Zondag 16 december * 3e zondag van de Advent

Psalm 145: 1-9, Lucas 3:7-18 en Filippenzen 4: 4-9

door ds. Rudolf Kooiman

Orgelspel

Welkom en afkondigingen

Psalm van de zondag: Psalm 68:7 (gemeente staat)

Groet      Genade zij u en vrede van God onze Vader
en van Jezus Christus de Heer.
Amen

Bemoediging      Onze hulp is in de naam van de Heer
die hemel en aarde gemaakt heeft.

Gebed van toenadering (gemeente zit)

Intredelied : Lied 276

Kyriegebed

Wij zingen: Lied 598 (Nederlandse tekst 5x gezongen)

Lezing: Psalm 145: 1 t/m 9

Acclamatie      Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.

Wij zingen: Lied (Psalm) 145: 1

Evangelielezing Lucas 3: 7-18

Acclamatie Lied 339-a

Epistellezing: Filipenzen 4: 4-9

Wij zingen: Lied 314: 2 en 3

Preek

Geliefde mensen van God,

Wanneer je het nieuws een beetje volgt is er niet veel reden om blij te zijn. En dan denk ik niet alleen aan gele hesjes, Brexit of de schietpartij in Straatsburg, maar ook aan de wereld dichterbij: aan die van familie, vrienden, kennissen, buren en collega’s. Er is er altijd wel iets om je zorgen over te maken, om je druk over te maken of wakker van te liggen. Paulus lijkt daar anders over te denken, want hij zegt:

Verblijd U in de Heer, te allen tijde of in de Nieuwe vertaling: wees altijd verheugd

Het is alsof hij een optimistische levensvisie aanprijst tegenover het vermoeide decadente heidendom waarin hij leeft. Alsof hij net zo is als de positivo’s die je er altijd op wijzen dat achter de wolken de zon schijnt en je het liefste toeroepen: kop op, houd moed. Maar is dat ook zo? Bedoelt hij dat te zeggen of gaat het misschien over iets anders? Dat moet wel. Al was het maar omdat hij weinig reden had om optimistisch te zijn. Op het moment dat hij deze woorden (deze brief) schrijft zit hij namelijk in de gevangenis. We weten niet waar. Over de plaats van zijn gevangenschap lopen de meningen uiteen: sommigen denken aan Efeze (een stad in Turkije), anderen aan Rome. Maar uit de brief wordt duidelijk dat hij in hechtenis is genomen en dat hij vanuit zijn benarde situatie meeleeft met de mensen in Filippi: een stad in het Noorden van Griekenland. Hij wil de mensen daar een hart onder de riem steken. Hij wil ze bemoedigen, troosten en inspireren. En dat doet hij niet door te zeggen dat wat er mis is in de wereld allemaal wel meevalt. Dat doet hij niet door de zorgen te bagatelliseren. We kennen tenslotte allemaal onze twijfels of het ooit nog wat wordt met onze wereld. Hij doet het ook niet door te suggereren dat oplossingen voor het oprapen liggen. Want oplossingen zijn niet altijd voorhanden, er is niet altijd een antwoord en het leven is tamelijk weerbarstig.

Ik hoorde ooit over een man die naar Tiel ging, naar een gebedsdienst van Jomanda (u herinnert zich haar misschien nog wel). Een vrouw met bijzondere gaven, gekleed in het blauw die allerlei bijeenkomsten organiseerde in een grote hal in Tiel. Ik ben er ook nog eens naar toe geweest met een groep catechisanten. Goed. De man woont een groot deel van de dienst bij en gaat weer naar buiten. Buiten aangekomen hoort Jomanda de man roepen: “ik kan weer lopen, ik kan weer lopen!” Jomanda holt naar buiten en vraagt: “Heeft mijn gebed zo snel geholpen?” “Nee, zegt de man, mijn fiets is gestolen!”

Nee, het leven zit niet altijd mee. Daar kennen we allemaal voorbeelden van. En daar heeft Paulus ook weet van. Toch zegt hij:

Verblijd U, verheugt u, te allen tijde

Maar nogmaals dat zegt hij niet vanuit een zorgeloze houding of een lichtvoetige levensinstelling. Zo’n vrolijk Frans was hij waarschijnlijk niet gezien zijn steeds terugkerende opmerking dat hij lijdt aan een doorn in het vlees. Met andere woorden een kwaal die hem vreselijk in de weg zat. Maar om mensen anders (minder ik-gericht) te leren kijken, een ander perspectief te geven. Dat is meer dan ooit de moeite waard. Of op z’n minst een belangrijke correctie (in een wereld vol eenzijdigheden). Want…
wanneer we te veel kijken naar onszelf, uitgaan van onszelf gaat het mis. Ja natuurlijk: het stimuleren van zelfvertrouwen en zelfbewustzijn is soms waardevol. Zeker wanneer iemand veel heeft gehoord dat hij niets voorstelt. Maar het heeft als gevolg dat er grote nadruk gelegd op wat mensen kunnen of hebben. Mensen kijken naar de auto die je rijdt, het huis waar je in woont, de baan die je hebt. Ze beoordelen je op grond van wat je hebt gepresteerd, hebt gedaan voor de maatschappij. En op grond daarvan mag je er zijn, tel je en doe je mee. Ja ook in de kerk wordt vaak zo gekeken. “Waar heb ik dit aan verdiend,” zei laatst een doodzieke man tegen mij. “Ik ben altijd eerlijk geweest en heb nooit iemand tekort gedaan”.

