen, Jezus en zijn vrienden. Of in ieder geval verteld over hoe bij de uittocht ongezuurde, ongedesemde broden moesten worden gegeten. Zeven dagen lang. En hoe meteen aan het begin van het feest alles wat zuurdesem bevat, moet worden weggedaan, opgeruimd en weggegooid. Geen korrel gist of zuurdesem mag er meer in huis zijn, laat staan genuttigd worden.

Het boek exodus vertelt zelfs dat er een straf op stond als je dat wel deed: Uitsluiting uit de gemeenschap. Dat klinkt hard, maar het maakt wel iets duidelijk; Het is belangrijk, dit voorschrift: Doe alle zuurdesem weg. Wat kan de zin hiervan zijn?

Als je brood maakt met zuurdesem dan doortrekt dat zuurdesem het hele brood. En wanneer het brood opraakt en je moet weer een nieuw brood bakken dan bewaar je een stukje van het oude deeg om er het nieuwe mee te aan te maken,
Zo blijft dat zuurdesem altijd meegaan.

Nu wordt er gezegd dat dat oude zuurdesem helemaal moet worden opgeruimd. Er mag niks van meegaan, want dan doortrekt het oude weer dat hele nieuwe brood.
Waar staat dat zuurdesem voor?

Zou het kunnen zijn dat dat zuurdesem staat voor alles wat mijn bevrijding in de weg zit, voor alles wat mij vasthoudt. In het land van de angst, in mijn verleden, in mijn fouten, in mijn slavenbestaan? Wat is het toch dat mij weerhoudt om te worden wie ik kan zijn? Wat is het dat in mij oude wonden openhaalt en mij terug doet kruipen in mijn schulp?
Wat is het dat een hele samenleving kan doortrekken
De omgang tussen mensen kan verpesten. Wat is het dat vertrouwen en openheid doet omslaan in wantrouwen en achterdocht?
Het gist van de angst? Het zuurdesem van de wanhoop?
Oude stemmen en krachten, die mij als persoon ervan afhouden op weg te gaan naar wie ik kan zijn. Oude bekende geluiden die ons als mensengemeenschap terug willen roepen naar de overzichtelijkheid, de duidelijkheid en de veiligheid van een slavenbestaan.

Is het een wonder dat de bijbel zegt: Dit zuurdesem van de angst, dit laatste restje Egypte in ons: Weg ermee! Opruimen die handel. Schep ruimte. Maak plek voor iets nieuws. Ook dat hoort bij Pasen.

Lezing Exodus 12: 1-11
(één van de lezingen die Jezus en de discipelen
waarschijnlijk hebben gelezen bij de maaltijd)

Zingen Psalm 113:2
Ver boven aller volken trots
blinkt hemelhoog de glorie Gods.
Wie is als Hij, de HEER der heren?
Hij onze God, die troont zo hoog,
slaat op het diepste diep zijn oog.
Hemel en aarde moet Hem eren.

De leerlingen moeten het gevoeld hebben. Die stroom, die krachtbron. Bij die laatste maaltijd wil Jezus nog één keer duidelijk maken waar het hem om begonnen is. Het is als het ware zijn geestelijk testament. Meer dan met woorden laat hij de taal van het gebaar, de taal van het lichaam spreken. Hij zegt niet veel, maar doet iets. Iets dat meer zegt dan honderd, nee duizend preken zeggen kunnen. Hij doet zijn bovenkleed uit en slaat een doek om, giet water in een waskom en begint de voeten van zijn leerlingen te wassen. Als een knecht bij zijn meesters. Ik stel me voor dat al het gekakel en gekissebis van de leerlingen daar aan die tafel stilvalt. Ineens gebeurt er iets. Al het gepraat van ons mensen waar we vaak maar weinig echt mee zeggen, vervliegt, verstomt bij zien van dit gebaar.

Deze veelzeggende daad. Er zit een diepe boodschap in die stilzwijgende handelingen die Jezus verricht. Ik was jou de voeten. Ik spoel alle rottigheid van je af, ik maak je weer als nieuw Al dat oude zuurdesem van jou: Weg ermee. Je kunt op weg gaan rein en wel en met een schone lei. Bevrijd van al het overtollige. Terug bij wat er werkelijk toe doet, terug bij de essentie: Jij bent aanvaard, van top tot teen.

Laat dat nou eerst maar eens tot je doordringen. Ontvang het, laat het bij je binnenkomen. Dan zul je in staat zijn om wat ik hier aan jou doe ook aan een ander te doen. Zoveel nederigheid, stuit Petrus tegen de borst. Is dit nu een heer en meester? Eén die bij mij neerknielt en mij –onreine- De voeten wast? Laat het nu maar aan je gebeuren, Petrus Al begrijp je het nu nog niet. Dat begrijpen komt later wel;
Ervaar het, onderga het, nu. Want zo krijg je deel aan mij, aan wat ik aan jou wil schenken En aan ieder mens: Jij bent kostbaar, kwetsbaar mensenkind, Ik buig mij voor het licht in jouw ogen. Ik wil de grauwsluier wegwassen die dat licht verdonkeremaant, zodat het er kan zijn, zodat jij er kunt zijn als nieuw.

