Zondag 20 december * vierde zondag van de Advent * ds. Henk Haandrikman

Orgelspel 

Welkom 

Stil moment 

Kaarsen                           (zanggroep zingt…)

Bemoediging en groet    Genade zij u en vrede van God onze Vader en van Jezus

Christus, de Heer.   Onze hulp is in de naam van de Heer

Inleiding

De boom van Jesse wordt steeds voller. Jesse is een andere naam voor Isaï, de vader van koning David. In Jesaja lijkt het afgelopen met het verhaal van Israël. Het volk is weggevoerd in ballingschap. De boom is omgehakt. Maar dan lezen we bij Jesaja:

Maar uit de stronk van Isaï  schiet een telg op, een scheut van zijn wortels komt tot bloei.

Die afgekapte boom staat voor al onze afgekapte verwachtingen. Zoals ook nu een beetje nu we, zo lijkt,  weer terug naar af gaan: kerkdiensten alleen maar online, en dat in deze tijd!

Maar ook in het groot. Als je denkt: wat stelt ons geloof nou voor? Je denkt af en toe: ja, nou zie ik iets van Gods bedoeling met de wereld. Zoals in het begin van de Corona-crisis. Een groot gevoel van verbondenheid en solidariteit. Wat verliezen we onszelf dan weer snel in eigenbelangen en verongelijktheid. Ook in die zin wordt telkens weer de boom van Jesse omgekapt.

Wat houdt ons dan gaande? Waarin zijn wij geworteld? Welke grondwaarden? Hoe houden we die staande in een woud van meningen, halve waarheden en nepnieuws. Waar zijn onze verwachtingen afgekapt. Zijn onze wortels sterk genoeg voor nieuwe groeikracht, al is het maar een sprietje? Soms is verpotten nodig, of enten, of extra voeding.

Die voeding vinden we in de verhalen waarin de hoop op het doorbreken van Gods Koninkrijk naar voren komt. Die verhalen zien we terug in de boom van Jesse. Dat is onze stamboom van hoop. Daarop zijn wij geënt. En uit die wortels groeit toch steeds weer dat takje. Onweerstaanbaar maar de boom heeft wel water nodig, hemelwater.

Vandaag zien we regendruppels/dauwdruppels. Die staan voor het verhaal waarin Jesaja roept om dat hemelwater:

Dauwt, hemelen, van omhoog,

en laat gerechtigheid neerstromen uit de wolken,

en laat de aarde zich openen.

Laten hemel en aarde redding voortbrengen

en ook het recht doen ontspruiten.

“Dauwt hemelen” is ook de naam van deze vierde zondag van Advent.

We horen dat terug in lied 463, gezongen door de zanggroep. Intussen wordt de vierde Adventskaars aangestoken.

Zingen                   Lied 463: 1 en 5

De vierde kaars. Ik vond een tekst over het belang juist van die vierde kaars. Ik weet niet meer waar die vandaan komt. Je zou het als een gebed om ontferming kunnen zien.

Er brandden eens vier kaarsen…

De eerste zei:

Ik ben de vrede. Ik doe al vanaf dat er mensen zijn mijn best maar telkens drijven angst en macht en bezit en vooroordelen mensen tot conflict. Als je om je heen kijkt, kun je het me niet kwalijk nemen dat ik uitdoof.
Haar vlammetje werd kleiner tot de kaars niet meer brandde.

Heer, ontferm U.

De tweede kaars zei:

Ik ben het vertrouwen. Meestal kan men me missen. Ze geloven alleen in wat te bewijzen is, en in de korte termijn.
Visioenen kennen ze niet meer
Het heeft echt geen zin dat ik nog verder blijf branden.
Toen ze stopte met praten, blies een zachte wind haar uit.

Christus, ontferm U

Toen sprak de derde kaars:

Ik ben de liefde. Ik had zo gehoopt dat ik mensen kon helpen om elkaar warmte te geven, en het gevoel dat er altijd Iemand ook van hen hield – zelfs al wist men dat niet.” De mensen hebben de mond vol over mij.
in talloze liedjes word ik bezongen maar het is zo vluchtig.
Ze wachtte niet langer en toen doofde ze uit.

Heer, ontferm U.

Een kind zag dat drie van de vier kaarsen niet brandden… en het begon te huilen.

De vierde kaars zei: “huil niet, wees niet bang.
Ik brand nog steeds, we kunnen met mijn vlam de andere kaarsen weer aansteken.
Mijn naam is HOOP!”

Zingen         Lied 463: 6,7,8 

Lezing         Matteüs 1: 18-25
Acclamatie  Lied 339f

Preek

De boom van Jesse mondt uit in Maria met het kind Jezus. Hij is geworteld in al die verhalen.

In Matteüs 1, voor het gedeelte dat we hoorden staat een stamboom beschreven die uitmondt bij Jozef.

Jozef blijft wat aan de zijlijn. Hij stelt zichzelf heel bescheiden op. Hij wil niet in de weg staan van wat hij ziet gebeuren. Maar, zo lijkt Matteüs te zeggen, wat hier gebeurt komt niet zomaar uit de hemel vallen. Bij Matteüs is Jozef degenen via wie Jezus geworteld is in al die verhalen van de mensen die de stamboom vormen van Jezus. Het gaat hier bij deze stamboom niet om een biologische lijn. Jozef is niet de biologische vader maar het gaat hier om een stamboom van hoop. In al die mensenlevens licht iets op van die lijn. En het wonderlijke is dat het, zoals je misschien zou denken, bepaald geen voorbeeldige mensen zijn.

