Zondag 19 juli * 7e zondag na Pinksteren * ds. Henk Haandrikman * onlineviering

Orgelmuziek

Woord van welkom

Zingen bij het aansteken van de kaarsen:             lied 221:1

Groet en Bemoediging

Inleiding

In de evangeliën vinden we 22 gelijkenissen. Bekende, zoals de barmhartige Samaritaan en minder bekende, zoals de gelijkenis van het sleepnet.
In de gelijkenissen gaat het bijna altijd over het Koninkrijk van God: het leven van mensen en samenleven in de wereld zoals God het bedoeld heeft.
De klassieke formulering luidt: “Het Koninkrijk van God is te vergelijken met……een mosterdzaadje of zuurdesem. In Mattheüs vinden we een heel aantal gelijkenissen bij elkaar in hoofdstuk 13. Het begint met de gelijkenis van de zaaier. Vandaag lezen we twee hele kleine: die van een kostbare parel en de schat in de akker.
Alles inzetten voor wat werkelijke waarde heeft.

Bij dat thema is de bloemschikking gemaakt  en Jerôme Garnier zingt in deze dienst een aantal songs die over dit thema gaan.

Nu eerst “Gold” van Prince:

Neem geen genoegen met wat veilig en vertrouwd is. Draai niet rond in het zelfde cirkeltje waarin iedereen steeds weer hetzelfde verkoopt en hetzelfde beweert.
Staar je niet blind op wat glimt, niet alles is goud wat er blinkt.
Er is een zee van verdriet en mensen leven daarin. Dag na dag.
Niet al wat er blinkt is goud
Breek uit je bubble en zie en leef en doe.
Niet al wat blinkt is van goud.

Gebed

Kyrie en Gloria                                               lied 221: 2 en 3

Lezing                                                              Matteüs 13: 44-46

Gitaar en zang                                               Rue de la paix (Zazie)

Ik verkoop mijn auto want die gaat te snel, en dat maakt me bang
Ik verkoop mijn reservekapitaal want al dat succes maakt me niet gelukkig
ik verkoop mijn charme en mijn wapens, mijn geweld en mijn zachtheid
red mijn eigen huid en verkoop mijn ziel aan de duivel
mijn fabriek verkoop ik voor de zuurstof op is
mijn benzine voordat de zee sterft
ik red de huid van de beer voordat ik hem dood
ik verkoop het meubilair en mijn huis
ik verkoop alles wat ik heb
voor wat ik mis
ik verkoop alles wat kan worden gekocht
voor wat onbetaalbaar is
ik verkoop wat ik waard ben
voor wat mij werkelijk raakt
ik verkoop alles en bouw dan een hotel, het hotel van de vrede
waar iedereen zijn plek vindt.

Overdenking

ik verkoop alles wat ik heb, voor wat ik mis. Ik verkoop alles wat kan worden gekocht voor wat onbetaalbaar is. Ik verkoop wat ik waard ben voor wat mij werkelijk raakt.

Het lied van Zazie dat Jerôme net zong en ook het lied dat hij na de overdenking zal zingen komen dichtbij de gelijkenissen over de schat en de parel. Er zijn van die momenten in onze levens en in onze wereld waarin wat werkelijk kostbaar is zonneklaar is. Momenten waarin je diep beseft hoe kostbaar het leven is. Dat kan zijn als je de diepe liefde voelt die er kan zijn tussen jou en een ander, je geliefde, je kind, je kleinkind. Het kan zijn in momenten waarin je je plotseling voelt opgenomen in een heerlijk besef van verbondenheid met alles om je heen, het kan zijn als je geconfronteerd wordt met de eindigheid van het leven, dat van jou of dat van je geliefde. Daar valt alles waar we zo vaak achteraan jagen bij in het niet.

Dat besef levend te houden, dat is waar Jezus de mensen toe aanspoort in zijn gelijkenissen. Hij had daar alles voor over.

Dat besef dat ook in de Coronatijd zo naar voren kwam: wat is er nu werkelijk belangrijk? Kunnen we dat vasthouden, koesteren, levend houden, uitbouwen? Ik hoop het zo. Dat we ons niet weer, in de woorden van de columnist Jamal Ouariachi, overleveren aan de vreugdeloze dwangmatigheid van het massale consumeren en het troosteloze vertier. Weer voorbij leven aan wat gelukkig maakt. In de woorden van de Argentijnse dichter Luis Borges:

“Ik heb de ergste zonde begaan
die een mens begaan kan. Ik ben niet
gelukkig geweest.”

In de loop van het gedicht wordt duidelijk dat er een moment in zijn leven was waarop hij het geluk had kunnen kiezen, maar dat heeft hij verspeeld.

Om met de gelijkenissen van Jezus te spreken: hij vond de schat maar verkocht niet alles om hem te krijgen. Hij vond de allermooiste parel maar hield het bij de parels die hij al had. Misschien heeft het jammeren en knarsetanden daar wel mee te maken, het vuur van de spijt dat je in aanraking gekomen met het meest waardevolle in je leven daar niet alles aan hebt gedaan. Wie kent dat niet?

Na een vermoeiende dag was de pelgrim in een dorp aangekomen en was bezig zijn tentje op te zetten. Plotseling kwam een dorpeling op hem afrennen. “De steen! De steen! Geef mij de kostbare steen!’ riep hij.