Alsof het leven zo rechtvaardig is? Alsof mensen altijd krijgen wat ze verdienen? Alsof de Bijbel spreekt over een god is die de goede beloont en de kwaden straft en je een lang leven kunt verdienen door goed en lief en aardig te zijn. Ja dat geloofden de Batavieren toen ze Wodan vereerden en Donar en al die andere goden. Donar, de god die zorgde voor donder en bliksem en die je te vriend moest houden door aan hem te offeren, mensen bijvoorbeeld… Kinderen bij voorkeur.
Ach ja: hoeveel mensen hebben zich niet blauw gebeden voor de genezing van hun vader, moeder kind vriend en vriendin? En hoeveel zijn er niet gestopt met geloven omdat het niet hielp? Ik hoorde laatst het verhaal van iemand die God beloofde het klooster in te gaan als haar zusje mocht genezen van een tumor in haar hoofd. Wij denken vaak in oorzaak en gevolg. Wij willen een god die te verbidden is, die weldaden rondstrooit. Die onze zieken geneest, de honger de wereld uithelpt. Die onze tekorten aanvult, onze problemen oplost en onze oorlogen wint. Die in elk geval voor vrede zorgt in deze wereld. Een god als Sinterklaas dus.
Maar dat is niet wat Paulus bedoelt en verkondigt. Daarvoor heeft hij te zeer weet van onrecht, oneerlijkheid en onredelijkheid. Hij wil duidelijk maken dat alles anders is in het licht van het leven en sterven van Jezus, in het licht van de gekruisigde en opgestane Heer. Hij preekt de hoop door geloof in de liefde en hij preekt de gelijkheid in Jezus Christus. Jood, Griek, Slaaf, vrije, man, vrouw. Iedereen telt mee. Dat is wat hem ondanks alles wat hem overkomt gaande houdt. Dat is wat hem doet schrijven en reizen. Dat is zijn missie. Dat is zijn passie. Dat is zijn preek.
Bij een preek denken veel mensen nog steeds aan een moralistisch verhaal. Een opgeheven vinger. En bij een dominee denken de meesten vooral aan bloedserieuze zaken en aan een heel bepaald type mens…

Een ouderling stond eens op een zondagmorgen aan het station een hem onbekende gastpredikant op te wachten. “U bent zeker de dominee’, zegt hij tegen een wat somber uitziende man. “Nee”, antwoordt die, “ik ben geen dominee. Maar u hoeft zich niet zo te verontschuldigen, dat denken de mensen wel vaker. Ik heb namelijk last van een maagzweer.

Ach beeldvorming. Wat is die sterk! Binnen en buiten de kerk. Begrijpelijk misschien, maar wel spijtig. Want preken en verkondigen heeft te maken met een andere blik, een andere mogelijkheid. Het gaat niet zozeer over wat moet, maar wat kan. Niet om een Antwoord maar om een andere mogelijkheid. Niet over een doem, een lot, maar over hoop en verwachting. Dat is in elk geval de kern van Advent. Dat wij in verwachting zijn..

Maria en Elisabeth zijn blij en verheugd. Niet vanwege datgene wat ze hebben gepresteerd. Niet vanwege de dingen die ze hebben gezegd en gedaan. Niet vanwege hun rijkdom, maar vanwege de toekomst die ze is beloofd, vanwege de belofte dat ze iets hebben te verwachten.
Ja misschien is dat wel het essentiële.
Dat we ondanks onze zorgen en angsten om:

– hoe het zal gaan met die duizenden vluchtelingen
– wat we hebben te verwachten als het gaat om terrorisme en extremisme.
– de ontwikkelingen in de economie, het klimaat, de kerk.
– onze pijn en moeite en teleurstellingen en tegenslag.

Niet het hoofd in de schoot leggen, niet het bijltje er bij neergooien,
niet de handdoek in de ring gooien, niet opgeven,
maar blijven verwachten. blijven doorgaan met geloven, hopen, liefhebben.
Natuurlijk zijn we niet altijd vrolijk en blij. Natuurlijk kennen we ook dagen dat het niet gaat,
dat het niet wil, dat wij tegen onze grenzen oplopen.
Maar juist dan is er alle reden om een andere kant op te kijken.

Verblijd u in de Heer, te allen tijde.

Niet als goedkoop optimisme of dooddoener, maar als troost en verlichting,.
want het doet ons onze eigen sores relativeren. Het helpt ons om op weg te gaan en de moed niet op te geven, want… De Heer is nabij. Daarmee sluit Paulus af en bedoelt hij volgens de deskundigen dat hij de wederkomst van de Heer elke dag verwachtte.
En ze zeggen er dan bij dat Paulus zich (enigszins/een beetje) vergist heeft.
Ik denk dat ze zo totaal over het hoofd zien dat de Heer ook op een andere manier nabij kan zijn: namelijk hier bij ons: Wanneer we aandacht hebben voor elkaar
open blijven staan voor elkaar, oog hebben voor elkaars zwakheden,
ons niet laten verblinden door haat of wrok of wrevel,
de angst niet laten zegevieren, niet vergeten dat we allemaal leven van Gods genade,
(zo) de Geest van Christus zichtbaar wordt in ons samenzijn als kinderen van één Vader,
in onze harten en in ons geweten.

Moge het zo zijn (AMEN)

Lied 528

Gebeden afgesloten met oecumenisch Onze Vader

Inzameling van de gaven

Slotlied : Lied 473
Zegen