Zondag 3 februari

Genesis 1: 1-5 en Johannes 1: 1-5

door ds. Rudolf Kooiman

Orgelspel

Welkom en afkondigingen (door ouderling)

Psalm van de zondag: Psalm 105: 1 en 2 (gemeente staat)

Groet Genade zij u en vrede van God onze Vader
en van Jezus Christus de Heer.
Amen

Bemoediging Onze hulp is in de naam van de Heer
die hemel en aarde gemaakt heeft.

Gebed van toenadering
(gemeente zit)
Intredelied : Lied 280: 1,2,3 en 4

Kyriegebed

Wij zingen: Lied 283

Lezing: Genesis 1: 1 t/m5

Acclamatie Zo spreekt de Heer.
Wij danken God.

Wij zingen: Lied 162

Evangelielezing Johannes 1: 1 t/m 5

Acclamatie Lied 339-a

Wij zingen: Lied 318

Preek Geliefde mensen van God,

Woorden staan niet in hoog aanzien, lijken vaak onbelangrijk, maar wanneer iemand maar vaak genoeg tegen je zegt dat je dom bent of lelijk of eigenwijs ga je het vanzelf geloven. En omgekeerd: wanneer iemand je vertelt dat je er goed uitziet of dat je iets belangrijks of waardevols hebt gedaan doet je dat goed. Al is het soms lastig om te reageren op een compliment. Want wat moet je zeggen? Nou ja: “dank je” is genoeg of “Ik ben blij dat je me geholpen hebt” of “Fijn” of “Graag gedaan”. Sterker nog: op die manier scheppen woorden een band, scheppen woorden iets nieuws.

Net zoals in Genesis 1 waar wordt gesproken over God die hemel en aarde schept. Niet door allerlei bijzonder dingen te doen, maar eenvoudigweg door te spreken. “En God zei: er zij licht en er was licht,” staat er in Genesis 1. “In den beginne was het Woord” zegt Johannes.
Anders gezegd: vanaf het begin was er het spreken. Zolang er mensen zijn is er taal, zijn er woorden, levende woorden en die zijn nooit neutraal of objectief. Het maakt namelijk nogal uit of je het hebt over een raket of over een vliegende bom, over een hoofddoek of over een kopvod, over een arbeider of over een werknemer, over bestrijdingsmiddelen of over gewasbescherming, over een terrorist of een vrijheidsstrijder, over afval of over kringloop, over een junk of over een mens die verslaafd is, over een gastarbeider of over een buitenlander, over de geest geven of over dood gaan. Woord roepen altijd een hele wereld op. Positief of negatief. Woorden kunnen je maken en breken, bezeren, pijn doen, beschadigen of troosten, stimuleren of inspireren.

Maar omdat we iedere dag zoveel woorden horen en lezen vergeten we dat vaak en doen we net alsof woorden er niet zo toe doen, terwijl woorden oneindig veel waard kunnen zijn en ontzaglijk veel kunnen betekenen. Ja taal bezit macht en woorden kunnen heel verstrekkend zijn. Ooit heb ik op het stadhuis JA gezegd tegen mijn vrouw. En dat ene woorden heeft tot op de dag van vandaag nog grote betekenis. Net zoals wanneer wij ons erewoord geven, een eed afleggen of een mondelingen overeenkomst afsluiten. Letters hebben een functie, woorden geven inhoud en diepte. Natuurlijk gebruiken we woorden om dingen te beschrijven of om ideeën over te dragen. Woorden zijn soms niet meer dan gebruiksvoorwerpen. Maar een woord kan ook heel veel oproepen, heel veel tot gevolg hebben, heel veel doen.

Wanneer iemand de straat op rent en BRAND roept of HELP is dat niet zomaar een woord. En iemand die een bijzonder verhaal vertelt kan veel in beweging zetten, kan een ander zomaar uit de put halen of weer vrolijk maken. Denk maar aan de verhaaltjes voor het slapen gaan.

Het gebeurde in Berlijn aan het begin van de vorige eeuw. Op een bank in een park zat een meisje verdrietig te huilen. Ze was helemaal van streek omdat ze haar pop kwijt was. De beroemde schrijver Franz Kafka ging naar haar toe hoorde waarom ze zo verdrietig was en zei toen dat haar pop helemaal niet verdwenen was, maar op reis was gegaan. Dat weet ik, zei hij, want ik heb een brief van je pop gekregen. Het meisje geloofde er niets van en vroeg of hij die brief kon laten zien. Nee, zei Kafka, maar ik heb die brief thuis en zal hem morgen meenemen.
Toen hij thuiskwam ging hij onmiddellijk achter zijn bureau zitten en schreef namens de pop een lange brief. De volgde dag wist het meisje niet wat haar overkwam. Dat had ze nooit verwacht en vanaf dat moment is er elke dag een nieuwe brief. Maar op een een keer schrijft de pop dat ze gaan trouwen en in een nieuw huis gaan wonen. We zulle elkaar nu niet meer kunnen zien, schrijft ze, maar ik ben erg gelukkig. Het meisje is dan het verdriet om haar pop vergeten. Van dag tot dag heeft ze met haar pop meegeleefd. En nu, na drie weken, heeft ze er vrede mee dat ze haar pop niet terugziet.

