zondag 25 april * zondag Jubilate * ds. Henk Haandrikman

Orgelspel             Gott in der Höh’ allein sei Ehr- Jan Pieterszn Sweelinck

Welkom ouderling

Aansteken kaarsen intussen:       https://www.youtube.com/watch?v=pI7PZ0Wvr5M  
(Jubilate Deo – Taizé)

 Groet en Bemoediging

 Gebed         Wij bidden U, o God,
om de jubel van Pasen die opwelt uit het besef,
dat het licht en het vuur dat Jezus in ons midden heeft ontstoken
is opgewassen tegen elke duisternis
dat die diepe vreugde in ons een plaats mag krijgen

Wij bidden om dat licht, om die vreugde
voor de wijde wereld en voor de plaats waar wij wonen.

Ja, wij bidden om licht, het licht van Christus,
dat Hij opstaat in ons en in de wereld om ons heen. Amen.

Hartelijk welkom in deze dienst in de Paastijd. Pasen is de navelstreng van het christelijk geloof. We ruimen daar 50 dagen voor in om dat tot ons te laten doordringen. Vandaag is zondag Jubilate – jubelt. Genoemd naar de psalm voor deze zondag: psalm 66. In ons nuchtere Nederland ligt de jubel ons misschien niet zo, maar als je bedenkt, gelooft, hoopt dat er een goedheid is die ons bestaan draagt, kan die jubel zomaar in je opwellen. Om dat besef levend te houden, willen we daar met deze zondag ruimte voor maken.

Volgende week is zondag Cantate – zingt, en dan volgt Rogate – bidt. Naarmate we dichter bij de dag komen waarop Jezus afscheid neemt van zijn vrienden op Hemelvaart, verstilt de jubel tot gebed en komt er ruimte voor het besef dat Opstanding ook betekent dat we op eigen benen moeten staan. Je voelt je verweesd, zo heet de zondag na Hemelvaart: wil ik dat, kan ik dat? Het antwoord volgt de zondag daarna: je hoeft het niet alleen te doen: de heilige Geest komt erbij en fluistert je in: Je kunt het, je wordt ertoe geroepen.

Vanouds wordt op deze zondag gelezen over de Goede Herder.

Goede herders weten dat ze zelf ook schaap zijn: saamhorig hebben te zoeken naar grazige weiden. Pastoraal-psycholoog prof. Haye Faber schreef ooit: Een goede herder is zelf een schaap dat met de anderen een zoektocht begint naar goed gras.

Want als we het hebben over wie nu herder is en wie schaap, dan weet ik mij heel wat momenten te herinneren dat jullie of één van jullie míj bij het geloof hielden of er pastoraal voor míj waren. Wie was er herder, wie was er schaap. Dat liep nogal eens door elkaar. En zo gaat het in menselijke verhoudingen, dan ben je voortrekker, dan weer volgeling. En bij dit alles belijden we dat er maar een werkelijk herder is bij wie wij nooit uit de pastorale aandacht verdwijnen. Maar, en dat sluit weer aan bij wat ik net zei:  Jezus ziet in ons diezelfde pastorale mogelijkheden als van hemzelf. Hij ziet in ons Messiaanse mensen, levend vanuit het visioen van vrede en gerechtigheid. Zegt Hij niet tegen zijn discipelen, en zo tegen ons: ‘geloof je in mij,  de werken die Ik doe, zal jij zelf doen en grotere nog dan deze’.

Ik zing voor u psalm 66: 1

 Kyriegebed

 Gloria                    https://www.youtube.com/watch?v=8iD04fplXBE   
(Lied 307)

 Lezing                   Johannes 10: 11-16

Halleluja                Lied 338j

Preek

Als je christelijk bent opgevoed dan is de Goede Herder één van de eerste beelden die je hebt van Jezus. We kunnen ons vast allemaal een plaatje voor de geest brengen uit de kinderbijbel. Voor mij was het liedje van ‘een lammetje ging dwalen..’ de tophit van de zondagsschool,

Een lammetje ging dwalen, veraf en heel alleen
Verliet de trouwe herder en liep steeds verder heen.

Zo heerlijk zielig.

Trouwens, ik denk dat de goede herder op zoek ging, niet naar een poezelig, aantrekkelijk klein lammetje – poezelige kleine lammetjes lopen meestal niet bij hun moeder weg – maar naar een lastige, recalcitrante oude ram.

En dan natuurlijk psalm 23. Ook die zit vast verankerd in ons protestantse collectieve onderbewustzijn. In de bekende berijming van J.J.L. ten Cate op melodie van Bastiaans.

Het beeld van de goede herder heeft iets van een pastorale: rustig, kalm, ontspannen met herinneringen aan het gemoedelijke landleven, iets romantisch. En soms heeft het ook iets van de idylle, groepjes gezellige mensen in het gras.

Dat stukje romantiek zoekt men nu graag op terrassen, in een stadspark, in het bos.

Maar je gaat door een dal van diepe duisternis en als je dan je doodsangst overwint… daar gaat psalm 23 over.

Zo’n lied zing je als verlangen, als uiting van vertrouwen, soms ook als klacht over wat tegenvalt.

Als het contrast van je eigen bestaan met het lied erg groot is, dan zingen de anderen door waar jij stokt. Dan wordt je gedragen, dan worden we ook voor elkaar herders.  Als je dat een beetje weet te organiseren, noem je het een gemeente.

Psalmen, ook deze, zijn niet zomaar zoete liedjes met een beetje troost.

