zondag 21 april * Paasmorgendienst

Paasmorgendienst

door ds. H.G. Haandrikman, mmv Jan Spijker, orgel en de Cantorij olv Jerry Korsmit

 

 

 

 

 

Inleidend Orgelspel    Heut triumphieret Gottes Sohn – J. S. Bach
Christ lag in todes Banden – J. S. Bach

(de gemeente gaat staan)

De Paaskaars wordt binnengedragen
intussen zingen we Lied 600: Cantorij vers 1 en 3; allen, 2,4,5

Woord van welkom

Het kruis van Pasen

Openingslied 632

Groet
Bemoediging: v. De Heer is opgestaan!
a. De Heer is waarlijk opgestaan. Halleluja!
v. Onze hulp in de Naam van die Heer
a. die hemel en aarde gemaakt heeft

Drempelgebed
(de gemeente gaat zitten)
Zingen Psalm 118

Gebed om ontferming

Kyrie en Gloria 299e

Zondagsgebed

Lezing Genesis 2 : 4-25

Zingen Cantorij: 1 en 2; allen: 3 Daglicht gaat stralen- Sytze de Vries

Lezing Johannes 20: 1-18

Acclamatie 338j

Preek

Het is een oude traditie om op Paasmorgen met een grap te beginnen om de bevrijdende lach tevoorschijn te toveren die bij Pasen hoort: de duisternis, de dood en het kwaad hebben niet het laatste woord. God laat ons niet over aan de duisternis van de dood. Hij houdt ons vast over die donkere grens heen, naar het licht van de nieuwe morgen, naar het leven van de nieuwe dag.
Wie het geloof heeft, heeft de grap. De bevrijdende lach.

‘Een atheïst loopt door het bos en bewondert alle dingen die de ‘oerknal’ voortgebracht heeft. ‘Wat een prachtige bomen! Stromende rivieren! Schitterende dieren!’, denkt hij bij zichzelf. Op het moment dat hij langs de rivier loopt, hoort hij wat geritsel in de bosjes achter hem. Als hij zich omdraait, ziet hij een enorme grizzlybeer die op hem af rent. De atheïst rent er als een gek vandoor. Als hij over zijn schouder kijkt, ziet hij dat de beer dichterbij komt. Hij probeert nog harder te rennen, hij is zo bang dat er tranen in zijn ogen komen. Hij kijkt nog een keer over zijn schouder en hij ziet dat de beer nu nog dichterbij is. Zijn hart gaat als een gek tekeer wanneer hij nog harder probeert te rennen, maar dan struikelt hij en valt op de grond. Hij rolt om om overeind te krabbelen. Tot zijn schrik ziet hij de beer boven hem staan met een uitgestrekte poot om hem dood te slaan. Op dat moment schreeuwt de atheïst: ‘Mijn God!’

Precies op dat moment staat de tijd stil… De beer beweegt niet meer; het bos is stil; zelfs de rivier stopt met stromen. De man ziet een helder licht en hoort een stem uit de hemel die zegt: ‘Al die jaren heb je mijn bestaan ontkend, zelfs mijn schepping heb je afgedaan als een kosmisch ongelukje en nu denk je dat Ik je uit deze benarde situatie ga redden? Kan ik er vanuit gaan dat je je bekeert?’

De atheïst, trots als altijd, kijkt in het licht en zegt: ‘Het zou nogal hypocriet zijn om me na al die jaren opeens te bekeren, maar kun je de beer niet bekeren?’
‘Zoals je wilt’, antwoordt de stem.

Dan verdwijnt het felle licht, de rivier begint weer te stromen, de geluiden uit het bos komen weer tot leven en de beer doet zijn poot weer omlaag. Dan vouwt de beer zijn poten, buigt zijn kop en zegt: ‘Here, zegen deze spijze, amen.’

