Zondag 11 juli * ds. Henk Haandrikman *

Orgelmuziek

Woord van welkom

Zingen                 lied 275: 1,4,5                  Aansteken van de kaarsen

Groet                   Genade zij u en vrede,
van God onze Vader en van Jezus Christus de Heer. Amen

Bemoediging      Onze hulp is in de naam van de Heer
Die hemel en aarde gemaakt heeft

Drempelgebed

Kyrie                     Psalm 71: 1

Gloria                   Psalm 71: 9

Lezing                  Jesaja 32: 1-8

Zingen                  lied 321: 1-5

In de komende tijd volg ik het alternatieve leesrooster. Daarin wordt gekozen voor evangelielezingen uit Johannes. Normaal gesproken volgen we het zogenaamde Gemeenschappelijk leesrooster. Met kerken wereldwijd wordt in een cyclus van drie jaren gelezen uit steeds een jaar Matteüs, dan een jaar Marcus en dan een jaar Lucas. Deze evangeliën hebben ongeveer dezelfde opbouw. Ze volgen Jezus vanaf zijn geboorte en zijn eerste optreden in Galilea in het noorden van het land en dan zijn gang naar Jeruzalem. Zo volgen we door het kerkelijk jaar het leven van Jezus.

In Johannes vinden we die reis niet zo duidelijk terug. Daar verschijnt Jezus ook meerdere malen in Jeruzalem. Johannes heeft ook veel andere gebeurtenissen en genezingen en ontmoetingen die op veel plekken uitmonden in meer beschouwende stukken waarin Jezus het over zichzelf heeft. Vandaag zo’n gedeelte uit hoofdstuk 5.

Lezing                  Johannes 5: 19-20, 30-36a

Acclamatie         Lied 339a

Preek

Huub Oosterhuis heeft een lied/gedicht dat heet “29 namen voor Jezus van Nazaret”:

Naaste, Vreemde. Jood. Zaad. Boom aan de bron. Bruidegom. Weg.
Droom van een mens. Deur open. Hoeksteen. Sleutel. Leeuw van Juda. Lam.
Gerechte.
Herder. Parel. Twijgje. Brood. Vis. Woord. Wijnstok. Zoon van God. Knecht.
Stromen levend water. Morgenster. Koploper. Enige. Onzegbaar gezegde.

Er zijn zelfs opsommingen te vinden met wel honderd namen. Geput uit de Bijbel zelf zoals bij Oosterhuis maar ook uit de geloofsgeschiedenis.

Zoveel indrukken maakt Hij, zoveel aspecten lichten op in Hem, zoveel beelden van Hem en nog ontglipt zijn volle betekenis ons: Onzegbaar gezegde.

Ik denk dat ieder van ons een eigen verhouding heeft tot Jezus. Of meerdere. Of wisselend. In elke levensfase of met elke veranderende omstandigheid weer een ander.

Het is goede manier om in een bijeenkomst over de betekenis van Christus zo’n lijst  met namen uit te delen en te vragen met welke naam of namen jij het meeste of juist het minste hebt. Altijd boeiende gesprekken.

Door de geschiedenis heen hebben er ook verschillende nadrukken gelegen bij wie Christus ten diepste zou zijn en welke betekenis Hij heeft. Ook kan het van het ene en het andere kerkgenootschap verschillen. De nadruk kan liggen op de verzoening door zijn lijden en sterven, de nadruk kan liggen op de bevrijding van wat ons verhindert mens te zijn naar Gods beeld, of bevrijding van knechtende machten als slavernij of oneerlijke verhoudingen. Het kan een heel persoonlijke verhouding zijn tot Jezus’ liefde. Het kan een oproep zijn tot radicaal anders leven. Een voorbeeld waard om na te volgen. Noem maar op. Het wordt vaak ingewikkeld als één nadruk te sterk de boventoon gaat voeren. Kerkscheuringen gaan vaak over wie Christus is. Zoals één van de 95 speldenprikken uit het gedenkjaar van Luther zegt: “Het volgen van Jezus is niet moeilijk; het moeilijkst zijn al die mensen die vinden waar je heen moet.”. Of deze: Waar twee of drie in mijn naam tezamen zijn, ben ik in hun midden. Bij vier of vijf beginnen de problemen”.