Welke steen? vroeg de pelgrim.

Afgelopen nacht, zei de dorpeling, droomde ik. Christus zelf verscheen aan mij en vertelde mij dat ik aan de rand van het dorp, als ik er in het schemerdonker naartoe zou gaan, een pelgrim zou vinden die mij een kostbare steen zou geven die mij voor altijd rijk zou maken.

De pelgrim rommelde in zijn rugzak en haalde er een steen uit. ‘Waarschijnlijk bedoelde hij deze,’ zei hij en gaf de steen aan de dorpeling. ‘Ik vond hem een paar dagen geleden op een bospad. Je mag hem gerust hebben.

Verbijsterd keek de man naar de steen. Het was een diamant. Misschien wel de grootste diamant ter wereld, zo groot als een mensenhoofd.

Hij nam de steen aan en ging naar huis. De hele nacht lag hij op zijn bed te woelen, slapen kon hij niet.

De volgende ochtend heel vroeg, liep hij terug naar de pelgrim, maakte hem wakker en zei: ‘Wilt u mij de rijkdom geven die u in staat stelt zo moeiteloos de diamant weg te geven?’

We hebben, denk ik, allemaal een besef van die waarde, van die rijkdom, van die schat of parel. En Jezus roept ons hier op het niet bij een besef te laten maar daar iets mee te doen, het op te graven, binnen te halen, te zaaien en te oogsten. Hij gebruikt in dit gedeelte van het evangelie daar een heleboel beelden voor. Laat het niet bij een besef, wees er van overtuigd dat het echt is, aanwezig is in jouw leven.

Je bezit dus een schat. Welke woorden geven we daaraan? Hoe beschrijven we die schat in ons verborgen? Ergens in ons is een ruimte waar die schat ligt. Een ruimte vrij van de drukke gedachten die ons leven bepalen, vrij van verwachtingen en wensen van de mensen om ons heen. Een ruimte vrij van zelfverwijt en zelfbeschuldiging. Het is de plek waar God zelf in ons woont, daar zijn we vrij en kunnen we niet worden gekwetst. Op die plek zijn we gaaf en heel en helemaal onszelf.

We hebben een besef van die schat, die rijkdom die in ons woont. Zovelen die Jezus ontmoetten kwamen op het spoor van die grote waarde in zichzelf omdat ze zagen en voelden dat Hij ze beschouwde als waardevol.

Als je weet dat er zo naar je gekeken wordt, dan ga je zelf anders kijken en reageren en op zoek naar die schat van wijsheid, mededogen en barmhartigheid in jezelf. Dan gaat er iets groeien van het Koninkrijk en ga je leven met het besef dat het er toe doet omdat er een doel is. Dan wil je  mee bouwen, in de woorden van het lied van Zazie , aan het hotel van de vrede.

Jerôme zingt nu weer een lied dat raakt aan die twee kleine gelijkenissen: “All I want is you” van U2. Ik wil niet anders dan jou”. Hier is de schat, is de parel degene die jouw leven verlicht. Weer zo’n popliedje over de liefde van twee mensen – denk je.  Of klinkt er meer in door? Dat zou bij U2 heel goed kunnen. In hun liederen duiken regelmatig verwijzingen naar of citaten uit de Bijbel op. Net als bij Hooglied vraag je je af of het hier gaat om een jij met een kleine letter of een jij met een hoofdletter of loopt dat door elkaar, is het niet te scheiden? “

Je zegt dat je een gouden ring met diamanten wilt,
je zegt dat je verhaal niet verder mag verteld.
Ach, al de beloften die we doen van de wieg tot het graf
terwijl ik niets anders verlang dan jou.
Je zegt me ogen te willen geven in een verblinde wereld,
een rivier in tijd van droogte,
een haven in de storm, j
e liefde wil je hier en nu geven om me door de nacht te dragen.
Maar al wat ik wil: jij, jij, jij.

Gebeden

Slotlied                                                            lied op de melodie van lied 778

1.Ik zoek het overal en nergens,
waar ik ook ga, waar ik ook sta,
en soms ver weg achter de bergen,
in grote dromen voor en na.

2.Ik zoek het al mijn levensdagen
en weet niet eens, Heer, wat het is:
de diepste grond van alle vragen,
de ene waarheid die ik mis.

3.Ik zoek het zonder te vermoeden
wat u voor mij verborgen houdt,
het laatste doel, het enig goede,
het koninkrijk, de schat van goud.

4.Ik bid u: wijs mij op uw aarde
waar ik het ware antwoord vind:
de parel met de hoogste waarde
die me als uw eigen licht verblindt.

5.Gingen mijn ogen daarvoor open,
die grond, mijn schat, dat groot geheim,
ik zou het met mijn leven kopen
en eindelijk gelukkig zijn.

Zegen

Orgelmuziek

medewerking verleenden:

voorganger                       Henk Haandrikman
orgel                                   Jan Spijker
zang en gitaar                  Jerôme Garnier
ouderling van dienst       Jeannette Plokker
diaken van dienst
lector                                  Jeannette Plokker
koster                                 Tjeerd Bielsma
camera                               Tjeerd Bielsma
geluid                                 Jerry Korsmit
bloemschikking                Andrea Botman