Zondag 18 oktober * ds. Henk Haandrikman

Aansteken van de kaarsen       intussen zingt de zanggroep Lied 214: 1,2,4,8

 Groet en Bemoediging

Genade zij u en vrede God de Vader en van Jezus Christus, onze Heer

Onze hulp is in de naam van de Heer
die hemel en aarde gemaakt heeft.

Straks, in de lezing, horen we het verhaal waarin de godsdienstige machthebbers van die tijd, de Farizeeën, Jezus een uitspraak proberen te ontlokken die zijn ondergang zou betekenen. “Is het toegestaan de keizer, de bezettende macht, belasting te betalen?“.  Ze proberen hem in het mijnenveld te lokken van godsdienst tegenover wereldlijke macht.

Door Staphorst wordt dit verhaal en alle vragen die het oproept weer even heel actueel. Nou ja, het is de Coronacrisis die het actueel maakt.

In onze samenleving en in de grondwet is de verhouding kerk en staat vastgelegd: ze zijn gescheiden. Kerken, geloofsgemeenschappen staan niet boven de wet en de staat biedt ruimte en vrijheid aan de geloofsgemeenschap om samen het geloof te belijden. Vastgelegd in artikel 6: ‘Ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden”.

Hoe verhoudt zich dat tot de regeringsmaatregelen om een beperkt aantal kerkgangers toe te staan? Naar de letter kan de regering dat niet doen en is het daarom een dringend advies. Wat er binnen kerkgebouwen gebeurt, is in principe een zaak van dat kerkgenootschap. Dus in die zin waren ze in Staphorst in hun recht en volgden ze ook alle voorschriften.

Het is natuurlijk de vraag of je de wet op de godsdienstvrijheid moet gebruiken in de huidige crisis. Voor deze omstandigheden is de wet niet gemaakt.  En wij volgen de adviezen. Maar het levert toch een soort spanning op die in de verte lijkt op die waar Jezus mee werd geconfronteerd.

Net als Jezus verwachten wij bovenal Gods koninkrijk in het geloof dat het, zoals in psalm 89 staat, gebaseerd is op trouw, recht, waarheid, barmhartigheid en vergeving. Dat willen we belijden temidden van alles wat er op ons afkomt.

We luisteren naar psalm 89: 1

Gebed om ontferming

Lied  300a

Gloria                     Psalm 89: 3

Lezing                   Matteüs  22: 15-22

Acclamatie            Lied 334a

Overdenking

Tja. Belasting!

Een Amerikaanse toerist vraagt een voorbijganger naar de betekenis van de kleuren van de Nederlandse vlag. “Dat heeft alles te maken met de belastingen,” krijgt hij te horen, “als we de aanslag in de bus krijgen worden we rood van woede en wanneer we het te betalen bedrag lezen trekken we wit weg om ons vervolgens blauw te betalen.”

De Amerikaan antwoordt: “Bij ons is dat ongeveer het zelfde, alleen zien wij er nog sterretjes bij

We hebben in Nederland een vreemde weerzin ontwikkeld tegen het betalen van belasting. Dat zal trouwens overal wel het geval zijn. Het maakt een grote creativiteit in ons wakker om daar zo min mogelijk aan te geven en zo veel mogelijk te ontduiken. Maar we kunnen geen zorg, onderwijs, transport enz. behartigen als we het niet doen.

Een vreemde weerzin want het is toch geweldig dat je kunt bijdragen aan die essentiële zaken. Ik zou best meer belasting willen betalen als het naar deze dingen gaat en om de hongerigen te voeden, de naakten te kleden, te zorgen voor de armen. Dan is het een privilege om belasting te betalen, geen vloek.

Maar dat is niet het dilemma waar Jezus voor wordt gesteld. Het belastinggeld in die tijd ging voor het overgrote deel naar de machthebbers zelf en hun oorlogen.

“Is het toegestaan de keizer belasting te betalen of niet?”

