Zondag 22 december * vierde zondag van de Advent

1 Corinthe 12 vers 12 – 27 en  Mattheus 1 vers 18 – 25

door ds. Jan Rinzema te Laren

Orgelspel

Welkom en afkondigingen

Psalm van de zondag 111 vers 1 en 6 (gemeente staat)

Groet:

Genade zij u en vrede van God onze Vader
en van Jezus Christus de Heer.
Amen

Bemoediging:

Onze hulp is in de naam van de Heer
die hemel en aarde gemaakt heeft.

Gebed van toenadering

Lied en Aansteken van de adventskaarsen

Lied 463 vers 1 en 5

In deze weken naar Kerst toe wachten we op licht dat doorbreekt in de nacht. We steken vier adventskaarsen aan:
Licht, wil in ons geboren worden!

(gemeente gaat zitten)

Kyrie – gebed

Lied 528 vers 1, 2(vrouwen), 3(mannen) en 4

Gebed van de zondag ……door Jezus Christus onze Heer
Amen

1e Lezing: 1 Corinthe 12 vers 12 – 27

Acclamatie
Zalig zij die het Woord van God horen
en het bewaren.
Halleluja

Lied 433 vers 1, 2 en 3

Evangelielezing Mattheus 1 vers 18 – 25 (gemeente staat)

Acclamatie Lied 433 vers 5

Preek: ‘Hulpjes in Gods geschiedenis’

Als je jong bent heb je het idee: ik ga de wereld veranderen! Je droomt ervan om grote daden te verrichten, waardoor de wereld door jou heel anders zal worden dan voorheen. Maar … we kunnen niet allemaal Bill Gates worden, Jeff Bezos, Beyoncé of Michelle Obama. Waar velen Martin Luther King bewonderen, Moeder Theresa of Máxima: ons bestaan komt vaak niet verder dan een gezinnetje, ergens een baan, een beetje omzien naar je familie en wat mensen om je heen. Erg? Nee. Realiteit. Hoewel sommigen hele spannende en betekenisvolle levens lijken te hebben is er niets mooiers dan ‘het gewone leven’.
Ook in het geloofsleven is er een aantal ‘helden’ die een grote rol spelen: Jezus, Maria, Elisabeth, Paulus, Franciscus van Assisi en Maarten Luther. Zij zijn doorgedrongen tot de grote geschiedenis. Hun namen worden gekend, geroemd en geëerd (soms verguisd). Dat zijn de geschiedenisbepalende ‘sommigen’, ‘Sternstunden der Menschheit’. Om ‘de grote geschiedenis’ mogelijk te maken zijn er duizenden nodig, die met hun ‘kleine geschiedenis’ een noodzakelijke bijdrage leveren. Het zijn die miljoenen zonder naam en gezicht, zonder wie de geschiedenis een andere draai zou hebben genomen. Namen hebben ze niet; bepalend zijn ze wel.
Vandaag gaat het over iemand, die wèl een naam heeft, maar die in de geschiedenis weinig aandacht kreeg. Maar zonder wie de geschiedenis heel anders zou zijn gelopen: Jozef, uit het huis van David. Eerst vriend, latere partner van Maria en ‘vader’ van Jezus (de sociale vader, maatschappelijke vader).
Jozef is een jaar of twintig, hij is timmerman, komt uit Bethlehem, 9 km ten zuiden van Jeruzalem en heeft een meisje ontmoet in Nazareth (90 km noordelijker). Hoe komt Jozef in dat ver gelegen Nazareth terecht? Net zoals de familie Dreesman, Cloppenburg en Brenninkmeijer in Nederland: als hannekemaaier, seizoenwerker, om hier vanuit Westfalen met de oogst te helpen. Zo ook in Jozefs Bethlehem en omstreken: in de eigen woonplaats was ‘s zomers weinig werk, dus gingen de jonge jongens op reis om ‘in den vreemde’ seizoenswerk te doen, op het land of in de bouw. Zo ontmoet Jozef ‘in den vreemde’ Maria (toen 14 jaar), verlooft zich met haar en wil met haar trouwen.
https://nl.wikipedia.org/wiki/Hannekemaaier

