Zondag 8 maart * zondag Reminiscere

Exodus 5: 1-9, 5: 19 – 6:1 en Mattheus 17: 1-9

door ds. Henk Haandrikman

Lied 283
Psalm 25: 1 en 2

Kyrie: 301k

We zijn in onze reis door Exodus aangekomen bij de hoofdstukken waarin Mozes naar de Farao gaat met de boodschap ”Let my people go.” Mozes heeft zich in allerlei bochten gewrongen om er onderuit te komen. Ze zullen nooit geloven dat U, God, aan mij bent verschenen. En als dat niet helpt beroept hij zich op: ik ben geen spreker, ik kom niet goed uit mijn woorden. “Ik zal de woorden in je mond leggen”, zegt God. En als hij dan nog tegenstribbelt, wordt God kwaad: “ik stuur je broer Aäron mee, hij is een goed spreker, maar je zult gaan!, het volk heeft genoeg geleden”.
In het deel voorafgaand aan wat we nu zullen horen staat nog iets vreemds: daar zegt God: Ik zal er voor zorgen dat de Farao hardnekkig zal weigeren het volk te laten gaan.

Exodus 5: 1-9 en 5:19-6:1

Lied 168

We komen Mozes vandaag ook tegen in onze evangelielezing. Mozes, Elia en Jezus staan op een hoge rots. Jezus zweeft er eigenlijk wat boven om duidelijk te maken dat ze in een andere werkelijkheid zijn, een werkelijkheid die het aardse ver overstijgt. Ze praten met elkaar, maar Matteüs noch Marcus vertelt waarover dat gesprek gaat. Dat lezen we wel bij Lucas: Ze spraken over het levenseinde dat hij in Jeruzalem zou moeten volbrengen (Lucas 9,31b). Dat zal de reden zijn dat deze lezing op deze zondag is terecht gekomen. Voordat Jezus richting Jeruzalem gaat is er a.h.w. topoverleg met Mozes en Elia. Zij weten wat het is om op weg te gaan met niets meer dan een visioen, zij weten van woestijn en tegenwerking. Zij weten ook van die wereld van licht en gerechtigheid die in, onder, boven, onder en achter onze werkelijkheid bestaat. In die werkelijkheid wordt Jezus hier opgenomen. Je zou het een bemoediging kunnen noemen.

