Zondag 3 januari * Zondag Epifanie * ds. Henk Haandrikman

Welkom door ouderling

Lied 515: 1,2,3

Bemoediging en Groet

Inleidende woorden
Zijn het nou drie koningen of drie wijzen? In ieder geval staat er niets over koningen. Dat we het over koningen hebben zou afgeleid zijn van een andere tekst in de Bijbel, van de psalm die al heel snel gekoppeld is aan dit verhaal: psalm 72, waar er op gehoopt wordt dat ooit eens koningen, de koningen van Tarsis, van Saba en van Seba, aan Israël geschenken gaan aanbieden.

Maar in de tekst van Matteüs staat niets over koningen en trouwens ook niet over het getal drie. Dat zou afgeleid zijn van de drie geschenken die worden genoemd.

Op de afbeelding hier op de gewelven van de Zuiderkerk zien we trouwens vijf figuren. Hebben we hier in Enkhuizen een unieke interpretatie…? Ik vond het wat verwarrend maar twee van de vijf figuren zullen knechten zijn. We zien ze hier nog onderweg naar Bethlehem.

Vanaf de 7de of 8ste eeuw kregen de drie wijzen hun namen: Caspar, Melchior en Balthasar. Caspar werd als een Afrikaan van 20 getypeerd, Melchior als een Aziaat van 40 en Balthasar als een Europeaan van 60. Daarmee wilde men aantonen dat Gods zoon er voor alle culturen en leeftijden was. En zo komt in  die wijzen als het ware heel het mensdom eer bewijzen aan het kerstkind.

Vandaar dat in  het oosters christendom dit als het belangrijkste moment van de kersttijd wordt gezien.

Dit openbaar worden van de grootheid, van het koninklijke van Christus werd ook al veel  eerder gevierd dan het kerstfeest zoals wij dat kennen.

In de Griekse oertekst staat, dat de zogenaamde ‘wijzen’ uit het Oosten, dat het ‘Magoi’ zijn geweest: Magiërs, dat waren de wétenschappers van die dagen. Sterrenkundigen die een ster zien die niet kennen. Een reizende ster, niet met een lang ij maar met een korte ei. Een ster die ze weg trekt uit hun zekerheden en ze brengt bij wat ze niet hadden kunnen berekenen.

Psalm 72: 1 en 3

Gebed om ontferming

Lied 301K

Glorialied 515: 4,5,6

Lezing   Mattheus 2: 1-12

Lied 518: 1,2

Preek
Matteüs noemt die mannen dus niet koningen. Letterlijk staat er  Magoi – geleerden,  wijzen, astrologen, sterrenkundigen. Alle grote koninklijke hoven hadden ze in dienst om in de onzekere en ondoorzichtige tijden toch iets van zekerheid te bieden door de loop van de sterren nauwkeurig te volgen. Ze werden geraadpleegd voor grote beslissingen of om dromen uit te leggen (Farao , Nebukadnezar). Vooral in wat nu Irak en Iran is, was de kennis van de sterrenhemel fenomenaal. Ze waren astronomen, wetenschappers, maar tegelijk waren ze astrologen, sterrenwichelaars. Ze meenden uit de loop van de hemellichamen ook de aardse gebeurtenissen te kunnen verklaren en te voorspellen. Meesterrekenaars waren het. Ze waren zeer gezien en werden goed betaald.

Ook nu zijn zeer veel mensen die een boterham verdienen in het berekenen en bedenken wat de toekomst brengen moge. Dat is van alle tijden. Bij meesterrekenaars moet ik nu vooral denken aan onze dol geworden meetcultuur waarin alles moet worden vastgelegd in protocollen want dan hebben we grip op wat we doen en dan kunnen we niet worden afgerekend maar, dat blijkt wel uit zorgtoeslagen, dan verdwijnt de menselijke maat en zien we dat mensen opbranden door toenemende bureaucratie en niet meer toekomen aan het eigenlijke werk, zie we hoe berekeningen worden ingehaald door de werkelijkheid die toch altijd weer anders is.

Wat lopen er veel sterrenwichelaars rond in die zin en heel vaak zijn we het zelf ook.

Aan al dat rekenen en meten en plannen ligt onze enorme behoefte aan zekerheid en voorspelbaarheid ten grondslag, onze grote angst voor onverwachte dingen. Nou, als er iets is geweest in het afgelopen jaar en in de komende tijd….

