Zondag 2 februari * 5e zondag van Epifanie

Genesis 4: 1-16 en Johannes 21: 1-14

door pastor Louise Kooiman

Welkom en afkondigingen

Aanvangslied 283 : 1, 2, 3

Bemoediging

Onze hulp is in de naam van de eeuwige en betrouwbare God,
die hemel en aarde gemaakt heeft die ons trouw blijft en die ons nooit loslaat, wat we ook doen…. of nalaten.
In de naam van die God groeten we elkaar:
Genade, vrede, blijdschap en liefde van God die wij Vader mogen noemen
door zijn zoon Jezus Christus – in de verbondenheid met de Heilige Geest. Amen

lied 283; 4 en 5

Gebed

lied 42: 1,2

Gebed van deze zondag

Lezing: Genesis 4: 1-16

lied 828: 1,2,3

Lezing: Johannes 21: 1-14

Acclamatie ( 339-a)

lied 116: 1,2,4

Overdenking

Afgelopen week was het 75 jaar geleden dat het vernietigingskamp Auschwitz werd bevrijd. En dit jaar vieren we 75 jaar bevrijding. Een bijzonder jaar en onwillekeurig gaan de gedachten van veel ouderen terug naar die periode, die ze of nog hebben meegemaakt of waarvan we de verhalen hebben gehoord van ouders, groothouders, broers of zussen. Een grote reden tot dankbaarheid dat we al zo lang geen oorlog meer hebben gehad in Nederland.
Wellicht denken we ook aan al die mensen die de veroorzakers waren van deze oorlogsellende. Velen hadden na de oorlog een blinde woede naar de Duitsers en dit was heel goed te begrijpen. En dan niet te vergeten de oorlogsmisdadigers en de grote aanstichter Adolf Hitler, zoveel doden op zijn geweten. Wat doen we met dergelijke daders? Hoort daar de doodstraf bij ? Is het gerechtvaardigd ? De voorstanders en tegenstanders hebben goede argumenten waarom het wel en wanneer het niet mag of kan. En af en toe lijken mensen het met elkaar eens. Als een moordenaar/terrorist wordt opgepakt dan twijfelen ook de tegenstanders wel een beetje. Denk ook maar eens aan enige jaren geleden toen Osama Bin Laden werd opgepakt. De Amerikanen wisten hem te overmeesteren. Ze brachten hem om en namen zijn lichaam mee en gaven hem een zeemansgraf. Amerika en een groot deel van de wereld juichte om zijn dood.. Veel mensen die normaal tegen de doodstraf zijn accepteerden dat dit met hem gebeurde. Dood, door het hoofd geschoten, terwijl hij zelf ongewapend was. Bij het zien van een gewelddadige moordenaar of kindermisbruiker komen er blijkbaar bij ons zelf ook donkere gedachten naar boven. Geen recht om te leven, met zoveel doden of zoveel onrecht op het geweten
En dan lezen we vanmorgen het overbekende verhaal van Kain en Abel, de twee zonen geboren uit Adam en Eva. Trouwens hoezo bekend verhaal. Enige jaren geleden werd er bij een populair spelprogramma de vraag gesteld: Waren Kaïn en Abel de zonen van: Adam en Eva, Jozef en Maria, of Abraham en Rebecca. Een van deze drie is het juiste antwoord. Er waren 32 deelnemers in het spel. één paste er, wist het niet en van de 32 werd de helft uitgeschakeld, om dat ze verkeerd gekozen hadden. Om maar te zeggen.
Maar toch hoort dit verhaal bij de bekende verhalen uit de Bijbel (hoewel er niet zo vaak over gepreekt wordt), maar het is een verhaal dat je bij blijft. Je hoeft het maar één keer gehoord te hebben en je vergeet het niet meer. Net nog bevond zich de mens in het paradijs en even later vindt de eerst moord plaats, een broedermoord zelfs. Hoe kon het zo ver komen?
Eén van de eerste dingen die de mens volgens het verhaal dat de Bijbel vertelt, weet te verzinnen, is dat hij zijn medemens, ja zijn broeder vermoordt, dood maakt. Dat is verbijsterend en onthutsend, maar ook nuchter en realistisch. Zo is kennelijk de mens, in de realistische visie van de Bijbel, een moordenaar. Eén van de eerste feiten is een wapen-feit.
Dé mens? Het gaat toch over Kaïn, de broedermoordenaar. En Abel dan, het onschuldige slachtoffer? Abel als tegenover van Kaïn is in de Bijbel geen terrorist maar een onschuldige schaapherder. Maar het is wel een verhaal dat allerlei gevoelens oproept, dat iets met je doet, waarbij vragen opkomen. Want het is zo gek èn zo herkenbaar. Het gaat over twee broers, jongens met dezelfde ouders, dezelfde opvoeding, samen gespeeld, samen gevochten, samen geslapen. En waarom vermoordt de ene dan de andere? Heeft het met God te maken? Die aanvaardt tenslotte het offer van de een wel en van de ander niet? Is dat niet willekeurig? Waar is God trouwens, want er wordt wel een mens vermoord, een schepsel van hem! En waar zijn Adam en Eva? Natuurlijk weet u dat deze verhalen spiegelverhalen zijn: deze verhalen uit de oertijd. Het gaat dan wel over twee broers, maar dat wil zeggen: het gaat om de mens en je broer, je broeder. Het gaat om de mens en je naaste, en die naaste is Abel.