Mattheus 17: 1-9
acclamatie: 339c

Lied 540

Preek

“Er is niets nieuws onder de zon”. De Farao, en vul maar in wie of wat dat allemaal kan zijn, zal er voor zorgen dat de verhoudingen zo blijven dat het voor hem het gunstigst is. Of het nou een multinational is die zorgt dat er geen belasting betaald hoeft te worden of in het klein bij de rijdende rechter.
Dit deel van het boek Exodus schildert ons geen optimistisch verhaal. Ik merk dat ook bij mezelf, schrijvend aan de preek, al lezend in dat boek dat ik daar tegen aan loop. Misschien omdat het zo aan sluit bij onze werkelijkheid. Ik weet het maar we moeten er toch doorheen. Exodus, uittocht is ook ergens doorheen gaan om iets achter te kunnen laten.
Maar het bijbelverhaal maakt het ons niet gemakkelijk hier.
Neem nou die opmerking dat God het hart van de Farao zal verharden en dat die zich dus nergens iets van aan zal trekken, gewoon blind doorgaan, koste wat het kost, Die opmerking lijkt een beetje op de gedachte dat de wal het schip wel zal keren. Laat de ellende maar toenemen dan stort de boel wel in elkaar.
Farao, de machtige op zijn troon is een type, oertype, archetype van de absolute macht…, de macht die zichzelf verhoogt door anderen neer te drukken, en daarbij geen middel schuwt. Farao zit op zijn troon en blijft erop… Niemand die hem er af krijgt: absoluut, onaantastbaar. Hij daalt niet af, hij kijkt wel uit. Hoe meer druk, hoe harder hij naar beneden trapt om zichzelf te verhogen.
Het lijkt alsof God meegaat in die gedachte en er nog een schepje bovenop doet. Ik zal er voor zorgen dat hij ongevoelig is voor jullie argumenten. Gaat God mee in de gedachte dat “er niets nieuws is onder de zon?
Soms kun je niets doen, dan moet je het maar in de soep laten lopen. We kennen het zelf, je kunt heel ver gaan in het oplossen van problemen van anderen, jezelf wegcijferen, maar soms moet je zeggen: hier kan ik niets doen. Verelendungstheorie wordt het wel genoemd: laat maar in de soep lopen.
Gaat God mee in de natuurlijke gang van zaken van het recht van de sterkste? Het wordt voor de Israëlieten alleen maar erger. De dwangarbeid wordt verzwaard. De grondstoffen worden niet meer geleverd, die moeten ze eerst zelf maar gaan halen, maar de productie moet wel gelijk blijven. Het lijkt de moderne tijd wel: De productiviteit moet op peil blijven… ! ondanks bezuinigingen, ontslagen, inkrimpingen.
De economie moet door, moet groeien, ook na de Coronadip zullen de beurzen weer opgejaagd worden en… dat plaatje blijft bij mij hangen, van die satelietopnamen van de van het besmettingsgebied in China voor het virus werd ontdekt: zware luchtvervuiling, en het plaatje erna: schone luchten. Dat paatje zal weer naar de eerste terug gaan: de productie nog hoger opgevoerd en de grondstoffen voor onze producten worden door kinderen uit de mijnen in Afrika gehaald. Wat kunnen we er tegen doen? We worden medeplichtig gemaakt, we doen er aan mee, net als de slavendrijvers in Egypte die uit het volk zelf worden aangesteld.
“Er is niets nieuws onder de zon”
Ik weet het, ik weet het. Wat een somber verhaal en bent u daar nou voor gekomen op deze zondagmorgen?
Maar bij gelovig zijn, bij kerkzijn hoort ook zelfreflectie en confrontatie. Het moet niet te comfortabel worden in de kerk… De kerk is er niet alleen voor een troostrijke, rustgevende boodschap. Het geloof moet je ook onrustig maken, het moet aanzetten tot inzet voor een betere wereld.”
En daar gaat dit verhaal over. Het wil duidelijk maken dat mensen het verschil kunnen maken. Mozes verzet zich hevig, Het hoofdwerk van Bonhoeffer heet niet voor niets “Verzet en overgave’. Maar ze zij aangeraakt door woorden van God die radicaal anders dan de Farao zich niet verheft boven maar neerdaalt in onze werkelijkheid. In mensen aanwezig wil zijn. Ze zijn geraakt door die wereld van licht en gerechtigheid die in, onder, boven, onder en achter onze werkelijkheid bestaat.
Die werkelijkheid waar het evangelie ons vandaag over vertelt.
Het verhaal van de verheerlijking op de berg speelt volgens Lucas op de áchtste dag. Dat is niet zomaar een getal. Let op je teller stond er jaren geleden op borden langs de weg om je te wijzen op de toegestane snelheid. Het zal nog wat worden straks, ik ben benieuwd hoeveel mensen dat zullen doen.
Let op je verteller, zouden wij kunnen zeggen want vaak telt de verteller met een bedoeling. De achtste dag, dat is de dag die nog komen moet. De dag die nog uitstaat, zolang wij tot zeven blijven tellen. Het is dé dag van Gods toekomst,
Soms gloeit er in ons bestaan iets van het licht van de achtste dag op. Het valt soms zomaar in je leven binnen en vanaf zo’n moment, zo vertellen talloze verhalen, blijft dat licht je bestaan verhelderen, verwarmen en kleur geven, laat het zich nooit meer helemaal verduisteren, alsof je een doorkijkje hebt gekregen, ligt het te wachten tot het weer volop opgloeit. Daarmee kunnen mensen het verschil maken.