Als we horen dat Jezus zegt: “Geef aan God wat van God en aan de keizer wat van de keizer is”, dan lijkt het er op dat Hij zich wat afzijdig wil houden van het materiële. Laat dat maar aan de wereldse heersers. Hij zit in een lastig parket. Het is natuurlijk een strikvraag. ‘Jezus, is het geoorloofd belasting aan de keizer te betalen?’ Zegt Jezus ‘ja’, dan kiest hij partij voor de Romeinen en tegen de meerderheid van zijn eigen volk. Zegt hij ‘nee’, dan kan hij zo verklikt worden bij de Romeinen als een aanzetter tot oproer. In zekere zin maakt Jezus persoonlijk deel uit van het dilemma. Aan de ene kant is hij een rasechte Jood, aan de andere kant is hij een inwoner van het Romeinse Rijk en daardoor onderworpen aan de Romeinse wetten en belastingen. Probeert Hij zich hier alleen maar wat op de vlakte te houden? “Geef aan God wat van God en aan de keizer wat van de keizer is”. Duidelijk is wat van de keizer is, dat kun je gewoon nalezen in je belasting aangifte. Wat Jezus met zijn antwoord aan prikkelends bij ons achterlaat is de vraag wat dan van God is.

Wat kan daarop het antwoord zijn? Toch niet anders dan: alles. En dus ook de keizer.

Wij weten precies wat aan de keizer, aan de staat toekomt. Dat is door wetten geregeld en vadertje staat controleert het nakomen daarvan.
Maar hoe staat het met het besef van wat God toebehoort?  Wat is dat? Is dat alleen maar in ons hart of, zoals velen roepen: achter de voordeur?

Ik kreeg afgelopen week van één van u een column uit NRC-Handelsblad van Rosanne Hertzberger aangereikt. Zij benoemt op een bijzondere manier waar datgene dat God toebehoort in naar voren kwam. “Staphorst is jaloersmakend”, is de titel van het stuk. Ik citeer: “Ergens was het jaloersmakend dat er zo iets belangrijks in hun leven was, iets wat boven alles ging, waarvoor het noodzakelijk was om ook in coronatijden ergens lijfelijk te komen opdagen. Religieuze gronden zijn belangrijker voor het leven dan de behoefte een concert te bezoeken of bier te drinken.”

Nou is het staphorster geloof niet direct het mijne maar er komt wel een essentiële vraag naar boven: Waar loop je achteraan?

Een van de meest centrale dingen in geloof is die vraag? Wie volg je? Wie is betrouwbaar. Waar het in het Oude Israël gaat over afgoden gaat, kunnen wij dat in onze tijd invullen met allerlei hedendaagse richtingen en gedachtelijnen die ook aan ons trekken. Er wordt nogal wat over ons uitgestort aan meningen en halve en onwaarheden, misinformatie en complottheorieën. Kees van den Bos en Hans Boutellier, beiden hoogleraar op gebied van hoe mensen reageren in crisissituaties:  over de radicalisering in het verzet tegen de Coronamaatregelen: “mensen hebben bepaalde doelen in hun leven. Als ze die maar niet kunnen verwezenlijken, worden ze dat op den duur spuugzat. Op zo’n moment nemen ze de moeite niet meer om het onderbuikgevoel weg te drukken en gaan ze steeds zwart-witter denken. En als er dan een beweging is waarin ze hun boze gevoelens herkennen, dan wordt het deelnemen aan zo’n beweging een nieuw levensdoel. Of ze nu echt in complottheorieën geloven of niet , ze hebben wel de behoefte om zich eraan vast te klampen. Omdat er geen grote verhalen zoals religie meer zijn om in te geloven, kunnen ze overal in gaan geloven.

Eén van de kenmerken van wat in de Bijbel afgoden worden genoemd is dat ze tweestrijd zaaien, dat ze verdeeldheid brengen, mensen tegen elkaar opzetten. De naam duivel, komt van diabolos. En dat betekent splijtzwam, uiteen-gooier.

Waar lopen we achteraan? Wat is heilzaam? Wat is helend?

Laten wij niet pretenderen dat wij de waarheid in pacht hebben. We tasten net zo goed in den blinde naar zekerheid en dat wat zekerheid lijkt te bieden. Maar we hebben wel een verhaal dat richting kan bieden en hulp. Zo beginnen we al onze diensten met Onze hulp is de naam van de Heer. In die naam komt trouw, recht, waarheid, barmhartigheid en vergeving naar ons toe en ook vertrouwen en goede moed en perspectief.

In die naam: Vader, Zoon en heilige Geest.

Zingen                   Lied 905

Collectepraatje

Gebeden

Slotlied                 Lied 912

Zegen

Orgelspel