Zondag 23 februari 2020 * 8e zondag van Epifanie

Exodus 2: 11-25 en Mattheus 5: 33-48

door ds. Henk Haandrikman

Lied 207
Psalm 31: 1 en 6

Kyrie Bonhoeffer op  melodie psalm 8
Gloria: psalm 8:1
Lezing: Exodus 2: 11-25
Lied 941

Evangelielezing Mattheus 5: 33-48
acclamatie339c

Lied 537: 1,3,4

In mijn vorige gemeente had ik een keer een vriend van mij uitgenodigd om te vertellen over zijn werk als gevangenispredikant. Hij begon zijn verhaal met het vertellen van een casus, een verhaal uit de praktijk.
Hij vertelde over een jongen, nog geen twintig. Hij was als baby geadopteerd uit een ander land. Alles ging goed totdat de jongen in zijn pubertijd belandt en wil weten waar hij precies vandaan komt. Hij begint zich anders te voelen dan anderen en zich af te zetten tegen de mentaliteit van de mensen om hem heen en verdiept zich in de cultuur van het land waar hij vandaan komt. Hij wordt steeds dwarser en bozer en krijgt een hekel aan zijn weldoeners.
Op een dag maakt hij het mee dat iemand door een zogenaamde autochtoon vanwege zijn donkere huidskleur wordt bespot. En dan knapt er iets in hem. Hij pakt een mes uit zijn broekzak en steekt die ander dodelijk neer.
Wat moet er met deze jongen gebeuren?
Meestal zijn er nogal wat mensen die vinden dat deze jongen naast zijn straf ook geholpen moet worden. Het is duidelijk dat zijn gruwelijke misdaad iets te maken heeft met een probleem waar hij mee kampt. Maar voor bijna iedereen staat ook als een paal boven water dat de jongen voor een flink aantal jaren de gevangenis in moet. Die jongen die doodgestoken is, heeft ouders, broers, zussen, vrienden. Zij hebben recht op vergelding.
Mijn collega, vriend laat het verhaal dat hij net vertelde even in de lucht hangen. Een herkenbaar verhaal. Maar dan verklapt hij de dubbele bodem:
Die jongen waarover u zojuist geoordeeld heeft, is een bekende. Het ging namelijk om Mozes.

Mozes, het slavenkind dat gedood moet worden en daarom op hoop van zegen in een biezen mandje in de rivier wordt gelegd. Daar wordt hij gevonden door de dochter van de koning van Egypte. De jonge Mozes groeit op aan het Egyptische koningshof en heeft alles wat zijn hartje begeert. Alleen: hij hoort er niet thuis, hij is anders, vreemd, allochtoon.
Midden in zijn zoektocht naar zijn ware identiteit, neemt hij het op voor een slaaf uit zijn eigen volk die door een Egyptische opzichter geslagen wordt. Mozes ontsteekt in woede en doodt de Egyptenaar. Aanvankelijk hoopt hij dat niemand het gezien heeft, maar al snel spreekt iedereen erover. Mozes moet vluchten. De woestijn in. Weg van alles.

Afgelopen woensdag hoorden we het indrukwekkende verhaal van Rodrigo van Rutte. Geadopteerd uit Colombia. Terechtgekomen in een warm gezin maar toch in zijn puberteit groeit ook bij hem het besef dat hij naast Nederlands ook Colombiaans is. Waar hoort hij thuis? Hij gaat op zoek naar zijn moeder, vindt haar via Spoorloos, ontmoet haar maar twijfelt vrijwel meteen of het wel zijn moeder is. Door DNA-onderzoek blijt dat zijn twijfels kloppen, Hij komt er achter dat hij als baby is verwisselt met een ander jongetje uit Colombia. Na een lange zoektocht vindt hij uiteindelijk zijn echte Colombiaanse moeder. Met deze ervaringen is hij enorm geconfronteerd met de vraag: wie ben ik en wat maakt dat ik ben wie ik ben. Zo wil hij andere geadopteerden helpen een weg te vinden in de vaak verwarrende dubbele identiteit. Nogal eens komen zij in een diepe identiteitscrisis, soms met ernstige gevolgen.

