zondag 28 maart * Palmzondag * pastor Louise Kooiman

Orgelspel, trio over Psalm 92 – Gerard de Wit

Welkom en mededelingen

Muziek: Jesus Christ Superstar

BEMOEDIGING en groet

Muziek lied: nr.  538 : 1,  4 Een mens te zijn op aarde

Inleiding

Kyrie: Herman van Veen

Lezing: Marcus 11: 1-11

Muziek: Lied 552  Dit is een dag van zingen

Lieve mensen van de Eeuwige,  

Ik zal, denk ik, ongeveer 17 jaar oud zijn geweest toen ik de musical Jesus Christ Superstar bekeek. Ik kan me herinneren dat het nogal omstreden was, zomaar het leven van Jezus leven, lijden en dood te verbeelden. Mochten we beelden maken van Jezus en dan zo’n groot spektakel. En hoe zet je Jezus precies neer. Wie moest Jezus spelen, was dat niet godslasterlijk?  Ja, wie en wat is hij eigenlijk? Deze Jezus. Het is een vraag voor ons maar ook zeker voor de mensen in de stad Bethanië, eeuwen geleden, die het zich ook af vroegen. Wie is hij toch?

Dit is misschien dé vraag in deze lijdensweken. Om deze vraag draait het: 40 dagen lang. En op Palmpasen is de vraag onontkoombaar. Wie is toch die man op die ezel? Al in de Bijbelse evangeliën wordt gevraagd: Wie is dit, dat zelfs de storm hem gehoorzaamt, dat zieken genezen worden. Altijd en overal  ter wereld klinkt deze vraag, wanneer een bijzonder mens optreedt, iemand voor wie mensen ontzag hebben.

Lieve mensen, wie is die Jezus? Voor u, voor mij.

Veertig dagen lang zegt God tegen ons: Als jullie willen jullie weten wie ik ben. Als jullie mij willen leren kennen – kijk dan naar Jezus. In hem laat ik me kennen. Hij is mijn gezicht. Hij is mijn stem. Hij lijkt sprekend op mij. En ook op deze palmzondag geldt: Als we willen weten wie God is, dan helpt het weinig naar de hemel te kijken, hoog boven ons. Nog minder helpt het af te dalen in het diepst van onze gedachten. en naar elkaar kijken, het zal weinig helpen. Nee, leert het Evangelie ons: kijk naar Jezus. In Hem heeft God zich laten kennen. Zoals Hij is, zo is God. De hele stad is in opschudding. Talloze mensen zijn komen kijken. Straten lang en rijen dik. En het gaat hen allemaal om die Jezus.

Jezus, wie ben je eigenlijk? Een superstar? Een veldheer? Een wonderdoener? En ook wij vragen het ons af, op deze ochtend van Palmpasen in Enkhuizen wie is hij eigenlijk?

Wij zijn verbonden vanmorgen om God te ontmoeten, om tenminste een glimp van God op te vangen. “Wie is Hij toch, die God van jullie”, wordt er van alle kanten om ons heen gevraagd. In de politiek, in de maatschappij, misschien soms ook wel op ons werk of op school. “Wie is toch die God van jullie?” In Marcus, maar ook bij de andere evangelisten die over deze gebeurtenis schrijven, lezen we, dat Jezus met God te maken heeft.

Hij is het gezicht van God. In hem laat God zich kennen. De scharen, ze wilden Jezus zien. Ze juichten hem toe.. Natuurlijk, Jezus was ook een Joodse leraar, een rabbi. Zo werd hij door zijn leerlingen en volgelingen genoemd.   En daarnaast was hij toch ook op en top joods.

Hij was geen Christen, dat klinkt eigenlijk vreemd, dat wij als navolgers van hem, ons allen christenen noemen. Wij noemen ons naar hem, die zelf geen christen was. Nee, hij leerde en debatteerde in veel synagogen maar heeft nooit een voet gezet in een kerk, heeft nooit geknield voor een kruis, icoon of beeld, nooit in zijn leven. Je zou wel kunnen zeggen dat hij een hervormende of niet aangepaste Jood was. Maar een Christen is hij nooit geweest. Paulus heeft het Christendom gesticht omdat hij zich aangeraakt voelde door de Jood Jezus. Als een donderslag was Jezus in zijn leven gekomen en hij kon er niet meer omheen. In deze dagen, vlak voor zijn dood en verrijzenis, waar we de komende week bij stilstaan, stellen we ons die vraag opnieuw. Wie is Jezus voor ons?

