Zondag 27 september * ds. Henk Haandrikman * afscheid en bevestiging van ambtsdragers

Orgelspel

Welkom en afkondigingen

Kaarsen worden aangestoken
intussen zingt de zanggroep Lied 291d

Bemoediging en Groet

Psalm 78: 1 en 2

Gebed om ontferming

Kyrie en Gloria lied 299c

Lezing Matteüs 20:1-16

Lied 339a

Preek

Wij denken vaak dat gelijkenissen de gemakkelijk stukken van het evangelie zijn. Dat is niet zo. Integendeel zelfs. Je vindt er van alles in terug van het gewone leven, dagelijkse dingen, maar er zit altijd een draai in, een onverwachte wending, waardoor je uit evenwicht geraakt en je begint af te vragen: wat wil Jezus hier nu eigenlijk mee zeggen? Let dus op bij een gelijkenis.

Zijn discipelen ergerden zich daar wel eens aan. Ze hebben hem er zelfs een keer op aangesproken: “Waarom doet u toch zo ‘moeilijk’ en spreekt u altijd in gelijkenissen. Kunt u het niet gewoon zeggen? Zijn antwoord: … nee, dat kan niet omdat ik ‘de dingen die verborgen waren’ aan het licht moet brengen. En dat kun je niet even twitteren. En ook niet in een simpele redenering zoals zogenaamde influencers of zelfs verkozen presidenten menen te kunnen doen.

Een gelijkenis houdt je a.h.w. een spiegel voor. Je ziet je zelf en je eigen leven erin, je kijkt ernaar en door die ‘onverwachte wending’ zie je de vertrouwde dingen plots in een ander licht, in ‘Gods licht’ zo te zeggen.

In de gelijkenis van vandaag gaat dat zeker zo. Het is een heel gewoon verhaal, uit het leven gegrepen: het is oogstseizoen en de landheer gaat als het licht wordt, om zes uur, naar de markt van de stad, waar de dagloners zich hebben opgesteld in de hoop ingehuurd te worden voor een dag. Heel gewoon. Er wordt onderhandeld over het loon: één denarie. Een dagloon, daar kun je een dag van leven en je houdt ook nog een klein beetje over: een fair dagloon.

Steeds na drie uur komt even kijken en ziet dat hij extra werkers nodig heeft.

Dat is niet ongewoon. Misschien dreigt er slecht weer en moet de oogst snel binnen gehaald worden.

Een werkdag duurde twaalf uur en nog te elfder ure, één uur voor het einde van de werkdag huurt hij nog werklui in. En hij belooft allen een eerlijk loon.

Het onverwachte van de gelijkenis komt aan het eind bij de uitbetaling. Ze krijgen allemaal het zelfde loon en niet alleen dat maar de laatsten worden het eerst uitbetaald.

Hoe zouden wij reageren. Helemaal kapot na een dag werken in de volle zon en zij die nog fris en fruitig zijn na maar één uur werken krijgen hetzelfde.

Ze beklagen zich bij de landheer. En het antwoord van de landheer: Vriend,  ik doe je geen onrecht. Je hebt toch ingestemd met het loon van één denarie?

Hier zit die vreemde draai in het verhaal. De landheer, beeld voor God, rekent op een andere manier. Het gaat hier niet om een soort basisloon. Dat ieder individu  ongeacht leeftijd, geslacht, afkomst, woonplaats heeft recht op het basisinkomen, zonder werkverplichting of inkomenstoets. Een bedrag hoog genoeg om een waardige levensstandaard mogelijk te maken. Met enige regelmaat lees je daarover. Een heel interessante discussie maar dat is niet waar het hier over gaat.

Deze gelijkenis vertelt  dat er ook nog een hoger recht is, een goddelijke manier om mensen ‘recht te doen’. De wil om de laatsten hetzelfde te geven als de eersten. Dat is die vreemde gerechtigheid die we ook tegenkomen in de Bergrede: die onmogelijke mogelijkheid van je vijanden liefhebben, je andere wang toekeren.

Er wordt in deze Coronatijd wel eens gevraagd hoe God de wereld regeert. En dan wordt er wel eens geopperd dat deze crisis iets met Gods manier van regeren te maken zou hebben. In zijn boekje “God en de pandemie” gaat Tom Wright in op deze vragen. Hoe God de wereld regeert? Hoe God soeverein is, kijk naar de manier van leven, denken en bidden van Jezus.

Hij laat Jezus de vraag beantwoorden: Hoe ziet soevereiniteit er uit?

Zo ziet soevereiniteit er uit, zei Hij toen hij een melaatse genas of toen Hij op eigen gezag een berouwvolle vrouw vergeving verkondigde.

Zo ziet soevereiniteit er uit, zei Hij toen deelnam aan maaltijden bij allerlei verkeerde figuren.

Zo ziet soevereiniteit er uit, zei Hij toen Hij het brood brak tijdens de laatste avond met zijn vrienden.

Zo ziet soevereiniteit er uit, zei Hij toen Hij aan het kruis hing met de woorden ‘koning van de Joden’ boven zijn hoofd.

Zo ziet soevereiniteit er uit, zei Hij drie dagen later tegen zijn verbaasde vrienden in de bovenzaal.

In dit rijtje past ook deze gelijkenis. Zo ziet soevereiniteit er uit: de laatsten tellen evenveel mee. Dat is gerechtigheid.

Dit typisch bijbelse begrip graaft dieper dan het begrip ‘rechtvaardigheid’. Het gaat om het verlangen naar andere verhoudingen, een andere manier van omgaan met elkaar. Het is een hogere gerechtigheid die de dingen niet tegen elkaar wegstreept, maar die graag het een bij het ander optelt, die brood vermenigvuldigt door het te delen. Het is een gelijkenis van het koninkrijk van God. En als wij, mensen, vroeg of laat beseffen dat wij kunnen meehelpen om dat Rijk mee vorm te geven, dan zijn we nooit te laat, ook al kom je pas “te elfder ure”  opdagen.

Als gemeente willen wij ook een afspiegeling zijn van dat Koninkrijk. Dat valt lang niet altijd mee, en soms lijkt het er helemaal niet op. Maar we weten ons wel aangesproken en geroepen om die mogelijkheid levend te houden. Zo is ook onze gemeente die wijngaard uit de gelijkenis. Ook daar zijn werkers nodig en we mogen weten dat alle werk wordt gezien in het licht van dat Koninkrijk en geen taak staat boven de andere, Naar alle werkers wordt gekeken met de ogen van de landheer.

We hebben, en dat begrijpt u vandaag,  wel weer werkers nodig in onze kleine wijngaard.

Lied 992

DIENST VAN AFSCHEID EN BEVESTIGING VAN AMBTSDRAGERS
EN DE VERBINTENIS VAN DE NIEUWE KOSTER

Lied 361: 1,5,6,7

Collectepraatje

Gebeden

Slotlied Lied 425

Zegen

Orgelmuziek