Zondag 14 juni * ds. Henk Haandrikman

Orgelspel

Welkom

Kaarsen worden aangestoken

groet en bemoediging

Inleidende woorden

We hebben een bijzonder gast in ons midden vandaag:  onze oudste kleindochter Sophie. Zij zal vandaag twee liedjes zingen.

Allereerst het lied Goedemorgen, welkom allemaal (lied 288).

Gebed om ontferming

filmpje  Psalm 150 Alles wat adem heeft              https://www.youtube.com/watch?v=wSYBlbl-YnU

Inleiding

Geloof kan lange tijd op een sudderstandje staan. Het leven gaat zijn gangetje, je stelt jezelf geen vragen en als er ongemakkelijke situaties komen waarin een keuze van je gevraagd wordt, schiet je in verzet of ontwijkend gedrag.

Je komt niet uit jezelf bij die andere laag in je bestaan die jou bevraagt naar je diepste drijfveer, , bij die andere vraag in je bestaan die sondeert naar de laag die jou bestaan draagt. Geloof kan een lange tijd op een sudderstandje staan. Totdat iemand die vraag stelt: hé, wat is voor jou richting gevend, waar stel jij je vertrouwen werkelijk op? Dat overkwam mij op een wandeltocht in Turkije waar een islamitische jongen mij die vraag stelde.

Dat kan ons ook overkomen in een crisis zoals deze. Dat kan je overkomen in persoonlijke crisis.  Dat overkomt Jona aan boord van het schip. Als in de storm alle goden al zijn aangeroepen door de bemanning, is er één die nog niets heeft geroepen. Wat doe je hier aan boord? Waar kom je vandaan? Uit welk land kom je? Bij welk volk hoor je?” Door die vragen van de schipper en de zeelui komt Jona terug bij zijn kern, terug bij zijn belijdenis:  “Ik ben een Hebreeër en ik vereer de Heer, de God van de hemel, de God die de zee en het land gemaakt heeft.”

En teruggevoerd tot die kern, tot waar hij voor staat, wie hij is, wat hem maakt tot wie hij is, teruggevoerd tot die kern beseft hij dat hij op het verkeerde spoor zit en daarom zegt hij ook, in alle eerlijkheid en in alle zelfreflectie ook: “Gooi me in zee, dan zal de zee jullie met rust laten.

We kennen het verhaal van Jona. We horen het begin van het verhaal – tot en met de vis die Jona opslokt en na drie dagen weer uitspuwt – in het lied dat Sophie zal zingen.

…Op een dag zei God tegen Jona: Luister goed

Sophie zingt bij de vleugel:

Jona, Jona, ga naar Ninevé.
Maar Jona die zei ‘nee,
ik wil niet naar die nare stad,
de mensen daar die kunnen me wat’.
Zei Jona en hij ging op pad
tot hij een schip gevonden had
dat voer naar Tarsis over zee
maar niet naar Ninevé

Maar God ging met hem mee.
Hij stuurde ‘t schip in een orkaan
en de mensen riepen ‘Wij vergaan’
en ach, het lot wees Jona aan
die zei ‘Ik heb wat doms gedaan,
ik wou niet luisteren naar Gods woord
gooi mij maar overboord’

Maar daar zwom een vis in zee
die lustte Jona al te graag.
Drie dagen zat hij in zijn maag.
Daar riep hij ‘Heer, U zij geloofd
ik zal doen wat ik heb beloofd’
En de vis zwom pijlsnel naar het strand
en spuugde hem aan land

Jona, Jona, ga naar Ninevé;  ‘
Ik wil wel’, Ik ga al, Ik ga naar Ninevé’.)

Lezing                   Jona 3

Overweging

Hij zegt tegen de bewoners van Ninevé: jullie stad zal over 40 dagen omgekeerd worden. Jona gaat zitten wachten op dat schouwspel onder een boompje. Maar de bewoners schrikken. Ja, de stad wordt omgekeerd maar dan in de betekenis dat de bewoners zich omkeren van hun gedrag en God vindt dat prachtig. Jona niet. Die kan het als verongelijkt mannetje  niet hebben dat mensen kunnen veranderen. Dan laat god zijn boompje verdorren. En Jona ontploft over zoveel ongerechtigheid. Het antwoord van God brengt dit hardleerse mensenkind voor de zoveelste terug naar waar het God om gaat. Als jij al zoveel verdriet hebt over een boompje, hoeveel verdriet zou ik niet hebben over deze stad met 120.000 mensen.

De stad Ninevé, een ontspoorde samenleving. Of is het een samenleving zoals in Buitenhof van afgelopen zondag de Belgische journalist onze samenleving beschreef als één die al jaren boven zijn stand leeft.

Egypte, Babylon en Ninevé: Waar lijkt onze samenleving op die van hen? Deze Bijbelse verhalen stellen ons ongemakkelijke vragen. Ook de vragen die opkomen na de dood van George Floyd horen daar bij.

Zou daar nog werkelijk wat kunnen veranderen? Of denderen we, ook na de crisis weer gewoon door?

Jona denkt: kansloze missie. Daar geloof ik niet in, daar ga ik mijn energie niet instoppen en mijn leven niet aan wagen.

Het verhaal van Jona is niet het verhaal van mensen die in God geloven maar het verhaal van God die in óns gelooft. Zelfs in Ninevé.  Zelfs in die rare postduif Jona.

De naam Jona betekent duif.

En met duiven, zoals we weten is iets vreemds. Op Breedstraat 82 hadden we een buurman die duiven hield en nu op Breedstraat 124 een achterbuurman, ook met duiven. Ze vliegen hun rondjes boven ons huis. En als ze dan, als het weer kan, naar verre streken worden gebracht, vinden ze feilloos de weg terug. Elke keer is dat weer zo ongelooflijk dat er in een brein ter grote van een erwt zoiets is gestopt.

De naam Jona betekent duif.

En het is alsof er in die naam al iets is gelegd van dat vertrouwen van God in ons gewone, bange, weglopende mensen, iets wat ons ook telkens weer thuis brengt bij wat het betekent beeld van God te zijn.

Die God die erop vertrouwt dat, hoezeer wij onze oriëntatie soms ook kunnen verliezen en hoezeer wij voor Hem van de radar verdwijnen  er toch altijd íets in ons kan zijn, ook al is dat maar piepklein, dat de weg naar de duiventil weer hervindt, ondanks onszelf en dankzij anderen.

En soms misschien zelfs nog meer dankzij ongelovigen dan dankzij gelovigen, zoals dat hier ook het geval is in het verhaal van Jona.

Ondanks onszelf en dankzij anderen is er iets in ons dat de weg naar de duiventil weer kan hervinden.

En dat is waar God op vertrouwt. Onbegrijpelijk maar waar. Bij God mogen we altijd weer thuis komen. Om opnieuw uitgezet te worden voor de vlucht van ons leven.

Orgelspel

Lied 831: 1, 2, 3, 7

Collectepraatje

Gebeden

filmpje                 O grote God die liefde zijt.          https://www.youtube.com/watch?v=5ZZdNuhod9A

Zegen

Orgelspel

voorganger                       Henk Haandrikman
orgel                                   Christine Janssen
zang                                    Sophie Zitman
vleugel                               Wiesje Mazereeuw
ouderling van dienst       Jeannette Plokker
diaken van dienst            Bert Bouw
lector                                  Anne Hans van der Herberg
koster                                 Tjeerd Bielsma
camera                               Peter Cloos
geluid                                 Jerry Korsmit
bloemschikking                Andrea Botman en Tsjikke Eveleens