Zondag 11 augustus

Jesaja 65:17-25; Lucas 12:32-48

door ds. H.G. Haandrikman

We moeten het wel hebben over de toekomst van onze aarde. Nu, na verschijning van het rapport van de VN, het eens te meer duidelijk wordt hoe we op de huidige voet niet verder kunnen. Hoe verhoudt zich de toekomstvisie van uitputting van de aarde met wat we lazen in Jesaja?

Jesaja schetst ons een prachtig en onvoorstelbaar visioen.
Kunnen we daar ook nu nog hoop uit putten? Bij Jesaja gaat het om een wereld waarin mensen in vrede met elkaar leven. Een einde aan onderdrukking en geweld. Ik weet niet hoe het met u is maar ik vind het bijna aannemelijker dat dat bereikt wordt dan dat we een halt kunnen toeroepen aan onze manier van leven als we bedenken dat in deze eeuw zo’n 10 miljard mensen willen leven met een vergelijkbare levensstandaard zoals wij in ons bevoorrechte deel van de wereld.
Ik kan daar wel somber van worden. De aarde is ons toevertrouwd. In de woorden van Gert Jan Seegers in de rubriek De tie geboden over het gebod: Gij zult niet stelen. “Earth Overshoot Day, de dag waarop we evenveel grondstoffen hebben verbruikt als de aarde in driehonderdvijfenzestig dagen in staat is te produceren, was in Nederland al in april bereikt. In april! En daarna moeten we gaan stelen van anderen, elders in de wereld, maar vooral ook: van onze kinderen. Ja, we zijn waardeloze rentmeesters, echt waardeloos.

We zijn van nature ingesteld op meer. Meer hebben, meer comfort. Van nature.
In de bijbelse wereld, in de geloofswereld wordt de mens zoals die van nature is, kritisch bekeken. Er is meer dan zijn natuurlijke drijfveer tot zelfhandhaving die leidt tot het recht van de sterkste. Er is een ander geluid. Een stem die een appél doet op wat ik vorige week benoemde als het ‘goede leven’ leven niet ten koste van maar ten behoeve van. Dat is de stem van die Abraham deed besluiten zijn levenswijze tot dan toe achter zich te laten. Die stem tot je door te laten dringen. Herken je jezelf, je leven, je pad, in Abraham?
Op weg gaan met weinig zekerheden, een toekomst ongewis.
Abraham wordt geroepen. Door wie? Op weg. Waar naar toe? Vader van allen die geloven.
Hoe moedig is dat. Hoe ver gaat dat? Tot voorbij wat ook van nature bij ons hoort: dat het niets meer wordt. Tot voorbij mijn gesomber over de toekomst en mijn onmacht iets te kunnen doen.

Het bestaat wel degelijk, die andere grondhouding. Heel dicht bij is die te vinden in de gewone mensen om je heen waar iets gebeurt waarvan je denkt: waar haal ik, waar haalt zij/hij het vandaan om zo wijs, zo onverwacht wijs te reageren. Iets van de Bergrede met zijn andere wang, of de kracht van kwetsbaarheid. Zomaar dichtbij, een mens om de hoek of in je gezin. En wij belijden de vleesgeworden wijsheid, het vleesgeworden luisterend hart als onze leidsman, als onze belhamel, degene die vooropgaat in de kudde om de weg te wijzen.

Als we het overlaten aan “van nature” dan redden we het niet maar als die andere stem mee gaat klinken…

In een interview werd aan de toen 80-jarige theoloog Niek Schuman – hij overleed afgelopen kerst – gevraagd . “Komt het goed met deze wereld?” Hij kon de neiging om ‘nee’ te antwoorden nauwelijks bedwingen, maar voelde tegelijk de behoefte ook ‘ja’ te zeggen om die andere stem ook te laten horen. U kent hem misschien als schrijver van vele boeken over de profeten, zijn poëtische teksten en gebeden. Hij had, wat hij dacht zijn laatste boek in 2012 geschreven: zijn memoires onder de titel ‘Mijn jaren van geloven’.
Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Die vraag “Komt het goed met deze wereld?” beantwoordde hij met “Natuurlijk niet! Hopelijk wel.”. Zijn eigen antwoord zette hem weer aan het schrijven. Vlak voor zijn dood verscheen “Dat ding met veertjes”, een pleidooi om de hoop levend te houden in een wereld vol kwaad. Het is een boek geschreven vanuit die worsteling tussen pessimisme en hoop, zonder dat het zwaarmoedig wordt. De titel plukte hij uit een van de korte gedichten van Emily Dickinson.

Hoop is dat ding met veertjes
Dat neerstrijkt in de ziel
Er wijsjes zonder woorden zingt
En nooit valt hij er stil

Hoe hard de wind ook waaien zal
Hoe hevig ook de storm
Hij die zovelen warmte biedt
Dat vogeltje houdt vol

Het klonk zelfs in het koudste land
En in het verste oord
Toch vroeg het mij in grote nood
Nog nooit om kruimels brood

Als we het overlaten aan “van nature” dan redden we het niet maar als die andere stem mee gaat klinken… De stem van de hoop.

Dat is wat Jesaja doet. Hij profeteert vanuit de hoop. Zo gebruikt hij dit onmogelijke beeld om mensen moed in te praten die dodelijk teleurgesteld zijn omdat hun geloof is stukgelopen op de harde werkelijkheid. Zou bij God iets onmogelijk zijn?
Met de grootste verwachtingen waren de ballingen uit Babel teruggekeerd. Ze hadden iets beleefd waar ze diep van onder de indruk waren. Daar in dat vreemde land hadden ze geleerd wat er werkelijk belangrijk is, ze waren gegrepen door de Thora, door de oude verhalen, zo hevig zelfs, dat men allerlei tot nog toe mondeling overgeleverde woorden en verhalen had opgeschreven en er de prachtige compositie van hadden gemaakt die wij nu nog kennen: Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium.
In die onbewoonbare wereld van Babel (Willem Barnard noemt onze cultuur Babels) was men bezield geraakt door het visioen van een aarde die goed was, zeer goed zelfs. Ze waren meegesleept door de droom van God zelf: eer wereld waarin alles eindelijk tot zijn recht komt. Babel was een leerschool geweest, de mensen die waren weggevoerd hadden hun God gevonden en daarmee hadden ze zichzelf gevonden. Ze wisten nu wat hun te doen stond. Weer terug in hun vaderland, zouden ze eindelijk werk maken van hun oorspronkelijke roeping. Vanuit dat visioen zouden ze de volkeren laten zien wat sjaloom is.

Dat is waar Jezus aan appelleert in het evangeliegedeelte van vandaag: laat het je niet overvallen, leef met het visioen en maak waar mogelijk het concreet.

Dat is nu de oproep aan ons geconfronteerd met een somber beeld van de toekomst om vanuit de hoop ook daadwerkelijk iets te laten zien. Niet gemakkelijk maar gevoed door dat ding met veertjes kunnen we achter Abraham -de vader van alle gelovigen – aan om de stap te wagen. In de woorden van Vaclav Havel:

Hoop
is niet hetzelfde als vreugde
omdat alles goed gaat
of bereidheid je in te zetten
voor wat succes heeft.

Hoop is ergens voor werken
omdat het goed is,
niet alleen
omdat het kans van slagen heeft.

Hoop is niet hetzelfde als optimisme
evenmin de overtuiging
dat iets goed zal aflopen
wel de zekerheid dat iets zinvol is
onafgezien van de afloop,
het resultaat.

Gelovigen zijn ‘handelaren in hoop’ , zei ooit iemand.