Paasmorgendienst * ds. Henk Haandrikman

Orgelspel    Christ lag in Todesbanden-H. Scheidemann/Georg Bohm

Welkom ouderling

Lied 600      Intussen wordt de Paaskaars binnengedragen door de diaken                  

Groet en Bemoediging 

Gebed      Wij bidden U, o God,
om het licht van Pasen,
om het licht en het vuur
dat Jezus in ons midden heeft ontstoken.

Wij bidden om licht
voor de wijde wereld
en voor de plaats waar wij wonen.

Ja, wij bidden om licht,
het licht van Christus,
dat Hij opstaat in ons
en in de wereld om ons heen.
Amen.

Inleidende woorden

Voor mij, net als voor velen van jullie , denk ik, weet ik, zijn deze dagen van Witte Donderdag tot nu, Paasmorgen, een intens beleefde tijd. Een belangrijk deel van die intensiteit komt doordat je die dagen, die diensten samen mee maakt. Dat voegt zoveel toe! Voor de tweede keer kan dat niet en ik wil u gerust toegeven dat het mij zwaarder valt dan vorig jaar. Toen had het ook nog wel iets: de creativiteit die los kwam om nieuwe vormen vinden en… we wisten niet dat het zo lang zou duren.

Maar nu.. en dan ook nog eens niet samen zingen! Uitgerekend op deze dag.

Bij het weer lezen van het Paasevangelie viel me daarom des te meer op hoe stilletjes en schuchter het verhaal begint. Geen meeslepend gejubel maar vooral geluiden van twijfel, ongeloof, aarzeling. En langzaam opent zich dan het heerlijke besef: de steen is weg gerold.

Dat is het perspectief, ook nu. We horen een lied van Sytze de Vries. Het wordt ons voorgezongen. Om een regel van een ander lied van hem te parafraseren: Het lied op andere lippen draagt ons dan naar het licht.

Lied              Prijs de dag dat Hij verrees

Kyriegebed

 Gezongen Gloria van Vivaldi

Paasevangelie       Johannes 20:1-18

Gezongen Halleluja van Arvo Pärt

Preek

Wat moet je toch voorzichtig zijn met woorden. Ze kunnen maken of breken.

De kracht van woorden is groot. Een paar woorden, een notitie, even zichtbaar voor een oplettende cameraman, en zie wat er nu gaande is.

Hier blijkt maar weer eens uit dat de kreet: “geen woorden maar daden” een te gemakkelijke tegenstelling is. Alsof woorden maar woorden zijn, geen daadkracht hebben. Nou iedereen die wel eens is geraakt door woorden, hetzij negatief of positief, weet wat voor effect ze kunnen hebben. Ze doen wel degelijk iets. Woorden kunnen ook daden zijn. Het Hebreeuws kent er ook maar één begrip voor: dabar betekent woord en daad inéén. Denkt u maar aan het scheppingsverhaal. Als God schept, spreekt hij een verlossend woord, maar het is ook een verlossende daad: wat Hij zegt, gebeurt. Er zij licht, en er was licht… Tegen de duisternis in spreekt Hij en daarmee doet Hij.

Woorden kunnen iets doen, dan hebben ze de kracht van een daad. Ze kunnen je dag maken of breken, je leven kleur geven of het dompelen in grauwe grijsheid. Ze geven toekomst of ze sluiten die voor je af, tijdelijk en soms ook voorgoed. De afgelopen dagen klonken er hier van die woorden die niet verlosten. ‘Mijn God, mijn God waarom hebt Gij mij verlaten’, sprak Jezus aan het kruis. Het waren woorden van bittere eenzaamheid. Ook dat soort woorden bestaan. We kennen ze ook, misschien van heel nabij. Woorden zonder toekomst, ‘einde verhaal’.

Maar hoe verlossend kan een woord ook zijn. We kunnen ons allemaal wel van die woorden herinneren: de goede uitslag van een onderzoek, de mededeling dat je geslaagd was voor een examen, je liefde die beantwoord met een verlegen ‘ik ook van jou’. De mededeling dat er een vaccin, dat er meerdere vaccins zijn ontwikkeld.

En vandaag op Pasen het meest verlossende woord: Opstanding. Een groot woord en daarmee lopen we het risico dat het te groot wordt en we er niets mee kunnen. Woorden kunnen ook te groot zijn. Dan haken mensen af. Dat zien we ook gebeuren waar we in de kerk te gemakkelijk die woorden in de mond nemen.

Het gaat ook om iets heel groots, de kern van ons geloven. Er is iets totaal veranderd met Pasen: Jezus leeft. Hij leeft in de werkelijkheid om ons heen. Met de woorden van de abt van abdij Koningshoeven gisteren in Trouw – hij overleefde Corona maar net – maar verloor twee medebroeders:  ook in deze pandemie is Pasen te zien. Dan moet je goed kijken en luisteren. Aan het bed op een ic-afdeling of als iemand aanbiedt om voor de buurvrouw boodschappen te doen. Als je goed kijkt zie je het elke dag wel ergens Pasen worden, zie je wel iets van opstanding.

Opstanding is en blijft een groot woord maar als we goed kijken en luisteren, zien en horen we hoe het verlossende daarvan terug te vinden is in zoveel om ons heen.

Al jaren loopt een gedicht van Jaap Zijlstra met me mee. Het heeft ook die titel

Opstanding is een groot woord
ik probeer het kleiner te zeggen,
schaal één op tienduizend.

Opstanding is wakker worden
en de lijsters preken van de daken
en de raven van de kansels: Jezus leeft!

Opstanding is Luther die er niet meer tegenop kon
en met grote letters op zijn tafel schreef:
Vivit! Hij leeft!

Opstanding is mijn moeder, ten dode opgeschreven
door alle mogelijke doktoren en een razend knappe professor,
maar kijk: ze leeft zo bedrijvig als een huismus.

Opstanding is een berm vol bloemen,
een poldersloot vol leven,
beter geen vogel in de hand en tien in de lucht.

Opstanding is de grafsteen van Martin Luther King
en daarop de letters: God zij dank,
ik ben eindelijk vrij.

Opstanding is licht dat terugkeert naar de zon,
regen naar de wolken, woorden terug in mijn mond.

Opstanding is een wonder, een verwondering,
Je wrijft je ogen uit, het is klaarlichte nacht.

Opstanding is een schaterlach van licht,
de hoeken van je mond krullen om,
je ogen gaan open en dicht
van zoveel licht na zoveel waarom.

Opstanding is een groot woord maar het kan heel dichtbij komen, Zo dichtbij als je eigen naam.

In het Paasverhaal klinkt er in wezen maar één woord: Maria.  Dat is het verlossende woord: Maria… Hoe het geklonken heeft weet ik niet, maar het maakte alles anders. Voor haar maar ook voor ons.  Zo je naam te horen noemen. Dat je gezien wordt. Dat je iets betekent. Dat je niet alleen bent. Dát is het verlossende woord: Maria’s naam, haar identiteit, haar zelf. Jouw naam, mijn naam.

Lied 642

Collectepraatje

Gebeden     

Slotlied        634

Zegen                   

Orgelspel                             Fuga in G- J.S. Bach