In het verhaal wordt er weinig over hen verteld: Abel zijn naam betekend: lucht, adem, damp. Hij is er even en verdwijnt zonder ook maar iets te zeggen. Sprakeloos aanwezig… Van Kaïn wordt bij zijn geboorte iets meer verteld. Eva had van God een man gekregen.
In het verhaal wordt er weinig over hen verteld: Abel zijn naam betekend: lucht, adem, damp. Hij is er even en verdwijnt zonder ook maar iets te zeggen. Sprakeloos aanwezig… Van Kaïn wordt bij zijn geboorte iets meer verteld. Eva had van God een man gekregen. Kaïn zijn naam betekent: de oudste, de schepper, de verwerver, de bezitter of de heerser.
Het woord ‘broer’, ‘broeder’ komt in het verhaal maar liefst zeven keer voor en is bepalend voor de verkondiging van de heilige verteller. In onze tekst, de spiegel, gaat het om de relatie van de mens met God èn met de broeder, de naaste. En dan wordt het offer van de één geaccepteerd en van de ander niet.
Waarom dat zo is, verteld het verhaal niet. Het zou veel verklaren maar het staat er niet. We zien hun gezichten niet en weten niet wat er in hun hart leeft. We zien en horen alleen dat de één de ander daarna doodt.
Maar hun namen geeft meer zich op de zaak, De één Kaïn is heerser, zelfverzekerd, hij heeft lef, hij bezit het land, hij is er en mag er zijn. Abel is nummer twee, de minste, een schaduwfiguur, broer van. Hij is herder meer niet.. Hij leeft bij de gratie van zijn grote broer en is afhankelijk van zijn gunsten.. En dan krijgen deze twee mensen ineens een gezicht, gaan ze voor ons leven. Figuren uit de oertijd? Welnee, gewone mensen van nu en altijd.
Kaïn is geen louche moordenaar, geen brute barbaar. Kaïn is de mens, de mens die ik ben, die u bent. Want wij willen als mensen slagen, vooruitkomen, dingen bereiken. Kaïn is de naam voor een manier van leven: een groot en belangrijk mens zijn. En wie zou durven zeggen dat dat geen dingen tot stand heeft gebracht.. En wie is Abel dan? Abel is alleen maar de ander, de medemens, die ik altijd in mijn buurt heb, soms als gebruiksvoorwerp, soms als sta-in-de-weg, soms alleen maar als schaduw.
En dan begint hun verhaal. Beiden offeren zij aan God. Kaïn en Abel. Ook grote machtige mensen kunnen best religieus zijn. En God ziet het offer van Abel aan en dat van Kaïn niet. We kennen de plaatjes van vroeger nog wel uit de kinderbijbel, de rook van de een ging omhoog en van de ander niet. Maar dat staat niet in de tekst, dat is er bij verzonnen.
Het betekent niet dat God Kaïn verwerpt. Maar God heeft een merkwaardige voorkeur voor het zwakkere. De minste. De laatste wordt de eerste de jongste gaat voor. Er is nu aandacht voor Abel.
Altijd aandacht voor Kaïn, voor diegene die de macht heeft, die het maakt in het leven, voor de sterren, voor de machthebbers, voor de succesvolle, voor de slimme, de sterke. Zo zijn zij het gewend en zo zijn wij het ook gewend. En ook Abel wist niet beter. Dat was de orde. Waarom in dit verhaal deze verandering? Was Abel geloviger, was Abel eerlijker of rechtvaardiger? Nergens staat het in dit verhaal en dat wil het verhaal ook niet zeggen..
Want dat gaat het initiatief van de mens uit, hij of zij is zo vroom of gelovig, wij doen het zo goed. Nee, God neemt het initiatief. God doet iets verrassends. God laat zien wat volkomen nieuw en ongehoord is. God wil deze wereld omgekeerd. De God van dit verhaal kiest voor de mindere. Het gaat er niet om dat de meerdere niet meetelt. Maar God helpt ons die blik te volgen. God koos Jacob boven Esau, David boven zijn broers. De arme lazarus verkoos God boven de rijke. Niet omdat de oudste, machtigste, rijkste niet meetelt. Maar om ook je oog te laten richten op de ander, diegenen die in onze hiërarchische ladders onderaan staan. Want zo ziet onze wereld er immers uit. de machtigen, de rijken, de sterren, de getalenteerden daar kijken we tegen