Zondag 16 februari * 7e zondag van Epifanie

Exodus 2: 1-10 en Mattheüs 5:17-26

door ds. Henk Haandrikman

Lied: 1005
Psalm 18a
Kyrie Orlando di Lasso
Glorialied 305: 1, 3 5

Inleiding

Er zit een bijzondere opbouw in de eerste boeken van de Bijbel. In Genesis gaat het over individuele mensen en hun relaties: mannen en vrouwen, ouders en kinderen, broers en hun onderlinge strijd. En een aantal keren de moeite van de aartsmoeders – Sara, Rebekka en Rachel – om een kind te krijgen. Ondanks de belofte aan de aartsvaders – dat ze talloze nakomelingen zouden krijgen– bleek zelfs het krijgen van een enkel kind moeizaam.
Maar als we aan Exodus beginnen, verdwijnen al die zorgen en wordt een familie van 70 leden een volk van zo’n twee miljoen.
Genesis gaat over individuele mensen, Exodus gaat over het ontstaan van een volk, van een natie. Het gaat over politiek, over basisprincipes van hoe je een samenleving wordt met alle onderlinge verschillen. Het gaat over rechtvaardigheid, over vrijheid en toepassing van het recht. Exodus laat eerlijk en duidelijk zien welke risico’s er kleven aan macht. Het kan gebruikt worden om mensen te onderdrukken, tot slaaf te maken en in het ergste geval te vermoorden. Want dat is het voorstel van Farao. aan het begin van het boek Exodus als hij ziet hoe dat vreemde volk zich uitbreidt.
Werp alle jongetjes die geboren worden in de Nijl, alle meisjes mag je laten leven… Farao is blijkbaar alleen maar beducht voor ‘mannen’, meisjes en vrouwen interesseren hem niet. Dat blijkt een grove onderschatting van de macht van de vrouw: Drie vrouwen verslaan hem straks. Zoals hiervoor al die twee vroed(e) vrouwen: Sifra en Pua.
Wie komen we in het volgende hoofdstuk tegen?
De eerste vrouw is een moeder die naar haar pasgeboren kind kijkt en geraakt wordt door het pure wonder van zijn ‘zijn’… wat haar doet besluiten alles in het werk te stellen om dat ‘wezentje’ tot ontplooiing te laten komen.
De tweede vrouw is een zuster: zij is solidair en zal alles in het werk stellen om haar broertje ook een levenskans te geven.
En dan de derde vrouw is de dochter van de farao. Zij wordt de ‘naaste’ van dat klein kind. Zij hoort het huilen, wordt geraakt door de het kwetsbare kind… en adopteert dit kind als het hare, ook al weet zij zeer wel, dat het een Hebreeuws jongetje is, dat in de Nijl geworpen zou moeten worden en daarmee zorgt zij ervoor dat Gods geschiedenis verder kan.

Lezing Exodus 2: 1-10
Lied 18: 1 en 5
Evangelielezing Mattheüs 5:17-26
Acclamatie: lied 339c
Lied 314

