zondag 22 augustus * Jesse de Bruin * predikant in opleiding

Orgelspel

Welkom en afkondigingen (door ouderling)

Intredelied: 283 (gemeente staat)

Bemoediging      Onze hulp is in de naam van de Heer
die hemel en aarde gemaakt heeft,
                              die trouw houdt tot in eeuwigheid
en niet laat varen het werk van zijn handen.

Gebed van toenadering

(gemeente zit)

Psalm 63:1

Kyriëgebed

Glorialied: Psalm 63:2-3

Inleiding op de lezingen

Lezing: 1 Koningen 19:9-14 (door de lector)

Acclamatie         Zo spreekt de Heer.
                            Wij danken God.

Lied 892

Evangelielezing: Marcus 9:2-10 (gemeente staat)

Acclamatie         Lied 339-a

Preek

Gemeente van Jezus,

Veel mensen gaan in deze zomermaanden op reis of zijn al weg geweest. Met veel gedoe trekken we weg uit ons land, coronacijfers ten spijt. Waarom eigenlijk? Wat zoeken we dat zo belangrijk is, dat we het eigenlijk geen jaar kunnen missen? Vorig jaar stond in de krant een discussie tussen twee filosofen over precies deze vragen. De één vond dat vakantie een manier is om ons bestaan te vieren. De ander zei: de leegte van de vakantie herinnert ons eraan dat niemand eigenlijk een idee heeft wat we met ons leven aan moeten. Maar over één ding waren ze het eens. Vakantie is een onderbreking van het dagelijkse leven. Je onderbreekt je normale ritme. Daardoor ontstaat er ruimte voor een ander perspectief. Je vervelende buurman voelt bijvoorbeeld even heel ver weg als je op een berg in de Alpen staat, of op een verlaten strand ergens bij een tropische zee.

Maar wat als je niet de luxe hebt om op reis te gaan? Als je het huis niet uit kunt? Of als je simpelweg een hekel hebt aan het hele vakantiecircus? Ook dan kun je verlangen naar een nieuw perspectief op het bestaan. Zo’n ervaring van onderbreking is denk ik heus niet voorbehouden aan vakantiegangers. Bovendien: die droom van het verlaten strand ligt heel ver van het gemiddelde strand waar overal troep ligt. Hoort die ervaring dat het leven in een ander perspectief komt te staan niet ook bij het geloof dat we in de kerk oefenen? En hoe werkt dat dan?

We gaan naar ons Bijbelverhaal. Jezus, Petrus, Jakobus en Johannes zijn niet op vakantie maar ze beklimmen wel een berg. Op zichzelf, zij alleen. Op weg naar de stilte en de eenzaamheid. En ze hebben ook wel iets te verwerken. Zes dagen eerder heeft Jezus aangekondigd dat hij veel zal moeten lijden. En zijn leerlingen moeten hun kruis op zich nemen, dat zei hij ook. Die boodschap dreunt nog na in hun oren.

Marcus beschrijft het hele gebeuren als volgt: “Jezus nam Petrus, Jakobus en Johannes met zich mee een hoge berg op, waar ze helemaal alleen waren. Voor hun ogen veranderde hij van gedaante.” Jezus ondergaat een gedaanteverandering als ze helemaal alleen zijn. Een ander woord voor gedaanteverandering is: metamorfose, transformatie. Het is geen circusact voor een groot publiek, maar een ervaring beleefd in afzondering, op het brandpunt van hemel en aarde. Ik zou het een bergervaring willen noemen. Vandaag wil ik inzoomen op bergervaringen. In een bergervaring komt aan het licht waar je in geworteld bent. Een bergervaring is het zien, soms even, waar het nu eigenlijk ten diepste om gaat. Je komt in contact met God! In deze bergervaring van Jezus zijn we er getuige van hoe Jezus geworteld is in God. Mooi, maar hoe kunnen we zoiets op onszelf betrekken? Hoe kunnen wij de bergervaring, de topervaring van Jezus verstaan? En hebben wij zelf ook bergervaringen? Om dit uit te leggen sta ik stil bij de heenreis de berg op en de terugreis de berg weer af. De heenreis is de weg naar binnen, waarbij we ons dagelijks leven meedragen. De terugreis is de weg naar buiten, de wereld in, naar onze naasten toe. Beide zijn onlosmakelijk met de bergervaring verbonden, in deze volgorde: heenreis-bergervaring-terugreis.

Eerst die ervaring zelf. De drie leerlingen zien hoe de kleren van Jezus gaan glanzen: ze zijn zo wit als geen wolwasser ze kan bleken. Dit is een moment waarop de tijd even stilstaat. Alles en iedereen houdt zijn adem in. Zelfs de tijd lijkt even gevangen te zijn door de eeuwigheid.

Zo openbaart de bergervaring iets van God. Maar Jezus wordt geen superman en ook geen machtige koning. Zijn gedaanteverandering is anders dan dat, want het goddelijke uit zich niet in bestaande machten. Het overstijgt de werkelijkheid, en is daarmee een godsverschijning. Want: zijn kleren worden glanzend helder wit, witter dan het witste wit. Altijd witter dan onze ogen kunnen zien. Kan het witter dan het wit is, kan iets mooier dan het mooi is! Het doet me denken aan een lied, het lied ‘Mooi’ van Maarten van Roozendaal. Deze zanger met de rauwe, doorrookte stem had niets met vrome geestelijken die eropuit waren hem te redden. Maar hij beschrijft een bergervaring die in de kerk eigenlijk niet kan misstaan. Ik lees er een stukje uit voor.

