Zondag 26 januari * 4e zondag van Epifanie

Deuteronomium 6: 1 – 9 en Lucas 10: 25 -37

door G.J. de Graag

Welkom en afkondigingen

Psalm van de zondag Lied 100: 1, 2 en 4 (gemeente staat)

Groet   Genade zij ons en vrede van God onze Vader
en van Jezus Christus de Heer.
Amen

Bemoediging   Onze hulp is in de naam van de Heer
die hemel en aarde gemaakt heeft.

Gebed van toenadering (gemeente zit)

Kyrie : Lied 274: 1 en 2
Gloria : Lied 274: 3

Gebed van de zondag

……door Jezus Christus onze Heer
Amen

Lezing: Deuteronomium 6: 1 – 9

Acclamatie

Lied: 121: 1 en 4

Evangelielezing: Lucas 10: 25 -37 (gemeente staat)

Acclamatie Lied 339-a

Lied 422: 1, 2 en 3

Preek De barmhartige Samaritaan

Gemeente van onze Heer, Jezus Christus, lieve mensen,

We willen vanmorgen nadenken over een van de meest bekende gelijkenissen uit de bijbel. Zoals u weet gebruikte Jezus gelijkenissen in de vorm van verhalen om duidelijk te maken wat Hij bedoelde. En in deze gelijkenis verduidelijkt Hij een antwoord op de vraag van een wetgeleerde. De vraag was: ‘wat moet ik doen om het eeuwige leven te beërven?’. En die vraag was niet helemaal eerlijk, want als wetgeleerde wist hij precies wat er in de wet stond. Maar hij stelde die vraag om Jezus uit te dagen, uit te testen. Niet alleen om te kijken of die rabbi Jezus het wel wist, maar vooral om hem te kunnen betrappen op overtredingen van de Joodse wet zodat hij Jezus kon beschuldigen.
Jezus begrijpt dat en stelt een tegenvraag: Wat staat er in de wet? Ja, dat weet de wetgeleerde wel: God liefhebben boven alles en je naaste liefhebben als jezelf. Zo stond het immers in de wet van Mozes? Zelfs de kinderen in Jezus’ tijd moesten dit Bijbelgedeelte tweemaal op een dag reciteren. En Jezus zegt dan ook: ‘doe dat en gij zult leven’. Einde discussie? Alles duidelijk?

Lieve mensen, wat jammer dat mensen zoals deze schriftgeleerde, wel de wet kennen maar er niet naar handelen. Het gebod van liefde voor God en voor onze naaste, geeft aan wat we moeten doen en wel met hart en ziel en met al onze kracht! Niet een ander is je naaste, jij bent zelf de naaste van een ander! En dat probeert Jezus uit te leggen aan deze wetgeleerde. Want de vraag die de wetgeleerde nu stelt is helemaal verkeerd. Eigenlijk zegt de man : ik kies zelf wel uit wie ik wil helpen en als hij of zij me niet aanstaat dan help ik helemaal niet. Dat klinkt hard want als we daarop gaan letten, dan zullen er maar weinig mensen echt liefde, hulp en steun krijgen. Dan leven we in een wereld die heel egoïstisch wordt en onverschillig. Het gaat er inderdaad niet om wie of wat onze naaste is, maar of we zelf de naaste willen zijn voor de ander die ons nodig heeft. Zoals Jezus ons heeft voorgeleefd als een mens die met ontferming bewogen was, als hij mensen ontmoette die zijn hulp en raad goed konden gebruiken. En dat wil Jezus uitleggen in het verhaal van de Barmhartige Samaritaan, en niet alleen aan die harteloze wetgeleerde, maar aan ons allemaal. Ook wij hebben zo onze voorkeur, kiezen onze vrienden, maar vergeten vaak de mensen die in stilte lijden, de eenzamen en de verdrietige mensen die zich maar moeilijk kunnen uiten.
En in groter verband denk ik daarbij ook aan het opkomend anti – semitisme en met name aan de onrust in het Midden-Oosten, de crisissfeer tussen Iran en de Verenigde Staten. Terwijl in dat laatste land ook tekenen van anti-Joodse gevoelens zichtbaar worden. Heel bedreigend voor de grote groep Joden die in de naoorlogse decennia hun toevlucht juist in Amerika gezocht hebben.

