Zondag 1 november * Gedachteniszondag * pastor Louise Kooiman en ds. Henk Haandrikman

Orgelspel

Sonatina uit Actus Tragicus – J. S.  Bach
‘When I am laid in earth’- Henry Purcell
Klaglied – Dietrich Buxtehude

 Welkom

Kaarsen worden aangestoken De zanggroep zingt lied 961

Groet en Bemoediging 

Drempelgebed

Zanggroep        Kyrie (uit Missa duo seraphim – Albert de Klerk)

Inleiding

Zanggroep        Psalm 90 : 1

Lezing              Psalm 90

Zanggroep        Psalm 90 : 8

Overdenking

U leeft met het verlies van iemand die heel dichtbij u stond, die een deel van u zelf was, je man, je vrouw, je vriend, je vriendin, je vader, je moeder, je kind.

Vandaag staan we stil bij hen die ons zijn voorgegaan naar dat andere bestaan. We zijn heel verschillend, ook in ons aankijken tegen de dood en wat daarna komt. Voor de een niets,  een ander weet het niet, weer een ander weet het zeker van wel. We zijn verbonden in de hoop en het verlangen dat licht sterker is dan het duister en liefde sterker dan de dood. We zijn hier samen om die hoop levend houden dat onze grenzen niet Gods grenzen zijn.

Dat we dat nu noodgedwongen in kleine getale moeten doen is verdrietig. Het doet goed als je merkt dat er veel mensen om je heen staan. Op een zondag als deze doen we dat normaal gesproken ook letterlijk: om u heen staan. Je bent deel van een gemeenschap die lief en leed deelt. Dat dat besef er ook nu mag zijn. Er kijken en luisteren velen mee

We weten het: iedereen zal eens sterven. Ook al is de dood met het leven verbonden, het blijft een bittere grens. Zoals nieuw leven met een geheim is omgeven, zo ook het sterven van een mens. Je kunt het niet helemaal bevatten. Het nooit meer kunnen horen van iemands stem. Nooit meer de ander door zijn haar strelen. Nooit meer even wat oude herinneringen ophalen. Het nooit meer; blijft een diepe wond. Ook al heeft iemand zijn of haar leven in hoge ouderdom mogen voltooien. Het voor altijd afscheid moeten nemen van iemand die je dierbaar is, dat ‘nooit meer’ is niet te bevatten.

We staan vandaag stil bij wat het betekent te leven met een lege plek. We willen ruimte geven om te gedenken, een lichtje aan te steken, ruimte om tranen te laten stromen. Dat je ervaart dat jouw verdriet er toe doet. Dat je je niet abnormaal hoeft te voelen als je na jaren nog steeds niet de oude bent. Dat het niet vreemd is als jouw rouwen helemaal niet lijkt op dat van een ander. Dat je soms niets voelt. Dat je niet de enige bent die zich afvraagt wat het leven verder nog voor zin heeft. Dat je niet vooruit komt, dat er niets uit je vingers komt.

Dat er ook dankbaarheid kan zijn. Dan is er naast verdriet ook een gevoel van voltooiing.  Maar ook de verpletterende ervaring dat iemand er plotseling niet meer is. Veel te jong weggerukt.

Soms is er veel blijven liggen. Zijn er dingen niet uitgesproken, is er schuldgevoel. En dat kan allemaal door elkaar tuimelen. En hoe ingewikkeld is het als in korte tijd meerdere mensen in je omgeving overlijden?

De dood heeft vele gezichten. En we leerden in het afgelopen jaar een nieuw gezicht kennen. Een onzichtbaar virus dat naast ziekte en dood ook isolement en eenzaamheid veroorzaakte. Dat juist in tijden van verdriet je afstand moet houden en soms, ook voor enkelen van u, het betekende dat je er niet bij het sterven van je geliefde kon zijn.

Dat je niet kon troosten door elkaar vast te pakken. Contact, lijfelijk contact, aanraking is zo wezenlijk bij troost.

Afgelopen week sprak ik iemand die door haar eigen kwetsbaarheid zich van alle contact onthield, maandenlang. Jaren daarvoor was haar man op jonge leeftijd overleden. Het overviel haar juist in die maanden weer hoe ze zijn aanraking miste, ze was het bijna vergeten. En ze vertelde hoe ze, wandelend met een vriendin opeens struikelde en door haar werd opgevangen. De eerste aanraking na maanden. Wekenlang heeft ze die aanraking gevoeld als een warme, soms bijna brandende plek.

Contact, aanraking, zo wezenlijk als troost. Dat kan rouwen extra zwaar maken in deze tijd.

Ons woord troost komt van dezelfde stam als trouw. Het heeft dus te maken met houvast. Wie een verlies heeft geleden, verliest zijn evenwicht. Hij heeft iemand nodig die hem weer houvast en doorzettingsvermogen geeft.