Ik heb de indruk dat in onze gemeente een heel  palet aanwezig is van betekenissen van Christus en dat we zo een boeket vormen van namen een bloemlezing van namen. We noemen ons naar Hem, vrijmoedig of aarzelend. De een wat stelliger dan de ander. Soms schijnbaar onverenigbaar maar zoals het groen van de bladeren in een boeket de meest uiteenlopende kleuren bij elkaar brengt zodat ze niet meer vloeken zo ongeveer hoop ik, zie ik, verlang dat een gemeente kan zijn.

Waarom deze inleiding?

Nou, dat heeft met Johannes te maken en dan concreet met de moeite die ik kan hebben met dit evangelie.

Of liever: ik heb een beetje een dubbele houding tegenover Johannes. Als ik het open sla, ga ik zelf bijna altijd ook een beetje open bij de eerste regels: In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Het was in het begin bij God. Alles is erdoor ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat. In het Woord was leven en het leven was het licht voor de mensen. Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen.

Zo wijds, zo diep, zo vol belofte en troost. Dat is de basis, Vandaar gaat het verder… en is het om met Oosterhuis te spreken alsof wij lopen over een onzichtbaar weefsel over de afgrond gespannen, dat niet scheurt.

En dan de verhalen die alleen Johannes heeft. De bruiloft te Kana. Het spel met betekenissen van getallen, de opbouw, het onverwachte de scherpe confrontatie met zijn moeder. Het wonder dat niet zonder onze inspanning kan gebeuren. Want het zijn de dienaren – wij dus – die het water aanslepen op zijn vraag, alleenmet die bijdrage kan het water wijn worden. De overvloed van die wijn oftewel de goedheid die ons wordt gegund en aangereikt, de goedheid die ons zo vaak ontgaat. Wat zit er allemaal niet meer verstopt in dit verhaal? Het verhaal dat we vorige week lazen over de man die al 38 jaar ligt te wachten in de hoop dat hij een keer als eerste bij het water dat kan genezen kan komen. De man die niemand heeft. Wat is dat voor verlamming? Raakt dat ook niet aan onze onbeweeglijkheid. En als je dan die vraag van Jezus op je af laat komen: Wil je genezen worden? Wil je het wel anders? Of laat je het maar zo?

De overspelige vrouw. Wat Jezus daar van vindt, vragen de Farizeeën. En Jezus die niet antwoordt maar in het zand schrijft. Wat hij schrijft is niet bekend maar wel dat het niet in steen is en dat het zo fundamenteel niet veroordelend is dat de scherpslijpers afdruipen. En zo zijn er nog veel van die ikonen van verhalen die onuitputtelijk tot ons blijven spreken.

Die andere kant van Johannes voor mij heeft te maken met hoe Jezus vaak heel negatief over de Joden spreekt. En dat dat in de kerkgeschiedenis helaas nogal eens is misbruikt en heeft geleid tot Jodenvervolging. Dat heeft Johannes nooit met die opzet geschreven. Het wordt wel eens in verband gebracht met de tijd waarin hij zijn evangelie schreef. Het einde van de eerste eeuw. Dus tientallen jaren na Jezus leven. Er was toen een kerk ontstaan waarin spanningen waren tussen de oorspronkelijke joodse volgelingen en de niet-joodse volgelingen.

Verder moeten we bedenken dat Jezus zelf Joods was maar dat hij uit het noorden van het land kwam, Galilea en dus ook Galileeër was. dat in tegenstelling tot hen die in het zuiden woonden, Jeruzalem en omstreken: Judea, dus Judeeërs. Ioudaioi. Daar horen we het woord jood in. Er zijn vertalers die kiezen om dus overal in Johannes waar Joden staat te lezen Judeeërs.

