zondag 14 maart * zondag Laetare * ds. Henk Haandrikman

Orgelspel Vater unser im Himmelreich-Jacob Praetorius

Woord van welkom door ouderling van dienst

Filmpje bij het aansteken kaarsen        https://www.youtube.com/watch?v=TLPq6trmZ5M 
Veni lumen cordium, veni sancte spiritus
(Kom licht van ons hart, kom heilige Geest)

 Groet en Bemoediging

Genade zij u en vrede van God onze Vader en van Jezus Christus, de Heer.

Onze hulp is de naam van de Heer, die hemel en aarde gemaakt heeft
die trouw houdt tot in eeuwigheid en niet loslaat  het werk van zijn handen.

Waar wij samenzijn, ook al is dat niet lijfelijk,
waar wij samen zijn in de geest
in Uw geest
waar wij samen zijn
verbonden in gebed
wij bidden U wees daar aanwezig.

Zo verbonden leggen we voor U neer
wat ons beklemt
onzeker, onrustig, angstig maakt

Zo verbonden met elkaar
willen wij ruimte maken
voor uw geest
dat in ons opstaan
moed en vertrouwen
aandacht en rust

Wees zo aanwezig in Jezus’ naam.

Inleiding

We zijn vandaag halverwege in de veertigdagentijd, zondag Laetare – zondag verheug je. Genoemd naar een tekst uit Jesaja waarin we worden opgeroepen ons te verheugen omdat we onderweg zijn, omdat er richting wordt gegeven aan ons leven, dat we niet zomaar doelloos ronddwalen. Soms, misschien wel vaak voelt het wel zo, dat het doelloos is, we draaien in rondjes, we hobbelen een beetje door het leven, allerlei politieke beloften worden nu weer gedaan en tegenstellingen aangescherpt, maar wat brengt het ons, ik kies maar voor me zelf. En midden in die woestijn van wat doet het er allemaal toe, klinkt de stem: verheug je, want er is ons een bestemming ingefluisterd: Jeruzalem. Daar zingt de pelgrimspsalm voor deze zondag over, psalm 122: “Jeruzalem dat ik bemin, wij treden uwe poorten is.” Jeroesjalaiem– de stad van vrede en recht.

Je zou zo al je wandelschoenen willen aantrekken. Toch is het niet de bedoeling dat we nu met z’n allen op pelgrimstocht naar Jeruzalem vertrekken. Waartoe roept deze psalm dan wel op? Jeruzalem is niet alleen een plek op de landkaart. Jeruzalem is niet alleen een kwestie van aardrijkskunde. Jeruzalem staat symbool voor een leven in recht en vrede. Jeruzalem ligt daar waar God en mensen en schepping tot hun recht komen. Dat kan dus bij je om de hoek zijn.

Jeruzalem is in die zin ook de plek waar we nu zo naar verlangen, daar waar we elkaar weer volop kunnen ontmoeten, omhelzen en zoenen.

Alweer een jaar. Deze zondag was vorig jaar één van de eerste zondagen die vielen in de lockdown.

Ik zei toen: zoals het volk halverwege in de woestijn al een glimp mocht opvangen van het beloofde land, van Jeruzalem, even de ruimte mocht voelen midden in alles wat je beperkt en benauwd maakt, de ruimte die het geeft als je beseft dat je bestaan uiteindelijk wordt gedragen, even de zorgen om het bestaan loslaten, even de rust proeven van gewoon er zijn.

Ik hoop dat we daarvoor open blijven staan. Ook als we er niet voor open staan – het wordt ons aangeboden en voorgehouden, er worden ons oases aangeboden. Ook al denk je: ik kom er nooit, we komen nooit uit deze woestijn. Zo heeft men deze zondag ook ingevuld als een oase halverwege. En voor vandaag is de oase de lezing van het verhaal van de spijziging van de vijfduizend zoals Johannes dat vertelt.

Halverwege de veertigdagentijd, halverwege Pasen.Met al een blik op Jeruzalem als beeld van een bestemming waar het goed is. Zo hoort op deze zondag psalm 122 thuis.  Ik lees de psalm en we luisteren daarna naar vers drie van de berijming in het Liedboek.

Een pelgrimslied van David

Verheugd was ik toen ik hoorde:
‘Wij gaan naar het huis van de HEER,’
verheugd ben ik, nu onze voeten staan
binnen je poorten, Jeruzalem.

Jeruzalem, als een stad gebouwd,
hecht en dicht opeen.
Daar komen de stammen samen,
de stammen van de HEER,
om Israëls plicht te vervullen,
te prijzen de naam van de HEER.

Daar zetelt het gerecht,
daar troont het huis van David.
Vraag om vrede voor Jeruzalem:
‘Dat rust hebben wie van je houden,
dat vrede heerst binnen je muren
en rust in je vesting.’

Om mijn verwanten en vrienden
Om het huis van de HEER, onze God,
wens ik je al het goede.