Wat is het logisch om niet te geloven. En zeker het Paasverhaal tart alle logisch denken. We hebben hier te maken met een andere werkelijkheid, een andere manier van kijken naar wat wij als vaststaand zien.
Een werkelijkheid die de diepste menselijkheid tevoorschijn roept. Een werkelijkheid die geen kans lijkt te hebben en toch als een krokus dwars door beton kan groeien.
Ik moet denken aan alle reacties die de brand in de Notre Dâme opriep. Hoeveel zo’n gebouw betekent omdat het verwijst naar die andere werkelijkheid, daar een getuige van is temidden van alles wat ons in beslag neemt, hoe met de dreigende ondergang daarvan mensen zich realiseren hoe belangrijk en troostrijk en bemoedigend zo’n aanwezigheid is en hoe kwetsbaar ook.

Pasen is het feest dat ons wil overtuigen van iets totaal anders dan wij doorgaans menen zeker te weten. Wat we zeker weten, is dat alles toeval is en dat wij het allemaal zelf moeten doen. Je hebt geluk of pech en de één is wat optimistischer van aard dan de ander.

Maar wat nu als dat allemaal niet zo is? Als het echte leven eigenlijk de omgekeerde wereld is? Als het meest kwetsbare het meest kostbare is? Als niet de prestatie van de een maar de bescherming van de ander het hoogste is? Wat als niet het beton zijn ijzeren vlechtwerk opdringt aan onze levens, maar de krokus in opstand komt en met haar zachte groeikracht de echte grens bepaalt? Dat is de diepere betekenis van de grap. Sigmund Freud zei ooit: een goede witz, grap herbergt ‘zin in de onzin’, een ‘speels oordeel’ en ‘verrassing en inzicht’. Lukas heeft dat al begrepen als hij zijn paasevangelie schrijft. Onzin is het, zeggen de apostelen zelf, als ze het bericht van de vrouwen horen dat hij is verrezen. Maar er ligt een diepe zin in deze onzin: ze wil je verleiden om je te begeven op een nieuw spoor van licht en leven.
Er schuilt in dit verhaal een speels oordeel over onze neiging om het te houden bij de voldongen feiten, en er huist verrassing in en inzicht: dat wij de Heer moeten niet moeten zoeken bij de doden, maar hem zullen ontmoeten in alles wat het goede leven dient, zoals Wet en Profeten het vertellen.
Ik zou zeggen: een betere grap valt er vanmorgen niet te bedenken.

Van het begin af zijn er pogingen gedaan om die “onzin” van Pasen weg te verklaren. Al in de Bijbel lezen we daar over: ze zouden het lichaam naar een ander graf hebben gebracht. Of het zou een geval van schijndood zijn geweest; een ander zou in plaats van Jezus gekruisigd zijn, of het is een soort massapsychose. Sinds die allereerste paasdag tot op de huidige dag komen die argumenten. En ook subtielere vormen van proberen iets van de sluier op te lichten die over het paasgebeuren ligt. Je kunt er symbolisch over praten. Opwekking als: het leven is sterker dan de dood, het wordt altijd weer lente. Of betekent het dat de boodschap van Jezus verdergaat. Allemaal waar, maar er zit meer kracht in dat verhaal. Hoe kan het dat plattelanders uit Galilea, die wanhopig bedroefd waren, in zo korte tijd veranderden in een krachtige gemeenschap die aan het begin staat van een wereldwijde enthousiaste beweging. ‘.
Het blijft moeilijk te vatten. Je kunt het niet met redeneringen geloofwaardig maken, je kunt het zelfs met beelden nauwelijks verhelderen. We moeten ook niet in de val lopen dat we vast houden aan een soort mirakel, een soort tovertruc. En zo ook de lichamelijke opstanding niet iets biologisch wonder zien. Jezus verschijnt nooit in zijn ‘gewone’ lichaam. Pas als Hij Maria bij de naam noemt, herkent ze Hem. Pas als Hij het brood breekt voor de Emmaüsgangers, herkennen ze Hem. Moet je na gaan: ze hebben al twee uur met Hem opgelopen! En aan Paulus verschijnt Hij als licht en als een stem, die hem roept.
Jezus verscheen, heel werkelijk. Anders, maar toch dezelfde. Herkenbaar op wezenlijke momenten. Maar toch ook weer in een andere, ongrijpbare gestalte. Een gestalte van een andere orde, die wij niet kennen. Niet als een paranormaal hoogstandje, maar als een liefdevolle persoon. Om die werkelijkheid gaat het.
Sindsdien hebben miljoenen mensen ervaren, dat de kracht van Pasen zichtbaar geworden is ook in hun leven. Elke keer als er een nieuw begin was, nadat alles was weggevallen, nadat ze waren vastgelopen in schuld, verdriet of dood.

