Zondag 4 juli * ds. Henk Haandrikman

Orgelspel

Woord van welkom         door ouderling van dienst

Zingen                 lied 213: 1 en 2                intussen worden kaarsen aangestoken

Groet                   Genade zij u en vrede van God onze Vader en van Jezus Christus de Heer.
Amen

Bemoediging     Onze hulp is in de naam van de Heer
die hemel en aarde gemaakt heeft.

Drempelgebed 

Inleiding

Zingen                 lied 33: 8 en daarna 33: 1            als gezongen Kyrie en Gloria

Inleiding lezing

Lezing                  Johannes 5: 1-17

Acclamatie         lied 339a

Preek

Wellicht vergaat het u ook zo nu we weer mogen zingen dat de zangstem weer helemaal moet worden opgediept, afgestoft en voorzichtig op temperatuur gebracht. Heerlijk om weer met elkaar te zingen.
Niet dat we de tijd helemaal zonder zingen hebben doorgebracht. Op verjaardagen hebben we via beeldbellen gezongen en zijn we toegezongen. Eén van onze kleinkinderen gaf wel een heel mooie wending aan het vertrouwde verjaardagslied en typeerde daarmee deze tijd van Corona. Hij zong uit volle borst: “langzamer leven, langzamer leven”.

Langzamer leven ….  Als er iets is wat ik ga missen van de afgelopen tijd is dat het misschien wel: langzamer leven. Op een huisbezoek sprak ik daarover met iemand die het tegengestelde ervoer. Voor haar was het leven wel erg langzaam geworden en zij verheugde zich er over dat er weer wat meer reuring kwam.

Ja, het leven kan ook te langzaam worden.

Een voorbeeld daarvan komen we tegen in de lezing van vandaag.

Een man ligt al 38 jaar te wachten tot hij een keer op het juiste moment bij het water kan komen. Als er een plotselinge beweging kwam in het water dan was het genezend. Misschien een soort ondergrondse bron die af en toe mineraalrijk water naar boven stuwde. We weten het niet maar in ieder geval trok het talloze mensen aan met allerlei kwalen. En als het gebeurde moest je er als de kippen bij zijn.

Een bad met vijf zuilengangen. Het is door een archeoloog terug gevonden en ik ben er ook geweest. Daar is nog steeds een soort vijver. Het lag op de weg naar de tempel en je kunt je voorstellen hoe druk het daar geweest moet zijn, zeker tijdens de feesten waarbij mensen naar de tempel gingen. We lezen in ons verhaal dat Jezus daar is tijdens zo’n feest. Het zal er hebben gekrioeld van de mensen die als het water bewoog over elkaar heen klommen om er bij te komen.

Het moet daar een chaos van rennende mensen zijn geweest die nauwelijks rekening met elkaar hielden. Als er niemand in de buurt is om je te helpen, kun je het wel vergeten, hoe handig je ook bent geworden om dat lijf zonder benen in beweging te krijgen. De eerste was misschien de brutaalste of degene die het hardste duwde of zich naar voren drong. Zo zitten we in elkaar en als je dan te zwak bent of niemand hebt of niemand kan betalen. Er dringen zich beelden aan mij op van de ziekenhuizen in India waar gevochten werd om cilinders met zuurstof en nu hetzelfde in Indonesië en op talloze plekken op de wereld waar het niet zo voor elkaar is als hier. In zekere zin waren wij in het welvarende deel het eerst bij de vijver toen er beweging kwam in de ontwikkeling van nieuwe medicijnen en dan blijven er velen achter – geen kans.

Maar hier ligt een man die al 38 jaar vergeefs probeert bij het water te komen. Probeert hij het nog of heeft hij zich erbij neergelegd dat het niets meer wordt? Het leven is niet eens meer langzaam maar staat stil.

“Wil je gezond worden?” vraagt Jezus. Een vreemde vraag. Wie wil dat nou niet? Wat heb je daar niet voor over. Achtendertig jaar lang wacht hij al op een kans om een keer als eerste bij het water te komen als het beweegt. Een soort roulette. En laat nou een roulettetafel (een Amerikaanse) 38 nummers hebben.

Betzada, we kennen het misschien beter uit de oude vertaling als Bethesda, het betekent Huis van barmhartigheid. Nou…Het is ieder voor zichzelf en God voor ons allen. Maar dan kan God niks meer. Dat is het merkwaardige van onze geloofstraditie. Geen God hoog boven alles maar verscholen in ons mensen als kiem van barmhartigheid.

Dat is een typisch Bijbels woord, een woord dat zoveel meer wil zeggen dan “medelijden”. Het heeft te maken met een diep van binnen bewogen worden om een ander, om wat een ander overkomen is. Zoals dat water werd bewogen, als beeld, van wat er in ons binnenste gebeuren kan met het oog op wie geen leven heeft. Zo bewogen, ja in zekere zin ook woedend kun je worden om wat mensen overkomen is en hoe ze eraan toe zijn.

