Zondag 6 januari 2019 * zondag Epifanie

Jesaja 60, Mattheus 2, Mattheus 3 en Johannes 2

door ds. H. G. Haandrikman

We hoorden erover in de lezing uit Jesaja 60: “Volken zullen opgaan naar uw licht en koningen naar uw stralende opgang, .. uit Midjan en Efa en Sjeba zullen zij komen, goud en wierook zullen zij aanbrengen en de roemruchte daden van God zullen zij blij verkondigen”. Als wij spreken over de drie koningen, dan komt dat door deze tekst uit Jesaja. Bij Matteüs is sprake van twee koningen: Herodes en het koningskind Jezus; daartussen zal gekozen moeten worden: degene aan wie je al kunt zien dat hij wel macht heeft en degene waar dat helemaal niet aan te zien is maar van wie wordt verteld dat hij uiteindelijk het laatste woord zal hebben. Een keus, met andere woorden, waar we nog dagelijks voor kunnen komen te staan. Durf je als dat nodig is te kiezen tegen een gevoel in dat zegt dat het altijd wel zo zal blijven zoals het is.
Matteüs noemt die mannen dus niet koningen. Letterlijk staat er Magoi – geleerden, wijzen, astrologen, sterrenkundigen. Alle grote koninklijke hoven hadden ze in dienst om in de onzekere en ondoorzichtige tijden toch iets van zekerheid te bieden door de loop van de sterren nauwkeurig te volgen. Ze werden geraadpleegd voor grote beslissingen of om dromen uit te leggen (Farao , Nebukadnezar). Vooral in wat nu Irak en Iran is, was de kennis van de sterrenhemel fenomenaal. Ze waren astronomen, wetenschappers, maar tegelijk waren ze astrologen, sterrenwichelaars. Ze meenden uit de loop van de hemellichamen ook de aardse gebeurtenissen te kunnen verklaren en te voorspellen. Meesterrekenaars waren het. Ze waren zeer gezien en werden goed betaald.

Ook nu zijn zeer veel mensen die een boterham verdienen in het berekenen en bedenken wat de toekomst brengen moge. Ik weet niet wat de trends zijn. Ik geloof dat de interieurs uitbundig barok worden, mannen meer kleur gaan dragen. We kopen bewuster vanwege het klimaat en één waar ik wel benieuwd naar ben: “We laten ons in 2019 minder gek maken door elkaar en (sociale) media. ‘Just do nothing‘, zo gaat dit tijdperk heten. De tijd van volgen is voorbij: 2019 zal de geschiedenis ingaan als het jaar waarin we niet meer meedoen. Facebook is alweer vijftien jaar oud; Twitter is voor opa’s, oma’s en reclamemakers die je iets willen vertellen. In 2019 doen we lekker even helemaal niets: we gaan op zoek naar de waarheid achter het gemaakte en gemanipuleerde nieuws en daar hebben we geen sociale media-merken voor nodig.”

Dat zou niet gek zijn want sprekend over meesterrekenaars moet ik nu vooral denken aan onze dol geworden meetcultuur waarin alles moet worden vastgelegd in protocollen want dan hebben we grip op wat we doen en dan kunnen we niet worden afgerekend en zo kunnen we lijnen uitzetten naar de toekomst waarin alles zo economisch mogelijk gepland kan worden en de winsten gemaximaliseerd. Intussen zien we op allerlei gebied dat mensen opbranden door toenemende bureaucratie en niet meer toekomen aan het eigenlijke werk, zie we hoe berekeningen worden ingehaald door de werkelijkheid die toch altijd weer anders is.
Wat lopen er veel sterrenwichelaars rond in die zin en heel vaak zijn we het zelf ook.

Aan al dat rekenen en meten en plannen ligt onze enorme behoefte aan zekerheid en voorspelbaarheid ten grondslag, onze grote angst voor onverwachte dingen. Dat is vanouds ook een belangrijke impuls voor godsdienst. Het grillige lot, de onvoorspelbare goden proberen te beïnvloeden of gunstig te stemmen. Of door middel van vaak heel ingewikkelde of mysterieuze berekeningen met sterren, kaarten, computerprogramma’s proberen we een kijkje te nemen in de toekomst. Een donkere man.., een verre reis…, de ineenstorting van de markt, of heel de geschiedenis die ligt opgesloten in de Bijbel, tot en met namen en jaartallen, als je maar de juiste code in de computer stopt.
Er worden schatten verdiend aan onze angsten. Onze angst voor het onverwachte in het leven. Is dat dan het belangrijkste van godsdienst: zomin mogelijk onzekerheid, alles kloppend, alles heeft een bedoeling, alles is al voorbestemd. Het zijn de doodlopende wegen waar godsdienstige mensen altijd weer in lopen. Als gelovigen zouden we elke dag eens tegen deze spreuk op moeten lopen: ‘Mensen verlangen niet naar de waarheid, maar naar zekerheid’.

