Zondag 3 mei * zondag Jubilate * ds. Henk Haandrikman

Orgelspel            Psalm 23 – J.P. Sweelinck

Welkom door ouderling van dienst (Jeannette Plokker)

Kaarsen worden aangestoken    intussen zingt Geanne van Soelen lied 286: 1 en 3

Bemoediging, Groet en Drempelgebed

Een zondag met licht en donker. We leven in het licht van de Paastijd. Deze zondag heeft de naam Jubilate: jubelt. Naar de psalm voor deze zondag: psalm 66. In de uitbundige bloemschikking zien we de jubel terug. Volgende week is zondag Cantate – zingt, en dan volgt Rogate – bidt. Naarmate we dichter bij de dag komen waarop Jezus afscheid neemt van zijn vrienden op Hemelvaart, verstilt de jubel tot gebed en komt er ruimte voor het besef dat Opstanding ook betekent dat we op eigen benen moeten staan. Je voelt je verweesd, zo heet de zondag na Hemelvaart: wil ik dat, kan ik dat? Het antwoord volgt de zondag daarna: je hoeft het niet alleen te doen: de heilige Geest komt erbij en fluistert je in: Je kunt het, je wordt ertoe geroepen.

Een zondag met licht en donker. Het donker van deze tijd waarin we nu leven. Het donker en licht ook van onvrijheid en onmenselijkheid herdenken en vrijheid vieren.

Ik wil beginnen met een morgengebed van Dietrich Bonhoeffer.

Drempelgebed

In de vroegte roep ik tot u, o God.
Help me bidden
en al mijn gedachten te wijden aan u.
Ik kan het niet alleen.
In mij is het donker, maar bij u is er licht,
ik ben eenzaam, maar u laat mij niet inde steek,
ik ben angstig, maar u steunt mij,
in mij is onrust, maar bij u is er vrede,
Vader in de hemel,
ik loof u en dank u voor de rust van de nacht,
ik loof u en dank u voor de nieuwe dag
ik loof u en dank u voor al uw goedheid
en trouw in het leven dat achter mij ligt.
dat ik ook ontvang in vertrouwen wat er op mijn weg komt
U laadt niet meer op mijn schouders dan ik kan dragen.
Jezus Christus, mijn Heer,
Ieder menselijk lijden kent u.
u blijft bij me, als niemand mij nog helpt,
u vergeet me niet en zoekt me,
u wilt dat ik u zie en me omkeer naar u.
Heilige Geest,
schenk mij geloof, dat me van wanhoop en zonde verlost.
Schenk me de liefde tot God en de mensen,
die alle haat en verbittering doodt,
schenk me de hoop, die me bevrijdt van depressie en vrees.
Om Jezus’ wil. Amen.

Psalm 66:1

Inleiding

Vanwege de evangelielezing heet deze zondag ook wel de zondag van de Goede Herder. Gaat het hier om geborgenheid? Ja, maar dan wel van het soort dat niet met wegkruipen in een veilig hol te maken heeft.
Het is het vertrouwen dat God je altijd weer huisvest, onderdak brengt. Met alles wat en wie je bent, zo complex als je misschien bent, met alles wat het leven op je af gooit: je mag wonen in zijn bezorgdheid.

Het beeld van de herder is één van de meest aansprekende beelden voor God en voor Jezus. Psalm 23 is niet voor niets één van de meest geliefde psalmen.

Bij de alleroudste christelijke afbeeldingen die er zijn, vinden we nogal wat keren juist de afbeelding van de Goede Herder. Al in de catacomben, uit de allereerste eeuwen van onze jaartelling vinden we daar voorbeelden van

en ook in de eeuwen daarna bleef het een geliefde verhaal om uit te beelden. We zien hier een voorbeeld uit de vijfde eeuw: een mozaïek in Ravenna

 

 

Merkwaardig dat in de eeuwen daarna, vanaf de Middeleeuwen de grote kunstenaars het verhaal kennelijk niet meer zo aansprekend vinden. Ik heb het eens geprobeerd na te zoeken maar kwam niet veel tegen. Ja, wel heel veel mierzoete plaatjes. Misschien om die reden?…

Ook psalm 23 is wel eens te poezelig gemaakt. Alsof het daar zou gaan over een god die er wel voor zal zorgen dat je niets overkomt. Als dat je geloof is, dan kan het niet anders dan dat je afhaakt wanneer het leven je treft met iets dat je daarmee niet in overeenstemming kan brengen. Dan liever de hertaling van Huub Oosterhuis die dicht ligt bij hoe Bonhoeffer God als herder heeft ervaren

Was jij mijn herder niets zou mijn ontbreken.
Breng mij naar bloeiende weiden
doe mij liggen aan vlietend water.
dat mijn ziel op adem komt dat ik de rechte
sporen weer kan gaan achter jou aan.
Jij mijn herder? Niets zou mij ontbreken.
Moet ik de afgrond in,  de doodsvallei,
Ik zal bang zijn- ben jij naast mij —
Ik zal niet doodgaan van angst.
Jij mijn herder? Niets zou mij ontbreken.

