zondag 23 mei * Pinksterzondag * pastor Louise Kooiman

Orgelspel:  Komm heiliger Geist, Herre Gott-Dietrich Buxtehude 

Welkom

Zanggroep (melodie lied 969):

Een frisse wind die waaien gaat  En alles wordt geraakt.
Zo werkt de Geest van onze God,  Die ons geestdriftig maakt.

En heel de schepping wordt vernieuwd,  Als op de eerste dag,
Toen God iets moois begonnen is,  Ons mensen heeft bedacht.

Het zaadje van de paardenbloem  Danst in de zachte wind,
Het valt straks in de aarde en  Gaat groeien als een kind.

Zo blaast de adem van de Geest  De mens nieuw leven in
En wie verdord of droog of dood  Was, krijgt opnieuw weer zin.

Het is begonnen in de kerk,  Een kleine oefenkring.
Nu mag de hele wereld wel Gaan dansen in de wind

 Groet en bemoediging 

Hij groet ons en zegt Vrede zij met jullie allen

Ik wil u begroeten in de taal van het eerste testament: Sjalo  alechém
Ik wil u begroeten in de taal van het tweede testament Eiréné Humín
Ik wil u begroeten in de taal van het Arabisch: Assalám aláikum
Ik wil elkaar begroeten in het Duits Friede sei mit dir
Ik wil u begroeten in het Engels Peace be upon you
Ik wil u begroeten in het Fries  Frede jimme en foll lok   

Aansteken van de zevenarmige kandelaar 

 Zeven kaarsen, zeven vlammen, zevenmaal vuur.                                                                            

De eerste vlam is de vlam van de liefde, die het eerst en de belangrijkste is,  want God is Liefde en Liefde is God.
De tweede vlam is de vlam van het leven, het leven hier, leven voor elkaar, het eeuwig Leven.
De derde vlam is de vlam van het licht het Licht der wereld, het ware licht, het Licht in de nacht, dat allen verlicht.
De vierde vlam is de vlam van de hoop, de vlam van verwachting, de vlam die de wanhoop verdrijft.
De vijfde vlam is de vlam van geloof, die ziet en ziet wat jij niet ziet, die verder ziet dan de dood.
De zesde vlam is de vlam van het woord, dat samenbrengt en vertroost, dat spreken en luisteren doet.
De zevende vlam is de vlam van de Geest, van liefde en leven, van licht, van hoop en geloof die Alles in allen wil zijn.

Inleiding dienst

Zanggroep: Lied, 680;1,3 Kom, heilige Geest, gij vogel Gods

Gebed om ontferming

Lezing: Genesis 8: 6-13

Zanggroep: Lied, 930: 1.   Jij geeft mij vleugels 

Lezing: Marcus 1: 9-13

Zanggroep: Lied, 798: 1 en 5 Heer geef mij vleugels dat ik reis 

Overdenking 1

 U kent vast die vragen die we elkaar weleens stellen, of die psychologische spelletjes.

Welk dier zou je willen zijn?  En voor veel mensen is de vogel bij uitstek het dier dat men, al zou men kunnen kiezen, zou willen zijn. Bijvoorbeeld een meeuw, of een merel, of misschien een arend of adelaar of misschien wel een gans, vrij, zwevend, wellicht zonder zorgen. Vogels bewegen zich tussen hemel en aarde, ze komen op plekken waar wij als mensen niet zomaar kunnen komen. Vederlichte en oersterke wezens. Vrij, als mensen ze niet vangen en kooien. Voor ons mensen voelt vliegen vaak als verlangen. Misschien kent u het verhaal van Jonathan Livingstons zeemeeuw van Richard Bach. Het gaat over een meeuw die de kunst van het vliegen wil vervolmaken. Hij wil volkomen vrij zijn. De andere meeuwen begrijpen hem niet en verstoten hem. Maar Jonathan zet moedig door en overwint zijn beperkingen. U begrijpt dat dit verhaal wil vertellen over het taaie verlangen naar onbegrensde vrijheid. Naar de hemel zeg maar. Geen wonder dat de geest van God, als een vogel wordt verbeeld en bezongen. Misschien heeft niet iedereen evenveel met vogels, sommige mensen zijn er zelfs bang voor, zoals een vriendin, die het niet fijn vindt op een terras te zitten als er meeuwen of eenden of ganzen overvliegen. Maar voor ieder is het een duidelijk en herkenbaar beeld.

In de bijbel wordt als symbool voor de Geest vaak een vogel, of een duif gebruikt.

