Zondag 12 juli * 6e zondag na Pinksteren* Zuiderkerk Enkhuizen * ds. Hanneke Borst

m.m.v. Geanne van Soelen en Gerrit Boonen

Welkom door ouderling van dienst

Inleiding

Zang: De Dijk, Kan ik iets voor je doen

Schriftlezing: Matteuus 13: 1-8 en 18-23

Zang: Beatles, Blackbird (door Geanne)

Overdenking

Lieve mensen, gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Misschien een beetje een vreemde Bijbellezing, die we horen vandaag. Niet vreemd in de zin van ‘onbekend’. Want voor velen is dit een heel bekende gelijkenis. Maar vreemd in de zin van ‘niet passend’.

Want zoveel valt er niet te oogsten in deze tijd. We horen van steeds meer kanten, hoe mensen, organisaties en bedrijven klem zijn komen te zitten door de corona-maatregelen. Noodzakelijke maatregelen, maar wel ‘ontregelend’. Veel flexwerkers en zzp-ers, die toch niet binnen de criteria voor steunmaatregelen vallen. De culturele sector, die onevenredig hard getroffen is. Musici, acteurs en theatermakers, die helemaal zonder inkomen zitten.

Mensen, die de afgelopen tijd verkommerd zijn door de isolatie. De kloof tussen arm en rijk, die ook in ons land nu weer groter wordt.

Mensen willen wel zaaien, maar hebben weinig hoop dat er iets opkomt. Zien dat al hun werk verdort.

Nu is dat op zich wel passend in deze gelijkenis. Want de zaaier ziet ook maar een klein deel van zijn werk vrucht dragen. Nu kun je je afvragen, of die zaaier wel zo handig bezig is. Met brede armgebaren strooit hij zijn zaad uit, of het nu op vruchtbare grond valt of op rotsige bodem, op de weg. Kan hij dat niet handiger doen? Als hij zijn grond beter voorbereidt en veel gerichter zaait, wordt zijn oogst dan niet groter? Is hij niet erg verspillend bezig?

Dat zou je wel zeggen, als je de gelijkenis zo hoort. Je ziet die zaaier voor je. Ik ben nog van een generatie, die meegemaakt heeft, dat er zo gezaaid werd. Door mijn opa bijvoorbeeld: met een grote aluminum bak voor zich, aan een band over zijn schouder. In een gestaag ritme ging zijn hand in de bak en strooide hij het zaad uit. Hoe anders dan vandaag de dag, waarin we zo efficiënt mogelijk omgaan met ons zaai- en pootgoed.

Aan de andere kant is het misschien helemaal niet zo gek, wat die zaaier doet. Het zaad moet zo breed mogelijk verspreid worden, want je weet maar nooit waar het terecht komt. In de uitleg geeft Jezus aan, dat het hierbij gaat om het woord van God. Je weet maar nooit waar het terecht komt. Je kunt nog zo gericht bezig zijn, goed voorbereid zijn, goed nagedacht hebben over strategieën om het woord van God aan te laten slaan, maar je weet het nooit.

Zo heb ik altijd een stil hoopje gehad, dat ik iemand van de jongeren in de gemeentes die ik gediend heb, zou kunnen inspireren om theologie te gaan studeren. Maar hoe je dat ook probeert te bewerkstelligen, je weet nooit of het lukt. Een paar keer heb ik goede hoop gehad op een van mijn catechisanten, maar nee. Uiteindelijk werd het dan toch een andere studie. Mijn ijdelheid, want dat is het natuurlijk toch, werd afgestraft.

Het is soms net als met opvoeden. Alles wat je bewust probeert je kinderen mee te geven, lijkt wel op rotsige bodem te vallen. Je hebt het idee dat er niets van beklijft. Zo kan ik me goed herinneren, dat mijn moeder een keer zei, toen ik als oudste mij geroepen voelde een jonger zusje te corrigeren: “blij te horen, dat er nog iets van mijn opvoeding is blijven hangen. Je weet het in ieder geval je jongere zus bij te brengen.”

