Zondag 24 februari

Esther 6:1-11 en Lukas: 6:17-26

door ds. Henk Haandrikman, mmv de Cantorij olv Jerry Korsmit

Lied 1005  Cantorij: 1 en 2, allen: 3, Cantorij: 4; allen 5
Psalm 18:1 en 5
Kyrie 299 c
Gloria 18:15

Mordechai wil niet buigen voor de machtswellusteling Haman. Deze wordt zo woedend dat hij als wraak het hele Joodse volk wil uitroeien. Hij krijgt toestemming van de wisselvallige koning Ahasveros. De enige die daar nog wat aan zou kunnen doen is Esther. Maar zij hoort niet meer tot de favoriete vrouwen van de koning. Als zij zonder uitnodiging naar de koning gaat, zal ze dat met de dood moeten bekopen.
Mordechai heeft haar duidelijk te verstaan gegeven dat ze niet moet denken dat zij aan de wrede plannen van Haman zal ontkomen. Esther verzamelt de moed om naar koning Ahasveros te gaan. Ze stelt zich zo op dat de koning haar ziet en hij raakt weer in vuur en vlam. `Al wat je hebben wilt, al is het mijn halve koninkrijk, het is van jou´. Esther vraagt of A. samen met Haman bij wil komen eten. Tijdens dat etentje roept de koning weer uit: ‘al wil je het halve koninkrijk…’. Haman voelt zich nog belangrijker en je zou denken dat Esther hem nu aan de kaak kan stellen. Maar ze nodigt de koning en Haman nog een keer uit voor een etentje. Het moment lijkt er nog niet te zijn. Eerst moet er nog iets gebeuren. En het gebeurt in een slapeloze nacht van koning Ahasveros.

Esther 6:1-11
Lied 990: 1,4,,5,6
Lukas: 6:17-26
Lied 989

Preek
U kent wellicht het boek `Het Diner` van Herman Koch. Het hele boek met alle verhaallijnen wordt opgebouwd rond een etentje waar in de gesprekken langzaam aan van alles boven tafel komt wat het daglicht niet kan verdragen. Ook de film ´Festen´ heeft die structuur.
Het lijkt er bijna op dat de schrijvers het boek Esther als inspiratie hebben gebruikt. Ook hier komt tijdens die etentjes die Esther zorgvuldig organiseerde de waarheid naar boven. De waarheid in dit geval dat Mordechai de koning voor een aanslag had behoed waardoor Mordechai zijn positie ziet wankelen. En hij wordt ten diepste vernederd. De koning heeft nog geen idee waar deze Haman verder voor staat.. Haman heeft last van een bepaalde groep mensen. Die moeten weg. Dat vinden en vonden velen in deze wereld! Maar Haman gaat verder: Ze moeten niet alleen weg, ze moeten ook dood. Haman valt vooral over Mordechai; want die denkt zelf, en buigt niet voor Haman. Hij komt, in tegenstelling tot Haman, op voor recht en wijkt niet van zijn plaats. Dat moet nog aan het licht komen. Daar is nog een derde diner voor nodig waar de koning weer, verrukt van Esther, vraagt: Wat is je wens, het zal je gegeven worden, al is het mijn halve koninkrijk. Een prachtig opgebouwd verhaal

Het verhaal begint met Ahasveros, die in zijn slapeloosheid de krochten van zijn gedachten doorloopt en zoals we dat allemaal wel eens hebben stuit opvragen als wat het ik laten liggen? Is er iets dat nog rechtgezet moet worden? Zijn wij anderen dankbaar voor bewezen diensten?
Dan blijkt dat iemand hem het leven gered heeft, die niet eens bedankt is! In het verloop horen we hoe met veel humor en ironie het gesprek tussen Ahasveros en Haman wordt beschreven: “Wat moet er gedaan worden als de koning iemand eer wil bewijzen? “in zijn arrogantie denkt Haman: aan wie anders dan aan mij zou de koning eer willen bewijzen? En zo bedenkt hij zelf hoe hij geëerd zou willen worden in alle extravagantie die hoort bij deze narcistische man. Dus verzint Haman een pretpakket gunstbewijzen. Of hij de staatsloterij gewonnen heeft. Dit en dat, en ook nog dat. Het kan niet op. Wat een ontzettende dreun moet het voor Haman geweest zijn toen de koning nuchter zei: ‘Haman, wil je alles wat je net zei even regelen voor Mordechai? Want die man heeft toevallig –nu ja…- mijn leven gered en ik heb hem niet eens bedankt.’ Zo wordt het kwaad voor gek gezet.

Er staat niet bij hoe Mordechai zelf dit alles onderging behalve dat hij weer terug ging naar de koningspoort. Daar had hij postgevat nadat hij had gehoord wat Haman van plan was. Met gescheurde kleren en as op het hoofd was hij in de koningspoort gaan staan als levend protest. En na alle eerbetoon, zou je denken dat dat nu niet meer nodig is. Maar Mordechai gaat weer naar de koningspoort.

