Zondag 1 september

Jozua 3: 14-17 en Openbaring 21: 1-5

door ds. R.J. Kooiman te Hoorn

Welkom en afkondigingen

Psalm van de zondag: Psalm 86: 1 en 4 (gemeente staat)

Groet: Genade zij u en vrede van God onze Vader
en van Jezus Christus de Heer.
Amen

Bemoediging: Onze hulp is in de naam van de Heer
die hemel en aarde gemaakt heeft.

Gebed van toenadering
(gemeente zit)

Intredelied : Lied 216

Kyriegebed

Lied 283

Inleiding op de lezingen

Lezing: Jozua 3: 14-17

Acclamatie: Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.

Tweede lezing Openbaring 21: 1-5

Lied 275

Preek

Geliefde mensen van God,

Bijbelverhalen vertellen in zekere zin het verhaal van ons leven. Het zijn geen bespiegelingen over hoe het ooit was. Het zijn geen lessen in geschiedenis of aardrijkskunde, biologie of psychologie. Maar het gaat vanaf Genesis 1 tot Openbaring 22 steeds over de reis van ons leven. Over onze ups en downs, onze goede en slechte tijden én niet te vergeten over allerlei barrières, hindernissen en moeilijkheden die we onderweg tegenkomen. Dat is in elk geval waar het in Jozua 3 over gaat. Of beter gezegd: daar draait het om bij de oversteek van het volk Israël door de Jordaan, bij de intocht in het beloofde land, bij het bereiken van de plaats van bestemming.

Een feit als zodanig kan in een paar woorden of zelfs met een getal worden aangeduid.
754 Bonifatius bij Dokkum vermoord
800 Karel de Grote tot Keizer gekroond
1568-1648 de Tachtigjarige oorlog
1600 de slag bij Nieuwpoort
1812 Napoleon naar Elba verbannen
1914-1918 de eerste wereldoorlog.
Allemaal getallen en feiten. Maar om de diepte daarvan te beseffen – net als bij de dingen die wij in ons leven meemaken – daarvoor is het nodig om er langer bij stil te staan. Daarom neemt de Bijbelschrijver ook de tijd. Daarom vertelt hij ook allerlei details die helpen het verhaal beter te begrijpen, verhelderen en verduidelijken. Hoofdstukken lang worden de hoorders en lezers voorbereid; en er wordt uitgeweid over de verspieders in Jericho en over dat wat er staat te gebeuren en dat wat er wordt verwacht.

Het is als bij een geboorte, een huwelijk of wanneer iemand is overleden. Het feit op zich is snel verteld. Het gáát om het verhaal. Pas getrouwde stelletjes vertellen niet voor niets in geuren en kleuren over alle onderdelen van hun huwelijksdag. Kersverse (groot)ouders raken niet uitgepraat over wat er allemaal gebeurde in de laatste fase voor de geboorte: inclusief het breken van de vliezen, de ontsluiting, het wachten, het persen, de opluchting en de blijdschap. En mensen die een dierbare hebben verloren blikken met veel gevoel voor detail terug op de laatste uren. Ging het snel of langzaam? Gleed iemand weg of was het een lijdensweg? Wanneer blies hij of zij de laatste adem uit? Wie was er bij? Het wordt allemaal keer op keer verteld. Logisch, want alles doet er toe.

En daarom wordt er – vóór de uiteindelijke intocht – melding gemaakt van alle hindernissen, alle kleine en grote problemen. Het is hoog water. De Jordaan is buiten haar oevers getreden. En waar soms de overkant betrekkelijk gemakkelijk bereikt kan worden lijkt het nu een onmogelijke opgave. Het blijkt niet zomaar een rivier, maar een brede stroom. Zelfs de uiterwaarden staan vol water.

Wie weleens in Israël is geweest zou kunnen denken dat de overtocht alleszins meevalt. Een fluitje van een cent. De Jordaan is ter hoogte van Jericho namelijk geen rivier maar een stroompje.

Maar het gaat hier niet om een historisch verslag, maar om het verhaal van ons leven. En u weet: om je bestemming te bereiken, om in het beloofde land te komen gaat nooit zomaar. De weg naar het paradijs, naar een bewoonbare wereld, een wereld van vrede en recht, is vol leeuwen en beren. En iedere grote verandering in het leven kost moeite! Een verhuizing, een andere baan, leren leven met een handicap en leren leven met een gemis. Om nog maar te zwijgen van alle inspanningen en offers die nodig zijn om de Vrede (in het groot en in het klein) een beetje dichterbij te brengen of een Samenleving met minder hebzucht, minder jaloezie en minder wrok en wrevel. De Jordaan blijkt hét symbool van alle barrières op onze levensweg: tegenslag en tegenstand, pijn en moeite en al die momenten dat je nauwelijks het hoofd boven water kunt houden.

“Was Mozes nog maar bij ons” zal het volk wellicht hebben gedacht. Want wij vertrouwen graag op een charismatische leider. Of in elk geval komen we steeds weer in de verleiding om dat te doen. In iedere fase van de geschiedenis blijkt er behoefte aan mensen die zeggen hoe het zit en hoe het moet. En telkens weer is er de roep om een sterke man of vrouw. Nou ja… niet in de Bijbel! In de Bijbel worden we uitgenodigd zélf de tocht van het leven te aanvaarden, risico’s te nemen en de oversteek te wagen. Keer op keer wordt ons gevraagd om de onmondigheid en afhankelijkheid achter ons te laten en volwassen en verantwoordelijke mensen te zijn. Er is in het verhaal dan ook geen sprake van een sterke man en er is geen sprake van spectaculaire daden. Er is alleen de bereidheid om op weg te gaan. Denkt u maar aan Abraham, Mozes, Elia, Ruth, Esther en al die anderen) Ze gaan. Ondanks alles risico’s. Want ja: het is een risico om barrières te slechten, moeilijkheden te overwinnen en op weg te gaan naar het beloofde land, om op weg te gaan naar de bestemming van je leven.