Terwijl je soms jaren later van je kinderen terug hoort, hoe een opmerking die je terloops een keer gemaakt hebt – en helemaal zo bewust dus niet – van grote betekenis is geweest.

Zo hoorde ik een tijdje geleden, toen ik een keer preekte in een gemeente, waar ik predikant was geweest, van een vrouw dat zij door een preek van mij de weg terug naar de kerk gevonden had. Iets waar ik mij totaal niet van bewust was geweest.

En daarom is het zo belangrijk om je zaad breed uit te strooien. Want je weet niet waar het ineens aanslaat. Je kunt de grond nog zo goed voorbereid hebben, je zaad nog zo goed water hebben gegeven, maar dan nog kan het gebeuren dat bij het opkomen het zaad verstikt wordt door het onkruid. Er kan zoveel gaande zijn in ons leven en in de maatschappij, dat je geloof verstikt. Wat je aandacht opeist en je geloof overwoekert.

Zo hoor ik nu ook geregeld van mensen met een druk bestaan, waarin van alles moet, dat het eigenlijk wel fijn was, dat er niet zoveel kon en dus ook niet zoveel hoefde. Een vrouw met opgroeiende kinderen vertelde dat ze het gevoel had 20 jaar terug te gaan in de tijd, toen zij het leven een stuk overzichtelijker vond. En Sofie Govaerts, die een tijd een column in Trouw verzorgde en vertelde hoe het leven er uitzag met een heel gezin, dat getroffen was door Corona, schreef de laatste keer dat ze het een zegen vond, dat allerlei afsluitende activiteiten er nu niet waren. Want de tijd tussen de meivakantie en de zomervakantie was langzamerhand een achtbaan geworden van activiteiten: de musical op de lagere school, het galabal op de middelbare school. De afsluitende bbq van de sportclub, de afsluitende gezellige avond van de leesclub, de buurtvereniging, de kerk en noem maar op. Ze was voor haar gevoel geen avond meer thuis.

En nu was er niets. Rust. Toekomen aan jezelf. En ja, ook geconfronteerd worden met jezelf. Want er was niets om je af te leiden. Maar ook dat heeft zijn goede kanten. Inkeren, tijd hebben om te beseffen waarom het gaat in het leven.

Je bedenkt het niet van tevoren, de effecten van zo’n pandemie. Aan de ene kant is het vreselijk, aan de andere kant heeft het ons ook wat gebracht. Je wordt ook creatief.

Creatief. Daarin zit het woord ‘creatie’, wat ‘schepping’ betekent. Misschien worden we met z’n allen ‘herschapen’, hebben we dingen ontdekt die we vast willen houden. Passen we ons leven aan.

Dan zal wellicht blijken dat het zaad op onverwachte plekken terecht gekomen is en dertig-, zestig- of honderdvoudig vrucht gedragen heeft. Ik hoop dat deze crisis een dergelijk vruchtdragen teweeg brengt. Dat we op een meer respectvolle manier om zullen gaan met de aarde, met elkaar – denken we aan de Black Lives Matter-beweging.

Wie weet ontdekken we – wellicht op heel andere manieren dan de traditioneel kerkelijk manieren – ook weer de betekenis van de woorden in de Bijbel. Wie weet blijkt de Geest op ongedachte wijze aan het werk te zijn geweest en komt Jezus ons weer nabij, met zijn woorden, met zijn leven en sterven. Blijkt Hij temidden van ons op te staan en ons nieuwe wegen te wijzen.

In de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

Zang: Beatles, Let it be (door Geanne en Gerrit)

Gebeden

Slotlied: James Taylor, You’ve got a friend (door Geanne en Gerrit)

Zegen

Uitleidend orgelspel: Fuga van A. Raincken