Zondag 7 april 2019 * zondag Judica

Jesaja 58: 7-10 en Lucas 20: 9-19

door ds. C.N. Bark-Bakker te Terschelling

Orgelspel

Welkom en afkondigingen

Intredelied 275: 1,2,3

Groet

Bemoediging

Gebed van toenadering

Intredelied vervolg 275: 4,5

Gebed om ontferming met daarin: Lied 458a – 3x

Lied 538: 1 en 4

Lezing Jesaja 58: 7-10

Acclamatie

Lied 537: 1,2 en 4

Evangelielezing Lucas 20: 9-19

Acclamatie – 339a

Lied 547

Preek

Lieve mensen,

Het verhaal van vandaag liegt er niet om…. .
Alle drie evangelisten, Marcus, Mattheus en Lucas hebben dit verhaal van Jezus opgenomen.
Het is een onthullend, schokkend bericht. Omdat het uitloopt op een moord. Moord, op een onschuldig iemand. Iemand die ongewapend wordt gezonden naar opstandige wijnbouwers, als het ware met een witte vlag. Iemand die wordt vermoord met voorbedachten rade.

“Dat is de erfgenaam! Laten we hem doden, dan is de erfenis voor ons.”

Je vraagt je af hoe realistisch dit verhaal is. Want wie zendt er nou keer op keer ongewapende dienaren op pad.
En wie is zo naïef om te denken dat, als de eerste twee dienaren mishandeld en gemolesteerd worden, deze pachters de derde dienaar wel zullen ontzien.

En welke chef, van welke afdeling ook, zal zijn personeel er zo op uit sturen? En zo hen blootstellen aan het risico om gemolesteerd, mishandeld te worden?

Iemand met hart, iemand met zorg voor zijn mensen zal hen dan toch tenminste beveiligen? Een bodyguard meegeven? Of een wapen ter hand stellen?
Om zich tegen de agressie te verdedigen.

Dat geeft al aan, dat Jezus met dit verhaal niet onze realiteit op het oog heeft. Maar dat hij in menselijke herkenbare beelden iets over God vertelt.
En over zichzelf. Want de derde knecht, die erop uit wordt gestuurd, is niemand anders dan Jezus zelf. De geliefde zoon van de vader.

Elke hoorder toen, wist dat met de Heer van de wijngaard God zelf bedoeld wordt.
Het is geen misselijke tekst, die Jezus uit spreekt, het gaat er hard aan toe en Jezus zegt ’t scherp.

Hij schetst met deze parabel de geschiedenis van het uitverkoren volk. Boodschappers van God, nu zelfs zijn eigen Zoon werden steeds opnieuw uit de weg geruimd.. Te lastig, weg ermee.. Het is dit conflict dat de vraag oproept die de christenen vanaf het eerste begin heeft bezig gehouden: Had het niet op een andere manier gekund ? Was het nodig dat Jezus aan zijn eigen missie ten onder zou gaan, waarom moest hij komen als de lijdende, waarom moest hij sterven ?

Jezus hield vast aan recht en gerechtigheid en hij wist dat hij een keuze had, of volhouden en dan volgt de dood, Of opgeven.. Hij kan OF water bij de wijn doen en afwijken van zijn missie OF doorgaan, zijn hart volgen, zijn opdracht volbrengen en de consequenties aanvaarden.
Het zal het laatste worden, in geleefd vertrouwen ging hij voort. Zijn weg, het betekent zijn dood, maar 2000 jaar later spreken we er nog over………….

Tot nu toe was het alsof we met de verrekijker .. in de verte keken naar dit verhaal.. grote afstand, 2000 jaar tussen toen en nu. Maar wat als we die verrekijker omdraaien en het dichtbij halen,
Wellicht moeten we nog eens luisteren naar de gelijkenis en dan beseffen dat het over ons gaat.. Over u, jou en mij..

Mensen hebben geen wortels, maar zijn wel ergens in geworteld in Hem die leven geeft..
Steeds opnieuw.. steeds anders.. Ieder mens uniek.
De ziel van ieder mens die wordt geboren is in Gods ogen een wijngaard.
Diep van binnen hebben we het in ons beelddragers van God te zijn
en hoe gaan we daar mee om..

Hoe gaan we om met dat bijzondere zaad van de Liefde in u, in jou in mijzelf gelegd,
hoe luisteren we naar de Heilige Geest in ons zelf ?
Hoe laten we God elke dag weer ons menszijn bepalen,
Bent u ermee bezig elke dag.. luisteren naar zijn Stem

God vertrouwt die wijngaard van onze ziel aan ons toe,
wij mogen pachters zijn..
met dat wat ons is toevertrouwd mogen we omgaan in vertrouwen en zo kunnen er vruchten komen, kan ons leven vrucht dragen.

Geloven is, zo mag je hopen met het klimmen der jaren een proces van omvorming,
een proces waarin we ons steeds opnieuw afvragen en wat zou God hierin van mij willen, waar sta ik als gelovige ?

Ik moet denken aan een verhaaltje over een stuk klei:

Ja een gewoon stuk klei.. is even aan het woord:

De meester kwam en kneedde mij,
ik, ik ben maar een heel gewone klomp klei

Hij kneedde en kneedde , zooo lang tot ik zei : STOP
Maar hij glimlachte en zei: “Nee, nog niet.”