Tja, die Mordechai. Wat een standvastig iemand. Maar bekruipt ook het gevoel dat hij wel erg rigide is in zijn houding. Brengt hij niet juist zijn hele volk in gevaar door heel principieel niet te buigen voor Haman? Moet je niet af en toe wat water bij de wijn doen? Principes zijn prima maar als daar doden bij gaan vallen…
Het gaat hier in het boekje Esther om iets wat onaantastbaar is. Er is iets onaantastbaars.. Een soort hoogste waarheid. Maar als mensen zich daarop gaan beroepen weten we ook hoe vreselijk mis dat kan gaan. We weten ook hoe dat in fanatisme kan omslaan.
Hoe moeten we dit hier wegen?
Mordechai geeft ons zelf antwoord. In een apocrief boek, dat niet in het Oude Testament terecht gekomen is, kunnen wij het gebed van Mordechai lezen. Dat luidt zo: ‘God, gij weet alle dingen, Gij hebt gezien dat het niet uit trotsheid was dat ik weigerde de hoogmoedige Haman te aanbidden. Ik was bereid, ter wille van Israël, zelfs zijn voeten te kussen. Maar u o God, behoort alle eer toe, en die eer mag ik een mens niet geven. En nu Heer, Gij Koning, ontferm U over uw volk. Veracht dat kleine groepje niet, dat ge uit Egypte verlost hebt. Verhoor mijn gebed, wees uw volk genadig, verander ons treuren in vreugd opdat wij leven en uw naam prijzen. Laat de mond van hen die U loven niet verstommen.’

Mordechai is degene die leeft bij de gedachte, het visioen, de flits van inzicht in het diepste wezen van de mens en de geschiedenis. Esther is degene die dat hoogste principe concreet maakt door te handelen.
Als het blijft bij dat inzicht, dan kan het verdampen. Dan is het mooi en verheven maar als het niet in daden wordt omgezet vervluchtigt het.
Chokma en Biema worden die krachten genoemd. Chokma is het ‘mannelijk’ element in de Schepping, die flits van inzicht. Dat is nog abstract, terwijl het vrouwelijk element Biena zo’n vrij rondzwevende gedachtenflits als het ware ‘naar beneden trekt’ en concrete en tastbare gestalte geeft. Chogma is creatief, Biena is uit op ontwikkeling, concretisering. Dit betekent overigens niet dat vrouwen of mannen per definitie tot één van beide categorieën ‘veroordeeld’ zijn. Beide uitingen van die geloofskracht kunnen in wisselende verhouding in ieder mens aanwezig zijn.
In het jodendom worden Esther en Mordechai als belichaming gezien van die twee krachten. In één van de uitleggende verhalen die in het jodendom bij alle teksten is op geschreven: de Midrasjiem – in één van die Midrasjiem worden Esther en Mordechai zelfs als een echtpaar gezien. Als een huwelijk van twee geloofskrachten waarmee God de wereld leidt. Alleen in die samenwerking van die krachten kan iets zichtbaar worden van God en kan duidelijk worden dat de menselijke geschiedenis meer is dan alleen een toevallige samenloop van omstandigheden.

Ester bewerkte Ahasveros en legde een val voor Haman in hetzelfde paleis, waar zijn ster tot grote hoogte was gerezen. Mordechai bewandelde een bovennatuurlijke, Ester een natuurlijke route. Zij wist Ahasveros op andere gedachten te brengen en de bedreigende situatie in het tegendeel te veranderen

Zo houdt het boekje Ester ons voor dat we, ondanks het steeds de kop op steken van allerlei Hamannen, we niet alleen moeten kijken naar het kwaad, maar ook naar de afloop. Want op een bepaald moment storten altijd weer de muren in; van Jericho of van Berlijn, van Trump en Israël. Het kwaad zal altijd in het zand bijten, het kleine steentje van God en van de hoop, de steen van gerechtigheid, over het hoofd gezien door tempelbouwers en anderen, walst het kwaad omver; vroeg of laat.

Waar het voor ons op aankomt is om met dat geloof de toekomst in te gaan. Voor ons, volgelingen van Christus is dat duidelijk geworden in hoe Hij op zijn manier van leven en werken, hopen en geloven, lijden en sterven, dat heeft belichaamd. Als wij straks spreken over het lichaam van Christus bij het uitreiken van het Brood, bedenk dan dat je een stukje van die hoop krijgt en een slokje van de vreugde van de boze wereld omgekeerd.

Lied 1001 Cantorij:1; allen: 2 en 3
Voorbeden
Tafellied: Lied 384; 1,6,7,8,9
Sanctus en Benedictus: Lied 404 c
Agnus Dei: Lied 408 c
motet ‘break thou the bread of life’ bij uitreiken Brood & Wijn
Slotlied 103c: 1 en 2