We zouden de verhalen over de verschijning van Jezus Christus onder de mensen kunnen samenvatten met; er wordt een streep door onze berekeningen getrokken.
Zoals die ster een lichtende streep door het berekende firmament van de wijzen trok, zo trekken deze verhalen een streep door onze krampachtige pogingen zekerheid te krijgen, alles onder controle te krijgen.
Daar vinden de wijzen een kind waar ze een koning verwachten, waar stel je je vertrouwen op?
Waar wij vaak menen dat we moeten opklimmen naar boven, waar wij moeten slagen want anders ben je niks – daar daalt de mensenzoon af in het water, dat staat voor ons gewone mensenleven. Die onderdompeling in het water van alles waarin je als mens aan ten onder kunt gaan, alles wat niet goed is, in de wereld buiten jou en in jezelf, alles wat een aanslag doet op jouw menselijk zijn, het is ondergaan, maar toch weer bovenkomen. Bovenkomen omdat er een stem is die tegen jou zegt: mens, het is goed dat jij hier bent, jij hoort bij mij, jij bent mijn zoon, mijn kind.
Op de bruiloft dreigt de wijn op te raken. Wijn staat voor vreugde, voor saamhorigheid. De wijn raakt op, met andere woorden het feest dreigt vast te lopen, de vreugde verdwijnt. Ik denk dat ieder van ons zich momenten te binnen kan brengen waarop je dacht: “nu wordt het niets meer”, “nu is het op”, “nu heb ik niets meer te geven”, nu heb ik anderen niets meer te bieden”, “nu betekent mijn leven niets meer”. Vul maar in aan teleurstelling, ziekte, ontslag, ouder worden. Het is een opstandingsverhaal midden in het leven. Jezus is er op uit dat we opgewekt worden. Een mooi Nederlands woord is dat. De vreugde weer vinden en opstanding in één woord. Hij is er op uit dat ons verwaterde leven weer kleur en smaak krijgt, beter zelfs dan in het begin.

Drie verhalen die als een lichtende streep door ons krampachtige beeld van onszelf en van de wereld en van de toekomst worden getrokken een lichtende lijn die ons bij de hand vat om op weg te gaan als die wijzen
Door hun vaststaande firmament flitste een onverwachte ster. En hun blik wordt naar de horizon getrokken en ze zijn dan pas wijs als ze de dwaasheid van die ster serieuzer nemen dan al hun berekeningen. En zo komen ze in het voetspoor van Abraham die naar de sterren kijkt hoe talrijk zijn nageslacht zal zijn en dan opeens zijn blik richt naar voorbij de horizon en op weg gaat. Zoals ook bij de hemelvaart tegen de mannen wordt gezegd; ‘wat staart ge toch omhoog’, draai je blik negentig graden, daar moet je het, of liever gezegd: Hem zoeken.
En zo vinden de wijzen de grootste ontdekking niet in de sterren maar in een klein kind. God in de gedaante van een klein kind. Kwetsbaar, helemaal niet zoals wij ons een God voorstellen of zouden wensen.
Zo is het ook vaak in ons eigen leven dat we God vinden in het kleine of in het onverwachte, al is het maar een blik in iemands ogen, of terugkijkend op een gebeurtenis die we absoluut niet hadden gepland of gewild, een pijnlijke of droeve gebeurtenis zelfs. Achteraf een soort heldere ster die ons wegleidde uit een bestaan waarin we krampachtig alles op orde wilden houden, een bestaan waarin angst de toon aan gaf.
Temidden van alles wat zekerheid lijkt te bieden: de grote monden, de gelijkhebbers, en temidden van de gedachte: het zal nooit anders worden, we zijn maar een speelbal van de grote krachten en machten, is daar in de bijbelse verhalen telkens dat andere verhaal van het kleine dat geboren wordt en dat werkelijk toekomst biedt, dat ons weghaalt uit waar we in vastzitten of waar we ons door vast laten leggen.