Mozes leeft ook tussen twee werelden. Toen Mozes volwassen geworden was, zocht hij op een dag de mensen van zijn volk op. Volwassen worden, groot worden gaat niet vanzelf. Dat gaat met strijd, spanningen, conflicten met ouders, school, de maatschappij, geloof. En telkens de vraag: wie ben ik en wie zijn de anderen? Ben ik iemand los van mijn ouders? Kan ik, mag ik worden wie ik ben, en kan ik worden wie ik nog niet ben? Het zal duren tot de ontmoeting bij de brandende doornstruik voordat er helderheid bij hem komt over de weg die hij te gaan heeft. Hoe hij om moet gaan met dat brandende gevoel in zichzelf dat hem dreigt op te branden en er af en toe in grote drift uit komt. Maar het hoeft hem niet op te branden, het kan worden ingezet want het is een brandend gevoel van gerechtigheid. Tot drie keer toe grijpt hij in en als je goed leest komt hij tussenbeide als er mensen in gevaar zijn, waarbij het hem niet uitmaakt of de slachtoffers of daders tot zijn eigen volk behoren of niet. De eerste keer als hij een Israëliet verdedigt tegenover een Egyptenaar, de tweede keer als hij een Israëliet verdedigt tegenover een volksgenoot en de derde keer als hij Jetro’s dochters verdedigt tegen herders die hen willen wegjagen bij de waterput. Een vuur van gerechtigheid brandt in hem. Wie ben ik? Waar hoor ik bij? Ben ik Egyptenaar, ben ik Israëliet? Bij welke wereld hoor ik? Doe ik gewoon mee met het leventje waarin ik ben terecht gekomen? Maar wat doe ik dan met die stem in mij die zegt dat er meer is, dat er keuzes van me gevraagd worden? Welk land is mijn thuis. Het land vol zekerheden maar ook vol ongerechtigheid of het land waar ik alleen maar de verhalen van heb gehoord: het land waar echte vrijheid heerst? Mozes leeft tussen die werelden. Met de woorden van een lied uit het liedboek: Waarom moest ik uw stem verstaan? Waarom bracht Gij die onrust mij? Gij maakt mij steeds meer vreemdeling.
Mozes blijft zich vreemdeling voelen. Hij noemt zelfs zijn zoontje Gersom: vreemdeling.
Mozes leeft tussen twee werelden. De oude wereld is niet goed, dat is de wereld die leeft ten koste van. De nieuwe wereld is nog niet voor ogen maar dient zich wel aan: leef anders, leef ten behoeve van. De oude wereld die dreigt je te vermorzelen als kritiek hebt.
Mozes wordt verscheurd. Durf ik dat? Ben ik daar moedig genoeg voor? Ze zeggen van wel maar man, wat ben ik bang.
Als ik dit verhaal van vandaag en ook wat er volgt lees in dit Bonhoefferjaar dan kan het niet anders dan dat Mozes en hij op elkaar lijken. Bonhoeffer noemt Mozes ook een groot leider en voorbeeld.
Bonhoeffer voelt zich steeds minder thuis in zijn geliefde vaderland. Ook hij heeft een stem gehoord. Hij kan niet anders dan die te volgen hoe gevaarlijk dat ook is en wat voor diep angst dat ook betekent. We zingen straks een lied gebaseerd op een tekst van Bonhoeffer waarin hij die diepe tweestrijd en vertwijfeling uit. Waar Mozes wordt gezien als de man die het moet doen, ziet hij zichzelf als een bange muis. Waar Bonhoeffer uiterlijk de kracht zelve lijkt is hij van binnen klein en angstig.
Waar Mozes met geweld opkwam voor gerechtigheid heeft Bonhoeffer enorm gestreden met het dilemma met aan de ene kant “heb je vijand lief, vergeld geen kwaad met kwaad” zoals Jezus ons voorhoudt in de Bergrede, en aan de andere kant de gedachte dat het extreme kwaad van de Nazi’s geweld toelaat. ‘Voor een christen’, zo schrijft hij, ‘is de keuze niet of je schone handen kunt houden (dat is domweg niet mogelijk) maar of je al dan niet gehoorzaam Christus navolgt, vertrouwend zoals Hij in Gods kracht’ Hij bekocht zijn betrokkenheid bij het verzet en de hulp aan Joden en bij de mislukte aanslag met zijn leven.

Als gelovige, zou je kunnen zeggen, leven we ook in twee werelden, deze wereld waarin de ongelijkheid steeds groter wordt, waarin we uit elkaar worden gedreven door onwaarheden en ophitsende haat, waar zondebokken worden aangewezen en vervolgens onschuldige mensen worden vermoord en de wereld zoals God voor ogen staat: het koninkrijk waar we elke keer in het Onze Vader om bidden.` We lijken daarin op Mozes en misschien ook wel een beetje op adoptiekinderen. Waar zijn we thuis? We maken deel uit van beide werelden. Die wereld waarin we leven en die andere wereld waar we als gelovigen van leven. Die nog niet direct voor ogen is maar die ons vraagt om in de benen te komen, keuzes te maken.
In de woorden van een ander lied:

De toekomst is al gaande,
lokt ondanks tegenstand
ons weg uit het bestaande
naar eens te vinden land.

De toekomst is al gaande ,
verborgen en gezien ,
een stem die te verstaan is,
een God die draagt en dient.

Moderne psalm Bonhoeffer – melodie psalm 139

gebeden
collecte

Lied 978: 1 en 4