Zondag 30 december 2018 * 1e zondag na Kerstmis * Gezamenlijke Dienst in de Lutherse kerk aan het Patershof

Mattheüs 2: 13-18

door ds. Jantina de Ruiter, liturg en de heer G.J. de Graag

Welkom, Voorbereiding, kaarsen

Ingangslied: 221

Gebed om ontferming voor de nood in de wereld

Kyrie en Gloria:  Here God, ontferm U. Christus, ontferm U. Here God, ontferm u.

Ere zij God in de hoge en vrede op aarde bij mensen des welbehagens.

Groet: Voorganger: De Heer zij met U. Gemeente: en met uwen geest.

Zondagsgebed

Eerste lezing: Jesaja 9: 1 – 6

Zingen: lied 473

De vlucht naar Egypte
Beste mensen, de romantiek van het kerstfeest is weer voorbij. We hebben de kerstversieringen misschien al opgeruimd of we laten de kerstboom nog even staan tot na nieuwjaar. De kerststal hebben we alvast ingepakt met de figuren van Jozef, Maria, het kindje Jezus en de herders. Alleen de kerstster hangt er nog en de figuren van de wijzen staan nog wat besluiteloos te wachten in de vensterbank. Tenslotte is het pas volgende week zondag Driekoningen, een feest dat in het Calvinistische Noordwest-Europa nauwelijks gevierd wordt, maar wel in de Rooms-Katholieke traditie, de Lutherse kerken en de Anglicaanse wereld. Dus ben ik blij dat ik die wijzen uit het oosten hier toch even mag aanhalen. Ik zei al, ze staan daar wat besluiteloos te overleggen. Na sommige gesprekken heb je toch zoiets van ‘hadden we dat nou maar niet gezegd of gevraagd of beloofd’. Jazeker, die koning Herodes had tegen hen gezegd: ‘Stuur mij bericht zodra u dat kind gevonden hebt, zodat ook ik erheen kan gaan om het eer te bewijzen’. En ze hadden toen al op hun klompen aangevoeld dat deze als zeer wreed bekend staande vorst heel andere plannen met dat kind zou hebben. Bovendien waren ze de afgelopen nacht in een droom gewaarschuwd om het koninklijk paleis in Jeruzalem links te laten liggen en langs een andere weg naar hun land terug te keren.

We lezen nu eerst uit het evangelie van Mattheüs Hoofdstuk 2: 13-18

Zingen: Lied 905 vers 1 en 4

Overdenking
Gemeente van onze Heer, Jezus Christus, lieve mensen,
Evenals de waarschuwing voor de wijzen uit het Oosten, wordt nu ook Jozef in een droom aangeraden om uit veiligheidsoverwegingen het land te verlaten. Zo moesten Jozef en Maria met de kleine Jezus uit levensbehoud hals over kop vertrekken naar het verre Egypte, waar ze na een lange gevaarlijke reis misschien als asielzoekers tot de grote groep van ongewenste vreemdelingen zouden behoren. Kunt u het zich voorstellen? Onze Heer, Jezus Christus op de vlucht? Dat Kind waar Jesaja zo mooi over profeteerde: want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven en de heerschappij rust op zijn schouder en men noemt hem Wonderbare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst? Ongelofelijk, waar is het licht van de geboorte gebleven als het ineens donker wordt in Bethlehem? Zouden de engelen die het Ere zij God zongen zich misschien vergist hebben?
Lieve mensen, we moeten hier de blijde boodschap van het kerstfeest ons niet uit handen laten nemen. Jezus is niet gekomen om als een sprookjeskoning zijn paleis te betrekken. Maar hij kwam om te redden wie en wat verloren was. En dat kon Hij alleen door mens te worden, zoals wij. Diezelfde profeet Jesaja heeft ons dat uitgelegd als hij nog een keer profeteert over de Messias: Hij was veracht en van mensen verlaten, een man van smarten en vertrouwd met ziekten. Maar Hij heeft onze ziekten op zich genomen en onze smarten gedragen.(Jesaja 53) Want Kerstdag 2018 is wel voorbij, maar blijft een troost voor ieder die straks de drempel naar 2019 overgaat. Ook bij ziekten en tegenslagen mogen we Gods liefde en trouw ervaren.
Dat alles heeft koning Herodes absoluut niet begrepen. Voor hem geldt alleen de absolute macht. Hij voelt zich bedrogen door de wijzen en slaat in blinde woede om zich heen. De kinderen van Bethlehem worden het slachtoffer van zijn tomeloze wraak. Joost van de Vondel, de 17e eeuwse prins van onze dichters, verwoordt in de Rei van Claerissen het rampzalige optreden van Herodes waarbij alle kinderen van 2 jaar en jonger gedood worden. Ik lees de eerste strofen van dit lied: (oud-Nederlands)

Hij pooght d’onnoosle te vernielen,
Door ‘t moorden van onnoosle zielen,
En wekt een stad en landgeschrey,
In Bethlehem en op den acker.
En maeckt den geest van Rachel wacker,
Die waeren gaet door beemd en wey.

Het woord onnozel in dit gedicht heeft in de 17e eeuw de betekenis van ‘onschuldig’. Deze kinderen werden slachtoffer van een onmenselijke jacht op het leven van Hem die later zou zeggen: Komt allen tot mij die vermoeid en belast zijn en ik zal u rust geven. Vandaar dat zij door de kerken in de oudheid beschouwd werden als de eerste martelaren. Reden waarom 28 december, dat was dus afgelopen vrijdag, nog steeds de gedenkdag voor de Onnozele kinderen genoemd wordt.
Rachel, wenend om haar kinderen, weigert zich te laten troosten. Rachel wordt wel genoemd de stammoeder van Israël. Zij overleed bij de geboorte van haar jongste zoon Benjamin in de buurt van het plaatsje Rama toen Jacob met zijn kudden op weg was naar Bethlehem. De plaats Rama werd veel later, ten tijde van de Babylonische ballingschap, opnieuw een plaats van rampspoed. Van daaruit werden de Joodse gevangenen gedeporteerd naar Babel, een soort Westerbork in Palestina. En zo lijken de boze machten toch weer te triomferen na het wonder van het licht in Bethlehem. Een miljoen kinderen in Jemen die dreigen te verhongeren omdat het bestand niet wordt nageleefd, vluchtelingen die in wrakke boten de zee op moeten of door een metershoge muur worden tegen gehouden. De herodessen van nu zijn niet minder wreed dan toen.
En toch, het lijkt alsof de psalmdichter van Psalm 72 het al geweten heeft als hij dicht: Hij zal de redder zijn der armen, hij hoort hun hulpgeschrei, Hij is met koninklijk erbarmen hun eenzaamheid nabij. En zo gaat het kind van Bethlehem aan het werk. Na de terugkomst uit Egypte, waar Jozef zijn gezin in veiligheid heeft gebracht, groeit Jezus op in Nazareth en dan gaat Hij op weg en vertelt in woord en daad van het nieuwe koninkrijk van God, van zijn bedoeling met deze wereld waar nu nog macht en onmacht, licht en duister, recht en onrecht, leven en dood om de voorrang strijden. Maar dat koninkrijk van liefde en trouw, van vrede en gerechtigheid is niet meer te stoppen. Dat mogen we geloven, ook in het nieuwe jaar, en daarom blijven wij bidden: Uw koninkrijk kome!
In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Amen.

Laten we zingen Psalm 72: 4 en 7

Collecte en collectegebed

Voorbeden, stil gebed en het Onze Vader
(Laat ons de Heer bidden: Heer ontferm u)

Slotlied: lied 513

Zegen