Zondag 7 juni * zondag Trinitatis * ds. Henk Haandrikman

Orgelspel              Allein  Gott in der Höh sei Ehr – Jan Pzn Sweelinck

Welkom door ouderling van dienst

Kaarsen worden aangestoken

Groet

Zingen                             Lied 291d

Inleiding

Vandaag is het zondag Trinitatis. De zondag van de Drie-eenheid. Een dogma uit een van de eerste eeuwen: God is Vader, Zoon en heilige Geest. Drie-eenheid komt nergens voor in de Bijbel. We horen het voor het eerst in 381, tijdens het concilie van Constantinopel.

Drie personen, één God – een hele mond vol en een heel hoofd vol. Hoe krijg je dat bij elkaar gedacht? Ik heb er nogal moeite mee. En ik kan me voorstellen dat dat voor u ook geldt.

God is een God van mensen en Hij vervult en stuurt mensen en als ons dat overkomt voelt het vaak als meervoud, een zalig complot daarboven  voor hier beneden.
Niet statisch maar dynamisch, scheppend zoekend, communicerend, bewegend. Vanuit dat besef is men gekomen tot het spreken over Drie-eenheid. Naast de huiver om te veel over God te zeggen, willen we soms flink uitpakken om zijn goedheid en grootheid te benoemen.

Hij is zo veel, ze zijn wel Drie, vormen van benadering, ontmoeting, vergeving, vervulling, zending. Om aan te geven dat God betrokken is op verschillende manieren die elkaar aanvullen, bevragen, meenemen als in een dans waarin wij worden uitgenodigd om mee te doen. Zoals liefde, geloof en hoop elkaar bij de hand nemen zo dat wij er niet meer buiten kunnen blijven staan, je wordt zelf in beweging gebracht.

Triniteit als dans. We vinden dat we al terug in het begin van de kerk. Allereerst om de relatie tussen goddelijke en menselijk natuur te beschrijven. Later wordt het gebruikt als aanduiding van de onderlinge relatie van Vader, Zoon en heilige Geest. Het betekent zoiets als rondom  bewegen, tot elkaar naderen in een rondgang.

Die gedachte is door de eeuwen heen steeds weer opgepikt door theologen en door dichters van liederen en zo vinden we twee liederen over die dans in ons Liedboek. lied 839 ‘The Lord of the dance’ . met het refrein: Dans, dans en doe maar mee met mij. Ik ben de Heer van de dans, zegt Hij. Ik ga je voor, ik haal ook jou erbij want ik ben de heer van de dans, zegt Hij. Een heerlijk lied waarin op een onnavolgbare manier in een paar woorden wordt samengevat wat geloven is. Goed om af en toe te lezen, of liever: te zingen. Ook in deze tijd. Een lied om je weer op je voeten te zetten, in de benen te brengen.

We luisteren nu naar dat andere lied over dans. En ik kan me niet voorstellen dat u thuis achter de buis stil kunt blijven zitten bij dit lied.

Dans mee met Vader, Zoon en Geest, kom binnen in hun kring,
dat wervelende samenspel van ver voor ons begin.
De wereld van vandaag is ons vanouds al toegedacht
als dansvloer waar de liefde leidt en waar de hoop ons wacht.

Zingen         Lied 706

Een andere speelse manier om te beschrijven wat drie-eenheid is vinden we in hoe al heel vroeg in de geschiedenis van de kerk het verhaal van Abraham die drie gasten ontvangt wordt ingezet. Wie komen hier nu bij Abraham. U moet maar eens opletten zo. Gaat het om één of om drie mannen?

Lezing                             Genesis 18: 1-15

Zingen                             339c

Overdenking

Heeft u het gehoord? In vers 1 staat: de Heer verscheen aan Abraham bij de terebinten van Mamre.. Maar als Abraham zijn ogen opheft dan ziet hij… niet God maar drie mannen: Deze drie zijn dus de ene Heer!

Vervolgens spreekt hij één man aan (mijn heer, zegt hij), nodigt er één uit, maar ontvangt er drie in zijn tent Drie zijn het er ook die op zijn beleefdheidsvragen antwoorden. Eén belooft iets later Sara een kind en tenslotte doet hij er drie uitgeleide.

Vooral in de oosters-orthodoxe kerken is dit verhaal gezien als een soort oudtestamentische drie-eenheid en heel veel afgebeeld op ikonen. De beroemdste daarvan is die van Andrej Roebljov, meer dan 600 jaar geleden geschilderd.

We kijken er even naar.

 

Toen ik er zelf een tijdje naar had gekeken, achter mijn bureau, betrapte ik mezelf er op dat ik moest denken aan hoe we in deze tijd bij talkshows mensen op anderhalve meter afstand van elkaar aan een tafel zien zitten. Dat leek me nou niet zo’n verheffende gedachte bij een afbeelding die zo hoog van gehalte en diepzinnig is.