De hemel opent zich en de geest daalt als een duif op hem neer, en er klonk een stem uit de hemel: Jij bent mijn geliefde zoon, in jou vind ik vreugde”. De geest, door God gegeven,  in de gedaante van een vogel. Ik moet ook denken aan het lied van Oosterhuis  Die mij droeg op adelaarsvleugels die mij heeft geworpen in de ruimte; en als ik krijsend viel mij ondervangen met uw wieken en weer opgegooid totdat ik vliegen kon op eigen kracht
Deze tekst is voor velen een lievelingslied, en ik merk dat ik vaak tranen voel opkomen als ik het zing. Waarom raakt het zo, en zo velen met mij?

Omdat het wellicht een totaal ander beeld van God weergeeft als wij op andere plekken in het OT tegenkomen. Het beeld van de adelaar met haar jong geef moed en kracht om te leven.  Wij worden gedragen als we niet meer verder kunnen, als het leven te zwaar wordt.  Ja ja, jij bent Gods geliefde kind … Hij draagt jou op adelaarsvleugels!

Ik sprak eens een wat oudere vrouw, die al jong in het leven geleerd had het zelf te moeten oplossen. Een groot verantwoordelijkheidsgevoel, oudste in een groot gezin, altijd hard gewerkt en veel ziekte meegemaakt. Sterk zijn en graag alles zelf oplossen, dat was haar levensmotto.  Moeite had ze met vragen aan een ander. Dat past niet bij mij, vertelde ze, ik houd niet van vragen aan een ander. Je maakt je zo afhankelijk en er bestaat altijd een kans dat ze nee zeggen. Ik verkrop geen afwijzing en accepteer niet dat een ander mij daar dan in kan bezeren”. Ook haar naaste familie kreeg geen ruimte en zelf haar kinderen voelden zich soms afgewezen door haar onverzettelijke houding.  Ze bleef  het allemaal zelf doen, soms met grote moeite. De pinkstergeest leek haar zelden of nooit aan te raken. Wel maakte ze graag lange wandelingen door het bos of langs het strand, Dan kan ik tot rust komen, vertelde ze.  Ik kan ontroerd raken door een boterbloem, of een bloeiende wilde edelweiss. Of het  gezang van een merel of leeuwerik. Dan voel ik me verbonden met de natuur en misschien wel met God. Maar meestal  is God ver weg. “Hij heeft mij vergeten” vertelde ze mij regelmatig. Ik weet niet of God er is, ik ervaar het echt zelden.

In een gesprek kwamen we een keer op het beeld van God als de Adelaar. Ze kende het lied: de Adelaarsvleugels van Huub Oosterhuis en had het eens horen zingen bij een uitvaart of voor televisie, dat wist ze niet meer. Maar het sprak haar aan. “Dit vind ik een prachtige gedachte, God als Adelaar”, vertelde ze mij. Zo komt God ineens veel dichterbij. Ik houd zo van vogels en daarom raakte het mij. God die mij opvangt als ik dreig te vallen. En ineens zag ik een zachte kwetsbare kant, achter die sterke en zelfverzekerde vrouw.  Inderdaad schijnt het dat een adelaar zijn jongen leert vliegen door het jong op te pakken, het te dragen en vervolgens los te laten, in de hoop dat het zo al fladderend leert vliegen. Maar als het jong dreigt neer te storten, duikt de ouder er pijlsnel onder en vangt het op door zijn vleugels wijd uit te spreiden als een vangnet. Het jong wordt opgevangen en weer op het nest gezet. Zo kan het zonder angst, maar met zelfvertrouwen blijven oefenen tot het echt zelf kan vliegen.

Zang en muziek : Die mij droeg op adelaarsvleugels

overdenking 2

Natuurlijk wij leven ons leven op eigen kracht, wij zijn verantwoordelijk voor onze daden en keuzes die we maken. We zijn volwassen mensen die het leven zelf leven met alles wat er op en aan zit. Maar soms richten we ons tot een ander als het te veel wordt. Of nog erger roepen of schreeuwen misschien we naar de hemel. om hulp naar God. Waar ben je, God, medemens? Er zijn mensen die op ons levenspad worden gestuurd. Als we ze nodig hebben. Mensen die belangeloos naar ons verhaal willen luisteren,, die er zomaar even zijn, die helpen met die moeilijke brief naar de gemeente, de belasting of andere ingewikkelde zaken.

Wij maken van alles mee, de geboorte van onze kinderen om ze na enige jaren ook weer los te laten en dat te zeggen: toe maar, doe het maar op eigen kracht, vlieg maar, en als het nodig is dan wil ik je opvangen. Dan sla ik de vleugels onder je en zal er zijn. Dan zal God er zijn om je op te vangen. Want soms is het knokken in het leven met de zorg om die kinderen, of om je partner , of met die lastige baan, of met dat huis dat nooit komt, en waar je naar verlangde.…