op. Zo willen we graag zijn. Daar willen we bij horen. Niet bij de junks, de armen, de zieken, de ouden, de rouwenden. Kaïn gaat niet mee met die gedachtegang.. Hij dood Abel. De mens die ten koste van alles de eerste wil zijn, maakt de ander kapot. Die ander is een gevaar voor hem of haar. De ander is een sta in de weg, een tegenstander, een concurrent. Die moet het veld ruimen. Zo hebben we het vaak gezien om ons heen. Mensen die elkaar kapot maken of kapot laten gaan. Ik ben groot en jij klein. Ik ben sterk en jij zwak ik wil leven en jij moet sterven. De hele geschiedenis van de mens komt aan het voetlicht. Ik erop, jij eronder. Het leven nemen van de ander is één van de ergste dingen die mensen elkaar aan kunnen doen, wat een verdriet wat een chaos, wat een drama als dit je overkomt.
De moeder die haar dochter was vermoord door een psychisch zieke buurman, vertelde mij hoe moeilijk het voor haar was om haar leven weer te leven. Ik kan hem niet vergeven, zei ze, want hij heeft mijn leven kapot gemaakt. Hun leven stuk en ook de moordenaar werd gevangen genomen en veroordeeld. Zo veel levens stuk gemaakt.
En ook twee verloren kinderen heeft God. De sterke en de zwakke. Beide kinderen van God redden het zo niet. Beide weten geen vrede te maken met elkaar. En toch, naar beiden gaat zijn hart uit. Naar Abel waar God tegen alle verwachtingen kiest voor zijn offer, voor de minste. Naar Kaïn als hij hem opzoekt en aanspreekt. Want het verhaal eindigt niet met moord, niet met doodgaan. Het is niet zo van: Het is altijd zo geweest en het zal altijd zo blijven. Zoals Jezus met zijn verschijning aan zijn leerlingen heeft laten zien dat het leven sterker is dan de dood, het licht sterker dan de duisternis. Gods plan met mensen gaat door. Het is weer God die opnieuw het woord neemt en Kaïn aanziet, ook al heeft hij gedood. Zo veel van dit soort verhalen staan er in de Bijbel. Geen mooie gepolijste verhaaltjes over keurige heren en dames. Met allemaal is er iets aan de hand: weduwe, prostitué, arm, allochtoon. Met allemaal is iets ongepast, zondigs of tragisch. Dat is volgens mij niet toevallig. Gods laat niet los wat buiten de geijkte kaders valt. Gods liefde voor randfiguren, verschoppelingen, armen. De moordenaar wordt ter verantwoording geroepen, moet boeten maar God verlaat hem niet. Kaïn wordt niet gedood. Kaïn de opgejaagde, die zou moeten sterven door de bloedwraak, mag blijven leven.. Hij moet boeten voor zijn daad, hij zal moeten rondzwerven op aarde als boetedoening, maar hij hoeft niet te sterven. God hoedt Kaïn zoals die Abel zou moeten hoeden. God is niet alleen de God van Abel maar ook van Kaïn, niet alleen van de zwakken maar ook van de schuldigen. Een mens die zichzelf vergooit heeft wordt door God niet prijsgegeven.. God is de stem die ondervraagt en aanklaagt, maar ook de stem die vrijspreekt. Hij krijgt een teken.. Jij bent van mij, ik ben jouw Herder. Wat voor teken Kaïn krijgt weten we niet. Hij is een getekende, die niet hoeft te worden gedood, die mag blijven lijven, ondanks zijn vreselijke daad. Dat is de wereld van Gods Koninkrijk. Een wereld waarin broeders en zusters met elkaar in vrede samen wonen. Omzien naar elkaar, ook al zijn we nog zo verschillend, qua kleur, cultuur, geloof, sekse, macht of geaardheid, qua intelligentie, mogelijkheden of capaciteiten.
Iemand had twee zonen en toen hij stierf kregen beiden de helft van het land. Nu was de ene rijk maar hij had geen kinderen. De ander had zeven zonen en was arm. Die nacht kon de rijke zoon niet slapen. Mijn vader heeft zich vergist, dacht hij, want ik ben rijk, maar mijn broer is arm en heeft geen land voor zoveel zonen. En hij stond op en ging op weg om nog voor de dageraad de grenspalen te verzetten. Ook de arme zoon lag wakker die nacht.
Mijn vader heeft zich vergist, dacht hij, want ik heb zeven zonen maar mijn broer is eenzaam – en hij stond op en ging op weg, om nog voor de dageraad de grenspalen te verzetten. Toen de dag aanbrak ontmoetten zij elkaar.
Amen.

Orgelspel

lied 659: 1,2,4,6 Kondig het jubelend aan

Voorbeden
acclamatie Lied 295, 1 regel: Wek uw kracht en kom ons bevrijden

Inzameling van de gaven

lied 650: De aarde is vervuld 1-7 .

Wegzending en zegen