Was dat nu bedrog? Of was het juist een geweldige, originele manier om het meisje te troosten? In elk geval laat het iets horen van de macht van de taal, het wonder van de taal. En in zekere zin gaat het daarover in de verhalen van de Bijbel. Bij Mozes die een goed woordje doet voor het volk en bij Abraham die pleit voor de inwoners van Sodom. Bij Mirjam en David en Maria en Paulus en al die anderen. Wanneer de schrijver van het boek Genesis vertelt over de schepping van hemel en aarde gaat het niet zozeer over hoe het ooit begon, maar over de kracht van het woord. God sprak en het was er! Dát is het wonder van de taal. Dat door levende woorden alles anders wordt. Johannes schrijft niet voor niets: “in den beginne was het woord oftewel vanaf het begin is er het spreken. En dan bedoelt hij geen gekeuvel of gebabbel, maar woorden die mensen blij maken, goed doen, in beweging zetten. Dát Woord, zeg hij, is vlees geworden, mens geworden. Want er is één persoon geweest die deed wat Hij zei. Hij sprak over liefde en hij deed de liefde, was een en al liefde. Hij deed niet lief, maar liet zien wat liefde is en trouw en eerlijkheid en rechtvaardigheid en vrede. Woord en daad zijn bij hem één.

Dat is bij ons niet altijd zo. Wij beloven soms van alles en maken het niet waar. Wij bedenken soms een leugentje om bestwil. Wij zitten soms vol klets- en roddelpraatjes. Wij houden elkáár soms voor de gek.
Wij houden onszélf soms voor de gek.
Maar dat wil niet zeggen dat onze woorden geen kracht hebben, dat onze woorden mensen niet met elkaar zouden kunnen verbinden en dat onze verhalen geen andere wereld zouden kunnen oproepen.

Ik hoorde laatst over een jongen, een puber, die ruzie had met zijn vader. Heftige ruzie! Ik weet niet waarover het ging, maar het was vlak voordat de vader een week naar de V.S. zou gaan voor zijn werk en op het punt stond om weg te vertrekken. De jongen was kwaad en het laatste wat hij tegen zijn vader zei was: “Ik hoop dat je vliegtuig neerstort!” Een gruwelijke verwensing. Uit woede weliswaar, maar toch…
De vader ging naar Schiphol, stapte op het vliegtuig en vloog naar Amerika om daar te doen wat hij moest doen. Een week later kwam hij veilig en wel weer terug naar huis. Daar vond hij een dolblije zoon die een week lang met schuldgevoel had rondgelopen. Doodsbang! Omdat hij vreesde dat zijn woorden waar, werkelijkheid zouden worden.

Het waren “maar” woorden, maar hij had zich ineens gerealiseerd wat voor kracht woorden hebben. Om het te zeggen met de woorden van een gedicht…

Een woord, het lijkt zo alledaags
maar ’t breekt de wereld voor je open,
omdat het anderen confronteert
met wat je denkt of durft te hopen.
Het is de tolk van wat je voelt,
van wat je wilt, Want elk verlangen
dat in je hart geboren wordt
laat zich als ’t moet in woorden vangen.

Een woord… het schept de mogelijkheid
je medemens bewust te vinden.
Terwijl het daarentegen ook
relaties duurzaam kan ontbinden.
Soms draagt je woord een leugen mee.
Dan blijft de zin ervan verduisterd.
Maar vaak ook wordt het uitgehold,
verkracht of jammerlijk ontluisterd.

Een woord. Je voelt je wel eens bang
om alles wat het uit kan richten.
Het blijft je daarom levenslang
tot echtheid en tot trouw verplichten.
Want slechts je leven kan zo’n woord
betekenis en inhoud geven.
Maar God alleen brengt door zijn Geest
al wat je zegt of schrijft tot leven.

Iemand heeft ooit onderzocht welke woorden het meest worden uitgesproken aan het sterfbed, op welke woorden het dus aankomt.
Vier uitdrukkingen kwamen steeds terug:

Vergeef me! (Sorry)

Ik vergeef je!

Dank je!

En:

ik hou van je.

Het zijn ‘maar’ woorden, maar het hele leven komt er in mee.

Wanneer wij worden aangesproken,
wanneer een appél op ons wordt gedaan,
wanneer wij worden geraakt, ons hart wordt aangeraakt,
wanneer wij in beweging komen,
wanneer ons de ogen worden geopend
wordt God werkelijkheid in ons, staat Hij in ons op.
Dan wordt de naam van God hoorbaar en komt Hij/Zij in ons tot leven!
AMEN

Lied 513

Geloofsbelijdenis

Zingen: Lied 415: 3

Gebeden afgesloten met oecumenisch Onze Vader

Inzameling van de gaven

Slotlied : Lied 362
Zegen