Wij hebben, net al s die vrouw, allemaal ooit zelf leren vliegen. En dat is goed ook. Net zo als die Adelaar zelf leerde vliegen. Het zou misschien gemakkelijk zijn voor het jong indien het altijd gedragen werd. Maar dat is niet de bedoeling! Het moet het zelf leren. Het zou voor ons soms ook zo veel makkelijker zijn indien we alles aan God konden overlaten. We moeten het echter ook zelf doen.  Maar… misschien niet helemaal alleen! We mogen, wanneer je het even niet meer ziet zitten, wanneer het even niet meer gaat, dan kan je je laten opvangen door die sterke vleugels om, even maar, gedragen te worden tot je zelf weer verder kan. Die sterke vleugels die je behoeden om helemaal te vallen, maar je net dat extra beetje tijd geven om nieuwe krachten te putten, om bij te komen, om nieuwe adem te vinden.
Het is helemaal geen teken van zwakte of gemakzucht. God die ooit in gesprek was met Mozes op de heilige berg Sinai en na het vertrek uit Israel zegt: Je hebt gezien hoe ik voor jullie heb gezorgd. Ik heb jullie gedragen zoals een arend haar jongen op vleugels draagt. Dat beeld van de Adelaar met haar jong is  Pinksteren. Wij worden gedragen als we niet meer verder kunnen, als het leven te zwaar wordt. Gods Geest zal bij jullie zijn.

In deze tijd is voor de meesten jammer genoeg nog maar weinig plaats voor overgave.

We willen alles kunnen verklaren, uitleggen. Voor elk fenomeen de gepaste uitleg of wetenschappelijke verklaring. Voor elke kwaal hier en nu een pilletje, een zalfje… Voor sommige “kwalen” helpt dat echter niet… als alles, ondanks alle inspanningen niet loopt zoals we verwachten, bij een tegenslag, een zwaar verlies, rouw,…
Een tegenslag,… ik hou niet zo van dat woord. Misschien kunnen we beter zeggen

Terug naar af, of: even een stapje terug. je kan er  de positieve kant van zien: Even teruggeworpen worden kan je de tijd geven om alles eens in een ander perspectief te zien. Het geeft je de kans om opnieuw te beginnen of voort te gaan, maar eventueel op een andere manier…

Als je de gedachte toelaat dat die sterke vleugels daar dan zijn, die je even kunnen opvangen krijg je de tijd om alles terug op een rijtje te zetten, om nieuwe krachten, een nieuwe koers te vind. Het mooie van het lied van de Adelaarsvleugels is dat het mij weer opgooit totdat ik vliegen kon op eigen kracht

Het is geen gemakkelijkheidsoplossing, geen onbeperkte overgave. Het is geen fatalisme: van “iemand anders zal wel overnemen als ik niet meer kan, ik hoef het niet te doen…” Nee, er speelt een enorme dynamiek: ik word weer opgegooid en uitgedaagd om er weer tegenaan te gaan. Ik krijg de tijd om krachten te verzamelen om “opnieuw”, om “en toch” te herbeginnen… steeds weer.

De Adelaar als symbool van een God die ons zelf laat vliegen maar ons wil ondervangen met zijn wieken. Voor de dominee George Mcloud, de stichter van de schotse Iona-community, stond de wilde gans symbool voor de Heilige Geest. Ganzen komen en gaan, zoals ook de Geest waait waarheen ze wil –niet te kooien. Ganzen zijn sterk, maar ze vliegen altijd samen: de sterkere voorop, steeds een ander op kop, en ze maken gebruik van de opwaartse kracht van elkaars vleugelslag.

Misschien heet daarom de stichting  voor ontwikkelingsprojecten wel de Wilde ganzen.

50 dagen geleden vierden we Pasen  en ooit las ik ergens: Pasen  is door het nulpunt gaan en jezelf terug ontvangen uit Gods handen.  Vandaag is het Pinksteren en mogen het met de woorden van de pinkstergeest steeds opnieuw tegen elkaar zeggen, we weten, dat we,  gedragen door Gods Geest, weer op eigen kracht verder mogen vliegen.  Amen.

Orgelmuziek: Klein vogelijn op groene tak  

Zanggroep (melodie  lied 243):

Als alle hoop vervlogen is   het leven leeg is door gemis
waait er de adem van Gods Geest   door huis en hart op ’t Pinksterfeest.
Zij ademen een nieuwe naam die geestdrift raakt ons allen aan
met vergezichten eeuwigheid binnen de grenzen van de tijd.
Het vuur van wat eens is beloofd  staat als een vlam op ieders hoofd

in alle talen wordt verteld  de liefde wint voorgoed het veld
Als alle hoop vervlogen is  het leven leeg is door gemis
waait er de adem van Gods Geest  door huis en hart op ’t Pinksterfeest

Gebeden

Collecte

Zanggroep: lied 687: 1, 3  Wij leven van de wind 

Wegzending en zegen 

Orgelspel:  Komm Gott, Schöpfer, Heilger Geist-J.S.Bach