Hoe dan ook, het geeft met de geschiedenis zoals die is gegaan met alle pogroms en vernietigingen een ongemakkelijk gevoel bij mij.

En dan, en dat heeft met mijn inleiding te maken. Wat voor Jezus komt er bijvoorbeeld uit de lezing van vandaag naar voren? Jezus spreekt bij Johannes veel over zichzelf. Daar staan ook de bekende “Ik ben-uitspraken”. ‘Ik ben het brood des levens’,  ‘Ik ben het licht van de wereld’, ‘Ik ben de deur’, ‘Ik ben de goede herder’, ‘Ik ben de opstanding en het leven’, ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven’, ‘Ik ben de ware wijnstok’.

Als je het zo hoort klinkt dat nogal pretentieus. Een collega schreef: “Als ik zou horen dat mijn kinderen in de ban raken van iemand die zo spreekt, zou ik er veel aan doen om ze bij die persoon uit de buurt te houden. Zoveel pretentie over zichzelf, zoveel oordeel over wie hem niet willen volgen. Anno 2021 noemen we zo iemand sektarisch en gevaarlijk.”

Het klinkt in ieder geval aanmatigend en ik kan het dan niet laten om te denken hoe iemand zou reageren die toevallig online meekijkt met deze kerkdienst, iemand die geen christelijke achtergrond heeft maar daar wel eens wat meer van wil weten en dan deze lezing hoort.

Ja, dat is iets bij Johannes en dat kan schuren. Dan is mij de Jezus van de andere evangeliën liever die na een genezing kan zeggen: “vertel het niet verder”.

Bij Johannes klinkt dat dus anders.

Hoe lezen we het? Stelt Jezus zich hier in het middelpunt? Nee, daar gaat hem niet om. Dat zegt hij ook in Johannes 5: Het is de Vader die door mij werkt. De Zoon kan niets uit zichzelf doen. Maar hoe zit dat dan bijvoorbeeld als Hij zegt ik ben het licht?

Misschien helpt deze gedachte: ‘Licht is niet bedoeld om náár te kijken. Licht is bedoeld om méé te kijken.’ Jezus zegt in feite: ‘Ik ben niet bedoeld om náár te kijken, ik ben bedoeld om méé te kijken.’ Wie naar Jezus kijkt, verblindt zichzelf. Je staart je blind op zijn verschijning, op zijn persoon, op Jezus als historisch figuur en ja, dan klinkt het aanmatigend. Maar daarvoor is hij niet bedoeld. Hij is bedoeld om ons te laten zíen, om ons beter te laten zien en deze wereld waarnemen in het licht dat Christus is. Het licht van Christus is een licht dat zuiver is, helder. Dat gezuiverd is van eigenbelang, vrij van denken in ‘jij of ik’. De bron van waaruit dat licht schijnt is een en al vertrouwen, verbondenheid, compassie en complete aanvaarding. Complete aanvaarding van alles wat je ziet en complete aanvaarding van jezelf.

Wie in deze tijd rondkijkt in onze wereld, in onze samenleving, in zijn eigen leven wellicht, ziet crisis, ontwrichting. Vragen, zorgen, angst. De woorden van Christus nodigen ons uit zijn licht te laten vallen op alles wat ons gebeurt, op alles wat gaande is in onze maatschappij en in deze wereld – en ons de ogen te laten openen voor wat er dan zichtbaar wordt.

Als we Jezus’ woorden zo kunnen lezen, dan klinkt het anders. Hoewel het, dat moet ik toegeven, bij mij nog wel wat kan schuren. Maar dat kan juist ook wel weer eens goed zijn, het schuurt misschien een laagje afweer weg.

In de naam..

Zingen                  Lied 909

Collectepraatje

Gebeden

Slotlied                Lied 978: 1 en 4

Zegen

Orgelmuziek