Het Paasverhaal vertelt niet hoe het gebeurt. Want bij de verrijzenis van Jezus uit de dood is geen mens die het ziet gebeuren. Het gebeurt in het verborgene. Dat maakt het ook zo moeilijk voor ons die zover afstaan in tijd maar ook in manier van denken en waarnemen. Hoe kijken we naar de werkelijkheid? Als een gesloten doortimmerd systeem of een werkelijkheid waarin ruimte is voor verwondering, diepe vreugde, hoop op een toekomst die niemand ons ontnemen kan, een vrede die alle verstand te boven gaat. In het verborgene wordt daar de bodem voor gelegd.

Een paar jaar geleden vertelde ik aan de kinderen over iets heel kleins dat mij beter deed verstaan wat Pasen betekent.
In een verdrietige periode, kreeg ik een kaarsje van iemand en die zei: elke keer als je verdrietig bent moet je dat kaarsje maar aansteken, en zo lang als jouw verdriet duurt zal het zorgen dat er licht is.
Dat deed ik, ik zette het kaarsje in een bakje met zand, voor de veiligheid en stak het aan maar na een paar keer branden was het kaarsje op maar mijn verdriet nog niet. Maar er was toch gezegd dat… In het zand was alleen nog maar een kuiltje waar het kaarsje had gestaan. Ik voelde met mijn hand waar het kaarsje was geweest en toen voelde ik dat op die plek iets was gebeurd. Een deel van het kaarsvet was in het zand gestroomd en daar gestold. Ik haalde dat uit het zand en kijk…
de kaars had zichzelf gegeven, het kaarsvet had met het zand een kandelaar gemaakt. Het was nu aan mij om daar een nieuwe kaars in te zetten.
Zo worden wij betrokken in het Opstandingsverhaal, wij met ons licht op de bodem die in het verborgene is gelegd.
Jezus gaf zichzelf en is op een andere manier aanwezig, zo dat wij ook met Hem
getuigen kunnen zijn van een licht dat door geen duisternis gesmoord kan worden.

Zingen 642

Gebeden

Inzameling
Orgelspel: Christ lag in todes Banden – Georg Böhm

Gezongen zegenbede door de Cantorij”

May the road rise to meet you.
May the wind be always at your back.
May the sun shine warm upon your face, the rains fall soft upon your fields.
And until we meet again: may God hold you in the palm of his hand.

Dat de weg je tegemoet komt. Dat de wind je steunt in de rug. Dat de zon je gezicht warmt, de regen je veld vruchtbaar maakt. En totdat we elkaar weer zien: Dat God je in de palm van zijn hand bewaart

Zegen

Slotlied Lied 634

Orgelspel Toccata in d dorisch – Johann Sebastian Bach

Jullie vragen wat is
de verrijzenis van de doden?
ik weet het niet

ik weet alleen maar
waar jullie niet naar vragen:
de verrijzenis van de levenden

ik weet alleen maar
waartoe Hij ons roept:
tot verrijzenis hier en nu.

Kurt Matti