Het gaat over vijanden die jou te grazen willen nemen en onderuithalen. We kunnen er zo een heleboel noemen. Ze lopen gewoon rond, ze gaan onzichtbaar door de lucht, ze praten je angst aan en zeggen dat je niet meetelt. Zij die zeggen dat ze het beste met je voor hebben maar intussen over lijken gaan voor eigen gelijk en gewin, die kom je ook steeds tegen.

Nee, je moet niet te snel in de slachtofferrol schieten. Maar hier wordt dat moment benoemd dat soms even gebeurt, zo’n jubelmoment: Jij mag uitgebreid tafelen, jij wordt gezalfd, benoemd, bevestigt, en zij moeten knarsetandend toekijken. Je zou daar wel altijd willen blijven; ja, in het huis van de Heer.

Juist  deze psalm in alle tijden mensen gesteund in dagen van verdriet en wanhoop. Hoewel het opvallend is dat mensen dan, met deze psalm mee, over God spreken als een herder, juist wanneer van Gods aanwezigheid bar weinig of niets te merken is. Het geheim van de psalm zit waarschijnlijk in de woorden: “zelfs al ga ik door een dal van diepe duisternis…” De herder uit deze psalm is niet een dromerige figuur die in de schaduw van een boom vredig naar de grazende schapen zit te kijken. Allesbehalve een pastorale. De herder van psalm 23 is een herder die weet van de duisternis, van het ravijn, van angst voor leeuwen en beren. “Zijn stok en zijn staf vertroosten mij”. Een knuppel om de aanval van een vijand mee af te slaan en een staf, zo’n lange stok met een gebogen einde, om daarmee, als het moet, een lam dat in een diep gat gevallen is, op te trekken.

Er zo voor elkaar te zijn. En niet alleen voor je eigen groep. Dat is opvallend in het evangeliegedeelte: “Maar ik heb ook nog andere schapen die niet uit deze schaapskooi  komen. Ook die moet ik hoeden”.  Jezus denkt inclusief. Hij laat zien wat het is om mens te zijn, mens te worden. We zijn niet mens om christen te worden maar we zijn christen om mens te worden.

Daarin gaat Hij ons voor. Het verhaal van de Goede Herder gaat dan ook om: wat is goed leiderschap?

Het gaat in deze tijd nogal eens over goed leiderschap. Dat is ook nodig , zeker in verwarrende tijden als deze. Dan lopen we graag achter iemand aan die de richting wijst. Maar leiding geven is een balanceeract om Rutte te citeren.

Want leider zijn is niet altijd makkelijk in de tijd waarin we leven. Leiderschap staat onder druk.

Kijk maar naar onze politieke leiders. In wie hebben we nou nog echt vertrouwen?

En er zit ook iets in onze samenleving dat we leiders en de instituten waaraan ze leiding geven, niet meer nodig denken te hebben. Al die bestuurslagen, al die bureaucratie, al die managers in de zorg. Laat de mensen nou eens zelf bepalen hoe ze willen leven.

We verlangen naar goed leiderschap en tegelijk willen we het allemaal zelf uitzoeken en slaat het wantrouwen – al dan niet terecht – wel heel snel toe.

Maar er is niets nieuws onder de zon. Veel van die dingen zie je ook al terugkomen in de Bijbel. Op talloze plekken lezen we hoe bij de machthebbers de menselijke maat verdwijnt. Hoe leer je als leider dat je die voor ogen blijft houden? Het mooiste voorbeeld blijft David, koning David. Hij is niet de voor de hand liggende keuze. Hij is de achtste in het gezin, hij is niet indrukwekkend van gestalte maar wat de doorslag geeft is dat hij herder is. Een goede koning, een goede leider leert het vak door eerst herder te zijn en ook te blijven. Oog te hebben voor wie het niet redt, voor wie verkeert loopt, voor wie valt.

Een goede leider is als een goede herder, die oog en hart heeft voor zijn schapen, die met ze meetrekt, die zijn kudde niet tegen elkaar opzet, maar zijn kudde bij elkaar houdt.

David is zijn carrière begonnen als herder, zoals vele leiders van Israël: een goede leerschool. Ook bij hem merken we dat, als je macht krijgt, er allerlei krachten aan je gaan trekken, dat het niet vanzelfsprekend is dat je op het goede spoor blijft, dat je soms gecorrigeerd moet worden.

Dat is, denk ik, ook het bijzondere aan koning David in de Bijbel. Niet dat hij niet de mist in gaat, want dat gaat het meerdere keren, en soms ook flink de mist in, met misschien wel als dieptepunt de moord op Uria, de man van Batseba. Het bijzonder aan koning David is dat hij bereid is zich te laten corrigeren. Hij laat de tegenstem toe. De lastige tegenstem van de profeten, de stem die ingaat tegen de stroom, de tegenstem die een halt toeroept aan macht, pracht en praal, die mensen niet bij elkaar brengt, maar afstand schept. Luijten en Omtzigt lijken wel op die Oudtestamentische profeten.

Goed leiderschap. Er staan veel stuurlui aan de wal maar ik geef het je te doen. Hoe vinden we meer vertrouwen? Misschien door elkaar aan te spreken op onze herderlijkheid.

Orgel/Zang            Lied 23c: 1,2,5

Collectepraatje

Gebeden     

Slotlied                 https://www.youtube.com/watch?v=0K4lWlC0Hk4   
(Lied 653: 1,6 en 7)

 Zegen                             

Orgelspel              Preludium et fuga in c-moll – Johann Seb. Bach