Je riskeert te falen, een dwaas te lijken, uitgelachen te worden, afgewezen te worden, betrokken te raken, maar risico’s zijn er om genomen te worden. De mens die nooit een risico neemt doet niets, heeft niets, is niets.
Hij mag dan misschien pijn en verdriet ontlopen, maar hij kan niet leren voelen, veranderen, groeien of liefhebben.

Het volk Israël gaat trouwens niet zomaar op weg. Mensen gaan op weg met de Ark van het verbond in hun midden. De Ark als symbool van Gods aanwezigheid, Als teken dat er méér is, meer kán dat je denkt. Zoals de Paaskaars in de kerk een teken is dat het licht sterker is dan het donker en dat de liefde het zal winnen ondanks alles.

Dat hoef je natuurlijk niet te geloven en je kunt er sowieso op allerlei manieren naar kijken. Naar het leven én naar dit verhaal. Er is bijvoorbeeld een uitleg waarbij wordt gezegd dat God een engel in de bovenloop van de Jordaan heeft neergezet die de vloed heeft tegengehouden. Anderen zeggen dat de Jordaan gewoon is weggestroomd tot er vaste grond verscheen, stenen in de rivier, waardoor men er met droge voeten doorheen is gekomen. Het zou kunnen. Het is in elk geval bijzonder, een geheim of een wonder. Net als bij de Uittocht uit Egypte. Waar een pad ontstond en het water zich vormde als was het een muur.
‘Waar een wil is, is een weg’, zegt het spreekwoord. ‘Waar Gods wil gedaan wordt is een weg’, zegt de Bijbel. Strikt genomen wordt er niet veel gedaan. Wanneer de voeten van de priesters stil staan staat ook het water stil. De eeuwige gang van de natuur, de natuurlijke gang van zaken wordt onderbroken zodat het woord van God in vervulling kan gaan.
Er is vertrouwen en dat blijkt de voorwaarde om het land dat aan de overkant ligt – het land dat God in het vooruitzicht heeft gesteld – te bereiken. De ark blijkt de garantie voor een veilige overtocht. Een ‘kist’ die ons erbij bepaalt dat wij ons nergens op kunnen laten voorstaan Dat alles wat er toe doet ons gegeven is: ons leven, onze ouders, onze (klein)kinderen, onze vrienden, onze gezondheid. Alles.

Er bevond zich trouwens nog iets anders in de ark namelijk de tak van Aaron. Een stuk hout dat was gaan bloeien. Ook een teken en symbool van het ongedacht en onverwachte, het wonder. Ongedacht en onverwacht ontstaat een begaanbare weg en trekt het volk ondanks alles naar de overkant. Het doet denken aan het scheppingsverhaal uit Genesis 1 waar de wateren worden gescheiden en het droge ontstaat Net als in den beginnen zal God ruimte maken om te leven. Net als bij de Schelfzee al God zijn volk een weg banen dwars door het water van de dood.

En wat betekent dat voor onze levensweg? Dat wij mogen leven van in geloof, met hoop en vanuit de liefde. Nee, dat valt niet altijd mee.
Maar geloven heeft een lange adem en een grote inzet.
Het zoekt en vindt steeds opnieuw.
Het is niet vast te houden. Het beweegt of het leeft niet.
Zo gaat geloven. Als liefde. Het maakt je sterk en kwetsbaar tegelijk.

Zoals iemand in een gedicht ook uitdrukte,
mensen opriep, stimuleerde en uitdaagde met de woorden:

Wees niet bang je mag (steeds) opnieuw beginnen
vastberaden, doelbewust of aarzelend op de tast.
Houd je aan de regels volg je eigen zinnen
laat die allemaal los of pak er juist een vast.

Wees niet bang voor al te grote dromen.
Ga, als je het zeker weet en als je aarzelt: wacht.
Hoe ijdel zijn de dingen die je je hebt voorgenomen
het mooiste overkomt je, het minste is bedacht.

Wees niet bang voor wat ze van je vinden
wat weet je van een ander als je jezelf niet kent?
Verlies je oorsprong niet door je te snel te binden
het leven lijkt afwisselend, maar zelfs de liefde went.

Wees niet bang je bent één van de velen
en tegelijk is er maar één als jij.
Dat betekent dat je vaak al moeten delen
en soms zal moeten zeggen: laat me vrij.

Laten we op weg gaan naar het beloofde land.
In vertrouwen.
Hopend op toekomst. Geloven in de Liefde.

AMEN

Lied 753: 1 en 2

Geloofsbelijdenis

Lied 415: 3

Gebeden afgesloten met oecumenisch Onze Vader

Inzameling van de gaven

Slotlied, op de melodie van Lied 247:

1.
Ga mee met ons, trek lichtend ons vooruit
naar tijd en land door U ooit aangeduid.
Leef op in ons, de mens die leven moet,
een die de toekomst heeft, die leeft voorgoed.

2.
Ga mee met ons, verberg U niet altijd,
gun ons een flits, een teken in de tijd
dat U nog leeft, nog steeds om mensen geeft
en zonder wanhoop voor de vrede leeft.

3.
Ga mee met ons. Wie zijn wij zonder U?
Een mens gaat dood aan enkel hier en nu.
Licht op in ons , wees vuur en vlam van hoop
Houd steeds in ons de toekomstmens ten doop.