Zo stapt Jezus, de vleesgeworden barmhartigheid zelve, hier binnen in dit badhuis en ziet te midden van al die ellende juist deze ene man in het bijzonder.

“Wil je gezond worden?” Tja, wil hij dat? Er volgt geen ja, dat wil ik, maar een litanie dat hij niemand heeft die hem helpt en hij het zelf niet kan. Wat klinkt daar allemaal in mee? Is hij toch wat gaan wonen in zijn hulpeloosheid, vertrouwt hij niet meer op zijn eigen mogelijkheden? Was dat wat hem verlamde? Had hij zich daarbij neergelegd? Durfde hij niet meer. Dat kan.

Als het leven ons niet gegeven heeft wat wij er ooit van hadden verwacht, of dat wij er niet van gemaakt hebben wat wij in onszelf hebben gezien, en daarom trekken we ons maar een beetje terug, naar de rand, weg van waar het leven zich af en toe aandient.

Het leven kan zo tegen vallen. Je kunt jezelf zo tegen vallen. Wat heb ik er nou van gemaakt?

Dat werkt verlammend en je weet ook niet goed hoe je het wel moet aanpakken.

Dan komt zo’n vraag: ‘Wil je gezond worden?’ wel even binnen.
Ben ik niet veel te afwachtend geweest?  Ben ik het niet die daar aan de rand van de vijver heb liggen wachten tot er iets gebeurde?

Het leven is te langzaam geworden, tot stilstand gekomen misschien en je weet niet hoe je er weer beweging in kunt krijgen en je hebt geen mens meer om beweging in je leven te brengen of jou naar beweging te brengen omdat je het eigenlijk niet meer wilt.

Want de man zegt: “Ik heb geen mens om me te helpen.” Ik heb geen mens. “Er is niemand”, zoals de nieuwste vertaling zegt. Wat komt er uit die woorden op ons af? Dat is toch wel iets waar we, denk ik, allemaal bang voor zijn. Dat als het nodig is, als je ouder wordt, als je chronisch ziek bent, als je om wat voor reden niet meer mee kunt komen en je hulpeloos en alleen in een verpleeghuis terecht komt. En dat je daar vervolgens er tegen aan loopt dat er zo bezuinigd is dat er geen voldoende aandacht gegeven kan worden. En als je dan geen kinderen hebt, of dat ze ver weg wonen?

Er is niemand zegt de man. En dit alles klinkt daarin mee.

Dat wij als gelovigen, als mensen geraakt door barmhartigheid, als kerk dat huis van barmhartigheid wil zijn, degenen zijn die beweging kunnen brengen waar mensen verlamd zijn, niet weten hoe ze verder moeten. Ik schrok van een voorpagina van Trouw waarin het de kerk verweten werd in de Coronatijd te weinig te hebben omgezien naar  wie het moeilijk hebben omdat ze te druk was met hoe houden we de tent draaiende. Ik heb van onze eigen gemeente niet zo die indruk  en werd ook wat gepikeerd toen ik het las maar het kan zomaar zijn dat je mensen over het hoofd ziet, mensen helemaal achteraan, ver weg van de vijver waar het allemaal gebeurt. Huis van barmhartigheid te zijn vraagt toch heel wat. Vraagt om goed leren zien, zoals Jezus deze ene man opmerkt te midden van zovelen.

En die houding, die instelling kun je niet zomaar uitzetten, die kan ook nodig zijn op de sabbat, ook als er zogenaamd belangrijker dingen zijn. Mooi hoe het hier staat beschreven bij Johannes als Jezus zegt: “Mijn Vader werkt aan één stuk door, en daarom doe ik dat ook”.

Om die houding te oefenen, levend te houden komen we samen, luisteren we naar de verhalen, spreken we elkaar daar op aan en delen met elkaar brood en wijn. Het broodnodige opdat het leven niet stil valt maar weer ruimte krijgt voor de wijn van dankbaarheid en vreugde.

Zingen                 lied 534

Collectepraatje

Voorbeden

Tafellied              lied 377: 4,5,6

Tafelgebed         De Heer zal bij u zijn
                               de Heer zal u bewaren
                                Verheft uw harten
                               wij zijn met ons hart bij de Heer

Wij danken de Heer onze God
                               het past ons de Heer te danken

….

Daarom prijzen wij U en zingen één met hen                     lied 405:4

….

En maak ons tot lichaam van Christus, tot voedzaam brood voor elkaar.

Onze Vader …

Vredegroet        De vrede van de Heer zij altijd met u
Zijn vrede ook met u

 Zingen                 Agnus Dei           lied 408e

Nodiging

Gemeenschap van brood en wijn

Gebed na de maaltijd   

Slotlied               lied 863: 1, 5, 6

Zegen