Plots ontdekt Jozef: mijn meisje is zwanger. In die conservatieve agrarische dorpscultuur: een schande. Kinderen krijgen was toen verbonden met erfrecht, bloedbanden en eer. Jozef wist één ding zeker: dat kind kan niet van mij zijn.
Dus … wat wil Jozef nu doen? Wat kàn hij doen? Hij kan ruzie maken. Hij kan naar Maria’s ouders gaan en zeggen: ‘wat voor dochter hebben jullie eigenlijk! Een … **** en een *****!’ En boos opstappen. Hij kan zijn meisje Maria uitschelden. En vervolgens woedend weggaan. Iedereen zou het begrepen hebben.
Jozef besluit om er stiekem vandoor te gaan. Laf? Nee. Dan zullen de mensen zeggen: ‘wat een minderwaardige vent, die Jozef. Eerst je meisje zwanger maken. En dan de benen nemen! Goed dat onze Maria niet met deze lafaard is doorgegaan’. De mensen zullen Maria omarmen. En Jozef verstoten. Zo is Jozef ‘de eerste Christus-gestalte’: de mens, verstoten, bereid om schuld van anderen op zich te nemen om anderen te redden.
Maar … Jozef krijgt een droom. In die droom verschijnt aan Jozef een engel. In het visioen zegt de engel hem bij Maria te blijven. Maria te beschermen. Het kind op te voeden, als ware het zijn kind. En het kind de naam ‘Jezus’ (God redt) te geven.
Wakker geworden denkt Jozef na. Wat moet hij met dit visioen? Er ‘ja’ op zeggen? Leg je (a.s. schoon) ouders in die behoudende cultuur maar eens uit hoe je meisje zwanger is geworden. Een schande. ‘Ja’ zeggen op Gods visioen betekent, als het moet: een andere weg willen gaan dan je omgeving eist. ‘Ja’ zeggen op Gods visioen betekent, tégen conventies en maatschappelijke normen in: ‘de smalle weg willen gaan’.
God roept Jozef voor de andere weg. Een, zo zal ook later blijken, niet gemakkelijker weg. Met zijn kind en meisje Maria op een ezeltje trekt Jozef straks door de nacht, om tegen het soldatengeweld beiden te beschermen. In de coulissen van de grote geschiedenis roept God Jozef voor een betekenisvolle weg, waar woorden van moed, loyaliteit en zorgzaamheid de centrale kernwaarden zijn van zijn bestaan. Door trouw te blijven aan zijn meisje, haar te beschermen, de opvoeding van zijn kind mogelijk te maken wordt deze Jozef dè onmisbare wegbereider van Gods koninkrijk.
Tot slot: Jozef krijgt het Godsvisioen. Ik stel me voor dat Jozef het soort ‘man’ was als de meeste mannen: geen zwever, geen heilssoldaat, een praktisch mens, die godservaringen wel kent uit verhalen van anderen, maar daarmee zelf niet dagelijks wordt overvallen.
Als antwoord op Jozefs visioen schrijft ons verhaal sober: ‘en Jozef deed zoals was gezegd’. Meer niet. Jozef ging niet dansen van geluk (zoals eens David), Jozef ging niet de markt op met zijn verhaal (zoals eens Jesaja en andere Bijbelse grootheden), Jozef vroeg niet om nòg een wonder (zoals eens Mozes). Jozef ‘deed zoals was gezegd’. In alle eenvoud, op zijn kleine plek in de geschiedenis ‘deed Jozef naar zijn ingeving van Boven’.
In dat ‘gewoon doen’ werd Jozef scharnierpunt in Gods geschiedenis. Niet geroemd, niet geëerd, niet gekend. Maar wel scharnierpunt. In Gods heilsplan: een onmisbare linking pin.
Hoe is het verder met Jozef gegaan? We weten het niet. De bijbel noemt hem verder niet. Er zijn verhalen en legendes over hem. Jozef is ooit de patroonheilige van de timmerlieden geworden. Ook wordt hij aangeroepen als patroon van maagden, van het huisgezin en van stervenden.
Het zijn allemaal waarderingen voor deze man, die in de geschiedenis op het juiste moment het juiste deed.
De bijbel noemt hem verder niet. Maar op het beslissende punt: hij was er.

Denk hier eens over na.
Ik wens u een gezegende dag.
En een hele goede week!

Lied 439 vers 1, 2 en 3

Gebeden afgesloten met oecumenisch Onze Vader

GEBED
God,
In ons leven willen wij het steeds
Grootser
Mooier
Spectaculairder.
Leer ons vreugde te vinden
In het gewone.
Maak ons het alledaagse
Bijzonder.
Geef dat wij uw glans zien
In alledaagse dingen,
Alledaagse mensen,
Het leven dicht om ons heen.
Geef dat ik het gewone leven mag zien
Als bijzonder.
Geef dat ik ook mezelf mag zien als
Bijzonder.
Omdat ook ik
Ben aangeraakt door u,
Die schepper is
Van heel het bestaan.
Dat bid ik u
In Jezus naam.
Amen.

Inzameling van de gaven

Slotlied 440 vers 1 en 3

Zegen