Zondag 9 december * 2e Zondag van de Advent

Openbaring 10 en Lucas 3: 1-6

door ds. Henk Haandrikman, mmv de Cantorij

Orgelspel
Welkom en afkondigingen

Introitus
Lied 452 Als tussen licht en donker

Groet en bemoediging

Aansteken Adventskaars

Intredelied of psalm van de zondag ps. 80: 1-2

Kyrie Lied 299 C

Gebed van de zondag

Lied: psalm 98D refrein 1 plus vers 2

Lezing Openbaring 10

Lied Alleluia Speak Lord

Evangelie Luc. 3: 1-6

Acclamatie: Alleen wie het gegeven is Gez. voor Liturgie 404

Preek

Hoe lang nog? Een vraag die door talloze mensen in de geschiedenis en nu wordt geroepen. Wanneer komt er een einde aan alle lijden en onrecht. Die vraag die ook in de psalmen klinkt, komt in het boek Openbaring heel sterk naar voren. Een vraag, een verlangen ook horende bij Advent.
Een vraag die klinkt uit al die huizen met hun eigen kruis. Daar waar mensen met pijn en angst en spanning dokters aflopen, hopend op het beste. Waar mensen te horen hebben gekregen dat ze niet meer nodig zijn of door werkdruk het niet vol kunnen houden, waar mensen vastlopen in relaties, waar mensen alleen achter blijven, waar mensen geen grip kunnen krijgen op het leven. Waar mensen zich buiten spel voelen gezet en frustratie en ongenoegen mensen in de grip krijgt. Waar in breder verband conflicten maar voortduren, waar grote groepen mensen op drift zijn door ongelijkheid, oorlog, veranderend klimaat.
Ik denk dat je “Openbaring” het best kunt vergelijken met een schilderij waarin al die nood wordt geschilderd. Nood dichtbij en wereldwijd.

Hoe lang nog…?
Openbaring als een groot schilderij vol met verschillende fragmenten van verschrikkingen die mensen meemaken.                                    

Wat de schilder nog niet ziet: dat er meegestreden wordt tegen alle onrecht, schildert hij wel, om de kijkers een hart

onder de riem te steken: tranen die gewist worden; een nieuwe hemelse stad die op aarde verrijst. Hij wil de tijd open-

breken om troost toe te laten.

Afbeelding 1 (rechterluik van drieluik Hans Memling ca. 1433 – 1494. Kapel St. Janshospitaal wordt gewijd in 1477.

Memling voltooit zijn retabel in 1479.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

                                                                                                            Afbeelding 2
In deze close-ups zien we veel van de beelden die Johannes in

zijn visioen ziet.

We kijken met Johannes mee in de troonzaal.

Openbaring 4.Er stond een troon in de hemel en daarop zat

iemand.

 

 

 

3Degene die daar zat had een uiterlijk als van jaspis en sarder, en rond de troon

was een regenboog die eruitzag als smaragd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

4Om de troon heen stonden vierentwintig andere tronen, waarop vierentwintig oudsten zaten. Ze droegen witte kleren en hadden een gouden krans op hun hoofd.

Mooi hoe die regenboog rondom de troon als een volle cirkel te zien is. Nu zien we de regenboog maar voor de helft…We zien hier op aarde nooit meer dan een halve boog is, dat is in de hemel, daar waar God regeert, een hele boog geworden, volmaakt rond, af, volledig, voltooid.
We hoorden over het boek dat verzegeld was met zeven zegels die alleen door het Lam geopend konden worden. De zegels zijn verbroken en Johannes ziet waartegen gestreden moet worden. In steeds andere woorden en beelden gaat het in al die strijd om de ontmanteling van het aardse kwaad.. Het is één dringende oproep de verschrikking daarvan serieus te nemen en er een einde aan te maken. Zeven zegels, gevolgd door zeven trompetten en dan zeven schalen.
Wat valt daartegen uit te richten, al dat kwaad? Je voelt je machteloos en nog erger, al doorzie je hoe het werkt en verzet je je tegen de systemen in onze wereld die schadelijk en onmenselijk zijn en de wereld uitputten, je bent er zelf onderdeel van. We kunnen ons niet onttrekken, we kunnen niet naar een hutje op de hei. We hebben levensmiddelen en communicatiemiddelen nodig en zijn zo deel van een systeem waar we moeite mee hebben omdat het mens en dier en wereld aantast.

