Zondag 20 september * ds. Henk Haandrikman * afscheid kostersechtpaar Aaf en Tjeerd Bielsma

Orgelmuziek

Woord van welkom

Aansteken van de kaarsen
intussen zingt de zanggroep Lied 296

Bemoediging en Groet

Lied  311

Zondagsgebed

Lezing

Lied 339f

Preek

Lieve gemeente,
Psalm 84 loopt over van verlangen, is als een bron. Een verlangen dat opborrelt naar wat dieper en hoger gaat dan de platte werkelijkheid van alledag. In deze psalm is de bron: de tempel van Jeruzalem.
Van daaruit gaat het stromen; als je vanuit die kracht leeft, dan gaat het zelfs in dorre dalen weer stromen, en in het hart van de woestijn ontspringt een bron. En, zo zegt de psalm: als je je bron vindt, ben je thuis.

Het is geen toeval dat in het Hebreeuws het woord voor bron hetzelfde is als het woord voor oog.
Omdat er water uit je ogen kan stromen. Tranen van vreugde maar ook tranen van verdriet, die kunnen ook een bron zijn waardoor je weer een stapje verder kunt op je pelgrimsreis door het leven. In de psalm is de bron de tempel van Jeruzalem, een gebouw. Uiteindelijk gaat het daar niet om, het gaat om waar dat gebouw voor staat. Het is een plek die aangeeft dat er een bron is. Een gebouw dat om die reden allen het waard is om te onderhouden. Er mee voor zorg te dragen dat de bron niet verstopt raakt.

En zo komen we vandaag bij twee mensen die zich daar enorm voor hebben als koster. Samen en vaak met kleinzoon Jan, van wie de mooie foto op de liturgie is, waren ze hier bijna dagelijks aanwezig.

Het woord koster kom je in de Bijbel niet tegen maar wel wordt er uitvoerig beschreven wat er allemaal nodig is om de dienst in de tempel goed te laten verlopen. En je komt het woord drempelwachter tegen. Dat waren priesters die moesten zorgen dat de collecte bij de drempel ontvangen en bewaakt werd. Ze moesten zorgen dat er geld binnen kwam voor de tempel. Dat geld was niet voor henzelf bestemd maar voor de toekomst van de eredienst.

Nou, ik denk dat we daar vandaag wel een lijntje naar toe kunnen trekken.

Het woord koster betekent volgens het woordenboek kerkbewaarder of kerkbeheerder en is afkomstig van het Latijnse woord custos, dat wachter betekent. En zo komen we uit bij die drempelwachter in psalm 84. De  dichter van deze psalm is niet in staat om op te gaan naar de tempel. Was hij ziek? Had hij geen geld voor de reis? Of was er misschien een reisbeperking vanwege een epidemie…?  Zo komen die oude woorden plotseling weer heel dichtbij. Zovelen die de kerkgang misten en nu nog missen. Om het samenzijn, het samen zingen het samen je vreugde en verdriet delen en in een groter licht zetten, Gods licht, het licht van Pasen. Kortom het missen van een plek om je te laven, een bron. De schrijver van de psalm is is jaloers op de mussen en zwaluwen, die kunnen hun nesten maken bij de altaren in de tempel. Ja de dichter zou liever drempelwachter zijn, dan te moeten wonen in de wereld, buiten God.

Liever één dag drempelwachter dan duizend dagen ergens anders.  Het heeft een grote aantrekkingskracht om daar te zijn. Een heilige plek. En heilig dan in de eigenlijke betekenis van dat woord: apart gesteld. Daar waar aandacht is voor de essentie, voor het goede leven, voor gerechtigheid, goedheid en schoonheid. Een plek om heel te worden om op te ademen, toegerust te worden, gezien te worden en te horen dat je vergeven wordt en kunt, dat er een verder is, dat er geborgenheid is. Waar twijfel en onzekerheid bestaan naast groot geloof, waar liefde angst verjaagt, wie treurt getroost wordt, waar pijn en schuld worden gewogen en rechtgedaan, waar de laatste eerste wordt. Een woning, een tempel, een kerk een thuis, zo ruim als het hart van God zelf.

Daar te zijn, zo zingt psalm 84, al was het maar één dag.

Met al het concrete werk dat jullie hier deden, en dat waren wel meer dan duizend dagen, was die aantrekkingskracht voor die grotere betekenis van dit gebouw er ook. Dat het niet zomaar een prachtig en oud en eerbiedwaardig gebouw is maar een heilige plaats.

Psalm 84 is een lofzang op de tempel. Uiteindelijk gaat het natuurlijk niet om het gebouw, het gaat om thuis zijn bij God. Bij God mag je thuis zijn, zoals de mussen en de zwaluwen die hun nesten maken in de nissen van het altaar. Mooie beelden. Er zit iets vanzelfsprekends en dagelijks in. Bij God thuis zijn hoeft niet zo ingewikkeld te zijn. Er staat nog een prachtig zinnetje in die psalm, in vers 6: ‘Gelukkig de mensen die bij U, God, hun toevlucht zoeken met in hun hart de wegen naar U.’ Er zitten wegen in ons naar God toe. Als ik bij mezelf naga dan vind ik dat ook wel heel mooi om te ontdekken. Bij alle strijd die geloven kan betekenen. Zeker als er zoveel is aan verdriet en tegenslag als er ook de laatste maanden binnen onze gemeente is, dat je geneigd bent af te haken, dat er, dat ik merk of ik nu wil of niet, dat er wegen in mij naar God zitten. Noem het een ongeneeslijk heimwee naar God. Een heimwee dat, denk ik, in heel veel mensen zit. Ook in onze onkerkelijke samenleving. Mensen voelen zich niet thuis bij platheid, het leven zonder geheim. Dat komt door dat blijvende heimwee in hun ziel naar iets wat dieper en hoger gaat.

Daar is dit gebouw een zichtbaar teken van en daarom een heilige plek. Een aparte plek, een bron.

En daar wil je toch voor zorgen. En wat is er goed voor gezorgd.

Lied 992

Afscheid Tjeerd en Aaf  Bielsma

Aaf en Tjeerd werden toegesproken

door Jacqueline Pennekamp

en door ouderling-kerkrentmeester Leo Los

de gemeente zong:

 

Met dienstbaarheid het kosterswerk 

verricht in deze Zuiderkerk.

Wat konden wij ons nog meer wensen.

Met dankbaarheid aan Aaf en Tjeerd

zijn wij vervuld en zeer vereerd

met dit bijzondere stel mensen.

Van harte zingend, wensen wij

dat jullie weg gezegend zij.

 

 

 

 

 

 

 

 

Collectepraatje

Gebeden

Slotlied door allen           Lied 423

Zegen

Orgelmuziek