Zondag 10 januari * 1e zondag na Epifanie * ds. Henk Haandrikman

Orgelspel              Christ unser Herr zum Jordan kam/
Toen Jezus langs het water liep – Pachelbel/Bach

Welkom door ouderling

 Stilte

 Zingen                   Lied 296

Bemoediging en Groet

Inleiding
Een monnik  beschouwde de goede woorden van de Bijbel als een bron van genezing. Een nuchtere en wat botte man vond dat maar onzin.: ‘denk je nou echt dat die woorden kunnen genezen?’ De monnik antwoordde met een voor hem ongewone botheid met een wedervraag: ‘Wie denk je dat je bent stomme sukkel dat ze zo’n achterlijke vraag stelt?’ De man was zeer beledigd: ‘Hoe kan een monnik zo grof zijn?’ De monnik reageerde: ‘als grove woorden u zo’n pijn kunnen doen, waarom twijfelt u dan aan de mogelijkheid dat er ook woorden zijn die genezen?’

De senaat van de VS heeft een eigen predikant. In de nacht na de bestorming van het Kapitool toen de rust weer wat was wedergekeerd en de kiesmannen waren geteld, besloot hij met een gebed waarin hij de macht van het gesproken woord benadrukte. Words matter – woorden doen er toe. Ze hebben de kracht van leven en dood.

Vandaag horen we in de lezing over Jezus’ doop in de Jordaan woorden van leven.

Bij Epifanie horen drie verhalen.  Drie verhalen die duidelijk maken wie Jezus is, wat zijn betekenis is en zal zijn. Het verhaal van de drie wijzen maakt duidelijk dat zijn betekenis voor de wijde wereld is. Het verhaal van de doop in de Jordaan maakt duidelijk dat Hij die betekenis niet van hogerhand wil afdwingen maar zich onderdompelt in ons gewone mensenbestaan. God kruipt in onze huid, gaat door onze angst en dood heen. Het is die dynamiek, die beweging die wij ook tussen mensen ervaren als bevrijdend, uitnodigend, troostend en helpend. Waar het gebeurt, spontane liefde, helpende hand, onvoorwaardelijke solidariteit, daar gebeurt waar wij voor bedoeld zijn, toch? Dan wordt water wijn. Dat horen we in het derde verhaal: de bruiloft te Kana laat Hij zien hoe het gewone leven de smaak kan krijgen van het Koninkrijk. Drie verhalen – leven gevende woorden. Woorden van eeuwige liefde. Daarover zingt psalm 100. De psalm voor deze zondag.

Zingen                   Psalm 100: 1 en 2

Kyriegebed

Zingen                   Lied 301K

Gloria                     Psalm 100: 3 en 4

Lezing                   Marcus 1:1-11

Zingen                   Lied 524: 1,2,5

 Preek
In mijn eerste gemeente werd ik een keer opgebeld door een jonge man die net vader was geworden. Ik denk dat hij van zijn vrouw die kerkelijk was moest bellen, zelf had hij de klok wel horen luiden maar wist niet helemaal waar de klepel hing:  “doet u aan doping?”                Ik moest bekennen.

Toch is het helemaal niet zo’n idioot idee. Want doping, dat geeft een mens een opkikker. Het maakt dat je tot meer in staat bent dan je dacht. Liever gezegd: doping maakt dat je eigenlijk boven jezelf uitgetild wordt. Omdat in jou, in wie je bent en in wat je doet de Eeuwige zelf aanwezig is.

Al die keren dat ik bij kinderen klein en groot water over het hoofdje heb gegoten met de woorden: lief kind, ik doop je in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Het vertederde mensen – en dat vond ik soms wel eens jammer. Want dopen heeft eigenlijk helemaal niets van vertedering in zich. We doen het niet meer, maar eigenlijk moet je een mens dwars door het water heen sleuren. De diepte door, koppie onder, totdat je happend en smachtend naar adem – naar Levensadem – weer bovenkomt. Met dat kleine beetje water symboliseren we iets, dat in feite rauw is, bruut, en van levensbelang.

Daarin is doping toch ook radicaal iets anders dan doop. Met doping doe je jezelf beter voor dan je bent en dan kunnen er rare dingen gebeuren zoals we afgelopen week hebben kunnen zien .

In de eerste woorden die God spreekt komt het woordje ‘goed’ vaak voor. “En God zag dat het tof (goed) was”. En bij de schepping van de mens: “zeer tof”.

De eerste woorden die God spreekt in het tweede testament: zijn bij de doop van Jezus: “je bent mijn lief kind! Je maakt me gelukkig.”

Daar begint het mee in het eerste en het tweede testament: bevestigende woorden. Van daaruit kun je verder want je hebt ze nodig. Ieder van ons heeft ze nodig om het beste in zichzelf naar boven te halen.

Als wij niet door anderen bevestigd worden, lopen we het gevaar dat we gaan proberen om onszelf te bevestigen. Meestal werkt dat averechts. Er zijn veel manieren om jezelf en anderen wijs te maken dat je belangrijk bent.

