Zondag 1 maart 2020 * zondag Invocabit

Exodus 3: 1-14 en Matteüs 4: 1-11

door ds. Hanneke Borst

Welkom en mededelingen

Intochtslied: psalm 77: 1 en 4 (roepend om gehoor te vinden)

Groet en bemoediging

Drempelgebed

Bij wijze van kyriegebed: lied 997: 1 t/m 4 (en vele duizenden ontheemd)

Gebed van de zondag

1e Schriftlezing: Exodus 3: 1-14

lied 319: 1, 2 en 7 (alles wat er staat geschreven)

2e Schriftlezing: Matteüs 4: 1-11

lied 339 A

Informatie over de ZWO-collecte

Preek

Gemeente van onze Here Jezus Christus,

Vandaag lezen we een heel centraal verhaal uit de Bijbel, nl. de openbaring van Gods naam. God geeft zijn naam. En in het Hebreeuws wil dat zeggen, dat God als het ware zijn levensprogramma bekend maakt. Een naam maakt je uniek. Een huisdier bijvoorbeeld heeft ook een naam. Dan is de kat niet zomaar een kat, maar Plato, de kat die bij jou en jouw familie hoort.
Ik wil zo dadelijk graag dieper ingaan op de Godsnaam. Ik heb nl. het idee dat in deze roerige wereld het wel eens heel belangrijk zou kunnen zijn om iets van die Godsnaam, iets van dat levensprogramma van God, tot realiteit te brengen. Zodat onze wereld een wat bewoonbaarder wereld wordt in plaats van een plek, die getroffen wordt door allerlei natuurgeweld, zoals sprinkhanen en een virus; een plek die getroffen wordt door geweld opgeroepen door machtsstrijd zoals van leiders in China, de VS, Rusland, Turkije, Groot-Brittannië en niet te vergeten Syrië. En dan hebben we nog maar het topje van de ijsberg.
Juist in zo’n wereld is het belangrijk om een weg te vinden die je kunt gaan. Een weg, zo geloven wij, die gewezen wordt door God. Maar dan moet je wel de rust nemen om die weg te zoeken. Want zoeken is het soms in de wildernis, in de “veelheid van geluiden” zoals een lied zingt.

