Zondag 26 april * Zondag Misericordia Domini * pastor Louise Kooiman

de tweede zondag na Pasen, Misericordia Domini of ‘Gods barmhartigheid’ genoemd naar de tekst in Psalm 33:5

 

Orgelspel, Ach Gott, vom Himmel sieh darein, Joh. Pachelbel

Welkom en mededelingen

Aansteken paaskaars

Bemoediging en groet

Zingen Intochtslied : Christus onze Heer verrees Lied 624

Inleiding

Een paar weken na Pasen zijn we nu. En veel is er nog steeds onzeker.
Waar zijn we naartoe op weg? Hoe ziet de toekomst eruit. Zitten we eigenlijk niet in de woestijn? Is het niet enorm zandhappen?  En de vraag is dan ook heel urgent: hoe houden we dat vol? Wat houdt ons op de been? Door wie laten wij ons leiden? Allemaal vragen. Woestijnvragen zijn het.  In het Bijbelverhaal zitten we  na Pasen in de woestijn. Egypte misschien wel achter ons, maar waar zitten wij?  Wij horen het verhaal van Kleopas en zijn metgezel, twee mensen die Jeruzalem uitlopen, die na de dood van Jezus, zich verloren voelen. Verdwaald in het leven.  Ze lopen het visioen uit. Het verhaal van bevrijding en hoop hebben ze achter gelaten en bespreken met elkaar het ongewisse. Hoe herkenbaar die twee, deze dagen. Verdwaald in de vele vragen. Alleen gelaten in een vacuüm.

Gebed voor de nood van de wereld

Zingen: Kyrie Taizé, aansteken kaarsen: Jaap Hoekstra

Schriftlezing: Lucas 24: 13-35 Henc Valkema

Zingen: lied 647: Voor mensen die naamloos. Greet en Christine met orgel

Overdenking

Lieve mensen van God,
Er kunnen in het leven momenten zijn, waarop je verschrikkelijk graag de klok een stukje terug zou willen draaien. Zodat je bepaalde dingen over zou kunnen doen. Nog eens, maar dan anders. Niet doen wat je wel gedaan hebt, dat totaal verkeerde, waarmee je jezelf en anderen schade hebt berokkend. En juist wel, dát zeggen of doen wat gemoeten had op dát moment, op díe plaats, toen en toen, maar wat je hebt nagelaten en wat nu niet meer kan.

Ja de klok terugdraaien. Als je iets ergs is overkomen, als je liefste gestorven is. Je man, je vrouw, je kind, of van de leerlingen: je leidsman en meester. Of als je je gezondheid bent kwijtgeraakt, gehandicapt geworden bent, je werk, of het plezier in je werk, bent verloren.

Of een virus, die ons leven totaal overhoop haalt  Wat zou je graag terug gaan in de tijd, en dan verder leven zonder dat dat wat alles op de kop heeft gezet, zou gaan gebeuren.

Maar teruggaan in de tijd, dat kan niet, dat bestaat niet. Wat gebeurd is, is gebeurd, wat voorbij is, is voorbij, wat gedaan is, is gedaan, en wie gestorven is, is gestorven. Zo is de harde werkelijkheid van het leven. En daar hebben wij het mee te doen. En dat weten ook de Bijbelschrijvers. Wat geweest is, is geweest. Zo is het leven.

De leerlingen, die vanuit Jeruzalem naar huis terug keren, zijn diep teleurgesteld in het leven en in hun verwachtingen. Hun leven had zin en betekenis, toen Jezus bij hen was. En ze verwachtten dat het ergens op uit zou lopen. Op iets groots, op iets goeds. Op wat Lucas noemt: het Koninkrijk van God.  De wereld waarin de dingen heel zijn en de mensen tot hun recht komen.  En die hoop is de bodem ingeslagen, totaal. Zoals je leven helemaal onderste boven wordt gehaald, wanneer precies datgene gebeurt wat je altijd zo ver mogelijk bij jezelf hebt proberen weg te houden. Waarvan je gehoopt had, dat het jou nooit zou overkomen.
Wat die twee leerlingen op weg naar Emmaüs kenmerkt is diepe, diepe teleurstelling.
Wat zo mooi begon, was voorbij. Voorgoed. Ze wandelen in de woestijn. Hoor hoe ze het zelf verwoorden: ‘Wij leefden in de hoop dat Hij degene was die Israël zou bevrijden…’

Ze spreken het uit in de verleden tijd: ‘wij leefden in de hoop.’  Die hoop is gesmoord.

Zoals bijv. Karl Schmidt-Rottluff,  die deze houtsnede maakte, net na de Eerste Wereldoorlog.  Karl keerde zelf als overlevende van het slagveld terug. In zijn kunst heeft hij verwerkt wat hij had meegemaakt. Dat dat heftig en gruwelijk was, zie je terug in de harde lijnen en het vele zwart. De Emmaüsgangers zijn hier geknakte mensen. Geknakt door een tragedie. Geknakt door onpeilbaar verdriet.

Maar toch zijn ze niet alleen. Iemand voegt zich bij hen. Een reisgenoot, die met hen meeloopt. Wie is dat?  Niet iemand met oplossingen en antwoorden. Maar met een luisterend oor. Een mens die een hand reikt, die je aanspreekt, die de vinger liefdevol op de zere plek legt. Een mens die luistert voordat hij gaat praten? Een mens die bereid is om samen met jou daar, precies daar, te vertrekken waar jij nu bent. En die niet al bij voorbaat weet, waar je uit moet komen. Een mens die jouw teleurstelling en vertwijfeling aandurft en die het met je uithoudt.  En als ze echt helemaal aan het eind van hun latijn zijn, doet hij iets wat wij ook zouden moeten doen. Hij slaat de boeken van Mozes en de Profeten open. De woorden die taal geven aan waar wij zitten. En tegelijk ons opnieuw openen voor een vergeten, ongekend visioen. Een woord in de woestijn. Brood voor het hart.