We hebben vanmorgen in de beamerpresentatie kunnen zien dat wereldwijd op de Holocaust Memorial Day, de Herdenkingsdag van de Holocaust, herdacht wordt dat ongeveer 6 miljoen Joden en andere slachtoffers zijn omgekomen. Het is goed om te blijven gedenken, zeker zo lang er nog steeds mensen zijn die de hele holocaust blijven ontkennen. Maar gelukkig zijn er ook mensen geweest die met gevaar voor eigen leven en dat van hun familie joden gered hebben van deportatie naar de vernietigingskampen. Waar naastenliefde als een muurbloem mocht bloeien, zijn toch ruim 100.000 Nederlandse Joden niet teruggekeerd……

Even terug naar onze gelijkenis:
Een lange, sterk dalende weg van Jeruzalem naar Jericho: hemelsbreed 27 kilometer, eenzaam, door een woeste, rotsachtige streek van kalkrotsbergen met veel spelonken, grotten en bergkloven. Kortom een verlaten oord waar struikrovers en bandieten de kans kregen om eenzame reizigers te overvallen. En zo kon het gebeuren dat een man op weg naar Jericho, in handen viel van rovers die hem ernstig mishandelden, al zijn bezittingen roofden en hem zwaar gewond en zonder kleren achterlieten.
En twee toevallige voorbijgangers, een priester en een leviet, beiden eerbiedwaardige tempeldienaars van wie je toch minstens enige hulp zou mogen verwachten. Twee dienaars van de Heer, die niets begrepen hebben van Gods naastenliefde en ontferming. Ja, ze zullen vast wel allerlei redenen hebben om niet te helpen, zoals reinheidsvoorschriften van tempeldienaren, gevaar voor eigen leven of geen ezel bij de hand voor het vervoer. Maar één ding staat vast: ze kennen het gebod van de naastenliefde heel goed, maar voelen zich niet geroepen!

Wat een verschil met de derde voorbijganger, een Samaritaan, voor de Joden een allochtoon en halve heiden, geminacht door de vrome Joden. Hij is wel met ontferming bewogen en gaat naar de man toe, verbindt zijn wonden, geeft hem te drinken, zet hem op zijn ezel en brengt hem naar de eerstvolgende herberg. En geeft zelfs geld voor huisvesting en verzorging! Deze Samaritaan is niet onverschillig, maar voelt zich diep in zijn hart geraakt door het lijden van de ander. Zonder te kijken naar huidskleur, afkomst, godsdienst voelt hij zich wel de naaste van de ander, die dat mag voelen en ervaren.

En dat is wat Jezus vraagt aan de wetgeleerde: Wie van de drie is nu de naaste van de man, die in handen van de rovers is gevallen? Voorzichtig geeft hij toe: Die hem barmhartigheid bewezen heeft. Zeker, het siert de man niet dat hij het woordje Samaritaan niet over zijn lippen krijgt. Maar toch geeft de evangelist Lucas hem wel die prachtige woorden in zijn mond om aan te geven dat barmhartigheid, of medelijden, zoals dat in de nieuwe vertaling staat, een geschenk van God zelf is. Maar het is wel een geschenk waarmee we aan de slag moeten. En daarom voegt Jezus hem toe: Ga heen en doe gij evenzo. Het antwoord op de vraag naar eeuwig leven mag dan ook zijn: Gods liefde aanvaarden en met Hem op weg gaan om dat geschenk weer door te geven. Doe dat en gij zult leven.

In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest,
Amen

Lied: 133: 1 en 3

Gebeden; afgesloten met oecumenisch Onze Vader

Inzameling van de gaven

Slotlied: 913: 1 en 2