Het begint met Mozes. Zijn bestaan en zijn vorming in het leven worden mogelijk gemaakt door 12 vrouwen die om hem heen staan: zijn moeder, de vroedvrouwen Sifra en Pua, zijn zus, de dochter van de Farao en de 7 dochters van Jetro, waarvan Mozes er één trouwt.
Het is wel boeiend om te zien hoe heel de geschiedenis van Mozes als het ware de komende geschiedenis van het volk Israël in zich draagt. Hij wordt gered uit het water, trekt later uit het paleis zoals het volk uit Egypte zal trekken en hij verblijft een tijd in de woestijn, als leerschool voor wat komen zal.
Nu is Mozes herder. Dat zal hij hebben moeten leren, want dat had hij van huis uit zeker niet meegekregen. Die periode zal hij nodig gehad hebben om los te komen van het leven in het paleis van de Farao, om los te komen van het systeem van onderdrukking en om voorbereid te worden op wat komen gaat.
En dat is nu, in de geschiedenis die we hebben gelezen. Mozes is blijkbaar een heel eind op pad gegaan met de kudde en komt uit bij de berg Horeb, de berg Gods. Een berg die telkens weer een rol zal spelen in de geschiedenis van Israël. Denken we bijvoorbeeld aan de profeet Elia, die daar een ontmoeting met God zal hebben op het moment dat hij het niet meer ziet zitten.
Mozes is bij de Horeb en ziet daar een doornstruik, die in vlammen stond en toch niet verbrandde. Wij kennen die doornstruik wellicht beter als het braambos, maar de doornstruik was in het Midden-Oosten gebruikelijker. Maar hoe dan ook, het gaat om een stekelige struik, houtig ook. Die makkelijk in brand vloog.
Des te bijzonderder dat de struik niet verteerd wordt door de vlammen. Iedereen die de beelden nog op het netvlies heeft van de bosbranden in bijv. Australië en de ongelooflijk vernietigende kracht heeft gezien van vuur, beseft hoe bijzonder dit is. Maar wat moet je nu met zo’n beeld? Bij de Rabbijnen vinden we een mooie uitleg. De prikkende doornen van de struik herinneren aan de pijnlijke slavernij van het volk Israël. Het volk wordt wel bedreigd door het vuur, maar niet vernietigd, zoals het vuur de struik niet vernietigt.
Daarnaast wil het beeld misschien ook duidelijk maken, dat God de gebruikelijke orde der dingen omgooit. Niet zo vreemd dan ook, dat Mozes verteld wordt dat die plek heilig is. Mozes wordt aangesproken, twee keer: Mozes, Mozes! Zoals later ook Samuël. En evenals later Samuël antwoordt ook Mozes: hier ben ik. Hineni in het Hebreeuws.
Even terzijde: Hineni is ook de titel van een van de laatste nummers die Leonard Cohen geschreven heeft. Hineni, I am ready Lord.
Hineni, hier ben ik, zegt Mozes. Ik ben bereid. Eigenlijk is dat ook wat Maria zegt, wanneer de engel Gabriël haar de geboorte van haar zoon aankondigt. “Mij geschiede naar uw wil” staat er in het Grieks. Eigenlijk een omschrijving van Hineni, hier ben ik, ik ben bereid.
Nou valt het met die bereidheid van Mozes niet gelijk mee. Ook niet zo vreemd natuurlijk, wanneer je geconfronteerd wordt met God. Op de een of andere manier staan wij mensen zelden meteen te juichen, als we geroepen worden door God. Het is doorgaans ook niet gering wat er dan gevraagd wordt. Mozes moet èn naar zijn volk om te zeggen dat God naar hen omziet èn naar de Farao om die zo gek te krijgen, dat hij het volk laat gaan.
Ga er maar aanstaan. Nee, vreemd is het niet dat Mozes aarzelt. Ik vind het altijd een hele troost dat de Bijbel niet vol staat met supergelovigen. Dat maar al te dikwijls er met aarzeling of afweer gereageerd wordt op de roep van God. Denken we maar aan Jona. Het eerste wat hij deed, toen hij geroepen werd door God, was de andere kant uitvluchten. Ook Jeremia stond niet te trappelen: ik ben te jong.
Maar de eerste vraag die hij stelt, is met wie hij nu eigenlijk te maken heeft. Stel dat ik het doe, wat moet ik dan zeggen? Mozes weet ook wel dat hij iets nodig heeft om het volk te overtuigen, hoe moeilijk hun situatie ook is. Hij wil de naam van God. Een naam geeft kracht. Dan is God niet zomaar een God, maar dé God.
En God geeft zijn naam. Een naam, die niet zomaar te vertalen is. “Ik zal er zijn” of: “Ik ben die Ik ben”. Het gaat in die naam om een vorm van het werkwoord zijn, maar geen gebruikelijke vorm. Hoe dan ook: het gaat wel om een dynamische naam. Dat zijn van God is niet iets statisch.
Toen ik een aantal jaren geleden in Taizé was, heb ik meegedaan aan de dagelijkse Bijbelstudie. Niet alleen de jongeren, ook de volwassenen, de ouderen, krijgen dagelijks een Bijbelstudie. En in die studie ging het over de Godsnaam. Het was inspirerend om te ontdekken hoeveel lagen die naam wel niet bevat. Het zegt iets van God betrokkenheid: ik ben erbij. Het zegt ook iets over Gods volhouden, over de lange duur van Gods trouw: Ik ben die ik was en die ik zijn zal. God is betrokken, Hij blijft trouw, Hij is nabij en blijft altijd dezelfde. Al die dingen zitten in de naam van God.
God is geen filosofische begrip, nee, Hij krijgt als naam een vorm van een werkwoord. God is dynamisch. Wanneer God ermee van doen heeft, gebeurt er wat. En dan gaat het niet om iets spectaculairs, maar om Gods betrokkenheid bij juist de mensen die ontrecht zijn, monddood gemaakt worden. Ik heb gezien en Ik heb gehoord. Daarmee begint God zijn gesprek met Mozes.
Het is mooi dat God ziet en hoort, maar dat betekent dat wij mensen in de benen moeten komen. Wij zijn Gods handen en voeten.
Het is Mozes, die Gods nabijheid gestalte geeft en opkomt voor de Hebreeën die als slaven behandeld worden. En daarmee wordt een proces in gang gezet, dat uitmondt op de uittocht.
Zo is God. Een God die betrokken is bij slaven. Dat is vandaag de dag nog zo. We hebben gezien in de naam van God, dat Hij (of Zij) altijd dezelfde is. Trouw is. En vandaag de dag zijn er nog steeds slaven. Zoals we gehoord en gezien hebben in het filmpje bij de collecte van vandaag. Ook daarin gaat het over volgelingen van God, van Christus, die opkomen voor de slaven vandaag de dag. Eigenlijk is het schandalig dat wij die slavernij mede in stand houden in de Golfstaten, doordat we toegestaan hebben dat een land als Qatar het WK voetbal organiseert. Daarmee hebben we een enorme opleving van de slavernij – want in feite is de situatie van arbeidsmigranten een vorm van slavernij – daarmee hebben we ene enorme opleving van de slavernij teweeggebracht.
De kerken in de Golfstaten zijn in naam van de God van Mozes dichtbij de arbeidsmigranten. Helpen hen overeind te blijven in hun moeilijke situatie, hen te helpen en hen uitzicht te bieden.
Deze mensen leven letterlijk en figuurlijk in de woestijn. God is bij Mozes en wijst hem een weg uit de woestijn, die ook een uitweg voor het volk zal worden. Dat is niet altijd gemakkelijk. In het evangelie horen we hoe Jezus worstelt in de woestijn. Een existentiële worsteling, waarin Hij zijn roeping leert verstaan en er sterker uitkomt. Om mensen te helpen op te staan. In de naam van de God, die ons toezegt dat Hij (of Zij) er is, erbij is en zal blijven.
Amen.

lied 527: 1, 3, 4 en 5 (uit uw hemel zonder grenzen)

Dankgebed en voorbeden

Collecte

lied 825: 1 en 4 (de wereld is van Hem vervuld)

Wegzending en zegen

Amen