Johannes ziet ze als vier schrikwekkende paarden door de wereld razen
Afbeelding 4
‘Wij leven in een bezeten wereld. En wij weten het.’ Dit zijn de beginregels van In de schaduwen van morgen. Een diagnose van het geestelijk lijden van onze tijd, het boek dat Johan Huizinga schreef in 1935. Wij weten allemaal waartoe die bezeten wereld heeft geleid. Huizinga eindigt zijn boek, net als Johannes bijna tweeduizend jaar eerder, met een oproep tot bekering. ‘Er moet een mogelijkheid van bekering en ommekeer zijn in de gang der beschaving, en wel dan, wanneer het de erkenning of terugvinding van eeuwige waarden betreft, die buiten de stroom van ontwikkeling en verandering staan. Om zulke waarden is het thans te doen.’
Hoe houd je die levend?
Temidden van die woeste beelden is het in het hoofdstuk dat we vandaag hoorden even stil.
Afbeelding 5
Als je alleen vanuit menselijke mogelijkheden naar de wereld dichtbij en veraf kijkt, dan is er alle reden tot somberheid. ‘Hoe lang nog’, is de klemmende vraag van zoveel mensen uit alle tijden. ‘Hoe lang duurt de ellende nog voort? Wanneer komt er een einde aan het lijden en aan het onrecht, en wordt het recht hersteld?’
Er verschijnt een engel met een klein boekje. Een ander boekje dan dat met die zeven zegels. Het staat er in een dubbele verkleining: een heel klein boekje. En weer verzucht je: moet dat het opnemen tegen al die machten en krachten en systemen?
‘Het is de hoogste tijd’ zegt de engel, ‘Gods geheim zal werkelijkheid worden’.
Van het begin tot het eind in het boek Openbaring wordt benadrukt dat het God is die de uiteindelijke macht in handen heeft en die macht ten goede aanwendt voor de aarde en de mens.
Dat staat in dat kleine boekje. Dat zijn de zoeten woorden die een bittere nasmaak geven omdat je er niet zoveel concreets van ziet.
Maar blijf ze in de mond nemen, zegt die engel. Dat gaat het verschil maken. En dat maakt ook nu verschil in hoe je tegen alles aan kijkt. Vanuit het perspectief van het geloof dat wat Johannes achter de schermen door die poort ziet: dat de harmonie en gerechtigheid die daar al zijn, ook de aarde zullen omvormen, helen en vernieuwen.
Juist daardoor kan Johannes, zijn boek besluiten met een laatste verzuchting die klopt van gespannen verwachting. Hij smeekt om de definitieve komst van de Heer: “Kom, Heer Jezus” (Openb. 22, 20). Het is een van de centrale gebeden van het beginnende christendom, dat ook door Paulus wordt overgeleverd in zijn Aramese vorm: “Maranatha”.

Wij kennen dat gebed ‘Maranatha – kom, Heer jezus, kom’ uit het gebed dat we alrijd bij het breken en delen van brood en wijn bidden.
Een gebed met meerdere dimensies. Het is vóór alles het uitzien naar de Heer die komt en de wereld omvormt. Maar tegelijkertijd is het ook, juist bij de tafel: “Kom Jezus, nu!”. Wees nu aanwezig als wij brood en wijn delen en sterk ons in ons verlangen en geloof. Want, en dat is de derde betekenis: “U bent al gekomen! Wij zijn zeker van uw aanwezigheid onder ons. Wij ervaren haar met vreugde. Maar kom nu op definitieve wijze, eens en voorgoed!”.
En zo bidden ook wij, met Johannes en met het beginnende christendom: Maranatha! Kom en vernieuw de wereld! Kom vandaag al!

Koor Blessed is He that cometh

Gebeden
accl: Dichtbij is God Lied 145 B

Inzameling

Tafelviering
Lied 404c en 408c

Slotlied: Kom tot ons scheur de heem’len (met 4-stemmig vers voor koor)