Mozes ziet dat licht midden in zijn woestijn van onmacht in de brandende doornstruik. Het licht gloeit in hem aan maar hij verzet zich er tegen, ik wil wel iets doen maar wat kan ik nou. Laat maar. De discipelen zien het op de berg en willen daar blijven. Maar Jezus gaat hen voor de berg weer af. Dat is de richting in de Bijbel. Aangeraakt door hemels licht de wereld in gaan.
Petrus, degene die altijd weer zo ontroerend onze gevoelens verwoordt, wil dat moment van licht en inzicht en vergezicht vasthouden maar Jezus is alweer onderweg naar beneden waar het gewone leven wacht. Mystiek kan mensen vervreemden van zichzelf, van de omgeving. Wie “Knielen op een bed violen” heeft gelezen, weet daarvan.
Jezus daalt dan ook weer af van die berg om vanuit deze godservaring zich onder de mensen te begeven. Hij laat het niet bij een religieuze ervaring maar wil zich
temidden van de mensen toevertrouwen aan die grond die alles draagt, die hemel die alles in gouden licht zet.

Is dat nou alleen maar iets voor de grote namen in de geschiedenis, zo aangeraakt worden door dat licht? Wellicht goed om eens na te denken waar mijn, uw eigen brandende doornstruik stond, misschien maar een heel klein vuurtje maar wel dat je nog steeds bij je draagt. Goed om na te gaan waar mijn en uw berg stond waar we even verder konden kijken dan wat ons vasthoudt. Misschien helemaal niet zo hoog maar wel een hoogtepunt van licht en bestemming en een soort ongeweten weten van een goedheid die alles draagt.
Daarvandaan kan er Exodus gebeuren, kun je mensen meenemen. Mozes stribbelde tegen maar gaf zich gewonnen. Wij stribbelen tegen, dat wij ons gewonnen geven aan het licht dat leven doet. Dat wij verlangend leven en werken aan temidden van alle duistere verhalen aan een land en een leven zonder angst en leugen. Het land van de achtste dag. In de woorden van Huub Oosterhuis, mij aangereikt bij de kerkenraadsvergadering van afgelopen donderdag:

Psalm 112, vrij

Je zou gelukkig willen zijn:
stevig, vrolijk, rechtop,
goed werk, goed wonen, wat geld,
aardig worden gevonden
lief, je grote liefde vinden,
kinderen krijgen, gezonde, mooie.
Dat zou je willen – wie niet?

Wil je ook goed zijn, betrouwbaar,
trouw, rechtvaardig, meedogend?

Een duistere zaak is de wereld
maar er zijn mensen van licht.

Gierig wreed zelfzuchtig dezen en genen
maar er zijn mensen die geven en delen.

Er is kwaad en woester kwaad onstuitbaar
maar er zijn mensen die de doem doorbreken.

Er zijn woorden gesproken
die werken ten goede, je hart versterken,
je geweten scherpen.

Gelukkig wie ze zoekt te horen
en leeft om te volbrengen.

Een kwaadwillig mens wordt nooit gelukkig.

Lied (op tekst Bonhoeffer, melodie Psalm 121)

Je komt de vrijheid op het spoor,
trouw aan die ene stem, op zoek, geleid door hem,
standvastig, kalm en onverstoord:
geheim om uit te leven en uitzicht van Godswege.

Door wat je durft, in wat je doet,
bezield door wat je drijft, gesterkt door wat beklijft,
ga je de vrijheid tegemoet:
het spel is op de wagen, je wordt door God gedragen.

Je hebt de vrijheid aangeraakt,
niet verder reikt je kracht. De avond valt, de nacht.
Maar hij die niet, die nooit verzaakt,
hij zal het licht bewaken, je taak, je droom volmaken.

René van Loenen

Gebeden

Collecte

Slotlied Lied 791: 1,2,3