Misschien is het met die Emmaüsgangers, dan nog wel eerder een ervaring dan een verschijning. Wellicht gebeurde het gewoon in het samen spreken van die twee.

Dat langzaam de mist die om hen hing optrok, en de zware wolken braken. En er geleidelijk aan ruimte kwam, ruimte voor iets nieuws. Wie diep teleurgesteld is en totaal ontredderd, heeft doorgaans maar één perspectief. Dat wat de teleurstelling en de ontreddering heeft

veroorzaakt, moet worden weggenomen.  En als dat niet kan, niet mogelijk is, dan dreigt de wanhoop.

Pasen echter laat zien dat er nog een ander perspectief is. Laat zien dat het mogelijk is, dat je midden in je teleurstelling en ontreddering zicht krijgt. Niet op de zin of de betekenis van de rampen, die je zijn overkomen, want dikwijls zijn en blijven die volstrekt zinloos. Moeten we leren van de Corona crisis die ons nu overkomt?  Heeft het een diepere bedoeling? Wil God ons iets duidelijk maken? Ik geloof daar niet in. Het gebeurt en we moeten er mee dealen.

Maar wel: zicht op een nieuwe wijze van bestaan, een nieuwe wijze van zijn, dwars door die teleurstelling en ontreddering en ziekte heen. Ook in de crisis waar we nu in zitten lijken andere zaken belangrijker. Wellicht maken we andere keuzen dan voorheen. We hebben nog geen enkel idee hoe en of op welke manier deze crisis onze toekomst zal beïnvloeden. Maar laten we hopen dat het ons anders leert kijken. Laten we hopen op nieuwe zin, nieuwe betekenis.  Dat is wat de Schrift noemt: de dérde dag. De dag van de opstanding.  De dag waarop God bij de schepping, het jonge groen te voorschijn roept uit de aarde die nog woest en ledig was. De derde dag, het is de dag van de vruchtbaarheid van wat gestorven is. De graankorrel, het zaad. De bijbel vertelt ons geen sprookjes, geen dingen die niet kunnen. Maar de Bijbel vertelt ons wel, waar we op mogen hopen. Op een nieuw begin, een nieuwe tijd, dwars door de crisis en de aanvechtingen heen.  We mogen hopen op licht waar alles duister lijkt. We mogen ons gedragen weten. Het schilderij is gemaakt door  de kunstenares Janet Brooks-Gerloff.

Die transparante gestalte is degene die de Emmaüsgangers tijdens hun tocht nog niet herkennen. Pas later, bij het breken van het brood, zullen zij doorhebben wie hij is, maar dan verdwijnt hij opnieuw uit hun ogen. Want hij laat zich niet vasthouden, hij is niet te vangen in woorden en beelden. Soms verschijnt hij, in het voorbijgaan.

Ontroerend in het verhaal van de Emmaüsgangers is, dat hen het licht opgaat juist in hun eigen vertrouwde omgeving, in hun eigen huis, aan hun eigen tafel, bij het breken van het brood. Daar waar ze thuis zijn. Betekent dat niet, dat God aanwezig is, heel dicht bij ons? Precies daar waar jij nu bent. En dat die kracht ons aan kan raken? En dat dan ook onze ogen geopend kunnen worden voor nieuwe zin, nieuwe betekenis? Je moet het oude kunnen loslaten, voordat het nieuwe kan beginnen. En dat is een proces, dat lang kan duren. Blijf niet staren op wat vroeger was, sta niet stil in het verleden, Ik zegt hij, ga iets nieuws beginnen, het is al begonnen, merk je het niet.

Wat was, is niet weg, maar is anders en opnieuw volop aanwezig en werkzaam.
De Emmaüsgangers keren naar Jeruzalem terug. Hun verdriet is omgezet in vreugde. Hun teleurstelling is veranderd in hoop. Ze hebben niet alleen de Opgestane gezien en ervaren, ze zijn zélf opgestaan. Zij zijn getuigen van God.

Wij zijn getuigen van God. Getuigen in de keuzen die we maken. Hoe we omgaan met deze crisis. Hoe we omgaan met elkaar. Hoe we aandacht hebben voor elkaar. Groet de komende tijd iedereen die je tegenkomt op de stoep. Blijf elkaar in de ogen kijken, juist nu corona onze blik naar binnen gekeerd laat zijn. Laten we op staan uit de vanzelfsprekende patronen

Laat dat dan onze hoop zijn. Ten behoeve van elkaar en ten behoeve van onze wereld.  Amen.

Zingen lied  809 Blijf niet staren, Greet en Christine met orgel

Geloofsbelijdenis

Zingen lied 675 Geest van hierboven, Stef Bos en het jongerenkoor YouTube

Voorbeden

Collecte: diaken Bert Bouw over de collecte voor ‘Kinderen in de knel’

Wegzending en zegen

Orgelspel, U zij de glorie

Voorganger:                                pastor Louise Kooiman
Organist:                                      Piet Spoelstra
Zang:                                             Greet de Boer en Christine Janssen
Lector:                                           Henc Valkema
Diaken:                                         Bert Bouw
Liturgische bloemschikking:   Andrea Botman en Tsjikke Eveleens
Ouderling van dienst:               Jaap Hoekstra
Beamer:                                       Peter Karreman en Tjeerd Bielsma