In het latijn is troosten consolari . Dat betekent ten diepste: met degene zijn die alleen is. Het woord solus, solo , zit er in. Met degenen zijn die alleen is gelaten met zijn verdriet, zijn verlies, met zijn nood. Troosten wil dan zeggen, binnengaan bij hem of haar die in zichzelf opgesloten is. Het vraagt moed om binnen te gaan in een huis van rouw, waarin hij oog in oog komt te staan met de diepste nood en eenzaamheid en gevoelens van zinloosheid. Bij de ander zijn, wil ook zeggen: haar verdriet delen en bij haar blijven in haar verdriet.

In onze traditie, onze christelijke traditie willen we ons daarbij laten inspireren door het geloof dat de liefde van God eeuwig is. Niets wat aan God toebehoort, zal verloren gaan. Zijn liefde is sterker dan de dood. In de dood, mogen we een druppel in de zee van Gods liefde zijn.

Dat besef kan troosten. Maar het kan ook verzet oproepen want wanneer we eerlijk zijn, moeten we erkennen dat onze levensreis momenten van intens verdriet kent. De dag met zijn licht en vreugde wordt onmiskenbaar afgewisseld door de nacht met zijn teleurstelling, woede, verdriet en pijn. Waar is dan die liefde?

Hoe komen we die op het spoor? Hoe komen we die wéér op het spoor?

Gedenken helpt.

Het noemen van hun namen. Hardop zeggen dat hun namen geschreven staan in Gods hand. Licht aansteken om zo te de betekenis te leren wat het is om onze overledenen in Gods licht te zien. Ze recht te doen. Daar hoort dat prachtige woord “barmhartigheid” bij.

Zo proberen we naar voren te halen wat de meest dierbare herinneringen zijn die we hebben aan onze doden, dan heeft dat daar mee te maken, dat zijn de momenten waarin iemand zichzelf zo liet zien dat jij er leven door ontving, dat je nieuw werd, dat hij of zij je gelukkig maakte.

Temidden van het alledaagse en het kleine en al te menselijke, want wij zijn zo’n mix van hoop en onverschilligheid, geloof en cynisme, liefde en haat.

Want als we onze doden recht willen doen, zijn er ook de schaduwzijdes. Over de doden niets dan goeds? … Dat is een foute vertaling van een oud Latijns gezegde. Spreek niet anders dan op een goede wijze over de doden. Daarbij hoort ook het gedenken van wat niet lukte, van waarin tekort werd geschoten, van wat niet werd gezegd. We zijn zo’n mengeling van donker en licht, oud en nieuw.

Er is een diep Bijbels besef dat God ons heel maakt. Psalm 90 spreekt daarover.

“Bevestig het werk van mijn handen”. Wat ik gedaan heb in de korte tijd dat ik hier mocht zijn, zoals ik was, zoals ik heb geleefd, met alle vreugde die ik er aan heb beleefd, maar ook met alle beperkingen en alle botsingen en strubbelingen, neem het in uw handen en maak het vast. God, hef het werk van mijn handen boven mezelf uit en doe er nog meer mee dan ik er zelf mee kon doen. Maak er in uw liefde nog meer van dan ik er zelf van had kunnen maken zodat het ten goede komt aan hen die ik liefheb en aan de wereld.

God maakt heel. God maakt nieuw. In het tweede hoofdstuk van het boek Openbaring lezen we over een nieuwe naam. Jezus zegt daar vanuit de open deur in de hemel: Ik zal je een wit steentje geven en op die steen een nieuwe naam schrijven. Om het in dichterlijke woorden te zeggen:

Ieder mens is uniek
ieder mens heeft een eigen karakter
ieder mens heeft een eigen identiteit
dat is een witte steen
die nu nog grondig verborgen ligt
onder de chaos die leven heet
eens laat God die puinhoop beven
dan komt die witte steen aan het licht
met daarop jouw nieuwe naam
geschreven
stralend
onaantastbaar
als een eeuwig vergezicht
die nieuwe naam zal zeggen
wie je werkelijk bent
en dat God jou altijd heeft gekend.

Dat dat besef, dat geloof, die hoop u en allen die rouwen mag dragen. Amen

Zanggroep        Evening Hymn –Henry Purcell  

GEDACHTENIS VAN DE GESTORVENEN

Bij elke naam willen we een licht ontsteken aan de paaskaars. Deze  brandt in onze kerk, omdat we geloven dat Jezus het Licht van de wereld is.
Steeds worden wij er aan herinnerd om in zijn Geest met elkaar te leven. Steeds steken we ons licht bij Hem op.

Onze dierbare overledenen hebben ieder op hun manier proberen te leven in dat Licht. Ter herinnering aan hun leven ontsteken we de kaarsen.
Met respect noemen wij hun namen en zijn dankbaar voor het licht dat zij onder ons verspreid hebben. De kaarsen staan in de vorm van de Griekse letter Omega,
de laatste letter van het alfabet. Verwijzend naar Jezus, die zegt: Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde, de Eerste en  de Laatste.

 Zanggroep        Lied 730:1

 Het noemen van de namen

            De zanggroep zingt hierbij telkens een vers van lied 736

 Voorbeden
Stil gebed
Onze Vader

Inzameling van de gaven voor hospice Dignitas te Hoorn,

Slotlied: Lied 727: 1 en 10

Zegen

Uitleidend orgelspel:     Air uit Suite in D – J. S. Bach