Zondag 1 december * eerste zondag van de Advent

Jesaja 6:1-8 en Lucas 1: 26-38

door ds. Henk Haandrikman

Welkom [gemeente gaat staan]

Lied 441: 1 en 6

Groet Genade zij u en vrede van God onze Vaderen van Christus de Heer. Amen

Bemoediging Onze hulp is in de naam van de Heer. die hemel en aarde gemaakt heeft. [gemeente gaat zitten]

Vandaag begint Advent. Wees waakzaam , leef met aandacht, zorg dat je wakker bent, dat is de boodschap die de evangelisten ons meegeven voor de Advent. En de bezorgde vraag: “Waar loopt dit aardse gebeuren allemaal op uit en wanneer zal dit plaats vinden? Niemand die het weet. We leven nu 2000 jaar later, nog steeds met dezelfde vraag. “Waar gaat het met deze wereld naar toe?” Media brengen nieuws dat ons verontrust; oorlog, vluchtelingen die nergens heen kunnen, honger en armoede, klimaatverandering en nog veel meer. De al zolang beloofde vrede lijkt nog steeds ver weg. En we hunkeren er naar. Iedereen droomt van vrede. Een vrede, die meer is dan de afwezigheid van wapengekletter,
Waar zijn de boodschappers van het goede nieuws gebleven? Net als de Joden van weleer kijken ook wij uit naar goed nieuws, naar hoop, naar licht in onze onrustige en omgewoelde wereld. Tweeduizend jaar geleden waren het de engelen, als boodschappers van God, die het goede nieuws brachten. Doen ze dat nog steeds? Ik denk het wel, maar ze doen het heel subtiel. Als we niet ‘wakker’ zijn merken we ze niet op. Zij zijn de lichtbrengers maar als we niet goed kijken zien we het niet.
Dat symboliseren we met de kwetsbare kaarsenvlammetjes in deze weken van Advent.
In het donker van de tijd kijken we uit naar het feest van licht
vol verwachting steken we de eerste kaars aan.

Zingen Lied 463: 1 en 2

Gebed om ontferming

Laat uw licht schijnen,
om te ontmaskeren de grote monden en de dure woorden
die kille harten verbergen

Zingen 463:6

Laat uw licht schijnen
om te vertroosten wie verstoten en verlaten zijn,
wie lijden aan de hardheid van het leven

Zingen 463:7

Laat uw licht schijnen
om te verhelderen wie in zichzelf verdwalen
en stikken in de vele vragen.

Zingen 463:8

Breek door met uw licht
ook wanneer wij U verduisteren.
Laat uw zon van gerechtigheid opgaan
opdat wij zien en horen
hoe wij daaruit hoop kunnen putten
bij al wat ons overkomt
omdat U met ons bent
dit uur, deze dag en alle dagen die komen.

Het Hebreeuwse woord voor engel is mal’ak, het Griekse woord is anggelos. Beide betekent ’bode’. Engelen worden minstens 108 keer in het Oude Testament genoemd en 165 keer in het Nieuwe Testament. Engelen kunnen de gedaante van een mens aannemen. Hoe konden anders sommigen “zonder het te weten engelen herbergen” (Hebr. 13:2) Maar aan de andere kant is hun verschijnen soms in stralend wit en vlammende glorie (Matt. 28:2-4) en in de eerste lezing horen we over serafs met zes vleugels Hoe ze er uit zien is niet van wezenlijk belang. Zoals het bij de moderne postbode niet relevant is wat voor kleren hij draagt en welk vervoermiddel hij gebruikt, zo is dat bij de bijbelse engelen ook niet van belang. Het gaat altijd om de boodschap die ze achterlaten. Engelen verschijnen en verdwijnen. Het woord bode of boodschapper zou daarom een veel adequatere term zijn om ze mee aan te duiden.
Vandaag horen we over de aankondiging aan Maria dat zij is uitverkoren om moeder van Jezus te zijn. Er moet ook echt iets aan de hand zijn, wil er een engel verschijnen. De theoloog O. Noordmans zei het al: de engelen staan op de hoeken van het evangelie. Dat wil zeggen: ze verschijnen bij Jezus’ geboorte, zijn lijden, zijn opstanding en hemelvaart.
Twee verhalen waarbij een engel betrokken is en beide keren wordt een mens gevraagd in dienst te treden van God om het goede nieuws in de wereld te brengen.
Jesaja vindt zichzelf niet goed genoeg, Maria vraagt zich af hoe dat kan. Twee heel gewone mensen die ondanks hun beperkingen lichtdragers worden van de Eeuwige.