We lezen o.a.: “David verwekte Salomo uit ‘die van Uria’”. David wordt gezien als dé gróótste koning die Israël ooit gekend heeft. Nog weer later, in de loop van de eeuwen is men hem steeds meer ook als de meest heílige koning van Israël gaan beschouwen: als de voorloper van de Messias! Als een koning naar het hart van God en van mensen. “De Messias moet per sé uit het geslacht van David komen”, zei men toen. Het staat ook zo in de bijbel.  En dan zou je verwachten dat het een verheffend verhaal was waaruit dat geslacht ontstaat. Dat is het beslist niet. Het is een beschamend en diep tragisch verhaal. Hoe kan uit zo’n intrige de messias tevoorschijn komen, de mens naar Gods hart. Je ziet de titels in de Story van toen : Koning David gaat vreemd met Bathseba, die van Uria. De koning probeert het feit dat hij Bathseba zwanger heeft gemaakt in de schoenen van haar man Uria te schuiven. David doet drie pogingen om Uria en Bathseba samen te brengen. Als dat niet lukt levert David Uria uit aan de dood. Het is een dramatisch verhaal. We hoorden hoe het afloopt. De zoon uit deze ontmoeting sterft. Naast het persoonlijke drama horen we hierin ook een typisch bijbels-profetische boodschap: in het sterven van dit kind wordt duidelijk dat een dergelijk soort koningschap geen toekomst heeft.

Het pleit voor de schrijvers van dit boek dat ze zo’n geschiedenis hebben opgeschreven. De misdaad van de koning wordt op schrift gesteld in plaats van de misdaad van de koning te verhullen. Tegelijkertijd wordt deze koning niet definitief afgeschreven. Niet “eens een dief altijd een dief. Maar toch: hoe kan uit deze geschiedenis de messias geboren worden?

Dat het gebeurt is misschien wel juist ongelooflijk vertroostend. Dat uit de puinhopen van onze geschiedenis, juist in die puinhopen, de hoop geboren wordt. Salomo heet het kind dat hieruit naar voren komt: Hij die vrede brengt, de vreedzame. Jezus heet het kind waar het naar toe gaat: God redt betekent dat. Maar hoe redt God dan? Hoe loopt Gods geschiedenis van geloof, hoop en liefde?  Is het, zoals sommigen beweren, dat God zijn weg helemaal heeft uitgestippeld? Dan wordt het moeilijk om in een liefdevolle God te geloven als je naar deze geschiedenis van David, Uria, Bathseba en dat onschuldige kind kijkt.  Nee, achteraf zeggen mensen: hé zelfs door die ellende loopt een draad van hoop, heeft God a.h.w. die lijn van licht daardoor geweven.

Die lijn van al die namen in het geslachtsregister bij Matteüs komt uit bij Jozef en van hem leren we dat het niet alleen afhangt van de grote namen en degenen die op de voorgrond treden of staan.

Jozef kiest bewust voor een rol op de achtergrond. Wil het Messiaanse geboren kunnen worden, dan zullen er ook mensen in de coulissen van de geschiedenis plaats moeten nemen. Er kan er maar één de Messias baren. De geschiedenis van God, het verhaal van opstanding en bevrijding heeft verschillende rollen nodig. Niet iedereen kan vooraan staan. Niet ieder mens kan het licht brengen en verkondigen. Er zijn mensen, veel mensen nodig die trouw op de achtergrond het werk van God willen verrichten. Misschien wordt de samenleving wel gebouwd door hen die loyaal zijn aan het Licht, maar niet in alle eer hoeven te delen. Jozef trekt op met Maria, is trouw, schenkt liefde, en daardoor kan zij de Messias baren. Zij kan de wereld Licht schenken omdat Jozef zijn rol aan de zijlijn van harte vervuld. Een rol die noodzakelijk is, wil Maria haar rol kunnen spelen.

Jozef staat symbool voor de rol aan de zijlijn van de geschiedenis. Een rol die wij mensen vaak op ons nemen. Er gebeurt veel in onze maatschappij. Het is een samenleving op drift. Je hebt geen greep op allerlei gebeurtenissen en ontwikkelingen. We zijn geen koningen of premiers. We staan slechts aan de zijlijn en kijken toe. Toch moeten we ook niet te ligt over onze rol denken. Niet dat we de grote stroom van de rivier kunnen wijzigen. Wel kunnen we als modaal mens een steen verleggen in een rivier op aarde. En wanneer we allemaal een steen in de rivierbedding zouden leggen, dan bouwen we en dam en verleggen we iedere kracht en macht in deze wereld. De rol aan de zijlijn is weliswaar een kleine, maar heel belangrijk. Het is een waardevolle rol.

Zingen         Lied 439: 1 en 2

In memoriam

Zingen         Lied 961 

Gebeden 

Collectepraatje 

Slotlied        Lied 440: 1,2,4

Zegen       Koester uw verlangen naar de komst van Christus in ons midden.
wees moedig in uw ongeduld en twijfels.
vertrouw op de dauw uit de hemel,
put daaruit uw kracht en vreugde
en wees daartoe gezegend:

De genade van onze Heer Jezus Christus,
de liefde van God
en de gemeenschap van de heilige Geest
zal met u zijn.

orgelspel