En als vannacht de open hemel
De sterren strak laat stralen
En ik buiten op mijn rug lig
Starend naar het firmament

Kan het stiller dan het stil is
Eeuwiger dan eeuwig

Dan ben ik Goddank
Dus nog een keer
Gevangen in het moment

Oh
Dit is zo mooi
Het is om te janken zo mooi

Je ziet hem liggen, ’s nachts in de tuin, (of op straat!) op zijn rug. We hoeven dus geen vakanties naar verre oorden te plannen om een bergervaring mee te maken. Het gaat er eerder om, dat we onze blik van het wit van de wolwasser afhalen waardoor we iets gaan vermoeden dat nog schitterender is. Dat we iets meer gaan zien dan alleen het TL-verlichte billboard van Robijn Stralend Wit, door wortel te schieten in een ander, glanzender licht: het altijd komende licht van Pasen.

De heenreis naar de bergervaring toe volgt het pad van onze wortels: dat is onze geschiedenis, herinneringen en gedachten die we met ons meedragen, tradities waarin we staan. Onze wortels bepalen hoe we leven en wat de diepste grond is van dat leven. Ze zijn misschien moeilijk zichtbaar, veel gaat ondergronds, maar langzaam kunnen ze groeien. Zoeken naar een bergervaring betekent niet dat we onze wortels af moeten snijden. De heenreis langs je wortels is juist heel belangrijk om op de top van de berg aan te komen! Laten we dus alsjeblieft nooit zeggen dat God niets met onze wortels te maken wil hebben. Want hij kent ons en onze heenreis al lang, en zoekt naar manieren om ons te laten groeien.

Nu het zomervakantie is en iedereen zoekt naar een nieuw normaal lijkt het mij goed om te kijken wat onze eigen bergervaringen zijn. Het is mooi om dat met elkaar te delen. Op welk moment voelde jij vertrouwen in God? Dat hoeft niet per se in afzondering te zijn, je kan zoiets ook in het volle leven merken. Of, wat ook kan, je achteraf realiseren dat iets een bergervaring was. Zo kun je erachter komen waar geloof zich in je leven heeft genesteld. De rabbijn Abraham Heschel schrijft iets van deze strekking: geloof is dat je trouw probeert te blijven aan die spaarzame momenten dat God gebeurde in je bestaan. Geloof is dat je trouw blijft aan je bergervaringen, en dat met anderen deelt die op je weg komen.

Het verhaal gaat verder. “Toen verscheen Elia aan hen, samen met Mozes, en ze spraken met Jezus.” Jezus is in de Bijbel niet de enige met een bergervaring. Elia had zich op de vlucht voor Izebel verstopt in een grot bij de Horeb: dat was zijn heenreis. Toen naderde de Eeuwige hem. Dit hebben we gelezen. Niet in de windvlaag, niet in de aardbeving en niet in het vuur was de Eeuwige, maar in het gefluister van een zachte bries. Ziehier Elia’s bergervaring. Elia staat bij Marcus voor de profeten, Mozes voor de Wet. En Jezus bevindt zich in hun gezelschap: zijn bergervaring is dus niet los te zien van de Wet en de profeten.

Ondertussen… Petrus zag het hele gebeuren met de twee anderen aan, en bood aan om even drie tenten op te zetten. Op zich een lief gebaar. Iedereen gaat op zijn of haar eigen manier om met wat het leven je toewerpt, met wat je mond open doet vallen van verbazing of ontzetting. Daarin is geen goed of fout. Wel zijn er mechanismen die wat er gebeurt ‘buiten je lijf’, op een afstand houden. Iedereen doet dat. Ik heb zelf de neiging om dingen snel te rationaliseren, dat betekent dat je ergens een abstract probleem van maakt waar je dan van een afstandje naar kunt kijken, zodat het niet te dichtbij komt. Petrus heeft een ander mechanisme. Hij is praktisch ingesteld en denkt grip te kunnen krijgen op de zaak door een paar haringen de grond in slaan. Hij is al bijna op zoek naar een hamer om het vast te kunnen pinnen. Hij wil dit vasthouden. Maar dit doet geen recht aan wat zich hier, hoog in de wolken, voor een bergervaring afspeelt. Want Jezus is niet geworteld op deze plek, maar in God, die overal is. En zo kunnen we God in de kerk ook niet vasthouden: laten we de terugreis aandurven.

Ik rond af. De terugreis begint. Net zo plotseling en schitterend als het gebeurde, is de bergervaring ook voorbij. Opeens is er niemand meer, behalve Jezus die nog bij zijn leerlingen staat. Zo kan het gaan met heldere momenten: het ene moment lijkt de tijd nog stil te staan, het volgende moment moet je tastend in het duister weer verder leven. Je hebt iets moois gezien, iets van God, maar je moet weer verder zonder je daar altijd van bewust te kunnen zijn. Geloof is dat je trouw blijft aan die heldere momenten, aan je bergervaringen, en die met anderen deelt. Maar neem je tijd, om rustig te bezinnen. Wortels groeien zachtjes en langzaam, maar zijn sterk. Raak geworteld in de nabijheid van God, en sla geen tenten op waar je hem gevonden denkt te hebben. Zo kunnen we de bergervaring van Jezus en zijn leerlingen op onszelf betrekken. Ook wij moeten terug, van de berg af, naar de mensen aan wie wij gegeven zijn. Net als Jezus, onze Heer, die heeft geleden maar is opgestaan. En dus, omdat hij de Heer is, staan wij al oog in oog met het licht van zijn opstanding, mooier dan mooi, als een stralende ster aan het firmament.

Wat zou het mooi zijn als we dit perspectief als een vakantiesouvenir bewaren. Misschien blijkt zelfs die vervelende buurman uit het begin dan wel een andere kant te hebben.

Amen.

Lied 633:1-3

Gebeden afgesloten met oecumenisch Onze Vader

Toelichting op de collecte (door diaken)

Slotlied: lied 423

Zegenbede