Lezing Jesaja 6:1-8

Zingen Lied 413

Lezing Lucas 1: 26-38

Acclamatie 339a

Zingen Lied 443

Preek

Op deze eerste adventszondag lezen we het verhaal van de aankondiging van de geboorte van Christus. Een bekend verhaal. Er is misschien geen ander bijbelverhaal dat in de beeldende kunst zo vaak en zo mooi is weergegeven als het bezoek van de engel aan Maria. Bij alle kerstkaarten die we gaan krijgen zit er vast wel één bij met een afbeelding van dit verhaal. Een jong meisje in een vertrek, in haar eigen gedachten verzonken, en een engel die op haar toekomt, zich naar haar toebuigt. De ene keer is dat vertrek een soort klooster-binnenhof en zit ze op een eenvoudig houten bankje, de andere keer zie je haar op een voorname zetel in een rijk ingerichte kamer, de ene keer zijn het zachte pasteltinten en sobere lijnen, de andere keer zijn diepe kleuren gebruikt en rijkdom aan stofuitdrukking, maar de sfeer is steeds dezelfde: die van een stil geheim, iets teers en lieflijks, dat eerbied en verwondering wekt.
Een paar voorbeelden uit de kunstgeschiedenis.

Vandaag staan we stil bij engelen. We hoorden hoe talrijk de engelen aanwezig zijn in de Bijbelse verhalen.
We vinden ze rondom de troon van God in aanbidding en lofprijzing;
als boodschappers van God zoal bij Zacharias en Maria;
ze leggen uit, bijvoorbeeld aan Jozef over de geboorte van Jezus, aan de vrouwen bij het graf;
ze geven concrete hulp, zoals voedsel voor Hagar in de woestijn en Elia op de vlucht; ze beschermen, zoals bij Daniël in de leeuwenkuil;
ze bevrijden, bijvoorbeeld de apostelen uit de gevangenis, en later ook Petrus;
ze sterken en bemoedigen zoals Jezus na de verzoeking in de woestijn;
ze zorgen voor de gelovigen op het moment van hun dood zoals bij Lazarus.

Op vele manieren duiken de engelen op. Hoe is dat nu? Gebeurt dat ook nu?
Er is zeker veel belangstelling voor engelen, zoals we ook hier in de kerk kunnen zien aan de schilderijen van Anneke de Lang. Na de dienst openen we haar expositie ‘Aarde Engelen’. Ze vertelt er iets over en één van de afgebeelde ‘engelen’ zingt daarbij.

Het valt mij op hoe vandaag de dag allerlei mensen verhalen vertellen over ontmoetingen met engelen in hun leven. En vaak zijn het heel ontroerende verhalen. Is er in uw leven wel eens een engel opgedoken? En hoe was die ontmoeting? Want een ontmoeting met een engel blijft je meestal je hele leven bij. We lopen er meestal niet mee te koop, want we zijn als volwassenen bang om vreemd aangekeken te worden en misschien wel voor mesjogge versleten te worden.
Maar toch: Engelen zijn in, niet alleen op kerstkaarten en posters en op placemats.
In zijn boekje ‘Vijftig engelen’ schrijft Anselm Grün, een Duitse Benedictijnse monnik en auteur van christelijke spirituele bestsellers: “Na jarenlang in de theologie en in het algemene bewustzijn van mensen een bescheiden rol te hebben gespeeld, staan engelen tegenwoordig weer in de schijnwerpers”.
En waarom niet? In de Bijbel, om het oneerbiedig te zeggen, barst het immers van de engelen.
Zoveel Bijbelse verhalen over engelen die de mens te hulp komen hem de weg wijzen, hem in een uitzichtloze situatie tegemoet treden, hoe ze hem de ogen openen voor de weg die naar het leven leidt.
Engelen vormen in die verhalen een verbinding tussen God en mens en tussen mens en God, in hen ontmoeten hemel en aarde elkaar. Heel mooi komt dat naar voren in het bekende verhaal over de droom van Jacob in Bethel. Jacob droomt, dat er een ladder staat tussen aarde en hemel en dat engelen daarlangs klimmen en dalen. Engelen staan dichter bij God dan de mensen en tegelijk zijn de engelen voor mensen tastbaarder dan God.
Aan de ene kant zijn engelen heel gewoon: ze horen er gewoon bij in de bijbel. Aan de andere kant zijn engelen heel bijzonder: als het in de bijbel over engelen gaat, dan is er altijd iets bijzonders aan de hand., dan geschiedt er iets. Dan wordt de gewone cyclische gang van zaken doorbroken, dan wordt een mens, een volk op weg gezet, bevrijd. Dat kan confronterend zijn maar er klinkt dan: ‘Vrees niet’, wees niet bang. Wat ik te melden heb is heilzaam voor jou en voor velen meer. Geef jezelf daarin, vertrouw je er aan toe.
Niet alleen in de Bijbel door alle tijden heen komen we deze verhalen tegen. Soms wordt er gesproken over engelen, soms wordt het anders beschreven. Net zoals in de Bijbel zelf trouwens. Het is niet onder te brengen in een systeem.
Dietrich Bonhoeffer wist in de gevangenis, wachtend op zijn executie door de Nazis, zich door goede machten, trouw en stil omgeven. Hij schreef er een gedicht over, het is als lied in ons Liedboek terecht gekomen, we zingen het straks.