Toen nam hij me op en legde me op een wiel
Hij draaide en draaide tot ik er duizelig van werd en riep STOP,
Maar de meester bekeek me en zei: Nog niet !

Toen zette hij me in de oven.
Het werd ongelooflijk heet.
Ik dacht dat ik dood zou gaan en riep STOP
Maar de meester bekeek me en zei: Nog niet.

Toen nam hij me uit de oven,
Nam een penseel en begon me te beschilderen.
Het voelde wel lekker, maar stopte al snel.

Toe maar, ga door dacht ik, maar nee,
De meester pakte me op, bekeek me van alle kanten en ging terug naar de oven.
Ik riep: STOP niet nog eens.
Maar hij maakte de oven nog heter dan voorheen.

Toen ik dacht dat ik dood was,
Nam de meester me heel voorzichtig uit de oven en vroeg:
Wil jij jezelf eens zien?

Hij liet me kijken in een spiegel. 
Dat ben ik niet, zei ik luid en duidelijk, ik ben maar een homp klei..

“Toch wel zei de meester,
Toch wel.. maar je bent een mooie vaas geworden.
Het was een pijnlijke weg om te gaan, maar het heeft vanaf het begin in je gezeten een prachtige vaas te worden”

Toen zei ik: Meester vergeef me, ik dacht dat je me alleen pijn wilde doen.

Een kort verhaal met een boodschap..
Vertrouwen in de Meester, Geloven in God, betekent loslaten, steeds opnieuw,
Laten gebeuren en erbij blijven, Zoals we zijn, ieder naar zijn of haar eigen aard is nodig..

Maar juist in deze veertigdagentijd wordt ons gevraagd eens even stevig naar onszelf te kijken.

Ik lees u graag een kort stukje voor uit de Navolging van Christus, geschreven door Thomas van Kempen in de 15e eeuw, maar nog heel actueel !
Uit: de Navolging, Thomas a Kempis, boek II, par. 11.
Thomas schrijft in een ietwat gedragen taal:

Jezus heeft er thans velen,
die zijn hemels rijk liefhebben,
Maar weinigen die zijn kruis dragen.
Hij heeft er velen die verlangend zijn naar troost,
maar weinigen die de beproeving wensen.
Hij vindt er heel wat die zijn tafel delen,
maar weinig deelgenoten aan zijn vasten.

Allen willen zich met hem verblijden,
maar weinigen willen voor hem iets lijden.
Velen volgen Jezus tot aan het breken van het brood,
maar weinigen tot aan het drinken van de lijdenskelk.
Velen zien vol eerbied op naar zijn wonderdaden,
weinigen gaan mee tot in de smaad van het kruis.

Velen hebben Jezus lief, zolang er geen tegenslagen komen.
Velen prijzen en zegenen hem,
zolang zij nog enige vertroosting van Hem ontvangen.
Maar als Jezus zich verschuilt en hen even alleen laat,
dan hervallen zij tot klachten of diepe neerslachtigheid.
Maar degenen die Jezus om Jezus zelf liefhebben en
niet om enige eigen vertroosting,
zij zegenen Hem in alle beproevingen en benauwenissen van hun hart evenzeer als in opperste vertroosting.

Al wilde Hij hun nooit een vertroosting geven,
dan zouden zij hem nog altijd loven
en Hem altijd dank willen brengen.

Wat vermag de loutere liefde tot Jezus veel,
die liefde waarbij geen eigenbelang of eigenliefde in het spel is.

Tot zo ver een wijs man uit de 15e eeuw, die de spijker voor vandaag op de kop slaat…
Hier zitten we allemaal in de kerk,
we voelen ons christen,
navolgers van Jezus Christus,
bij hem willen we horen..
hij appelleert aan een wereld die anders kan,
een diep verlangen dat leeft in een ieder van ons en
dat steeds opnieuw aangeraakt wil worden.

Maar daadwerkelijk luisteren naar de Stem van God,
Het verlangen handen en voeten geven, het is zo moeilijk…
Elk jaar weer, elke week, ja wellicht elke dag roepen we Jezus in onze herinnering op, omdat onze woorden………….
Omdat onze woorden zo schraal zijn,
onze gebaren zo krachteloos,
onze blik zo kortzichtig,
onze harten zo kil,
hebben wij een ander nodig,
met menselijke warmte.
Daarom gedenken wij Jezus van Nazareth.

Omdat onze dromen zo bedrieglijk zijn,
onze perspectieven zo op onszelf gericht,
onze visioenen slechts van hier en nu,
hebben wij een medestander nodig,
die liefde, recht en trouw ons leert.
Daarom herinneren wij ons Jezus van Nazareth.

Omdat onze angsten zo talrijk zijn,
onze dood zo doodgewoon,
ons leven zo vaak tevergeefs,
onze oplossingen een deel van ons probleem,
hebben wij een broeder nodig die zegt:
een nieuw begin is altijd mogelijk.
Daarom geloven wij Jezus van Nazareth.

MOGE HET ZO ZIJN..

(Met dank aan ds. Gerard Rinsma, dr. B.J.Lietaert Peerbolte, Thomas van Kempen, Alfred C. Bronswijk Uit: Rakelings Nabij )

Stilte

Orgelspel – Adagio uit Sonate van Bach

Lied 561: 1,4 en 5

Berichten van overlijden

Lied 961

Gebeden afgesloten met oecumenisch Onze Vader

Inzameling van de gaven

Slotlied 841: 1 en 4

Zegen