Bij de doop dompelt Jezus zich onder in het gewone leven met al wat dat kan betekenen.  In het vertrouwen dat Hij niet wordt losgelaten, hoe diep het ook gaat tot, zo diep zelfs dat het kan gebeuren dat je niet meer bij dat vertrouwen kunt komen: “Mijn God, mijn God waarom hebt U mij verlaten?”

Dat er dan nog ergens de echo klinkt van wat hier bij de doop en bij elke doop wordt gezegd: Jij bent mijn geliefde kind, in jou vind ik vreugde.

Jij bent mijn geliefde kind.

Wij zijn allemaal zonen en dochters. We hebben een vader en een moeder. Zij hebben ons op de wereld gebracht. Van hen hebben wij geleerd wat leven is. We keken naar hen, hoe zij het deden en probeerden dat zelf uit. Zij waren ons voorbeeld. Niet altijd het goede voorbeeld. Soms hebben we door naar hen te kijken ons dingen eigen gemaakt die we beter niet hadden kunnen leren. Ouders hebben hun beperkingen, ze doen niet alles goed, en zelf zijn ze weer gevormd door wie hen het leven leerden. Volwassen worden, betekent dit onder ogen gaan zien, met alle pijn van dien. Maar in wat ouders hun kinderen doorgeven mag heel veel onvolmaakt zijn als het belangrijkste maar doorgegeven is: dat er van hen gehouden wordt.

Vroeger vonden mensen het niet gemakkelijk om hun trots rechtstreeks uit te spreken. Je moest het doen met indirecte signalen. Een opmerking tegen een tante, een compliment in een sinterklaasgedicht, een citaat uit een gesprek met de klassenleraar, een trotse blik op een foto. Trouwens.. vroeger? Gaat het nu gemakkelijker?

Het eerste wat er over Jezus’ optreden wordt verteld, is dat hij zich laat dopen en dat een stem uit de hemel tegen hem zegt: Dit is mijn geliefde zoon, in wie ik vreugde vind’.

Deze stem spreekt tot ieder van ons. Maar het is niet gemakkelijk om wat die stem zegt goed te horen. Er zijn zoveel andere stemmen, die ons elke dag weer toeroepen: ‘Je voldoet niet aan de eisen, je bent lelijk, je bent waardeloos, je schiet tekort, je bent overbodig, tenzij je kunt bewijzen dat het niet zo is.

Uit dit verhaal, uit heel het evangelie komt Jezus naar voren als de mens die in zijn leven consequent en door alles heen naar die stem heeft willen luisteren, die stem heeft gehoord en verstaan. Daarom staat aan het begin van zijn openbare optreden niet een of andere opzienbarende actie waarmee hij zich direct verzekert van de belangstelling van de mensen, maar deze doop in de Jordaan, waar hij zich laat onderdompelen net als alle anderen. Hij weet dat hij die doop meer dan alles nodig heeft.

Het is deze doop, dit woord van God ‘Jij bent mijn geliefde zoon’, dat met hem meegaat. Het gaat met hem mee in de woestijn en het geeft hem de kracht om weerstand te bieden tegen die andere stemmen die spreken van succes, macht, populariteit en onkwetsbaarheid. Het is dit woord van God dat in zijn leven werkelijkheid geworden is. Als een zoon van God, als een geliefde, heeft hij geleefd en ook anderen hiertoe opgeroepen. Om te beseffen wat wij vaak niet durven geloven: dat het goed is dat wij hier zijn. En om te beseffen dat we hier voor niets anders zijn dan elkaar dit besef bij te brengen: dat we geliefde mensen zijn in wie God vreugde schept.

Om ons dat duidelijk te maken dompelt Jezus zich onder in het menselijk bestaan. Geheel en al, met alles wat een menselijk bestaan kan betekenen.

En dat roept ook die woeste man aan de Jordaan. Het kan zijn dat het water over je heen spoelt. Letterlijk water, of het water van tegenslag op tegenslag van ziekte en nood, het water van de strijd om te overleven, het water van de onverschilligheid. Kom hier, steek je kop in het water, en je weet het. Je gaat talloze keren kopje onder.

Johannes zegt: Weet dat er een grond is. Word opnieuw mens van God! Weet je een geliefd mensenkind. Want zo word je ook nieuw, word je de nieuwe mens, de nieuwe Adam zoals die is opgelicht in Hem die met ons kopje onder gaat.

Zonder die stem uit de hemel: ‘Dit is mijn lief kind! Het maakt me gelukkig!’ worden we geen mens. Het was Gods eerste woord. Mogen wij het dikwijls herhalen.

Orgelspel              Nu gij de doop ontvangt/Psalm 116- Antony van Noordt

 Gebeden

 Collectepraatje

Slotlied                 538: 1 en 2

 Zegen

 Orgelspel              Psalm 100 – anoniem 17e eeuw