Hier in Lucas 1 betreft het de aankondiging van twee bijzondere geboortes. Maar het is een gedachte in het jodendom en ook bij de vroegste christelijke schrijvers
dat elke geboorte samen gaat met de belofte van een engel dat dit kind, jouw kind, jijzelf een waardevol kind is, zoon of dochter is van de Allerhoogste, en dat het een belangrijke taak heeft in deze wereld. Bij elke geboorte staat een engel. Een geboorte is niet alleen maar een biologische gebeurtenis; ze is ook altijd een geheim, een belofte van iets nieuws, iets dat op de wereld nog nooit gezien is.
Zo mogen de twee geboorte aankondigingen in Lucas 1 ons de ogen openen voor het geheim van onze eigen geboorte. Deze geschiedenissen vertellen ons als het ware dat ook bij onze geboorte de engel Gabriël aanwezig is. Dat God hem heeft gezonden opdat onze ouders een kind zouden voortbrengen, opdat er door ons in de wereld iets nieuws aan het licht zou komen, een nieuw en uniek beeld van God. Daar zijn we toe geroepen, daartoe zijn we in het leven geroepen om op onze eigen manier beeld van God te zijn. Zo, geloven we met Genesis 1 toch dat we beelddragers van God zijn? En met ieder mens kan iets nieuws iets unieks van dat beeld van God, van Gods gezicht aan de dag treden. Een roeping om niet richtingloos te leven. Alleen maar overleven is voor ons niet genoeg.
Als we onze geboorte tegen die achtergrond leren bezien, dan gaan we vermoeden welk geheim we zijn. We zullen onszelf niet meer zo gauw waardeloos vinden, maar de unieke waarde ontdekken die God aan ons heeft gegeven. Met ieder van ons breekt iets nieuws aan, gaat er iets geschieden. Wij kunnen er teken van zijn dat het ergens op uit loopt. Dat er iets komt, advenit, advent,of in het Hebreeuws: Maranatha: Hij zal komen: Hij komt.
Dan gaat het niet alleen om de geboorte bij het begin van ons leven. Dat kan elk moment in je leven zijn. Zo hoor ik in verhalen in het pastoraat nogal eens hoe mensen door een crisis heen zich herboren voelen en dat het was of ze daar toch doorheen werden geleid. Zo beschreef eens een man dat hij dat heeft ervaren alsof een engel hem te hulp kwam.
Het is de samenwerking van Gods Geest en menselijk geloof. In dat samenspel zijn engelen actief. Daar wordt Christus geboren, daar wordt de nieuwe humaniteit geboren.

Net als 2000 jaargeleden kijken ook wij uit naar goed nieuws, naar hoop, naar licht in onze onrustige en omgewoelde wereld. Toen waren het de engelen, als boodschappers van God, die het goede nieuws brachten.
We hoeven niet te geloven in engelen. Geloven kunnen we alleen maar in God. Wat in de bijbelse en andere verhalen naar voren komt is dat Gods liefde heel concreet kan zijn en als het ware de gestalte kan aannemen van een engel, met of zonder vleugels. Het is de verdichting van Gods eigen naam: Ik ben er bij. Vrees niet.
Dat was toen en dat is nu.

Zingen 511: 1, 5,6,7

Gebeden

Collecte

Slotlied 444

Zegen