Preek
Op de grote Surinametentoonstelling wordt niet gesproken over ‘slaven’ maar over ‘slaafgemaakten.’ Het was me al eerder opgevallen dat die term meer naar voren komt. U voelt wel aan waarom. Geen mens is slaaf, alsof dat een gegeven is. Elk mens is vrij. Je kunt wel tot slaaf gemaakt worden door machtsmisbruik van een ander.
Dat besef, dat onderdrukking niet een gegeven is, dat het niet vastligt in een soort noodlot, dat besef is gevormd door het boek Exodus. Ik heb me voor deze zondag flink laten inspireren door het commentaar op Exodus van rabbijn Jonathan Sacks. Hij is emeritus opperrabbijn van Groot Brittannië en wordt gezien als één van de meest invloedrijke denkers en geestelijk leiders in de wereld. Hij zegt: “er is geen verhaal zo invloedrijk geweest als Exodus bij de vorming van het innerlijk landschap van de vrijheid. Als geen ander verhaal heeft het in de geschiedenis mensen geïnspireerd met het besef: er is een andere wereld mogelijk, een ander soort samenleving, een andere manier van leven”.
Exodus is het boek dat mensen als Martin Luther King de moed en het vertrouwen gaven om te verkondigen dat het kan, kijk maar naar Exodus. Hij, en nu spring ik al even helemaal naar het einde van het boek Exodus, hij verwees op 3 april 1968 aan het einde van zijn toespraak naar de laatste dagen van Mozes, toen de man die zijn volk naar de vrijheid voerde door God zelf naar de top van een berg werd gebracht van waaruit hij in de verte het land kon zien liggen dat hij zelf niet zou binnengaan. Zo voelde ik mij ook die avond. ‘Het was alsof ik net als Mozes even door God op een bergtop werd neergezet. Daar keek ik om me heen en heb het beloofde land gezien. Misschien kom ik er niet samen met jullie. Maar ik wil dat jullie weten dat we, als volk, het beloofde land zullen bereiken.’ Die nacht was de laatste van zijn leven. De volgende dag werd hij vermoord. Veertig jaar later (even lang als het volk omzwierf in de woestijn) werd er, voor het eerst in de geschiedenis een Afro-Amerikaan tot president van de Verenigde staten gekozen.
Het verhaal van Exodus is het verhaal van alle tijden van wat er gebeurt als mannen en vrouwen worden geraakt door de oproep van God om de ketenen af te werpen en de moed te hebben om te beginnen aan de lange reis naar de vrijheid. En een lange reis is het! En je kunt je afvragen of we na meer dan drieduizend jaar dichter in de buurt zijn gekomen. Zoals we ook tweeduizend jaar na Jezus kunnen afvragen; dat Koninkrijk van God – waar blijft dat?
Exodus zou zeggen: de weg naar de vrijheid reis je stap voor stap, generatie na generatie, tijdperk na tijdperk, zonder de moed op te geven of het doel uit het oog te verliezen.
Jezus zou zeggen: het Koninkrijk? Jullie zijn daar tekenen van: jullie zijn het zout, jullie zijn het licht. Jezus zegt niet: ‘jullie moeten het zout zijn of het licht worden, maar jullie zijn het. Dat eerste zou veel gemakkelijker voor ons zijn geweest. ‘Ik wou dat jullie het waren, of: ik hoop dat jullie het zullen worden. Dan zouden wij nog terug kunnen krabbelen met ‘wij zijn ook maar mensen, we proberen zo goed mogelijk te zijn en soms lukt dat aardig, Maar dat is nu even te hoog gegrepen. We zijn er niet aan toe, of we hebben de handen vol met andere dingen of we hebben ons leven al grotendeels achter ons er is weinig kans om nu nog iets te betekenen. Maar er staat niet: je moet zout en licht worden, je kunt het worden je zult het worden. Jezus zegt: je bent het. Punt uit. Je bent het. Vanaf het moment dat het geloof voor je gaat leven, als Gods woord in je bestaan komt, als Jezus Christus iets in je leven gaat betekenen. Of hoe je het aangeraakt worden door God ook noemt. Vanaf dat moment doet het iets met je en ga je zelf iets betekenen.
Dat is wat er gebeurt als mannen en vrouwen worden aangeraakt door de oproep van God: Jullie zijn naar mijn beeld geschapen, als vrije mensen, dat geldt voor iedereen.
In die uitspraak: jullie zijn naar mijn beeld geschapen, ligt al de kern van de universele verklaring van de rechten van de mens en in Exodus wordt afgerekend met het idee dat de machthebbers God wel aan hun kant zullen hebben. Hier kiest God radicaal anders voor de machtelozen. ‘Een gedachte die zijn tijd duizenden jaren vooruit was’ – aldus Sacks.
Dat is zo’n sterk appèl dat mensen burgerlijk ongehoorzaam durven zijn. We hoorden erover in het vorige hoofdstuk waar Sifra en Pua de Farao weerstaan, ze weigeren in zijn onmenselijkheid mee te gaan. Geen bevel is bevel maar ze nemen hun eigen verantwoordelijkheid. Er zijn tijden waarin morele wetten boven die van de staat uitgaan. We denken nu ook aan Bonhoeffer die je een verre nakomeling van Sifra en Pua kunt noemen in zijn verzet tegen de Jodenvervolging.
En vandaag over drie andere vrouwen
De eerste vrouw is een moeder die naar haar pasgeboren kind kijkt en geraakt wordt door het pure wonder van zijn ‘zijn’… en ze zet alles in het werk om dat ‘wezentje’ tot ontplooiing te laten komen.
De tweede vrouw is een zuster: zij is solidair en zal alles in het werk stellen om haar broertje ook een levenskans te geven.
En dan die verrassende derde vrouw: de dochter van de farao.
Haar verhaal maakt duidelijk dat Exodus geen zwart-wit verhaal is van goeden tegenover slechten. Het is sowieso opvallend hoe kritisch het tegenover de Israëlieten. Ook weer zo anders dan andere beschrijvingen uit die tijd waarin heel triomfantelijk werd verteld over de grootheid van de heersers en de macht van volken en stammen, daar staat Mozes stotterend voor de Farao, en schreven de Israëlieten meer over hun tekortkomingen dan over hun successen. En is er ruimte voor de bijzondere rol juist voor mensen, vaak zijn dat vrouwen afkomstig uit een andere cultuur. Zoals hier de dochter van de Farao. Wat zet ze niet op het spel. Lees in plaats van Farao’s dochter Hitlers dochter die een joodse onderduiker in huis neemt en het wordt duidelijk.
Exodus vertelt hier dat we nooit moeten generaliseren als het om mensen gaat en nooit vanuit stereotypen mogen denken. En dat we uit een heel onverwachte hoek bij bepaald kunnen worden wat menselijkheid is. De Egyptenaren waren niet allemaal slecht. We kunnen goedheid ontmoeten waar we die niet verwachten want, zo zegt Sacks: de diepste kern van de menselijke waarden – menselijkheid, mededogen, moed – is werkelijk universeel. Goed om voor ogen te houden nu er zoveel tegenstellingen worden aangewakkerd en je gaat zomaar mee in die polarisatie.
De menselijkheid drijft soms zomaar weg zoals dat biezen mandje op de Nijl. Dat er dan in elke tijd mensen zijn zoals die drie vrouwen. De één maakt een arkje zodat de menselijkheid niet ten onder gaat, de tweede zoekt bondgenoten, de derde, de dochter van de Farao zorgt ervoor dat deze diepste kern van menselijke waarden uit het water wordt getrokken waarin die telkens weer dreigt te verzinken.
Mosjee, Mozes, uit het water getrokken.
Dat we ons laten inspireren door deze vrouwen aan het begin van Exodus en wij ook oog krijgen waar de menselijkheid uit het water getrokken moet worden.

Cantorij (met pianobegeleiding door Jerry Korsmit): Dit ene weten wij

Gebeden, met acclamatie refrein van lied 1005
Collecte

Tafellied: 229
Heilig, heilig 404 e
Als wij dan .. 403a
Lam Gods 408e

Slotlied: 909 1,2,