Zondag 25 augustus

Jesaja 30: 15-21 en Lukas 13: 22-31

door ds. H.G. Haandrikman

Doe alle moeite om door de smalle deur naar binnen te gaan. Deze tekst uit onze evangelielezing uit Lucas ligt dicht aan tegen de bekendere tekst uit de Bergrede in Matteüs 13: Ga binnen door de nauwe poort, want wijd is de poort en breed is de weg die naar de ondergang leidt, en velen zijn er die daardoor naar binnen gaan. Maar de poort is nauw en de weg is smal die naar het leven leidt, en weinigen zijn er die hem vinden.

Ik denk dat de meesten van ons de plaat van de brede en smalle weg wel kennen. Die hing in veel catechisatiezaaltjes of ook thuis bij mensen.

Het thema van het komende monumentenweekend 14/15 september is plaatsen van plezier. Met de Raad van kerken proberen we vanuit de kerken aan te sluiten bij de thema’s die worden aangereikt voor de monumentendagen. En dan realiseer je je dat er bij plaatsen van plezier nu niet direct aan de kerk wordt gedacht…
Integendeel zou je zeggen. Er is natuurlijk veel veranderd en er wordt gelukkig veel gelachen in de kerk maar voor mensen die de ontwikkelingen niet zo hebben meegemaakt is het beeld van de kerk bepaald meer een plek van somberheid. En je moet toegeven: het beeld dat er vaak naar buiten komt vanuit conservatieve richtingen bevestigt dat nogal eens. Plezier is verdacht.

Aan die gedachte heeft die bekende poster veel bijgedragen.
Aan de linkerkant allemaal plezierige dingen, maar aan het eind eeuwige verdoemenis. Rechts allemaal saaie dingen, maar dat loopt wel uit op eeuwige jubelzang in de hemel. Plus voor elk onderdeel een passende bewijstekst. Handig!
“Als ik het geloof kapot zou willen maken, zou ik zo’n poster verspreiden.” riep eens iemand uit.
Dat doet, denk ik ook weer niet helemaal recht aan die bekende afbeelding over de brede en de smalle weg.

Die ontstond ergens in de jaren zestig van de negentiende eeuw, op aanwijzing van Charlotte Reihlen (1805-1868). En werd al snel heel populair in Duitsland Nederland en Groot Brittanië. Charlotte Reihlen hoorde bij wat men het Duitse piëtisme noemt, een beweging in de Lutherse Kerk van Duitsland die zich niet zozeer met de leer, maar met het leven bezig hield, en met inwendige zending: evangelisatie, redding van zielen, maar ook strijd tegen alcoholisme, uitsluiting en armoe. Vanuit die beweging werd heel veel wat we nu diaconaal werk noemen opgezet: weeshuizen, zondagscholen, middelbare scholen voor meisjes, gratis bibliotheken voor armen, diaconessenhuizen etc.

Wat op die poster staat lijkt alleen maar een soort verstikkende vroomheid en afzweren van al wat plezierig is. Dat zwart-wit denken zit er ook wel in maar het gaat ook over de sociale strijd tegen de ellende in het verindustrialiseerde Europa. Er zit ook een protest tegen het brute en brutale kapitalisme in.
Jezus heeft het over het leven hier en nu, ook als hij spreekt over ‘de weg die naar de ondergang leidt’. Dat heeft mw. Reihlen ook goed begrepen. En zijn boodschap is en blijft een reminder: het komt er wèl degelijk op aan wat je met je leven doet en hoe je je prioriteiten stelt. Het is gewoon waar dat ‘makkelijk’ niet altijd ‘goed’ is, en dat de keuzes die je maakt (of nalaat) bepalend zijn voor het verdere verloop van je leven, ook los van een laatste oordeel.
Dat dit leven alleen maar een voorbereiding is op het eeuwige leven, op het leven na de dood, is wel een gedachte die we tegenkomen in de Bijbel maar dan vaak als verzuchting uit ellendige omstandigheden. Jezus wil hier en nu mensen oprichten en leven geven dat werkelijk leven is

Dit tekstgedeelte en ook de poster in zijn tijd is vooral bedoeld als stof tot zelfonderzoek. Voor ieder mens geldt het appèl: zit ik eigenlijk wel op de ‘goede weg’? Die zelfrelectie hoort net zo goed in de kerk als in de kroeg thuis.

De plaat is natuurlijk sterk moraliserend en het opgeheven vingertje waar generaties last van hebben gehad of nog hebben vinden we hierin terug. Die plaat hoort echt in de 19e en begin 20e eeuw thuis maar heeft kennelijk nog steeds grote aantrekkingskracht. Op Urk is een nieuwe versie gemaakt compleet met zondagsopenstelling van winkels en een roltrap naar de hel. Alleen is daar de sociale strijd versmald tot een soort moderne braafheid.

En dat gebeurt trouwens niet alleen in kerkelijke omgeving. Je vindt overal profeten van de smalle weg die alle mogelijke pleziertjes als verdacht aanmerken. Als je je niet houdt aan dat dieet…, kijk uit met alles wat lekker is, pas op voor vlees, vis, zuivel, suiker en graan. De smalle poort is dus alleen voor dunne mensen.

De evangelielezing begint met de vraag die in die tijd kennelijk sterk leefde: Zijn het weinigen die behouden worden?
Jezus geeft geen direct antwoord. Hij antwoordde en zei: Strijdt om binnen te komen door de smalle deur, want velen, zeg ik u, zullen proberen binnen te komen en er niet in slagen.