Vier van Jezus volgelingen schreven hun ervaringen op. De evangelisten: Mattheüs, Marcus, Lucas en Johannes. Wat Jezus vertelde en deed had hen diep geraakt. Hoe langer ze bij hem waren, hoe meer groeide het besef dat God in Jezus zichtbaar was. En alle vier op hun eigen manier deden ze verslag. Op verschillende momenten en plaatsen, in verschillende omstandigheden schreven ze het verhaal op. Ieder van hen heeft een andere groep gelovigen op het oog. Vier mannen, vier verhalen, vier zienswijzen en vier benaderingen. Ze tonen alle vier de veelkleurigheid van Jezus en daarin de verbeelding van God. Door Jezus was hun leven radicaal veranderd. Ten goede. Want toen Jezus in hun leven kwam, werden ze completer en rijker. Door hem waren ze bij de Bron van Gods liefde gekomen.

Marcus schreef als eerste het verhaal op. Het Johannes evangelie is het laatste tot stand gekomen en heeft de meeste woorden nodig. Mattheus en Lucas zitten er tussenin. Het is veelzeggend. Hoe jonger het evangelie, hoe meer er verteld en uitgelegd moet worden over de opstanding. Dat is niet vreemd, want hoe later in de tijd hoe verder men van de eerste ervaringen kwam af te staan en hoe meer vragen er opdoken. Ook over de ontmoetingen met Jezus kort na zijn dood schrijven ze alle vier anders. Hoe kan dat? zal iemand misschien vragen.  Het is toch dezelfde gebeurtenis? Wel, de evangeliën geven geen historisch verslag van de opstanding, maar zij vertellen op uiteenlopende manieren van die grootse ervaringen, Jezus Christus lééft onder ons. Jezus die met zijn leven, God op aarde brengt. In hem komt God dichterbij en wordt hij voorstelbaar.

Hij gaat op zoek naar wie verdwaald is en verbindt de aarde met de hemel, zodat beide niet eenzaam meer zijn. Om dat te bereiken gaat Jezus tot het uiterste. En na zijn dood is zijn aanwezigheid nog sterker voelbaar dan voorheen en zijn kracht dieper dan daarvoor. Wonderlijk en vreemd. Niet aanwijsbaar, wel ervaarbaar. In het Marcus evangelie, het verhaal van vanmorgen,  staan ze daar,  de menigte de mensen die hem toeroepen.. En kort daarna, daar staan ze weer. Daar staan wij weer. De menigte mensen. Mensen als wij. En nu niet langs de straten, maar op een groot plein. En Pilatus zeide: Wat moet ik doen met Jezus, die Christus genoemd wordt? Zij allen zeiden: Hij moet gekruisigd worden. Ongelooflijk: een paar dagen geleden nog: Hosanna. En we zongen mee.

Wat is er toch gebeurd, in die paar dagen. Waren de mensen veranderd? Nee, het waren dezelfde mensen, die even tevoren met palmtakken hadden gezwaaid en Hosanna hadden geroepen. Was Jezus veranderd? Nee, ook niet. Zijn wij veranderd. Nee, ook niet. Wat was er dan gebeurd? Niets. Eigenlijk niets. Maar dat is nu juist de oorzaak van deze omwenteling. Die rabbi, die lijkt niet alleen kwetsbaar. Hij is het ook. Die Jezus, die dóet niet alleen nederig. Hij is het ook. Kwetsbaarheid en nederigheid is niet in. Macht en invloed, daar lijkt het vaak om te gaan in deze wereld. Ja, zo’n koning, wat hebben we daar nu aan? Weg met Hem. Kruisig Hem.

Wie is toch die man? De oervraag van ons christelijk geloof. Midden tussen het roepen van de menigte – de ene dag Hosanna en de andere dag ‘Kruisig Hem’ – midden tussen die mensen, horen we die vraag:

Wie is toch die man waaraan ons geloof hangt?
Wie is toch die man die ons in beweging zet en op de been houdt?
Wie is toch die man om wie we hier en thuis vanmorgen bij elkaar gekomen zijn?
Wie is toch die man die de komende Stille Week miljoenen mensen op deze wereld meeneemt op de weg die God in deze wereld gaat?

Dat is Jezus, Veertig dagen lang zegt God tegen ons: Als jullie willen weten wie ik ben: In hem laat ik me kennen. Hij is mijn gezicht. Hij is mijn stem. Hij lijkt sprekend op mij.

Een kwetsbaar mens op weg naar zijn kruis, die zien we deze week. En we hóren daarin God zelf, die ervoor gekozen heeft zich in deze mens te laten kennen. En daarom wordt het na Goede Vrijdag ook weer Pasen. Palmpasen is nog maar het begin.
Amen.

Muziek: Wil jij mijn toevlucht zijn

Muziek:  Lied 961:  Niemand leeft voor zichzelf

Dankzegging en voorbeden

Collecte

Muziek: lied 1005   Zoekend naar licht

 De dienstdoende diaken vervangt de rode stola en antependium door de paarse

Muziek: orgel: Ein Lämmlein geht und trägt die Schuld – Michael Gotthard Fischer

WEGZENDING EN ZEGEN

Orgelspel:  Herzliebster Jesu, was hast du verbrochen – Gerrit Kommers