Lezing Johannes 13:1-10

Zingen Lied 569

We breken straks het brood en vandaag zijn dat matzes om dicht in de buurt te zijn van de maaltijd die Jezus zelf vierde met ongezuurd brood.
Als je een matze breekt dan zie je duidelijker dan bij gewoon brood dat er breuklijnen zijn, rafelranden.
Het brengt duidelijker naar voren wat de betekenis is van breken.
Eén van de werkwoorden die Jezus zegt. Zegenen, breken, delen.
We zijn uitgenodigd om brood te eten. Gebroken matzes, opdat er genoeg is voor iedereen. Met rafelranden gebroken, opdat je niet vergeten kunt dat het stukjes blijven van een groter geheel.
Breken en delen, net zo lang tot we één zijn.” Breken en delen: afstand nemen van je bezit, van alles wat je aan het aardse gehecht maakt, van alles wat je onvrij maakt om echt mens te zijn, om echt lief te hebben. Hier wordt een vergezicht tastbaar, een koninkrijk op aarde zichtbaar.

En de weg daar naar toe: die wonderlijke weg van breken en delen, die ons hier vanavond tot een gemeenschap maakt, verenigd rond één tafel. Wij zijn gasten in dit leven, zoals aan deze tafel.
Dit breken is tegelijkertijd vermenigvuldiging. Soms moet je breken omdat wanneer er niet gebroken wordt, alles op zou houden. Dit breken is ook als die ene zin die je nauwelijks over je lippen krijgt na een lange verstarde ruzie; die enkele woorden waarin je iets van je halsstarrigheid opgeeft om samen verder te kunnen. Als een mens zijn of haar zekerheden zo durft los te laten, is er nieuw begin mogelijk. In het breken en delen van het brood door Jezus schuilt ook die toewijding aan een groter geheel. Hij noemt het het Koninkrijk van God. Dat is als een feestmaal waar iedereen en dan ook werkelijk iedereen bij uitgenodigd is. Diezelfde toewijding aan dit grotere ideaal kent het lijden en sterven van Jezus. Voorbij zelfbehoud en angst. Breken om heel te worden, sterven om te leven. Een laatste avondmaal wordt de voorbode van een nieuw begin.

Ik denk dat het bij uitstek in het breken en delen is, dat er iets geopend kan worden in een mens dat een mens groter doet zijn dan zichzelf alleen. Op de breuklijn van het gebroken worden sluimert dat mysterie. Verscholen in het breken, dat zijn ware betekenis krijgt als er een ander is om mee te delen. Niet om mij alleen gaat het, ik raak in mijzelf opgesloten als er geen ander is die mijn naam noemt, die mij tot leven roept, die brood wil delen, of wijn wil aannemen.

Zo breken en delen wij samen: hier binnen deze gemeente en overal in de wereld waar mensen samenkomen in de naam van Jezus. Om elkaar te voeden en te doen groeien. Om bereidheid tot openbreken te oefenen, bereidheid tot jezelf geven, maar net zozeer tot openheid om te kunnen ontvangen. En telkens als we brood breken en samen met wijn delen, worden we even een. Een geheel van mensen die proberen te leven in het spoor van Jezus. Het vraagt oefening om jezelf telkens weer ontvankelijk te maken en te laten openbreken. Daarom breken en delen we telkens weer opnieuw. Simpelweg omdat we op dat moment even meer zijn dan onszelf alleen, bij uitstek een geloofsgemeenschap, maar ook om ons telkens weer te voeden met het visioen van heelheid dat in die gebrokenheid aan het licht kan komen. Zo willen we juist vanavond, ‘de avond voor zijn lijden’, onze trouw aan Jezus vieren, die in ons midden leeft, wanneer we ons zijn inspiratie eigen maken.

Lezing Lukas 22: 7-23

Zingen (3x) UBI CARITAS ET AMOR UBI CARITAS DEUS IBI EST
(waar goedheid en liefde is, daar is God

DIENST VAN DE TAFEL

Nodiging

Inzameling

Tafellied Lied 558: 1-4

Tafelgebed

De Heer zal bij u zijn
de Heer zal u bewaren
Verheft uw harten
wij zijn met ons hart bij de Heer.
Laten wij danken onze God
het past ons de Heer te danken.

. … Daarom verkondigen wij, met engelen en aartsengelen
en met alle hemelse heerscharen uw grote en heerlijke naam:
Lied 404e

Vervolg van het tafelgebed

Lied 403a

Onze Vader

Vredegroet  De vrede van de Heer zij altijd met u
Zijn vrede ook met u

Lam Gods 408e

Gemeenschap van brood en wijn

Orgelspel Vater unser im Himmelreich – Jacob Praetorius

Slotgebed v…..Jezus de levende a. Amen.

Na het gebed wordt de avondmaalstafel opgeruimd

Lezing Matteüs 26:30, 36-46

Zingen Getsemane die nacht moest eenmaal komen.

Afsluitend gebed
v. Heer, blijf bij ons
want het is avond en de nacht zal komen.
a. Blijf bij ons en bij heel uw kerk
aan de avond van de dag,
aan de avond van het leven,
aan de avond van de wereld.
Blijf bij ons
met uw genade en goedheid
met uw troost en zegen,
met uw Woord en Sacrament.
Blijf bij ons
wanneer over ons komt
de nacht van beproeving en angst,
de nacht van twijfel en aanvechting,
de nacht van de strenge, bittere dood.
Blijf bij ons
in leven en sterven,
in tijd en eeuwigheid.
Amen

(De dienst eindigt in stilte misschien willen sommigen nog wat
nablijven anderen gaan nu liever
laten we dat doen zonder elkaar te storen)