Waar de vragensteller suggereert dat er een heleboel buiten zullen vallen vanuit een soort angstig gevoel dat hij daar zelf bij hoort en dat dat nu eenmaal al besloten zou zijn alsof dat helemaal buiten hem om zou gaan, een gedachte die altijd weer opduikt

Dat dat al vast zou liggen in een eeuwig besluit waar niets aan veranderd kan worden. Ook niet door mijn inzet. Lees de discussie tussen Remonstrante en de Conta-remonstranten, de Arminianen en de Gomaristen uit het begin van de 17e eeuw er maar op na. Bijna een burgeroorlog.

Jezus legt hier in het evangelie van Lucas en nog duidelijker in de Bergrede de nadruk op de eigen verantwoordelijkheid als hij zegt dat het wel strijd vraagt en dat er zeker een toegang is. Nu gaat u misschien protesteren dat ik de scherpe toon eruit haal en dit weerbarstige verhaal te glad maak, want hoe je het wendt of keert, Jezus spreekt hier op een andere toon dan we gewend zijn. Ja, dat is ook zo, het is een lastig verhaal. Ikzelf benadruk nogal eens in het pastoraat dat Jezus niemand afwijst, kijk maar eens met wie hij gaat eten, diegenen die door anderen worden afgewezen, en wat nog belangrijker is: hij gaat eten met diegenen die zichzelf afwijzen, en dat zijn er ongelooflijk veel, juist dan heb je het gevoel dat het leven vastligt, dat er nu eenmaal niets aan te doen is, het is zoals het is, maar juist daar mag klinken dat Jezus niemand afwijst, dat Hij een ongelooflijke ruimte om zich heen heeft, juist daar wil Hij zeggen: blijf knokken, je zult zien dat wat jij het lot noemt of voorzienigheid of wat voor zogenaamd godsdienstige kreet eraan wordt gegeven, je zult zien dat je door die dode gedachte heen kunt komen en jezelf in een heel ander licht kunt leren zien, met de ogen van God zelf, en dat je vriendschap kunt sluiten met wie je bent. Het vraagt strijd, zeker. Je zult wellicht wat achter moeten laten waar je van dacht dat je het nodig had maar die Jezus ontmaskert als dwanggedachtes vastgeroeste zekerheden. In de woorden van het lied dat we straks zingen:

Dat wij onszelf gewonnen geven
aan het bevrijdende bestaan,
aan wat ons uitdaagt om te leven.

Dat wij versteende zekerheden
verlaten om op weg te gaan.
Dat niet de greep van het verleden
ons achterhaalt en stil doet staan.

Een enge poort, ja, zelfs in de zin van griezelig, het is altijd griezelig zelf de verantwoordelijkheid te nemen. Een poort waar je niet veilig in de groep door heen kunt. De Heer van het huis in de gelijkenis van Jezus zegt op een gegeven moment ook: Ik weet niet waar jij vandaan komt, zo ken ik je niet, zo heb ik je niet geschapen, het masker waar je je achter verbergt is niet door mijn hand gemaakt. Het is alsof Jezus heel bewust hier iets van angst oproept, alsof Hij zelfs dat wapen uit de kast haalt omdat het hier om het allerbelangrijkste gaat in een mensenleven, je bestemming als individu te vinden, de waarheid die in jou tot leven is gebracht vorm te geven. Hij gebruikt beelden die doen denken aan die welke in onze diepste angstdromen naar boven komen: gesloten poorten, buitengesloten zijn, nauwe doorgangen, vertrouwde mensen die jou niet opeens niet meer kennen, duisternis, vertrouwde dingen die plotseling heel vreemd zijn. Het is gek om dit bij de persoon van Jezus te zien, dat Hij bewust hier angst oproept. Maar angst kan een bepaalde functie hebben, het kan ons heel snel laten reageren, het maakt je wakker om tot actie over te gaan, en het tilt je boven jezelf uit, je kunt meer dan je dacht. Nogmaals, het is onwennig om Jezus dergelijke dingen te horen zeggen, maar de achtergrond is en blijft een grenzeloze bezorgdheid dat wij als mens geschapen naar Gods beeld zullen gaan leven en zo de vrijheid vinden die ons gegund is. Als een dief in de nacht. Ook dat is zo’n beeld waar je onrustig van wordt. Op een dag komt Jezus, onaangekondigd, onverwacht. Zoals een dief. Maar Jezus is een vreemde dief. Hij komt juist niet om alles wat mooi en kostbaar en goed is weg te halen. Hij neemt juist de rommel mee, het onrecht, de onverschilligheid, de oppervlakkigheid. Alles wat niet op aarde thuishoort.

Een enge poort, een nauwe deur. Ergens anders spreekt Jezus over “het oog van de naald”
Maar als we zouden weten dat ‘het oog van de naald’ een bijnaam was van een heel smal poortje in de stadsmuur van Jeruzalem, waar een kameel alleen maar doorheen kon als alle bagage van z’n rug genomen werd, dan krijgt dat toch wel een andere lading. Zou er niet ook zoiets aan de hand zijn met de enge poort, de smalle deur?
Misschien wat simpel maar ik stel me daar zo’n poortje voor als op het vliegveld dat er is om te ontdekken of je iets bij je hebt waar je kwaad mee kunt aan een ander, aan jezelf.. Dat wordt van je afgenomen. Daar wordt scheiding gemaakt in ieder mens tussen wat bij het koninkrijk hoort en wat niet.
Daar klinkt de vraag: Adam, waar ben je? Mens, wie ben je?
En dan gaat het niet over het opgeheven vingertje en allerlei mag wel/mag niet dwingelandij, geen moralistisch harnas maar om de stap te maken naar het bevrijdende bestaan.