Omgaan met onzekerheden. Dat valt niet mee. Dan nog liever de zekerheden die allerlei complottheorieën bieden. Dan is er een verklaring, dan kun je een schuldige aanwijzen.

Het is vanouds ook een belangrijke impuls voor godsdienst: onze angst voor het  onverwachte, de grilligheid van het  leven. En waar godsdienst verdwijnt daar grijpen mensen om zich heen naar houvast en gaan ze in de gekste dingen geloven. Je ziet dat ook in de bijbelse verhalen. Daar klampen mensen zich ook vast aan wat ze denken dat zekerheid, vastigheid biedt. Het is een verhaal van alle tijden in zekere zin kun je het geloof (sic) in complottheorieën een vorm van godsdienst noemen met zijn eigen eredienst en altaren.

Is dat dan het belangrijkste van godsdienst: zomin mogelijk onzekerheid, alles kloppend, alles heeft een bedoeling, alles is al voorbestemd. Het zijn de doodlopende wegen waar mensen altijd weer in lopen. Of ze zich godsdienstig noemen of niet. Als gelovigen zouden we elke dag eens tegen deze spreuk op moeten lopen: ‘Mensen verlangen niet naar de waarheid, maar naar zekerheid’.

In het bijbelse geloof wordt dat doemdenken telkens weer doorbroken. Daar durven mensen dat wat zekerheid lijkt te bieden maar in wezen jouw leven inperkt en anderen buitensluit, los te laten en op weg te gaan zoals Abraham, de vader van de gelovigen dat deed. Hij kwam ook uit het oosten met alleen maar het vertrouwen dat het anders kan.

Mattheus, laat niet voor niets de wijzen uit het oosten komen.

Zij zijn het prototype van zekerheidsdenken. Maar door hun vaststaande firmament flitste een onverwachte ster. En hun blik wordt naar de horizon getrokken en ze zijn dan pas wijs als ze de dwaasheid van die ster serieuzer nemen dan al hun berekeningen. En zo komen ze in het voetspoor van Abraham die naar de sterren kijkt hoe talrijk zijn nageslacht zal zijn en dan opeens zijn blik richt naar voorbij de horizon en op weg gaat. Zoals ook bij de hemelvaart tegen de mannen wordt gezegd; ‘wat staart ge toch omhoog’, draai je blik negentig graden, daar moet je het, of liever gezegd: Hem zoeken.

En zo vinden de wijzen de grootste ontdekking niet in de sterren maar in een klein kind. God in de gedaante van een klein kind. Kwetsbaar, helemaal niet zoals wij ons een God voorstellen of zouden wensen.

Zo is het ook vaak in ons eigen leven dat we God vinden in het kleine of in het onverwachte, al is het maar een blik in iemands ogen, of terugkijkend op een gebeurtenis die we absoluut niet hadden gepland of gewild, een pijnlijke of droeve gebeurtenis zelfs. Achteraf een soort heldere ster die ons wegleidde uit een bestaan waarin we krampachtig alles op orde wilden houden, een bestaan waarin angst de toon aan gaf.

Temidden van alles wat zekerheid lijkt te bieden: de grote monden, de gelijkhebbers, en temidden van de gedachte: het zal nooit anders worden, we zijn maar een speelbal van de grote krachten en machten, is daar in de bijbelse verhalen telkens dat andere verhaal van het kleine dat geboren wordt en dat werkelijk toekomst biedt, dat ons weghaalt uit waar we in vastzitten of waar we ons door vast laten leggen.

Het maakt het niet eenvoudiger. Het liefst zagen we het leven overzichtelijk maar dat is het niet. Nog een keer Dietrich Bonhoeffer.

In een gedicht  schrijft hij dat  zowel geluk als ongeluk als meteoren door jouw ruimte kunnen flitsen. Verwondering, verbijstering trekken hun sporen. Ook die kun je wetenschappelijk benaderen maar helemaal begrijpen hoe dan gebeurt, hoe je dat overkomt, doe je niet. Wanneer zal dat zijn? Ooit, zegt hij. En tot die tijd komt het er op aan om trouw te zijn en lief te hebben. Dat zien de wijzen in dit kind. Dat het nieuwe jaar ons bij die wijsheid mag brengen.

Orgelspel

 Gebeden

 Collectepraatje

Slotlied 513: 1,2,3,4

Zegen