 

Filmpje                           https://www.youtube.com/watch?v=Pii7W5mwoJw 
Psalm 122:3

Lezing                             Johannes 6: 4-15

Lied via MP3 opname      Lied 383

Preek                    

We kregen afgelopen week het bericht van de geboorte van een klein meisje in onze gemeente: Jara, dochter van Bernice Baars en Freek Dekker. Haar broertje Jent werd hier drie jaar geleden gedoopt op Paasmorgen. Dat bracht we weer even bij het besef dat dat ook al een jaar niet meer gebeurt, dat we naast al het andere wat niet kan we ook de doop in onze gemeente missen. We hopen dat we dat over enige tijd in kunnen halen. Naar aanleiding van die gedachte kwam bij me boven dat ik ooit een verhaaltje had verteld aan de kinderen in een doopdienst waar ook het verhaal van de wonderbare spijziging werd gelezen. In dat verhaal staat dat er veel gras was op die plaats

Het verhaaltje vertelt over een meneer Thomas. Hij woonde in een nieuw huis waar nog niks aan de tuin was gedaan. Hij wilde graag een grasveldje. Maar hij was niet zo handig en twijfelde of hij dat wel kon. Zijn buurman zou hem wel eens helpen. Toen meneer Thomas ‘s avonds van zijn werk thuis kwam en zijn tuin in stapte, zei zijn buurman: ‘hé kijk uit, ga eens van dat grasveldje af.’ Meneer Thomas keek eens om zich heen en zei: ‘welk grasveldje? Ik zie alleen maar  kale zwarte modder.’

‘Nee’, zei de buurman,’ dat is een grasveldje, ik heb het zelf gezaaid, maar de zaadjes zijn te klein om ze te kunnen zien.’ Meneer Thomas twijfelde of het wel wat werd, maar zijn buurman zag er al een grasveld in.

zijn er in de wereld mensen die rondkijken in de wereld en zeggen: ‘het is een lelijke zwarte, gemene boel, een wanhopige wereld, het lijkt wel een woestijn.’

‘Welnee’, zegt God, ‘welnee, het is mijn grasveld. Ik heb er mijn woorden in gestopt, daar moet je niet meer met je klompen doorheen stampen, want het wordt heel mooi.’ God ziet al wat wij nog niet zien.

Meneer Thomas keek elke ochtend uit zijn raam of er al wat was te zien. En ja, op een dag kwam er één. Die heeft hij Zacheüs genoemd. De volgende dag weer één, die noemde hij Maria Magdalena, en toen weer één, die noemde hij naar zichzelf. En toen kon hij het niet meer bij houden, er kwamen er zo veel. Ook sprietjes met onze namen. En de namen van de kleine kinderen. Vandaag noemen we Jara in de hoop dat ze binnenkort gedoopt mag worden, want om te groeien hebben we water nodig.

‘Nu was er veel gras op die plaats’. Dat vind je nergens anders in de Bijbel zo’n bijna terloopse beschrijving van de omgeving. Ik ben daar meerdere keren geweest en ook een keer in februari, dan is het in Israël al volop voorjaar. En het klopt. Er is daar op die helling aan het meer veel gras, heerlijk groen.

Het is een idyllisch plaatje. ‘O vrede van Tiberias, o heuvels in het rond, waar Jezus in het zachte gras de mensen liefhad en genas en in hun midden stond.’ Zo zingt lied 836. “Leg Heer uw stille dauw van rust op onze duisternis.

Er gaat van dit verhaal een diepe rust uit. Alles wat ons opjaagt en zorg geeft valt even weg. Je mag ontvangen, je kunt ontvangen, je laat het toe. Er wordt gezorgd en het blijkt ook nog eens dat wat er wordt uitgedeeld in eerste instantie iets is dat bij jezelf gevonden wordt. Maar ja, wat stelt dat nou voor?  Wat hebben wij nou te bieden?

Daar waren de discipelen ook bang voor, daar zijn u en ik ook bang voor: te weinig, niet genoeg, er is geen beginnen aan. Zo’n honger naar brood, naar geluk, naar vrijheid, naar waarheid. Wat hebben we te geven? Als we naar de nood om ons heen kijken, is dat nooit genoeg. Als je een willekeurig gesprek aanknoopt met iemand, gebeurt het nogal eens dat er voor je het weet een stroom van pijn en verdriet naar buiten komt als of diegene op dat moment heeft gewacht om het er uit te gooien. Wat kun je dan geven. De angst die ouders regelmatig om het hart slaat: heb ik wel genoeg te bieden, is wat ik heb en wat ik ben wel genoeg? Ook nu met de verkiezingen voor de deur. Wat is er veel aan de hand in de wereld en met de wereld. “Hoe ziet mijn wereld eruit als ik zo oud ben als jij?” vragen kinderen op televisie aan hun ouders.

Sla je dan dicht? Trek je je dan terug in fatalisme?

Dan is het goed om dit verhaal er bij te pakken.

Een verhaal dat vertelt dat we niet alleen aan onszelf zijn overgelaten. Wat wij te bieden hebben, wordt van hogerhand ingezet en het blijkt genoeg.

Waar wij alleen kale zwarte modder zien, ziet God ondergronds het groene gras al groeien.

Een verhaal over vertrouwen, vertrouwend leven dat het voldoende is, meer dan voldoende. Durf te geven wat je hebt, hoe weinig het ook is, ook al vind je het zelf niets voorstellen. Als je het gaat wagen om het te doen gebeurt telkens dat wonder dat wij zoveel kunnen geven dat we het van te voren niet voor mogelijk hadden gehouden.

Orgelspel bij lied 995      Vater unser im Himmelreich – Dietrich Buxtehude

In Memoriam                  

Lied/Geen beeld/Alleen geluid            https://www.youtube. com/watch?v=h_ntMTJrfTk
Lied 961 Niemand leeft voor zichzelf

 Collectepraatje

 Gebeden

Slotlied/filmpje                         https://www.youtube.com/watch?v=ruIkRa9Ah74 
Voor hen die ons regeren – lied 994

 Zegen

Orgelspel              Praeludium in d – Heinrich Scheidemann