Toch misschien ook weer niet zo gek. Verbeeld ik het mij of wordt er beter naar elkaar geluisterd. Een spel van afstand en nabijheid waarin mensen tot hun recht komen een ruimte waarin een dans kan ontstaan van verschillend zijn en toch met elkaar bewegen, op elkaar betrokken, zoals we op straat wel om elkaar heenlopen maar elkaar meer in de ogen kijken en groeten. Ach, misschien is de wens de vader van de gedachte maar met die vader komt ook de zoon mee die zijn geest in ons blaast en er een ruimte ontstaat waarin iets goed kan gebeuren. Dat is ook de ruimte die tussen deze drie gestaltes is en ontstaat en uitnodigt daarbij te komen, mee te doen in dat eerbiedige, liefdevolle samenzijn..

 

Een reproductie van die ikoon, geschilderd door Henc Valkema hangt in onze Zuiderkerk in de Pancratiuskapel:

We zien drie engelen. Ze zitten aan tafel. Van links naar rechts: Vader, Zoon en Geest. We beginnen even in het midden. Dat is de Zoon. Christus in het midden. Het blauwe kleed is een teken van zijn goddelijkheid, de bruine kleding van zijn menselijkheid en de gouden band over het bruine kleed is een teken van zijn koningschap. De Zoon kijkt naar de Vader die links is afgebeeld. Zijn kleding heeft een nauwelijks te benoemen kleur, lijkt wel transparant te zijn: Hij is de onzienlijke. Zijn rechterhand maakt een zegenend gebaar naar de Zoon. De engel aan de rechterkant verbeeldt de heilige Geest. De kleur groen van zijn kleding staat voor nieuw leven, voor groei. De Geest is gericht op de Zoon en de Vader. Boven de hoofden – de gezichten zijn trouwens identiek: Vader, Zoon en Geest zijn één – zien we ook nog afbeeldingen. Boven het hoofd van de Vader een huis: het is de tent van Abraham, het is de tempel, het is het Vaderhuis dat veel woningen heeft. Boven de Zoon een boom: het is de eik van het verhaal maar ook de levensboom, van hout, hetzelfde hout als waar het kruis van is gemaakt. En boven de Geest zien we: een berg. Het is het is de woestijn, het ongewisse leven maar ook de berg van het gebed, waarop Jezus zich altijd terugtrok om te bidden. En in het midden zien we dan een tafel met daarop een kelk met wijn. De rechterhand van de Zoon wijst er in een zegenend gebaar naar. En we denken als vanzelf aan het heilig Avondmaal waarin we de gemeenschap met Christus vieren en zo de verbondenheid met de drie-enige God. Hoe langer je kijkt, hoe meer je gaat zien hoezeer ze alle drie liefdevol op elkaar gericht zijn, naar elkaar toe gebogen zijn, gemeenschap hebben.

Daar ontstaat die ruimte. En je ziet dat er – hoe stil en intiem de sfeer van de icoon ook is – beweging is: van de Vader naar de Zoon, van de Zoon naar de Geest en weer terug. Een beweging met de klok mee. En als we dat gaan zien dan gaan we iets ontdekken. Want waar bevinden wij als toeschouwer ons? Wij kijken naar de icoon en we zien opeens die ruimte tussen de drie, die open is, er loopt een weg naar toe. En als we dat tot ons door laten dringen, wordt opeens duidelijk dat we worden uitgenodigd om binnen te gaan. We mogen deelnemen aan de drie-enige verbondenheid. We worden uitgenodigd deel uit te maken van de liefdevolle en ruimhartige gemeenschap tussen de Vader, de Zoon en de Geest.

 

Uit het verhaal van Abraham spreekt een ongelooflijke gastvrijheid. Er wordt een overvloedig maal neergezet. Het is de weerspiegeling van de liefde die van God uitgaat. Groter dan verwacht, idioot veel groter dan verwacht. Zoals bij de vijf broden en twee vissen, het kruikje van de weduwe van Sarfath, van zeventig maal zeventigmaal. Waar wij de overdaad aan ellende dagelijks zien en horen, daar wijzen de verhalen op een andere voorraad die veel groter is. Waar allen van kunnen delen en van kunnen uitdelen. Een gastvrijheid waar nu met alle demonstraties tegen racisme en discriminatie een appèl op wordt gedaan. Laat de geest ook maar waaien in de krochten van onze eigen verborgen vooroordelen, laat ze maar openbaar worden om er zo vanaf te geraken. Ook daartoe nodigt die dans van Vader, Zoon en Geest ons uit. Beweging in vastgeroest onrecht.

In die beweging, in die dans worden we opgenomen, meegenomen.

In die ruimte worden we uitgenodigd, aan die tafel mogen we plaats nemen.

Daarover gaat het als we stamelend spreken de goddelijke beweeglijkheid, de goddelijke ruimte als drie-eenheid om ons te brengen tot gerechtigheid wereldwijd..

Orgelspel                        fughetta supra Allein Gott in der Höh sei Ehr –  J.L. Krebs

Zingen                             Lied 304

 Collectepraatje

Gebeden

Slotzang                          705: 1 en 4

Zegen

Afsluitend orgelspel       Fuga in g-moll –  J.S. Bach

voorganger                     Henk Haandrikman
orgel                                Jan Spijker
zang                                 Tjeerd Bielsma, Hein van Dokkum,
Edith Garms, Jeannette Plokker
ouderling van dienst    Andries van Dekken
diaken van dienst          Bert Bouw
lector                               Annie Vermeulen
camera                            Peter Karreman
geluid                              Jerry Korsmit
bloemschikking             Tsjikke Eveleens en Andrea Botman