Gebed om ontferming

Regenboogkaarsen worden aangestoken

De afgrond van waaruit het Kyrie klinkt
en de jubel over God die niet los laat, die zijn naam over ons bestaan uitschrijft:
Ik zal er zijn
opdat het ook ons handschrift wordt: ik zal er zijn.
Wij steken kaarsen aan in verbondenheid met wie in nood zijn, ver weg en dichtbij
Wij steken kaarsen aan in de kleuren van de regenboog,
dat Gods licht door ons heen mag schijnen, in ons breken in kleuren van goedheid, gerechtigheid, compassie en dankbaarheid

Kyrie                    299k

Gloria                  66a

Lezing   door Arjan Stolte

Overdenking

Eén van mijn vroege herinneringen aan mijn vader is, dat ik met hem de stille tocht liep op 4 mei. Hoe oud zal ik geweest zijn..? Een jaar of zeven, acht? Ik voelde dat het belangrijk voor hem was en zo werd het belangrijk voor mij. Het hoefde niet uitgelegd te worden. Zo werkt overdracht. Zo geef je dingen door.

Wat wil je je doorgeven. Wat geef je bewust door, wat geef je misschien onbewust door? Dat kan van alles zijn. Dat bepaalde dingen belangrijk zijn, wat schoonheid is, wat vertrouwen is, maar ook kan het angst zijn, boosheid, onmacht, soms al generaties lang doorgegeven.

Maar hier was er het besef van iets groots en plechtigs en belangrijks dat werd gedeeld met velen.

Later leer je dat het over vrijheid  gaat en dat die niet vanzelfsprekend is. Dat daar bewust herinnering levend moet worden gehouden en dat dat moet worden georganiseerd.

Er was geen vrijheid en er was geen veiligheid. Hoe beleven we het herdenken van onvrijheid, onveiligheid en het vieren van bevrijding in deze tijd? Het geeft er, denk ik, een extra dimensie aan. In alle beperkingen leven we toch in vrijheid, hopelijk realiseren we ons dat des te meer zoals het volk Israël na de bevrijding uit Egypte ervoer dat heilzame beperking een diepere betekenis van vrijheid blootlegde dan ongebreidelde vrijheid.  Maar er is nu ook de onveiligheid die wereldwijd rondwaart, en, dat hoop ik ook, tot meer verbinding met elkaar leidt.

Veiligheid is ook niet vanzelfsprekend. Dat weten we allemaal want wat er kan er allemaal niet gebeuren maar nu is het wel heel reëel en word je er bijna constant bij bepaald. Veiligheid is niet vanzelfsprekend en niet gegarandeerd. Dat hoort bij het leven.

We zoeken waar mogelijk geborgenheid en veiligheid. In de gelijkenis van vandaag is dat de schaapskooi. Maar ook daar liggen de bedreigingen op de loer. Jezus vertelt hoe aan alle kanten wordt geprobeerd in te breken in die schaapskooi. Eén van de weinige afbeeldingen van dit verhaal in de kunstgeschiedenis, die ik wel vond is deze prent van Pieter Breugel uit 1566

Aan alle kanten wordt er ingebroken. Zo was toen het levensgevoel. Wie zijn die rovers? Vul maar in wat er allemaal inbreuk maakt op je leven aan zichtbare en onzichtbare bedreigingen.

Ze gebeuren, ze horen bij het bestaan. Het is niet altijd veilig, ja er zijn momenten, er zijn periodes, maar het is nooit helemaal veilig.

Je kunt je ook niet opsluiten, zo wil deze gelijkenis ook vertellen. Als je je opsluit, wordt er ingebroken. Er is een andere manier om je te verhouden tot die wereld buiten en dat is via de deur. Er is een deur tussen die schijnbare veiligheid van de schaapskooi en de buitenwereld. De deur die je het liefst dicht zou houden maar dat kan niet. Laat mij dan die deur maar zijn, zegt Jezus hier. Hoe?

In hoe Hij zich verhoudt tot het leven met al wat daarin gebeurt, in zijn vertrouwen is er een doorgang, een deur te vinden die leidt naar diepe vrijheid en een geborgenheid die anders is, groter is, dieper is.

De geborgenheid van psalm 23. Dat God je altijd weer huisvest, onderdak brengt. Met alles wat en wie je bent, zo complex als je misschien bent: je mag wonen in zijn bezorgdheid. En dan durf je, als dat nodig is die moeilijke vrijheid aan die geloven, die leven soms betekent, want je weet dat niets je ontbreekt: een rantsoen moed, een veldfles geloof, een rugzak hoop. Dan durf je je aan het leven toe te vertrouwen met alles wat het brengt omdat je weet dat heel dat leven gedragen wordt, opgenomen is in Gods geborgenheid. “Ik zal in het huis des Heren verblijven tot in lengte van dagen’, dat is het slot van psalm 23. Het huis van deze God – het is de God van Jezus, die op zijn beurt ook weer zo uitblinkt als herder. Ach.., zo Vader, zo Zoon.

Waar vinden we die geborgenheid? Ik denk dat ik die al proefde in dat moment dat ik met mijn vader de stille tocht liep, daar ging iets vanuit waar je in kunt wonen, dat onderdak biedt een leven lang.

Orgelspel            Allein Gott in der Höh sei Ehr –  J.S. Bach

Zingen                  23c door Geanne en Henk

Collectepraatje door Bert Bouw

Gebeden

Slotlied 653

Afsluitend orgelspel        Wilhelmus

voorganger                       Henk Haandrikman
orgel                                   Jan Spijker
zang                                    Geanne van Soelen
ouderling van dienst       Jeannette Plokker
diaken van dienst            Bert Bouw
lector                                  Arjan Stolte
camera                               Tjeerd Bielsma